Een zaak van federale bevoegdheden, maar met het vizier op de 10-maandencontracten van contractueel meester-, vak- en dienstpersoneel (MVD) in het onderwijs, met name de impact van de hervorming van de werkloosheidsuitkeringen en van de pensioenregeling voor die bewuste personeelsgroep. Vragen dus eigenlijk voor federale ministers Clarinval en Jambon, maar de bespreking hier was toch erg relevant, en wel om meerdere redenen.
Om te beginnen was er de zgn. bestaanszekerheidsvergoeding, die wél tot de Vlaamse bevoegdheid behoorde en die ik zelf niet kende. De verwijzing van minister Demir naar het besluit van de Vlaamse regering van 4 juli 2008 in dat verband was dus voor mij alvast leerwinst. De minister legde ook mooi uit hoe het zat met de bevoegdheden i.v.m. de arbeidsvoorwaarden van het MVD-personeel: in het vrij, gesubsidieerd onderwijs via een cao, in het officieel gesubsidieerd onderwijs waren het de lokale besturen en in het GO! de scholengroepen.
Daarnaast bracht interveniënt Loes Vandromme nog meer verheldering met haar verwijzing naar vragen van Nathalie Muylle in de (federale) Kamer aan de ministers Clarinval en Jambon, waarbij ze citeerde uit het antwoord van minister Jambon. Om goede redenen… kende ik die vragen en antwoorden wél… en die informatie was inderdaad hier belangrijk en zeker deels ook positief.
Wat de werkloosheidsuitkering betrof, stelde minister Clarinval dat de personeelsleden die met tijdelijke contracten werken telkens opnieuw recht hebben op een werkloosheidsuitkering. En wat de pensioenproblematiek betrof, bleek uit het antwoord van minister Jambon anderzijds dat er daar inderdaad een probleem kon zijn voor vervroegd pensioen. Let wel, periodes van werkloosheid (waarbij een werkloosheidsuitkering van de RVA wordt gekregen) tellen ook mee als gelijkgestelde periode om op vervroegd pensioen te kunnen. Dat betekent dat elke persoon die naast bv. de geschatte 130 VTE dagen (= wie een halftijds 10-maandencontract heeft; cf. de 19 uur waarover vragensteller De Witte sprak) nog eens 26 VTE dagen werkloosheidsuitkering ontvangt (let wel: equivalent van 26 voltijdse dagen = 52 halve dagen, maar dat zijn dus twee maanden) wél aan de benodigde 156 dagen kan komen om vervroegd met pensioen te kunnen gaan, maar weliswaar mét een zgn. malus. Voor wie doorwerkt tot aan de wettelijke pensioenleeftijd is er geen probleem.
De derde reden waarom ik deze bespreking erg relevant vond, lag in de oproep van gelegenheidscommissievoorzitter-interveniënt Koen Daniëls om eenduidige informatie over de hele kwestie op de website van het Departement Onderwijs te plaatsen. Een oproep waaraan minister Demir graag gevolg gaf. Hiermee was wellicht nog niet elke mogelijke individuele casus duidelijk wegens de complexiteit van de zaak, maar het was toch al wel wat, leek mij.
Daarnaast herhaalde de minister nog haar voornemen om het statuut van de busbegeleiders (in het kader van het dossier-leerlingenvervoer) te verbeteren.
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de uitkeringen van de contractuelen in het onderwijs tijdens de zomermaanden van Line De Witte” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen