De laatste vraag om uitleg van de ochtendvergadering sloeg op een heel specifieke maatregel van de Vlaamse regering i.v.m. de zgn. lerarenbonus (12 juni 2026): een uitbreiding daarvan naar leraren uit het secundair en volwassenenonderwijs die zouden willen overstappen naar het kleuteronderwijs. Hoe zat dat?
De reactie van minister Demir op de mening van vragensteller Vandromme als zou er (voorlopig) slechts beperkt gebruikgemaakt worden van de lerarenbonus vond ik wat vreemd: er waren toch geen doelen vooropgesteld, klonk het. Het was toch niet omdat geen expliciete kwantitatieve doelen bepaald waren, dat men niet zou kunnen weten dat het globaal niet zo’n vaart liep met een zeker goedbedoelde maatregel. Misschien waren gewoon de modaliteiten ervan niet zo handig… in de praktijk. Net daarop doelde vragensteller Vandromme terecht bij haar pleidooi voor een modern hr-beleid, dat naar zij hoopte, ook een plaats in het lerarenloopbaanpact had. Van de aanpak van de zgn. inductieregeling erkende minister Demir dat overigens zelf in de namiddagvergadering (cf. vraag over het Hudson-rapport): “Ik ga de fout van de inductie en dergelijke niet opnieuw maken.”
Finaal ging het voor het specifieke thema van deze vraag ook over een aan de situatie aangepaste lerarenopleiding: kortlopende programma’s, pakketten, hands-on enz. Allemaal goed en wel, maar toch niet te snel denken dat men alleen met wat “kneepjes” iemand omvormt tot een goede kleuterleraar, lijkt mij. Ik zie overigens leraren so en vwo ook niet op rijen van twee in de toekomst aanschuiven om leraar in het kleuteronderwijs te worden.
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de uitbreiding van de lerarenbonus naar het kleuteronderwijs van Loes Vandromme” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen