De bedoelde haken en ogen bleken al uit de bijgevoegde powerpointpresentaties, maar ik haal nog graag kort enkele accenten uit de vragen- en antwoordenronde met de parlementsleden:- in de voorgestelde drie scenario’s kon Pieter Verachtert naar eigen zeggen moeilijk zijn voorkeur aanduiden; dat hing allemaal samen met het primaire doel van zomerscholen en hij verwees ter illustratie naar bestaande, soms heel specifiek gerichte zomerscholen, zoals bv. over automatisering van rekenvaardigheden voor de eerste graad van de lagere school; Esther Gheyssens zag ook wel wat in doelgerichte zomerscholen, maar liever toch niet met zo één heel specifieke invalshoek; Pedro De Bruyckere vatte de doelen regelmatig samen als remediëring enerzijds en preteaching (net om problemen later te voorkomen) anderzijds, die in de praktijk in verschillende gradaties konden voorkomen, afhankelijk van de concrete situatie; hij schreef alleszins wel in zijn presentatie pro een combinatie van eventuele verrijkende activiteiten met een duidelijke, consistente academische structuur (lees: leeractiviteiten); bij de politici leek mij er globaal wel een consensus over te bestaan dat zomerscholen aanvullend waren en dat remediëring vooral tijdens de reguliere schooltijd moest gebeuren, zij het dat Jan Laeremans verwees naar de uitzondering van bepaalde veranderingen van school, waarmee hij ook wel een punt had, dacht ik;
- bij het boeiende betoog van Pedro De Bruyckere blijf ik wel sceptisch over de waarde/betekenis van die n maanden leerwinst van verschillende ingrepen: finaal lijkt mij dat eigenlijk een welbepaalde statistische invalshoek, waar je gewoon heel voorzichtig mee moet zijn en je kunt je afvragen of je daarmee in de concrete realiteit veel rekening moet houden; ik verwijs graag naar Roger Standaert, zoals ik in eerdere vragen om uitleg deed;
- de veel te late zekerheid over de toekenning van zomerschoolmiddelen aan een kandidaat-organisator bleek vanuit het standpunt van de organisatoren het grootste knelpunt te zijn; ook Schoolmakers zelf had met die moeilijke timing te kampen; toch een eenvoudig en belangrijk aandachtspunt dan voor de overheid, leek mij;
- over het verband met de zgn. summer learning loss en het aloude verhaal van de inkorting van de zomervakantie resp. een andere spreiding van alle vakantieperiodes over het jaar ga ik hier niet meer uitweiden; de korte vermelding van Pedro De Bruyckere vond ik wel interessant: voor Vlaanderen ging het blijkbaar over weinig en alleszins al wat ouder onderzoek; in het Nederlandse onderzoek (met zes weken zomervakantie) viel de loss blijkbaar nogal mee en het meeste onderzoek kwam uit de US, maar daar heeft men dan blijkbaar nog meer vakantie dan wij;
- een belangrijk accent bij de sprekers was de bekwaamheid van leraren (dus ook in de zomerscholen): het leraarschap is een echt vak, dat je niet eventjes zomaar onder de knie krijgt, en we moeten dus opletten met het te ongenuanceerde “beter iemand (lees: om het even wie) voor de klas dan niemand”;
- voor de gebrekkige deelname aan zomerscholen (van bepaalde leerlingen) bestonden geen wondermiddelen, maar de voorafgaande planlast voor leerlingen en ouders minimaal houden zou wel kunnen helpen; ook de logistieke “wortels” van Pedro De Bruyckere waren interessant, net zoals ook het idee van Loes Vandromme om ouders, samen met hun kinderen, te laten deelnemen aan zomerscholen; als ik het goed begrepen heb tenminste, had Jan Royackers daarvan alvast een voorbeeld in Nieuwkerken-Waas;
- op de vraag van Loes Vandromme i.v.m. de subsidies aan Leerpunt voor kwaliteitscriteria voor zomerscholen antwoordde Pedro De Bruyckere dat er een oproep zou komen, waarbij Leerpunt gebonden was aan een strikte reglementering; voor een goed verstaander leverde ook die uitspraak een gevoel van herkenning op…;
- wat de vraag van Koen Daniëls betrof over wat need to know resp. nice to know was inzake de informatieoverdracht m.b.t. doelgroepleerlingen van zomerscholen zou die communicatie dankzij de nieuwe, veel concretere minimumdoelen in Vlaanderen misschien makkelijker worden (cf. Pedro De Bruyckere) en vond Jan Royackers een stand van zaken doorgeven over waar een leerling precies stond m.b.t. de minimumdoelen (bao) voldoende (geen zware instrumenten dus).