Bij schrijfoefeningen merken we steeds vaker dat leerlingen minder lijken te geven om leestekens of interpunctie. Zinnen worden als het ware aan elkaar geschreven zodat het niet altijd duidelijk is waar iets begint of eindigt. Willen we dat meertalige of minder taalsterke leerlingen de leestekens consequenter toepassen, dan laten we hen het best aanvoelen hoe belangrijk ze kunnen zijn. Via deze suggestie zien ze de betekenis van de leestekens en duiken ze kort in de geschiedenis.
Doel? Motivatie stimuleren, voorkennis rond leestekens ophalen
Als instap kan je de leerlingen de volgende zinnen luidop laten lezen. Lukt dit voor hen?
BELWERKTNIETKLOPPENAUBIKHOUVANKINDERENKOKENLEKKERSMULLENGRAPTEDEHEKSIKZATOPHAAR SCHOOTENKUSTEHAARWEETENOMA
Vraag je aansluitend aan de leerlingen of het gemakkelijk was om deze zinnen te lezen, dan zullen ze wellicht ‘neen’ schudden. Erg leesbaar is dit niet. Weten ze ook waarom dit fragment zo moeilijk te lezen is? Net als bij de oude Grieken en Romeinen wordt hierboven alles aan elkaar, zonder spaties, geschreven totdat ene Aristophanes daar verandering in bracht en leestekens bedacht.
Alvorens je de geschiedenis induikt, kan je aan je leerlingen vragen welke leestekens ze kennen. Kunnen ze die ook aanvullen in de tabel zelf?
Nood aan differentiatie?
De zinnen in hoofdletters waren heel moeilijk te lezen omdat de leestekens hier echt belangrijk zijn en hun plaats kan zelfs de betekenis van de zin veranderen. Dit kan je je leerlingen zelf laten aanvoelen via de volgende werkvorm: verdeel je klas in twee groepen en plaats de zinnen uit de tabel zonder leestekens twee keer op het bord.
Elke groep stuurt één vertegenwoordiger naar voren die komma’s mag toevoegen. Hiervoor luistert hij aandachtig naar jou wanneer je de zin zelf voorleest en duidelijke pauzes legt op plaatsen waar een komma hoort. Probeer tijdens het voorlezen te bewaken dat leerlingen niet bij de andere groep kijken. Hierna ga je met hen in gesprek over de plaats van eventuele komma’s en de betekenis van de zin. Was het leesteken correct, dan mag de vertegenwoordiger een nieuwe leerling uit de groep aanduiden die naar voren mag komen, bij een fout blijft hij staan. De groep die het vaakst kon wisselen van vertegenwoordiger, wint.
Eventueel kunnen leerlingen in hun schoolboeken verder op zoek gaan naar zinnen met komma's en de betekenis verwoorden aan elkaar. Ze maken hierbij steeds de koppeling met de plaats van de leestekens.
Doel? Leesbegrip bevorderen, in interactie gaan over een tekst en zinnen bouwen, oorsprong van leestekens ontdekken
De Grieken hadden dus nog geen leestekens, maar hoe konden ze dan vlot lezen, zullen enkele leerlingen zich afvragen. Het antwoord is verrassend en ook de geschiedenis van de leestekens is boeiend en amusant.
Om de leerlingen te prikkelen kan je hen confronteren met enkele stellingen. Welke zouden volgens hen ‘echt’ zijn? In duo’s mogen ze de stellingen doornemen en die uitspraken, die volgens hen ‘vals’ zijn, mogen ze onderstrepen.
Aansluitend lees je als leraar het eerste fragment van de tekst voor en modelleert dan welke stelling hierbij kan horen.
Nadien zoeken de leerlingen in duo’s welke stellingen nog correct zijn door het vervolg van de tekst te lezen. Ze vertellen hierbij ook waarom de uitspraak echt of vals is en wat ze nog te weten kwamen uit de tekst. Hiervoor kunnen ze aantekeningen maken of noteren ze belangrijke woorden op een apart blad. Nadien gaat elk duo bij een ander koppel te rade en vergelijken ze. Welke stellingen zijn correct of niet? Waar vonden ze de extra informatie? Verder bespreek je als leraar klassikaal de stellingen.
Nood aan differentiatie?
Vooraf kan je heterogene duo's maken, vb. een leerling die moeite heeft met lezen, leest samen met een vlotte lezer of een leerling die informatie makkelijk in een tekst terugvindt. Een leerling die dit minder vlot kan of een leerling die moeilijk aan een opdracht kan beginnen, zit samen met een leerling die snel initiatief neemt.
Modelleren toegelicht
Om te modelleren lees je als leraar het eerste deel 'Mompelende Grieken' luidop voor, terwijl de leerlingen volgen op hun blad.
"Ik heb net een fragment gelezen over het punt. In de stelling staat: 'Het punt is ontstaan omdat iemand inkt morste'. Ik kijk nog even in de tekst. Ik heb in mijn tekst niets gelezen over inkt. Hoe is het punt dan wel ontstaan? Ik herlees: ‘De Grieken gebruikten de teksten als spiekbriefje.’ Dus niet zoals wij deze tekst nu gebruiken, wel om te gaan kijken wat ze wilden vertellen. De bibliothecaris, wie is dit eigenlijk? Er staat tussen haakjes iemand die in een bibliotheek werkt. Bibliothecaris, ik hoor daar bibliotheek in. Nu weet ik het iemand die in de bibliotheek werkt en dat was Aristophanes. Hij had het idee om puntjes te gebruiken als leespauzes. Dat doen wij nu ook. Er waren drie soorten puntjes: een laag puntje op het einde van de zin, een hoog puntje als korte pauze, dat doen wij nu niet meer, wij gebruiken een komma hiervoor. Dan was er ook nog een zwevend puntje tussenin. Dat gebruiken wij niet meer. De Grieken wilden al een verschil maken tussen een langere en korte pauze. Dit doen wij nog steeds door een komma of een punt te gebruiken. Ik lees hier ook dat de puntjes verspreid werden doordat de teksten werden overgeschreven en dus ook de puntjes werden overgeschreven. Dit is natuurlijk in de tijd van de Grieken, er was nog geen kopieermachine. Wilden de mensen dan een tekst, dan moesten ze deze met de hand overschrijven. Dus bij de Grieken werden de puntjes verspreid, maar bij de Romeinen niet meer. De Romeinen wilden niet van de puntjes weten en gebruikten ze niet. Eigenlijk vraag ik me nu af hoe ze dan wel weer gebruikt zijn? Wie zette er dan wel weer puntjes? Nu is het aan jullie voor de andere stelling ...
Je loopt rond en begeleidt de duo's. Hierbij vraag je om steeds vanuit de tekst aan te geven of de stelling correct is.
De bovenstaande tekst bevat veel interessante info. Stel dat we die net zoals een geschiedenislesje willen onthouden, dan vatten we die best samen.
In tegenstelling tot een schema bestaat een samenvatting uit volledige zinnen waarbij uiteraard de leestekens niet mogen ontbreken. Je kan als leerkracht via het eerste fragment modelleren hoe je een correcte zin opbouwt. Een hulpmiddel is onderstaande tabel. Elke rij vul je samen met je leerlingen aan. De kaders wie, doet/ is, wat vormen de basis en kunnen aangevuld of verlengd worden met wanneer, waar, hoe of waarom?
Doel? Onderzoekende houding stimuleren, meertaligheid als hefboom inzetten en spreekvaardigheid bevorderen
Onze puntjes hebben we dus te danken aan de oude Grieken, maar opvallend genoeg werden ze toen niet alleen onderaan een regel, maar ook bovenaan en zelfs in het midden geschreven. Daardoor kunnen we denken dat leestekens in elke taal voorkomen en hetzelfde zijn. Dat klopt niet altijd. Wist je dat in het Arabisch bijvoorbeeld klinkers niet als volwaardige letters worden geschreven, maar als accenten onder of boven een letter? Afhankelijk van waar het accent staat, wordt een andere klinker, a, e of i, bedoeld. In het Spaans staan vraag- en uitroeptekens aan het begin van de zin omgekeerd.
Samen met je leerlingen kan je op expeditie gaan. Het uitgangspunt van dit onderzoek vormt de vraag: ‘Zijn leestekens (of woordtekens, als een trema in België of een liggend streepje in Oost-Vlaanderen) eigen aan een bepaalde taal?’. Om de leerlingen te motiveren kan je vragen of ze ook andere talen kennen en weten welke lees- of woordtekens er gebruikt worden en waarom. Op die manier zet je hun meertaligheid in wat hen kan prikkelen en motiveren.
Vervolgens mogen de leerlingen per duo een specifieke taal, als Spaans, Arabisch, kiezen. Ze zoeken op welke lees- en/of woordtekens die taal gebruikt en stellen ze eerst via een lijstje voor, zie voorbeeld.
Wil je hen uitdagen, laat hen dan ook telkens een voorbeeldzin zoeken die ze vertalen in het Nederlands. Uiteraard bereiden ze dit alles in de les zelf voor. Gelukt? Dan stellen ze als taalexperten de resultaten van hun onderzoek in een presentatie voor. Ze tonen via voorbeeldzinnen minstens drie verschillende lees- (of woord)tekens en vertellen ...
Deze lees- of woordtekens mogen ze ook tekenen op het bord.






