Lessuggestie 'Wie leest, weet meer' (interactie, lezen)

'Wie leest, weet meer' is een bekende uitspraak die benadukt dat lezen jou kan helpen om kennis op te doen, de wereld beter te begrijpen en nieuwe perspectieven te ontdekken. In deze suggestie stellen we je graag een werkvorm voor waarmee leerlingen krantenartikels naar keuze verkennen. Op die manier verruimt niet alleen hun woordenschat, maar ook hun blik op de wereld.

Instapfase

sla link op in klembord

Kopieer

 Doel? Motivatie stimuleren en voorkennis activeren 
 
Als instap kan je drie verschillende krantenkoppen zonder het bijbehorende artikel projecteren. Je mag gerust voor uitdagende teksten. Laat je leerlingen in duo’s kort overleggen:

  • Waarover zou het artikel gaan?
  • Welke woorden verwachten ze terug te vinden?
  • Waarom denk je dat?
Hun voorspellingen mogen de noteren aan het bord of op een groot blad noteren.

Wanneer een land of stad in de titel vermeld staat, dan kunnen de leerlingen zich in dat land verdiepen.
Laat hen (in duo’s of in kleine groepjes) op zoek gaan naar geografische kenmerken van het betreffende land of stad. Zo kunnen ze tonen over welke kennis ze al beschikken en welke ze nog moeten opzoeken. Denk maar aan land, hoofdstad, ligging op de wereldkaart, demografie, klimaat, soort landschap, historische gebeurtenissen, cultuur, tradities …

Nood aan differentiatie?

In plaats van krantenkoppen kan je ook kiezen voor opvallende beelden die bij krantenartikels horen waarna de leerlingen er zelf over mogen fantaseren. Wat tonen de beelden precies en waar zou het artikel dan ook over gaan? Een smaakmakertje is beslist de website What's Going On in This Picture van The New York Times, waar telkens heel verrassende foto's terug te vinden zijn die je leerlingen beslist nieuwsgierig zullen maken.

Middenfase

sla link op in klembord

Kopieer

Doel? Hoofd- en bijzaken onderscheiden
 
De leerlingen kiezen vervolgens uit de drie krantenkoppen (cfr. instapfase) één artikel dat ze graag willen lezen. Voorzie voor elke leerling een exemplaar op papier. De leraar leest voor en de leerling markeert in de tekst welke informatie belangrijk is en welke extra informatie is.

Hier is het belangrijk om het onderscheid tussen hoofd- en bijzaken te duiden.

Mogelijke werkvorm: voordoen – samen doen – zelfstandig doen

Model daarom goed terwijl je het artikel voorleest. Houd na een viertal zinnen halt en stel vragen aan de klas:
De titel gaat over … Deze zin vertelt me meer over … Als ik die zin weglaat, begrijp ik het artikel niet meer. Dit lijkt dus een hoofdzaak.

Lees weer een viertal zinnen en stel opnieuw vragen:

Hier lees ik dat het mooi weer was tijdens … Dat is op zich wel interessant, maar niet noodzakelijk om het artikel te begrijpen. Dat is eerder een bijzaak en dus minder belangrijk.

Dit geheugensteuntje zou kunnen helpen:

Laat hen daarna met twee oefenen waarbij ze elkaar telkens de vraag stellen of dit belangrijke of geen belangrijke informatie is.

Als laatste kan je het laatste stukje krantenartikel zelfstandig laten verwerken. De leerlingen duiden drie hoofdzaken en twee bijzaken aan waarna ze hun antwoorden vergelijken met een klasgenoot.

Eindfase

sla link op in klembord

Kopieer

Doel? De informatie uit het krantenartikel verwerken

Per twee maken de leerlingen tot slot een mini-poster waarop ze de volgende zaken noteren: het onderwerp, de belangrijkste gebeurtenis en drie relevante details.

Deze posters kan je in de klas ophangen. De leerlingen vergelijken dan hun eigen postermet die van de klasgenoten.

  • Welke informatie kwam bij iedereen terug?
  • Welke informatie werd minder goed onthouden?

Nood aan differentiatie?

Voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, kan je een visuele woordenlijst voorzien, waarbij de woorden uit het artikel visueel verduidelijkt worden.
Sterkere leerlingen kunnen daarentegen een samenvatting van het artikel schrijven in maximaal vijf zinnen.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?