Wellicht herkennen je leerlingen het wel: bij de start van een nieuw schooljaar, een nieuwe sportles of een kamp komen ze in een groep vol onbekende gezichten terecht. Wat volgt, is een heel akelige stilte en velen wachten gespannen af wie het eerste woord zal zeggen. In deze les leren je hen om het ijs te breken en zichzelf in woorden te presenteren.
Doel? Voorkennis ophalen en in interactie gaan
Als instap kan je enkele onderwerpen aanreiken waarover je tijdens een eerste kennismaking zou kunnen spreken. Je leerlingen mogen laten zien welke volgens hen gepast zijn? Ze kunnen stemmen door ...
Waarover vertel je wel of niet of later?
je laatste ziekte – je laatste vriendje/ vriendinnetje - het geld op je spaarrekening – je hobby's – je zeurende ouders - het weer – je laatste topvakantie – je favoriete muziek – je favoriete serie/ film – je lievelingseten – je grootste angst – je sociale media-accounts – je favoriete leraar – je grootste droom - ...
Hebben je leerlingen een duidelijk standpunt ingenomen, dan kan je ook enkele leerlingen aanduiden die hun mening moeten verdedigen: waarom is dit onderwerp volgens hen wel of niet geschikt voor een eerste ontmoeting?
Wanneer er voldoende duidelijkheid is over de gepaste onderwerpen, dan kan je een stapje verder gaan. Schrijf de volgende zinnen in vier tabellen op het bord:
De leerlingen denken dan terug aan de onderwerpen die als geschikt werden beschouwd. Ze krijgen een kaartje en vullen elke zin aan met een woord dat of korte woordgroep die iets over zichzelf vertelt en die aansluit bij de gekozen thema’s.
Zo ontstaan vier eenvoudige zinnen die ze kunnen gebruiken als vertrekpunt voor een eerste gesprek. Plan je deze les bij het begin van het schooljaar, laat je leerlingen dan op speeddate gaan met enkele klasgenoten. Ze presenteren zichzelf via de vier zinnen en luisteren naar de voorstellen van anderen.
Doel? Eigen interpretatie verwoorden en doelgericht schrijven
Hoewel er zonet zinnen aangereikt werden om een gesprek te openen, zijn we soms te verlegen om de eerste stap te zetten, terwijl anderen er net van houden om snel contacten te leggen.
In een volgende fase kan je als leraar het volgende gedicht uit ‘Jongen van glas, meisje van woord’ expressief voorlezen. Je kan hen dan de vraag stellen of deze jongen eerder verlegen of net heel open is en welke woorden uit het gedicht hen dit doen vermoeden.
Ik ben een jongen van glas
Ik ben een jongen van glas
Soms loop ik wat verloren
Tussen de scherven van mijn zijn
Fragiel ben ik geboren
Als je met harde woorden spreekt
Breken mijn geheimen
Van broos en bang en klein
Dan moet ik mij weer lijmen
Wees dus voorzichtig naast me
Blijf bij me als ik breek
Wik en weeg je woorden
Wanneer ik tot je spreek
Want als je woorden zacht zijn
Zodat ik je vertrouw
Dan schitter ik als sterrenlicht
Als zon op druppels dauw
Dan groei ik weer naar sterk
Net als een diamant
En mijn glas wordt als ijs
Dat smelt binnen jouw hand.
Marijke Macken
Misschien kijken je leerlingen wat op van de metafoor, ‘een jongen van glas’ in het gedicht. Het lijkt op het eerste gezicht een rare combinatie te zijn: een jongen en glas, maar als we wat verder denken, dan weten we allen dat glas ‘breekbaar’ of ‘fragiel’ is en dat ook mensen ‘breekbaar’ of ‘gekwetst’ zijn als anderen hard zijn tegen ons.
Nood aan differentiatie?
Nood aan differentiatie?
Wil je je leerlingen vertrouwd maken met metaforen of beeldtaal, dan kan je allerlei voorwerpen meebrengen of laten zien, zoals een cactus, een steen, een doos, een wekker, een glas ... Samen met je leerlingen bekijk je ze, waarbij ze er telkens één kenmerkende eigenschap bij mogen opnoemen, zoals een steen is hard, een cactus prikt, een doos is gesloten, een glas is breekbaar, een wekker maakt lawaai. Vervolgens mogen ze zoeken naar situaties waarin zij of anderen hard, geprikkeld, gesloten, breekbaar zijn of lawaai maken en wanneer ze dus als een steen, als een cactus, als een doos, als glas of als een wekker zijn.
Aansluitend kan je aan je leerlingen vragen om de jongen van glas uit het gedicht nog meer te beschrijven of te typeren. Je zou hiervoor kunnen verwijzen naar de vier zinnen op het bord: ‘Ik ben ...’, ‘Ik hou van ...’, ‘Ik ben goed in ...’ en ‘Ik droom van ...’.
Hoe zouden ze die aanvullen als ze de jongen zelf waren? Het best voorzie je voldoende tijd zodat de leerlingen eerst in duo’s kunnen overleggen, waarna één vertegenwoordiger naar het bord komt en bij de zinnen telkens een woord typisch voor de jongen noteert.
Gelukt? Bekijk dan samen met de leerlingen de begrippen op het bord: waren er ook woorden die ze voor zichzelf genoteerd hadden en zou deze nog onbekende jongen een vriend van hen kunnen worden? Waarom wel of eerder niet?
Typisch voor vrienden is dat ze elkaar goed kennen, fijne momenten beleven en die ook graag vastleggen. Dit kan via foto’s, maar opvallend zijn ook de vriendenboekjes die we met hen delen en waarin we onszelf aan hen voorstellen zodat we een stukje vriendschap voor later vastleggen. Het zijn vaak boekjes vol leuke antwoorden en soms met een tekening of een wens voor elkaar. Hieronder vinden de leerlingen een lege bladzijde uit een vriendenboekje terug. Die mogen ze aanvullen zodat hun nieuwe vrienden hen snel leren kennen.
Doel? Creatief schrijven
Lukte dit aardig en kunnen je leerlingen nog wat meer uitdaging aan, dan mogen ze zoals de jongen van glas zelf een gedicht schrijven waarin hun leraar en klasgenoten hen herkennen. In hun vriendboek omcirkelen ze eerst de woorden die ze graag willen gebruiken. Met die woorden mogen ze wat ‘puzzelen’ zodat ze in het volgende voorbeeldgedicht passen.
Ik ben een meisje/ jongen van .................................
Ik ben een jongen/ meisje van .................................
Soms ben ik wat ................................., ................................. of .................................
Soms ben ik .................................
Als je .................................
Dan voel ik mij .................................
Maar als je .................................
Dan ................................. ik zoals een .................................
En droom ik van .................................

