Het onderscheiden van hoofd- en bijzaken tijdens het luisteren is voor vele leerlingen een uitdaging. Luisteren vraagt immers een grote inspanning van ons werkgeheugen omdat we tegelijkertijd info moeten ontvangen, verwerken én onthouden, waardoor onze hersenen al snel 'oververhit' geraken. In deze lessuggestie leren leerlingen gericht luisteren door de rol van detective op te nemen. Ze reconstrueren samen een gebeurtenis en leren daarbij onderscheid maken tussen hoofdzaken en details.
Doel? Oriënteren op het onderwerp en motivatie stimuleren
Als instap toon je de volgende afbeelding aan de leerlingen en stel je hen enkele vragen over wat er te zien of net niet te zien is. Zo kan hen vragen wat er meteen opvalt, waar deze kast zou staan, of ze zo’n kast kennen, wat er lijkt te ontbreken en hoe ze dit opmerken.
Vervolgens pols je naar wat er hier gebeurd zou zijn. Denken je leerlingen dat de trofee gestolen is of is er een andere verklaring mogelijk? Welke informatie hebben ze nodig om dit mysterie op te lossen?
Om hen te helpen hun antwoord correct te verwoorden kan je taalsteun voorzien via de volgende zinsstarters:
Ik denk dat …
Misschien …
Volgens mij…
Het zou kunnen dat …
Vervolgens kan je aangeven dat de leerlingen voor deze les in de huid van een luisterdetective mogen kruipen. Verschillende getuigen hebben immers iets gezien zodat de leerlingen hun verklaringen aandachtig mogen beluisteren. Alleen door goed te luisteren kunnen ze immers ontdekken wat er met de trofee is gebeurd.
De leerlingen moeten dus naar een verhaal luisteren waarbij ze ondertussen relevante informatie moeten selecteren. In deze tussenfase kan je leerlingen tonen hoe jij dat als leraar doet. Geef hen de tip dat goede detectives niet alles noteren, maar vooral luisteren naar zaken die belangrijk lijken om het mysterie op te lossen. Dat kunnen namen of specifeke, uiterlijke kenmerken zijn. Ze letten vooral op wie er in het verhaal voorkomt, wat er gebeurt en welke aanwijzingen ze horen.
Doel: hoofd- en bijzaken onderscheiden
In de volgende fase lees je het verhaal voor, terwijl de leerlingen luisteren. Daarna bespreek je kort waarover het fragment ging en wat ze zich nog herinneren.
Afhankelijk van het taalniveau van de leerlingen kan je de tekst aanpassen. Hieronder vind je een moeilijkere versie en een versie met meer taalsteun, structuur.
Moeilijkheidsgraad ***
Vorige donderdag stond de gouden sportbeker nog in de prijzenkast van de school. Op vrijdagmorgen merkte de directeur dat de beker verdwenen was. Enkele leerlingen hadden iets opgemerkt. Nora zag na schooltijd twee leerlingen in de gang bij de prijzenkast staan. Eén van hen droeg een rode rugzak, een andere had opvallende krullen. Sam zei dat hij rond halfvijf iemand de trap zag aflopen met een grote sporttas. Om niet op te vallen had die persoon de kap van zijn hoodie over zijn hoofd getrokken. Hij zag niet wie het was. De conciërge vertelde dat de deur van de sporthal die avond was blijven openstaan. Dat gebeurt normaal niet. Later bleek dat enkele leerlingen de beker niet hadden gestolen, maar meegenomen hadden voor een verrassing. Zij wilden de beker gebruiken tijdens een feest voor de sportkampioenen van de school. Op maandagochtend stond de beker opnieuw in de prijzenkast, samen met een kaartje waarop stond: "Bedankt aan alle sporters van dit jaar!"
Moeilijkheidsgraad **
Op donderdag stond de gouden sportbeker nog in de prijzenkast van de school. Maar op vrijdagmorgen deed de directeur een vreemde ontdekking: de beker was verdwenen.
Wat was er gebeurd?
De directeur vroeg aan enkele leerlingen of zij iets hadden gezien.
Nora vertelde dat ze donderdag na schooltijd twee leerlingen bij de prijzenkast had gezien. Ze wist niet wie ze waren. Eén van de leerlingen droeg een rode rugzak. Een andere had krullend haar.
Ook Sam had iets opgemerkt. Rond halfvijf zag hij iemand snel de trap aflopen. Die persoon droeg een grote sporttas. Sam kon niet zien wie het was, want deze persoon had de kap van zijn trui over zijn hoofd getrokken.
De conciërge had nog een andere aanwijzing. Toen hij donderdagavond zijn ronde deed, merkte hij dat de deur van de sporthal nog openstond. Dat was vreemd, want normaal wordt die deur altijd gesloten.
Waar was de beker? En hadden de verschillende aanwijzingen iets met elkaar te maken?
Later werd het raadsel opgelost. Enkele leerlingen hadden de beker meegenomen. Ze hadden hem niet gestolen. Ze wilden een verrassing voorbereiden voor de sportkampioenen van de school. De beker kreeg een belangrijke plaats tijdens hun feest.
Na het feest brachten de leerlingen de beker terug.
Op maandagochtend stond hij opnieuw in de prijzenkast. Naast de beker lag een kaartje:
“Bedankt aan alle sporters van dit jaar!”
De directeur was opgelucht. De verdwenen beker was weer terecht.
Hierna lees je het fragment nog een tweede keer voor. De leerlingen worden in drie groepen ingedeeld. Een groep links noteert de gegevens van de getuigen, zoals hun naam of functie, in de eerste kolom “Wie?”. Een groep in het midden van het lokaal noteert alles wat deze personen zeggen over de gebeurtenissen in de kolom “Wat gebeurt er?”. De laatste groep, die rechts zit, luistert naar hun aanwijzingen en plaatst ze in de kolom “Belangrijke details'.
Hebben je leerlingen nood aan ondersteuning, dan kan je in de eerste kolom al de getuigen, namelijk de directeur, Nora, Sam en de conciërge, aanvullen.
Doel? Verhaal navertellen
Leerlingen die zonet in de eerste, tweede en derde groep zaten, mogen nu aan één tafel plaatsnemen en vergelijken hun notities. Ze zoeken samen een antwoord op het mysterie van de verdwenen beker.
Op basis van hun notities proberen ze nu de verschillende afbeeldingen in de juiste volgorde te leggen. Kunnen ze het verhaal nu zo goed mogelijk navertellen? De bedoeling is dat ze elkaar aanvullen. Wanneer ze een stukje van het verhaal vergeten zijn, moeten ze bij andere klasgenoten langsgaan en gaan luisteren. Kunnen ze zo het volledige verhaal reconstrueren?


