Leerroute Emotionele fundamenten

Deze leerroute helpt onderwijsprofessionals om verder te kijken dan zichtbaar gedrag en de onderliggende emotionele behoeften van leerlingen te begrijpen. Vanuit die behoeften kiezen ze passende leerdoelen en leggen ze verbindingen met andere domeinen van Op.stap om basisveiligheid, vertrouwen, emotieregulatie en autonomie doelgericht te ondersteunen en verder te ontwikkelen.

Begrijpen wat een leerling nodig heeft om verder te ontwikkelen

sla link op in klembord

Kopieer

Een sterk en verbindend, sterk klasmanagement vormt voor alle leerlingen een belangrijke basis. Een voorspelbare leeromgeving, heldere verwachtingen, positieve relaties, responsieve interactie effectieve didactiek en passende ondersteuning maken leren mogelijk.

De leerroute is bedoeld voor leerlingen bij wie deze algemene pedagogisch-didactische basis onvoldoende blijken om participatie en leren mogelijk te maken. Dat kan zichtbaar worden in hardnekkige spanning, grote afhankelijkheid van één persoon, moeilijk verdragen van veranderingen of grenzen, sterke ontregeling, weinig exploratie, vermijden van initiatief, of gedrag dat moeilijk te begrijpen blijft vanuit de taak of context alleen.

De leerroute kan gebruikt worden in gewoon en buitengewoon basisonderwijs en in samenwerking met leersteuncentra. Ze is vooral relevant wanneer een team vanuit specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften doelgericht wil onderzoeken welke emotionele voorwaarden nodig zijn om leren opnieuw mogelijk te maken.

Emotionele fundamenten helpt begrijpen wat een leerling nodig heeft om te kunnen ontwikkelen. Andere domeinen en subdomeinen helpen bepalen wat we de leerling vervolgens doelgericht kunnen leren.

Emotionele ontwikkeling als bril

sla link op in klembord

Kopieer

Bij de uitwerking van deze leerroute vormt het ontwikkelingsdynamische kader van Anton Došen een belangrijk referentiekader. Emotionele ontwikkeling wordt daarin niet los gezien van andere dimensies van ontwikkeling. Biologische, cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling werken op elkaar in. Bij leerlingen met een verstandelijke beperking of andere complexe ondersteuningsbehoeften kunnen verschillende ontwikkelingsdomeinen bovendien niet gelijk oplopen. Hierdoor komt wat een leerling cognitief begrijpt niet altijd overeen met wat hij emotioneel kan of aankan.

Hoe zijn de emotionele fundamenten opgebouwd?

sla link op in klembord

Kopieer

De doelen zijn opgebouwd over zes fasen, van het ervaren van basisveiligheid tot het ontwikkelen van autonomie in verbondenheid met anderen.

Basisveiligheid - Fase 1

sla link op in klembord

Kopieer

Ontwikkelingsvraag: Ben ik hier veilig genoeg om me open te stellen voor de ander en de omgeving?

Wat heeft de leerling vooral nodig? Afstemming op lichamelijke en emotionele signalen, herkenbaarheid, herhaling, vertrouwde interactie, tijd, rust en co-regulatie.

De eerste doelen richten zich op het toelaten van vertrouwde volwassenen bij basisbehoeften, het respecteren van ritme en tempo, herkenbare dagstructuren en interacties, herstel na spanning, vertrouwdheid met materiaal en het ontstaan van aandacht vanuit veiligheid. De volwassene is hier sterk regulerend aanwezig. Niet het zelfstandig beheersen van emoties staat voorop, maar herhaalde ervaringen dat spanning samen gedragen en co-regulerend verminderd kan worden.

Verbindingen binnen Sociaal en emotioneel leren en leren leren: emotieregulatie; aandacht en betrokkenheid; communicatie van comfort en onbehagen; routines; lichaams- en omgevingsbewustzijn.

Onderwijsfocus: Creëer eerst voldoende veiligheid en voorspelbaarheid. Bouw vervolgens kleine routines op waarmee de leerling signalen kan herkennen, vertrouwd kan worden met de vervolgstappen en minder onrust toont.

Vertrouwen vs wantrouwen - Fase 2

sla link op in klembord

Kopieer

Ontwikkelingsvraag: Kan ik vertrouwen op bekende personen en op wat er in mijn omgeving gebeurt?

Wat heeft de leerling vooral nodig? Voorspelbare zorg en interactie, onderscheid tussen vertrouwd en niet-vertrouwd, herkenbare afwezigheid en terugkeer, een veilige basis voor exploratie en vertrouwen dat er iemand is die co-reguleert wanneer het moeilijk gaat.

In deze fase groeit herkenning van vertrouwde begeleiders uit tot beginnend relationeel vertrouwen. De leerling leert dat een vertrouwde persoon beschikbaar blijft, ook wanneer die even uit beeld is, en durft vanuit nabijheid meer van de omgeving te onderzoeken. Het onderwijs bewaakt dat nieuwe situaties en personen worden geïntroduceerd vanuit voldoende veiligheid. De leraar of begeleider blijft de co-regulator in momenten

Verbindingen binnen Sociaal en emotioneel leren en leren leren: objectpermanentie en cognitieve ontwikkeling; communicatie ifv begrijpen en uiten; gedeelde aandacht; exploratie; omgaan met overgangsmomenten; beginnende keuze en initiatief.

Onderwijsfocus: Maak vertrek, terugkeer en verandering begrijpelijk. Leer de leerling signalen en procedures waarmee hij kan anticiperen, steun kan zoeken en vanuit veiligheid de omgeving kan verkennen.

Afhankelijkheid vs autonomie - Fase 3

sla link op in klembord

Kopieer

Ontwikkelingsvraag: Kan ik zelf proberen en tegelijk vertrouwen dat ik op de ander mag terugvallen?

Wat heeft de leerling vooral nodig? Een veilige haven op de achtergrond, ruimte om zelf te handelen, bevestiging zonder overname, hulp wanneer spanning of moeilijkheid te groot wordt.

De leerling beweegt steeds vaker tussen exploreren en terugkeren. Emoties als trots, boosheid, angst, verdriet of jaloezie kunnen sterker zichtbaar worden wanneer eigen wil en autonomie groeien. De onderwijsprofessional ondersteunt zonder elke stap over te nemen en helpt de leerling ervaren dat hulp beschikbaar blijft. Vertrouwde activiteiten en voorwerpen kunnen nog een belangrijke regulerende functie hebben.

Verbindingen binnen Sociaal en emotioneel leren en leren leren: kiezen; hulp vragen; eigenheid en grenzen; frustratietolerantie; emotieregulatie; taakgerichtheid; probleemoplossing; functionele communicatie.

Onderwijsfocus: Leer concrete manieren om hulp te vragen, een grens of behoefte aan te geven, een vertrouwde regulatiestrategie te gebruiken en na spanning opnieuw aan te sluiten.

Geremdheid vs initiatief - Fase 4

sla link op in klembord

Kopieer

Ontwikkelingsvraag: Durf ik zelf te handelen, initiatief te nemen en steun te vragen wanneer ik die nodig heb?

Wat heeft de leerling vooral nodig? Een voorspelbare context, haalbare uitdagingen, succeservaringen, ruimte voor initiatief en geleidelijke afbouw van directe ondersteuning.

Veiligheid wordt minder uitsluitend gekoppeld aan onmiddellijke nabijheid. De leerling kan binnen vertrouwde routines zelfstandiger handelen, initiatief nemen en leren benoemen of tonen wat helpt om zich veilig te voelen. Steun vragen wordt een actieve vaardigheid. De onderwijsprofessional helpt de leerling succeservaringen op te bouwen en maakt ondersteuningsmogelijkheden zichtbaar.

Verbindingen binnen Sociaal en emotioneel leren en leren leren: zelfstandigheid; hulp leren kiezen; probleemoplossing; zelfkennis; emotieregulatie; sociale interactie; taakaanpak.

Onderwijsfocus: Maak expliciet welke strategieën, personen, plaatsen of hulpmiddelen kunnen helpen. Oefen het kiezen en inzetten ervan in betekenisvolle situaties.

Zelfvertrouwen vs onzekerheid - Fase 5/6

sla link op in klembord

Kopieer

Fase 5 van op.stap

Ontwikkelingsvraag: Kan ik op mezelf vertrouwen en tegelijk passend gebruikmaken van anderen en hulpmiddelen?

Wat heeft de leerling vooral nodig? Een breder netwerk van betrouwbare relaties, realistische verantwoordelijkheid, kansen om zelf oplossingen te zoeken en ondersteuning die beschikbaar blijft zonder voortdurend te sturen.

De leerling hoeft veiligheid niet langer uitsluitend bij één volwassene te vinden. Hij leert verschillende vertrouwde volwassenen en leeftijdsgenoten gebruiken als relationele hulpbron en kan tijdelijke afwezigheid beter verdragen. Intern vertrouwen ondersteunt zelfstandigheid, zelfredzaamheid en zelfsturing.

Verbindingen binnen Sociaal en emotioneel leren en leren leren: zelfsturing; metacognitie; hulpbronnen/hulpmiddelen kiezen; sociale relaties; veerkracht; probleemoplossing; reflectie op handelen.

Onderwijsfocus: Laat de leerling steeds meer zelf bepalen wat hij eerst probeert, welk hulpmiddel past, wanneer hulp nodig is en bij wie die hulp gevraagd kan worden. Bespreek achteraf wat werkte.

Fase 6 van op.stap

Ontwikkelingsvraag: Kan ik eigen keuzes en voorkeuren ontwikkelen en tegelijk verbonden blijven met anderen?

Wat heeft de leerling vooral nodig? Ruimte voor identiteit en eigen keuzes, erkenning van loyaliteit en relaties, verantwoordelijkheid binnen groepen en veilige uitbreiding van de sociale wereld.

De leerling ontwikkelt autonomie niet als loskomen van anderen, maar in verbondenheid. Hij leert eigen voorkeuren en keuzes afwegen tegen afspraken, relaties en deelname aan groepen. Het opgebouwde vertrouwen maakt uitbreiding naar nieuwe sociale situaties mogelijk.

Verbindingen binnen Sociaal en emotioneel leren en leren leren: perspectief nemen; sociale verantwoordelijkheid; zelfreflectie; keuzes en consequenties en studiekeuze ifv toekomstperspectief; participatie; communicatie en conflicthantering.

Onderwijsfocus: Creëer oefenkansen waarin de leerling een eigen positie kan innemen, verantwoordelijkheid kan dragen, rekening kan houden met anderen en steun kan organiseren in nieuwe contexten.

Van gedrag naar behoefte, van behoefte naar leren

sla link op in klembord

Kopieer

Gedrag is een signaal, maar vertelt niet vanzelf wat een leerling nodig heeft. Eenzelfde gedrag kan verschillende betekenissen hebben. Daarom kijken we naar de leerling én naar de context waarin het gedrag ontstaat.

1. Wat zien we? Observeer gedrag, signalen van spanning, reacties en de context.

2. Wat heeft de leerling nodig? Onderzoek de specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoefte (SOOB) bv.veiligheid, nabijheid, voorspelbaarheid, co-regulatie of autonomie.

3. Welk doel kiezen we? Selecteer een passend doel uit Emotionele fundamenten.

4. Wat leren we de leerling? Verbind met leerdoelen uit andere domeinen/disciplines en oefen concrete vaardigheden in betekenisvolle situaties.

Emotionele fundamenten staan niet op zichzelf

sla link op in klembord

Kopieer

Een doel uit Emotionele fundamenten vormt vaak het vertrekpunt, niet het eindpunt. Veiligheid en vertrouwen creëren ruimte om verder te leren. Vanuit die basis leg je verbindingen met andere domeinen en subdomeinen van Sociaal en emotioneel leren, Nederlands en communicatie en leren leren.

Bijvoorbeeld om

  • spanning en emoties te leren herkennen, uiten en reguleren;

  • eigen behoeften en grenzen aan te geven;

  • hulp te vragen en ondersteuning te gebruiken;

  • keuzes te maken en initiatief te nemen;

  • aandacht te richten, een activiteit te hervatten of het eigen handelen te sturen;

  • relaties aan te gaan en deel te nemen aan groepsactiviteiten.

Zo werken we niet alleen aan de voorwaarden om te leren, maar leren we de leerling ook concrete vaardigheden aan.

Meer weten? Verdiep je in de leerroute

sla link op in klembord

Kopieer

Wil je beter begrijpen wat achter het gedrag van een leerling kan schuilgaan of hoe je vanuit emotionele behoeften tot een doelgericht onderwijsaanbod komt?

In de uitgebreide leerroute Emotionele fundamenten vind je meer achtergrond bij bovenstaande inhoud en de bronnenlijst.

Download: uitgebreide leerroute Emotionele fundamenten

    ×
    Kijkt als...
    Niveau
    Regio
    Kan ik je helpen?