De tweekleurentoets

"Mag ik mijn cursus gebruiken?" Het is een vraag die elke leraar kent wanneer er een evaluatie start. Meestal volgt een vriendelijk maar beslist "nee". Toetsen moeten immers meten wat leerlingen kennen zonder hulpmiddelen, tenzij vooraf duidelijk afgesproken is dat het een open-boekevaluatie betreft.
Maar wat als we die logica even omdraaien?

De tweekleurentoets is een eenvoudige evaluatievorm die verrassend veel informatie oplevert over het leerproces van leerlingen. Het principe is eenvoudig. Leerlingen maken eerst een toets onder klassieke omstandigheden. Ze krijgen bijvoorbeeld dertig minuten tijd en niemand mag vroeger indienen. Wanneer die tijd verstreken is, legt iedereen zijn pen neer.

Daarna volgt een tweede fase, waarvan leerlingen op voorhand niet op de hoogte zijn.

Leerlingen nemen een pen in een andere kleur (die nog niet gebruikt werd op de evaluatie) en mogen gedurende vijf à tien minuten hun cursus raadplegen. Ze mogen antwoorden aanvullen, verduidelijken of corrigeren. Alle toevoegingen gebeuren in de nieuwe kleur.

Op het eerste gezicht lijkt dit misschien een vorm van "helpen tijdens de toets". Maar deze werkwijze maakt iets zichtbaar wat bij een klassieke evaluatie verborgen blijft: het verschil tussen kennis die beschikbaar is in het geheugen en kennis die enkel beschikbaar wordt wanneer leerlingen bronnen raadplegen.

Meer zicht op kennis

sla link op in klembord

Kopieer

Bij het verbeteren zie je onmiddellijk welke elementen leerlingen spontaan konden reproduceren en welke ze pas terugvinden met behulp van hun cursus.

Dat levert waardevolle informatie op.

Een leerling die na dertig minuten een grotendeels correct antwoord heeft en slechts enkele details toevoegt, beschikt duidelijk over stevige kennis. Een andere leerling die pas in de tweede fase belangrijke begrippen of voorbeelden aanvult, toont dat hij de informatie wel kan terugvinden en herkennen, maar ze nog niet voldoende beheerst om zelfstandig op te roepen.
De twee kleuren maken dat verschil letterlijk zichtbaar op papier.

Geschiedenis is meer dan reproductie

sla link op in klembord

Kopieer

Voor het vak geschiedenis is dit extra interessant. Historici werken immers zelden zonder bronnen. Ze zoeken informatie op, vergelijken documenten en bouwen van daaruit een interpretatie op. Waarom zouden we dan uitsluitend evalueren wat leerlingen uit het hoofd kunnen reproduceren?

De tweede fase van de toets geeft ook ruimte aan vaardigheden die in authentieke historische praktijken belangrijk zijn: gericht informatie zoeken, verbanden leggen en bestaande antwoorden verfijnen. Misschien slaagt een leerling er met behulp van de cursus wel in om op een kritische manier over een bron te redeneren?

Een rijkere feedbackcultuur

sla link op in klembord

Kopieer

Deze aanpak biedt bovendien interessante mogelijkheden voor feedback.

Je kunt leerlingen bijvoorbeeld laten reflecteren op vragen als:

  • Welke antwoorden kon ik onmiddellijk geven?
  • Welke informatie moest ik opzoeken?
  • Welke begrippen kende ik gedeeltelijk?
  • Welke onderdelen van de leerstof vragen nog extra studie?
Daardoor wordt de toets niet alleen een meetinstrument, maar ook een leermoment.

Een kleine ingreep met grote opbrengst

sla link op in klembord

Kopieer

De kracht van deze evaluatievorm zit in haar eenvoud. Er is geen nieuwe technologie nodig, geen ingewikkeld puntensysteem en geen extra voorbereidingstijd. Een tweede pen volstaat.

Toch verandert er fundamenteel iets. In plaats van enkel een eindscore te produceren, toont de toets ook het traject tussen weten en opzoeken. Ze maakt zichtbaar welke kennis al verankerd is en welke nog ondersteuning nodig heeft.

Misschien is dat wel een van de meest waardevolle inzichten die een evaluatie kan opleveren.

Aandachtspunten en mogelijke valkuilen

sla link op in klembord

Kopieer

Zoals bij elke evaluatievorm is ook deze aanpak geen wondermiddel. De meerwaarde hangt sterk af van de manier waarop je ze inzet.

Vermijd dat de tweede fase de eerste overvleugelt

sla link op in klembord

Kopieer

Wanneer leerlingen te veel tijd krijgen om hun cursus te raadplegen, verschuift de toets van een kennisevaluatie naar een zoekopdracht. Dan meet je vooral hoe snel leerlingen informatie kunnen terugvinden.

Een praktische vuistregel is dat de tweede fase duidelijk korter blijft dan de eerste. Bij een toets van dertig minuten volstaan vijf à tien minuten meestal om gerichte aanvullingen te maken zonder dat leerlingen volledige antwoorden kunnen herschrijven.

Niet alle kennis is even zichtbaar

sla link op in klembord

Kopieer

Een leerling kan tijdens de tweede fase een antwoord aanvullen omdat hij de informatie daadwerkelijk begrijpt. Maar het is ook mogelijk dat hij simpelweg een zin overschrijft uit de cursus.

Wie historische vaardigheden wil evalueren, kiest daarom best vragen die meer vragen dan louter reproductie. Verklaringen, vergelijkingen, argumentaties en bronanalyses maken sneller zichtbaar of leerlingen de informatie ook begrijpen.

Sommige leerlingen ervaren tijdsdruk

sla link op in klembord

Kopieer

De methode werkt alleen wanneer leerlingen voldoende tijd krijgen om in de eerste fase te tonen wat ze kennen.
Leerlingen die van nature trager werken, kunnen anders het gevoel krijgen dat ze voortdurend "achter de feiten aanlopen". Voor hen kan de tweede fase minder een kans tot verdieping zijn en meer een poging om onafgewerkte antwoorden alsnog af te werken.
Daarom is het belangrijk om vooraf goed na te denken over redelijke timing en eventuele aanpassingen voor leerlingen met ondersteuningsmaatregelen.

Waarom deze evaluatievorm de moeite waard is

sla link op in klembord

Kopieer

Geen enkele evaluatievorm meet alles. Een klassieke gesloten toets geeft inzicht in beschikbare kennis op een bepaald moment. Een openboektoets laat zien hoe leerlingen met informatie omgaan. Deze tweekleurentoets bevindt zich ergens tussen beide.
 
Net daarin schuilt haar kracht. Ze maakt zichtbaar waar kennis al verankerd is en waar leerlingen nog afhankelijk zijn van ondersteuning. Voor de leraar ontstaat een rijker beeld van het leerproces; voor de leerling wordt duidelijk dat leren niet alleen draait om een score, maar ook om de weg naar beheersing.
 
Misschien is de grootste winst dan ook niet dat leerlingen meer punten halen, maar dat zowel leerling als leraar beter ziet wat al gekend is, wat bijna gekend is en wat nog verdere oefening vraagt. Dat onderscheid blijft in veel traditionele evaluaties verborgen.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?