Als bestuur zorg je ervoor dat je werknemers in een veilige, goed uitgeruste, nette en ordelijke omgeving kunnen werken. Een dergelijke omgeving draagt bij tot een aangenaam werkklimaat en tot hun welbevinden.
Voor de inrichting van de lokalen en de kantoren baseer je je in eerste instantie op de basiseisen die de regelgever oplegt op het vlak van elektrische installaties, gebouwtechnische aspecten, omgevingsfactoren, sociale voorzieningen en bescherming tegen tabaksrook.
Als werkgever bouw je een veilige en gezonde werkomgeving voor je werknemers. Je moet er uiteraard ook voor zorgen dat die zo blijft. Dit doe je door een preventief onderhoudsprogramma uit te werken. Zo’n programma is vrij uitgebreid en gedetailleerd. Het model van onderhoudsprogramma geeft je een idee van welke punten allemaal aan bod moeten komen.
Om een overzicht te houden, kun je het dienstpersoneel, de klusjesman en het poetspersoneel de onderhoudswerkzaamheden laten noteren in een onderhoudsdagboek.
Het is aangenamer, veiliger én efficiënter werken in een nette, ordelijke en gestructureerde dan in een rommelige en chaotische omgeving. Ook voor leerlingen is het aangenamer om les te volgen in een ordelijke klas. Regelmatig opruimen is dan ook de boodschap. Een opgeruimde omgeving geeft een opgeruimd gemoed.
Onderstaand vind je belangrijke wetgeving, -richtlijnen en -normen indien van toepassing.
Specifiek voor onderwijslokalen vind je extra inspiratie in de ‘+ School-inspiratiegids’. Op de website van Klasse vind je een aantal tips om ze opnieuw in te richten.