Vzw’s met minstens 50 000 euro aan belastbare bezittingen moeten tegen 31 maart een aangifte indienen. Heb je geen uitnodiging ontvangen, dan moet je zelf initiatief nemen om aangifte te doen. Om in aanmerking te kunnen komen voor de vrijstellingen voor onderwijs, moet je bewijsstukken toevoegen. In aanslagjaar 2026 blijft de belastingvermindering van 62,3 % van de belastbare bezittingen bestaan. Er wordt nu onderzocht of een vergelijkbare belastingvermindering mogelijk zal zijn in latere aanslagjaren. Sowieso blijft de volledige vrijstelling voor onroerende goederen die in hoofdzaak voor onderwijs bestemd zijn, ook in latere aanslagjaren behouden.
Er zijn meerdere tarieven van toepassing:
Katholiek Onderwijs Vlaanderen heeft samen met haar Waalse evenknie SEGEC verkregen dat schoolbesturen hun belastbare bezittingen mogen verminderen met 62,3 %. Deze belastingvermindering is in december 2025 door het Grondwettelijk Hof vernietigd vanaf aanslagjaar 2027. Voor de aangifte van 2026 blijft de regeling gelden. De belastingvermindering van de aanslagjaren 2024 tot 2026 zal niet moeten worden bijbetaald. De wetgever krijgt nu de kans om vóór 2027 een nieuwe regeling uit te werken. Of die er komt en welke vorm die kan aannemen, is nog niet bekend.
Slechts 37,7% van de waarde van de belastbare bezittingen wordt aan de taks onderworpen. Deze vrijstelling komt boven op de vrijstellingen die ook in het verleden al bestonden.
Een schoolbestuur met 400 000 euro belastbare bezittingen berekent het volgende:
Een schoolbestuur met 1 miljoen euro belastbare bezittingen berekent het volgende:
Een schoolbestuur met 10 miljoen euro belastbare bezittingen berekent het volgende:
Je moet de belasting afronden op de hogere eurocent.
Ook patrimoniumvzw’s mogen de waarde van hun belastbare bezittingen met 62,3 % verminderen op voorwaarde dat minstens 75 % van het patrimonium wordt gebruikt door bepaalde van de btw vrijgestelde instellingen. Naast schoolbesturen gaat het om diverse zorginstellingen, om CLB’s en externe en gemeenschappelijke interne diensten voor preventie en bescherming op het werk, om exploitanten van sportinrichtingen en om culturele instellingen voor zover meer dan de helft van hun omzet voortvloeit uit van de btw vrijgestelde activiteiten.
In het buitenland gelegen onroerende goederen zijn niet langer vrijgesteld.
Aan enkele van onze leden heeft het Kantoor Rechtszekerheid meegedeeld dat vrijstellingen en belastingverminderingen die uitsluitend bedoeld zijn voor onderwijs alleen nog kunnen worden toegekend als er bewijsstukken aan het Kantoor Rechtszekerheid worden bezorgd.
We hebben een pakket met bewijsstukken bepaald die toelaten om aanspraak te maken op de vrijstellingen en belastingverminderingen.
Volg op of je lokaal Kantoor Rechtszekerheid de vrijstellingen aanvaardt. Als je lokaal Kantoor Rechtszekerheid bezwaar heeft tegen de vrijstellingen, neem dan contact met ons op en bezorg ons je aangifte en de ontvangen reactie.
Je hebt bewijsstukken nodig voor de volgende specifieke vrijstellingen en belastingverminderingen:
Schoolbesturen, centra voor volwassenenonderwijs en hogescholen moeten twee soorten bewijsstukken aanleveren:
Je kan de instellingsfiches van jouw bestuur, scholen, centra en /of hogescholen opzoeken via deze link. Op de instellingsfiche van je school, centrum of hogeschool kan je doorklikken naar de instellingsfiche van het bestuur. Op de instellingsfiche van het bestuur staat een lijst met linken naar de instellingsfiches van de scholen, centra en/of hogescholen van het bestuur.
Bovendien vermeld je de volgende verklaring in de tekst van de aangifte:
“Deze aangifte heeft betrekking op een vzw die […………. aantal scholen per type en onderwijsniveau en aantal aangehechte onderwijsinternaten/aantal centra voor volwassenenonderwijs toevoegen] inricht. [Deze school wordt/Deze scholen en dit aangehechte onderwijsinternaat/deze aangehechte onderwijsinternaten worden/Dit centrum voor volwassenenonderwijs wordt (schrappen wat niet past)] voor schooljaar 2025-2026 erkend en gesubsidieerd door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De [bijgevoegde/verwijzingen naar de (schrappen wat niet past)] instellingsfiches zijn de bewijsstukken van de erkenning van de vzw door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.
Meer dan de helft van de omzet van de vzw wordt van de btw vrijgesteld door artikel 44, § 2, 4°, a) van het Wetboek Btw. Als bewijsstuk vindt u de voorlopige resultatenrekening van de vzw. Die voorlopige resultatenrekening heeft betrekking op de periode 01/01/2025 tot en met 31/12/2025. In het meest recente boekjaar bedroeg:
(1) De totale omzet: ….. euro (som van alle 7-rekeningen) De omzet die van de btw is vrijgesteld door art. 44, § 2, 4°, a) W.Btw: (2) De leerlingenbijdragen: ….. euro (bedrag van de 70-rekeningen) (3) De subsidies afkomstig van agentschappen van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming inclusief de inresultaatname van investeringssubsidies:
….. euro (bedrag van de 73-rekeningen)(4) Totaal: (2) + (3): ….. euro (som van de 70- en de 73-rekeningen) (5) Procentueel aandeel: (4)/(1): ….% (som van de 70- en de 73-rekeningen x 100/som van alle 7-rekeningen)
Desgewenst kan het grootste deel van het bedrag op 73-rekeningen gestaafd worden aan de hand van dienstbrieven met betrekking tot werkingsbudgetten die de vzw voor de [schooljaren/academiejaren (schrappen wat niet past)] 2024-2025 en 2025-2026 heeft ontvangen van het [Agentschap voor Onderwijsdiensten/Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (schrappen wat niet past)] van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming [en van het Agentschap Opgroeien van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming (schrappen indien niet van toepassing)]. De bedragen in de dienstbrieven zijn de bedragen per begrotingsjaar/schooljaar. [Er bestaat een verschil tussen de dienstbrieven en de resultatenrekening omdat er ook een verplichte gespreide inresultaatname gebeurt van investeringssubsidies die verkregen zijn van het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs. De vzw voert een dubbele boekhouding en is daardoor verplicht om het matchingprincipe toe te passen. (schrappen als de vzw een vereenvoudigde boekhouding voert)].
Op basis van deze bewijsstukken toont de vzw aan dat de vzw een inrichtende macht van gesubsidieerd onderwijs is en dat de vzw een belastingplichtige is die in aanmerking komt voor de in artikel 44, § 2, 4°, a) van het Btw-Wetboek bedoelde btw-vrijstelling en die, voor meer dan de helft van zijn omzet, handelingen verricht die van de btw zijn vrijgesteld op grond van dat artikel. Daarom vraagt de vzw de volledige vrijstelling van de patrimoniumtaks voor de onroerende goederen bestemd voor onderwijs zoals beschreven in artikel 149, 4° van het Federaal Wetboek der Successierechten en de belastingvermindering ten belope van 62,30% van de patrimoniumtaks voor de niet vrijgestelde bezittingen van de vzw zoals beschreven in artikel 150, tweede lid, 6° van datzelfde Federaal Wetboek der Successierechten.”
Autonome onderwijsinternaten moeten twee soorten bewijsstukken aanleveren:
De instellingsfiches van jouw bestuur en onderwijsinternaat kan je opzoeken via deze link. Op de instellingsfiche van een autonoom onderwijsinternaat kan je doorklikken naar de instellingsfiche van het bestuur. Op de instellingsfiche van je bestuur staat een lijst met linken naar de instellingsfiche(s) van haar onderwijsinterna(a)t(en).
Bovendien vermeld je in de tekst van de aangifte de volgende verklaring:
“Deze aangifte heeft betrekking op een vzw die [een autonoom onderwijsinternaat/…. (aantal toevoegen) autonome onderwijsinternaten (schrappen wat niet past)] inricht. [Dit autonoom onderwijsinternaat wordt/Deze autonome onderwijsinternaten worden (schrappen wat niet past)] voor schooljaar 2025-2026 erkend en gesubsidieerd door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De [bijgevoegde/verwijzingen naar de (schrappen wat niet past)] instellingsfiches zijn de bewijsstukken van de erkenning van de vzw door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.
Meer dan de helft van de omzet van de vzw wordt van de btw vrijgesteld door artikel 44, § 2, 4°, a) van het Wetboek Btw. Als bewijsstuk vindt u de voorlopige resultatenrekening van de vzw. Die voorlopige resultatenrekening heeft betrekking op de periode 01/01/2025 tot en met 31/12/2025.
In het meest recente boekjaar bedroeg:
(1) De totale omzet: ….. euro (som van alle 7-rekeningen) De omzet die van de btw is vrijgesteld door art. 44, § 2, 4°, a) W.Btw: (2) De persoonlijke bijdragen: ….. euro (bedrag van de 70-rekeningen) (3) De subsidies afkomstig van agentschappen van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming inclusief de inresultaatname van investeringssubsidies:
….. euro (bedrag van de 73-rekeningen)(4) Totaal: (2) + (3): ….. euro (som van de 70- en de 73-rekeningen) (5) Procentueel aandeel: (4)/(1): ….% (som van de 70- en de 73-rekeningen x 100/som van alle 7-rekeningen)
Desgewenst kan het grootste deel van het bedrag op 73-rekeningen gestaafd worden aan de hand van dienstbrieven met betrekking tot werkingsbudgetten die de vzw voor de schooljaren 2024-2025 en 2025-2026 heeft ontvangen van het Agentschap voor Onderwijsdiensten van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming en van het Agentschap Opgroeien van het Vlaams Ministerie van Welzijn, Gezondheid en Gezien. De bedragen in de dienstbrieven zijn de bedragen per begrotingsjaar/schooljaar. [Er bestaat een verschil tussen de dienstbrieven en de resultatenrekening omdat er ook een verplichte gespreide inresultaatname gebeurt van investeringssubsidies die verkregen zijn van het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs. [De vzw voert een dubbele boekhouding en is daardoor verplicht om het matchingprincipe toe te passen. Hierdoor wijken de geboekte subsidies af van de som van de subsidies in de dienstbrieven. De bedragen in de dienstbrieven zijn de bedragen per begrotingsjaar/schooljaar. In de dienstbrieven wordt het matchingprincipe niet toegepast. (schrappen als de vzw een vereenvoudigde boekhouding voert)].
Op basis van deze bewijsstukken toont de vzw aan dat de vzw een inrichtende macht van gesubsidieerd onderwijs is en dat de vzw een belastingplichtige is die in aanmerking komt voor de in artikel 44, § 2, 4°, a) van het Btw-Wetboek bedoelde btw-vrijstelling en die, voor meer dan de helft van zijn omzet, handelingen verricht die van de btw zijn vrijgesteld op grond van dat artikel. Daarom vraagt de vzw de volledige vrijstelling van de patrimoniumtaks voor de onroerende goederen bestemd voor onderwijs zoals beschreven in artikel 149, 4° van het Federaal Wetboek der Successierechten en de belastingvermindering ten belope van 62,30% van de patrimoniumtaks voor de belastbare bezittingen van de vzw zoals beschreven in artikel 150, tweede lid, 6° van datzelfde Federaal Wetboek der Successierechten.”
Ook patrimoniumvzw’s komen in aanmerking voor dezelfde vrijstellingen en belastingverminderingen maar ze moeten aan andere voorwaarden voldoen en dus andere bewijsstukken toevoegen. Licht jullie patrimoniumvzw’s in zodat ze de passende bewijsstukken aanleveren aan hun Kantoor Rechtszekerheid. Zo vermijd je dat jullie patrimoniumvzw’s vrijstellingen en/of belastingverminderingen mislopen en die aan jouw vzw (willen) doorrekenen.
Patrimoniumvzw’s kunnen drie soorten bewijsstukken aanleveren:
Bovendien moet de volgende verklaring in de tekst van hun aangifte worden vermeld:
“Deze aangifte heeft betrekking op een patrimoniumvzw die onroerende goederen ter beschikking stelt voor onderwijs aan […. (aantal toevoegen) inrichtende machten van gesubsidieerd onderwijs en/of …. (aantal toevoegen) gesubsidieerde autonomen onderwijsinternaten (schrappen wat niet past)]. [Deze inrichtende machten van onderwijs en/of inrichtende machten van autonome onderwijsinternaten worden (schrappen wat niet past)] voor schooljaar 2025-2026 erkend en gesubsidieerd door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.
Meer dan de helft van de omzet van deze inrichtende machten wordt van de btw vrijgesteld door artikel 44, § 2, 4°, a) van het Wetboek Btw.
Indien daar behoefte aan is, kan de patrimoniumvzw bewijsstukken opvragen bij de inrichtende machten over de erkenning en de btw-vrijstelling van de omzet van de inrichtende machten omwille van hun onderwijsactiviteit en deze bewijsstukken bezorgen aan het Kantoor Rechtszekerheid.
Op basis van deze bewijsstukken toont de vzw aan dat de vzw een patrimoniumvzw is die minstens 75 percent van zijn patrimonium ter beschikking stelt aan inrichtende machten van gesubsidieerd onderwijs en/of gesubsidieerde onderwijsinternaten die deze onroerende goederen gebruiken voor hun onderwijsactiviteiten. Daarom vraagt de vzw de volledige vrijstelling van de patrimoniumtaks voor de onroerende goederen bestemd voor onderwijs zoals beschreven in artikel 149, 4° van het Federaal Wetboek der Successierechten en de belastingvermindering ten belope van 62,30% van de patrimoniumtaks voor de belastbare bezittingen van de vzw zoals beschreven in artikel 150, tweede lid, 7° van datzelfde Federaal Wetboek der Successierechten.”
Of leersteuncentra in aanmerking komen voor de vrijstellingen en belastingverminderingen is niet helemaal zeker. De btw-wetgeving is (nog?) niet aangepast sinds de leersteuncentra autonome vzw’s geworden zijn.
We raden leersteuncentra aan om te proberen om de vrijstellingen en belastingverminderingen te verkrijgen op basis van de onderwijsvrijstelling van artikel 44, § 2, 4° a) van het Wetboek Btw. Wanneer de leersteuncentra voor de patrimoniumtaks als onderwijsinstellingen kunnen worden aangemerkt, dan zullen ze zowel van de volledige vrijstelling kunnen genieten voor hun onroerende goederen als van een belastingvermindering met 62,3% voor hun belastbare bezittingen.
Mocht het Kantoor Rechtszekerheid bezwaar hebben tegen de onderwijsvrijstelling voor het leersteuncentrum, neem dan contact met ons op.
Leersteuncentra moeten twee soorten bewijsstukken aanleveren:
De instellingsfiches die verband houden met jouw leersteuncentrum kan je opzoeken via deze link. Op de instellingsfiche van jouw leersteuncentrum kan je doorklikken naar de instellingsfiches van de scholen waaraan je leersteuncentrum in schooljaar 2025-2026 leersteun verstrekt.
Bovendien vermeld je in de tekst van de aangifte de volgende verklaring:
“Deze aangifte heeft betrekking op een vzw die een leersteuncentrum inricht. Leersteuncentra zijn in 2023 opgericht door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming door middel van het Decreet over leersteun en hebben als doel het inclusief onderwijs te helpen realiseren voor leerlingen met een beperking. Leersteuncentra verstrekken onderwijs aan leerlingen met een beperking die onderwijs volgen in het gewoon onderwijs en daarnaast ook beroepsopleiding aan leerkrachten en onderwijskundige teams in scholen voor gewoon onderwijs die onderwijs verstrekken aan leerlingen met een beperking. Het leersteuncentrum wordt voor schooljaar 2025-2026 erkend en gesubsidieerd door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De [bijgevoegde/verwijzingen naar de (schrappen wat niet past)] instellingsfiches zijn de bewijsstukken van de erkenning van de vzw door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming.
Meer dan de helft van de omzet van de vzw wordt van de btw vrijgesteld door artikel 44, § 2, 4°, a) van het Wetboek Btw. Als bewijsstuk vindt u de voorlopige resultatenrekening van de vzw. Die voorlopige resultatenrekening heeft betrekking op de periode 01/01/2025 tot en met 31/12/2025.
In het meest recente boekjaar bedroeg:
(1) De totale omzet: ….. euro (som van alle 7-rekeningen) De omzet die van de btw is vrijgesteld door art. 44, § 2, 4°, a) W.Btw: (2) De subsidies afkomstig van het Agentschap Onderwijsdiensten van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming inclusief de inresultaatname van investeringssubsidies:” : ….. euro (bedrag van de 73-rekeningen) (3) De schenking bij de start (inbreng om niet) die het leersteuncentrum ontvangen heeft van de gesubsidieerde school voor buitengewoon onderwijs waaruit het leersteuncentrum ontstaan is: ….. euro (bedrag van de 74-rekeningen) (4) Totaal: (2) + (3): ….. euro (som van de 73- en de 74-rekeningen) (5) Procentueel aandeel: (4)/(1): ….% (som van de 73- en de 74-rekeningen x 100/som van alle 7-rekeningen)
Desgewenst kan [het grootste deel van (schrappen indien niet van toepassing)] het bedrag op 73-rekeningen gestaafd worden aan de hand van dienstbrieven met betrekking tot werkingsbudgetten die de vzw voor de schooljaren 2024-2025 en 2025-2026 heeft ontvangen van het Agentschap voor Onderwijsdiensten van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. De bedragen in de dienstbrieven zijn de bedragen per begrotingsjaar/schooljaar. [Er bestaat een verschil tussen de dienstbrieven en de voorlopige resultatenrekening omdat er ook een verplichte gespreide inresultaatname gebeurt van investeringssubsidies die verkregen zijn van het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs. (schrappen indien niet van toepassing)] De vzw voert een dubbele boekhouding en is daardoor verplicht om het matchingprincipe toe te passen. (schrappen als de vzw een vereenvoudigde boekhouding voert)].
Op basis van deze bewijsstukken toont de vzw aan dat de vzw een erkend en gesubsidieerd leersteuncentrum is dat voor de patrimoniumtaks en de btw moet worden beschouwd als een inrichtende macht van gesubsidieerd onderwijs en dat de vzw een belastingplichtige is die in aanmerking komt voor de in artikel 44, § 2, 4°, a) van het Btw-Wetboek bedoelde btw-vrijstelling en die, voor meer dan de helft van zijn omzet, handelingen verricht die van de btw zijn vrijgesteld op grond van dat artikel. Daarom vraagt de vzw de volledige vrijstelling van de patrimoniumtaks voor de onroerende goederen bestemd voor onderwijs zoals beschreven in artikel 149, 4° van het Federaal Wetboek der Successierechten en de belastingvermindering ten belope van 62,30% van de patrimoniumtaks voor de belastbare bezittingen van de vzw zoals beschreven in artikel 150, tweede lid, 6° van datzelfde Federaal Wetboek der Successierechten.”
Het risico bestaat dat scholengemeenschappen die de vorm van een vzw hebben aangenomen en scholengemeenschapsinstellingen niet in aanmerking komen voor de vrijstellingen en belastingverminderingen die specifiek bedoeld zijn voor onderwijs. We gaan er van uit dat de meeste scholengemeenschappen en scholengemeenschapsinstellingen weinig of geen bezittingen hebben die onderworpen zijn aan de patrimoniumtaks. Als dat toch het geval zou zijn, dan kan je contact met ons opnemen. We kunnen dan bekijken of vrijstellingen en/of belastingverminderingen voor onderwijs mogelijk zijn.
Er zijn twee manieren waarop je de aangifte kan indienen:
De aangifte moet ondertekend zijn. Niet getekende aangiften worden geweigerd.
De handtekening moet afkomstig zijn van een bevoegd persoon. Een van de volgende personen kan de aangifte rechtsgeldig ondertekenen:
Bij een papieren aangifte plaats je de handtekening met pen en vermeld je de datum van ondertekening naast de handtekening.
Als je de aangifte elektronisch indient via het beveiligde platform voorzie je de pdf van de elektronische handtekening (eID-certificaat) van op zijn minst één van de wettelijke vertegenwoordigers van de vereniging. Het mandaat om de aangifte digitaal via MyMinfin in te dienen volstaat niet als de mandaathouder geen wettelijke vertegenwoordiger van de vzw is.
De aangifte moet uiterlijk op 31 maart 2026 om 12 uur worden ingediend. Wie op papier via de post indient, moet de aangifte sturen naar het lokaal Kantoor Rechtszekerheid. Het adres vind je door de postcode, de gemeente of de fusiegemeente van de maatschappelijke zetel van de vzw in te vullen en op ZOEKEN te klikken op deze webpagina.
Na het indienen van de aangifte ontvang je een betalingsbericht in MyMinfin onder de rubriek ‘ Mijn Documenten’. Ook wie de aangifte met de post heeft verstuurd, krijgt een elektronisch betalingsbericht in MyMinfin - rubriek 'Mijn Documenten'.
Ook de uiterste betaaldatum is 31 maart 2026. Opgepast: als je de aangifte kort vóór 31 maart 2026 indient, is het mogelijk dat je het betalingsbericht ontvangt in de paasvakantie.
Als je merkt dat er fouten staan in je aangifte of als je aangifte moet worden aangevuld, dan kan je de verkeerde aangifte vervangen door een verbeterde aangifte Dat kan tot de uiterste indiendatum.
Nieuwe vzw’s moeten voor de eerste keer een aangifte indienen in het kalenderjaar waarin 1 januari volgend op de datum van de oprichting van de vzw valt.
Vertrek van het actief van de (voorlopige) balans van 31 december 2025.
Bekijk nu welke bezittingen vrijgesteld zijn en welke waarde je moet aangeven voor niet vrijgestelde bezittingen.
Onroerende goederen die bestemd zijn voor onderwijs moet je niet aangeven.
Ook de erfpachten en opstalrechten die betrekking hebben op onroerende goederen bestemd voor onderwijs zijn vrijgesteld als je passende bewijsstukken en verklaring meestuurt.
De vrijstelling is van toepassing voor gebouwen die in de eerste plaats voor onderwijsdoeleinden worden aangewend, maar daarnaast, op bijkomstige wijze, ook voor andere doeleinden worden gebruikt. Openstelling aan derden brengt de vrijstelling dus niet in gevaar.
Installaties, machines en uitrusting die onroerend zijn geworden door bestemming zijn vrijgesteld.
Som de vrijgestelde onroerende goederen wel op met vermelding van adres, kadastraal perceel, de (brand)verzekeringspolissen (naam van de verzekeraar, datum en nummer van de polis en verzekerde waarde). Vermeld bij de vrijgestelde onroerende goederen, dat ze worden vrijgesteld door art. 149, 4° W.Succ.
Liquide middelen en het bedrijfskapitaal zijn vrijgesteld voor zover die middelen besteed zullen worden aan de gewone werking van de vzw in het lopende jaar.
Er bestaat geen voorgeschreven methodiek om het bedrag te berekenen dat kan worden vrijgesteld. Niet alle kantoren Rechtszekerheid aanvaarden dezelfde berekeningswijze. Hierover moet je een modus vivendi ontwikkelen in overleg met je Kantoor Rechtszekerheid. Sommige kantoren Rechtszekerheid aanvaarden dat je een berekening maakt op basis van de resultatenrekening(en) van het verleden en anderen gaan akkoord met een berekening op basis van de begroting.
De vrijstelling wordt doorgaans gemakkelijker aanvaard voor bedragen op zichtrekeningen, spaarrekeningen en/of termijnrekeningen met een looptijd tot 3 maand dan voor bedragen op spaar- en beleggingsproducten met langere looptijden. Bedragen die over meerdere jaren gespaard moeten worden voor de eigen bijdrage in investeringen kunnen niet worden vrijgesteld.
Dat je de middelen in het lopende jaar zult aanwenden voor investeringen is geen reden voor vrijstelling.
Voorraden en voorwerpen bestemd voor gewoon gebruik of verbruik tijdens het lopende jaar komen niet in aanmerking voor vrijstelling.
Je werkt in vier stappen. In een eerste stap stel je per soort bezitting de waarde vast zoals hieronder is beschreven. In een tweede stap sommeer je de waarden van de eerste stap zodat je tot een totaalbedrag komt. In een derde stap verzamel je de bewijsstukken en maak je de verklaring op. In een vierde stap vermenigvuldig je het totaalbedrag met de reductiefactor 37,7%.
Hieronder wordt de eerste stap toegelicht per soort bezitting.
Voor de onroerende goederen zonder onderwijsbestemming neem je voor de eerste stap de verkoopwaarde op 1 januari van het aanslagjaar.
Als het gaat om onroerende goederen waarop een erfpacht of recht van opstal is gevestigd, dan moet je de waarde van het onroerend goed splitsen:
Je kan de verkoopwaarde van deze onroerende goederen zelf schatten of een gratis voorafgaande schatting aanvragen bij de Vlaamse Belastingdienst. Een voorafgaande schatting is bindend en definitief. Je mag er niet van afwijken bij de aangifte van de patrimoniumtaks. Een schatting door de Vlaamse Belastingdienst blijft een jaar geldig. Als je overweegt om een schatting te vragen van een onroerend goed waarop een erfpacht of opstalrecht van toepassing is, overleg dan eerst met de andere partij in de overeenkomst.
Vermeld op de aangifte ook de sectie en het nummer van het kadaster van de aan te geven onroerende goederen en gegevens over de verzekeringspolissen die je hebt afgesloten: naam van de verzekeraar, datum en nummer van de polis, verzekerde waarde.
Als er voor de onroerende goederen zonder onderwijsbestemming hypothecaire kredieten zijn afgesloten, dan mag je het nog niet afgeloste bedrag op die kredieten aftrekken van de waarde van de onroerende goederen als de hypotheek minstens 50% van de hoofdsom van de lening waarborgt.
Bepaal de verkoopwaarde op 1 januari van de roerende goederen. De verkoopwaarde is de prijs die je zou ontvangen bij een verkoop van de roerende goederen onder normale omstandigheden. Een verkoop onder normale omstandigheden wil zeggen met:
De verkoopwaarde is doorgaans lager dan de netto boekwaarde bijvoorbeeld omdat de btw geen opbrengst vertegenwoordigt voor de verkoper maar voor de Schatkist en omdat de verkoopprijs niet bepaald wordt aan de hand van een lineaire afschrijvingstabel.
In de aangifte geef je eveneens informatie over de afgesloten verzekeringscontracten: naam van de verzekeraar, datum en nummer van de polis, verzekerde waarde. Indien de goederen niet verzekerd zijn, vermeld je dat uitdrukkelijk in de aangifte.
Vermeld alleen vorderingen die bestaan op 1 januari 2026. Vermeld de vordering van het werkingsbudget van schooljaar 2025-2026 niet: je krijgt de dienstbrief met het toegekende bedrag pas na 1 januari 2026. Zorg er voor dat je niet belast wordt op niet betaalde schoolrekeningen die al verjaard zijn.
Van de liquide middelen en beleggingen vermeld je per rekening het bedrag, de soort en de financiële instelling waaraan je de middelen hebt toevertrouwd.
Verminder de liquide middelen en beleggingen met het bedrijfs- of werkkapitaal. Als de liquide middelen en beleggingen kleiner zijn dan het bedrijfs- of werkkapitaal, dan kan je het overschot aan bedrijfs- of werkkapitaal niet aftrekken van de andere belastbare bezittingen.
Vorderingen, bank- en spaarrekeningen en termijnrekeningen geef je aan met de waarde waartegen ze in de voorlopige balans staan.
Voor beursgenoteerde effecten gebruik je de beurswaarde. Je hebt de keuze tussen de beurswaarde op de eerste openingsdag van de beurs van januari, februari of maart.
Voor niet-beursgenoteerde effecten gebruik je de verkoopwaarde op 1 januari.
Als je onzeker bent over het bedrag van het werkkapitaal of over de waardering van bepaalde belastbare bezittingen, dan kan je bekijken welke werkwijze in het verleden is aanvaard of je kan een voorstel voorleggen aan het lokaal Kantoor Rechtszekerheid.
Nadat je de waarden van de belastbare bezittingen gesommeerd hebt, de bewijsstukken verzameld hebt en de verklaring hebt toegevoegd aan je aangifte, vermenigvuldig je het totaalbedrag met 37,70%.
Wanneer het resultaat van de vermenigvuldiging kleiner of gelijk is aan 50 000 euro, moet je geen aangifte indienen.
Als je een uitnodiging tot aangifte hebt ontvangen met een strookje dat je kan gebruiken om een klein vermogen te melden, dan moet je dat strookje invullen en naar het lokaal Kantoor Rechtszekerheid sturen.
Als je geen uitnodiging tot aangifte hebt ontvangen, stuur je de volgende mededeling aan:
Rechtszekerheid - Kantoor Brussel 1
Successie Kantoor
Gaston Crommenlaan 6 bus 411 - 9050 Ledeberg
Tel. : +32 (0)257 257 57
E-mail: rzsj.bureau.bruxelles1@minfin.fed.be
DOCUMENT OM TERUG TE STUREN
VZW: ..................................................................................................................... Datum: ............................................
KBO-nr: ...........................................................................................................................................................................
Geachte
In antwoord op uw brief van ../../20.. heb ik de eer u te informeren dat de onroerende goederen van voornoemde vzw van de patrimoniumtaks zijn vrijgesteld door artikel 149, 4° W.Succ., dat het belastbaar vermogen vermenigvuldigd wordt met 37,7 % ingevolge artikel 150, tweede lid, [6° of 7° (schrappen wat niet past)] waardoor de waarde van het belastbaar vermogen van voornoemde vzw niet meer dan 50 000 euro bedraagt en er een vrijstelling van aangifte bestaat.
Naam, functie en handtekening van een bestuurder, een dagelijks bestuurder of een persoon die door de statuten van de vzw gemachtigd is de vzw te vertegenwoordigen: ..............................................................................................
De mogelijkheid om in één keer aangifte te doen voor drie jaar is afgeschaft.
Het betaalde bedrag aan patrimoniumtaks wordt in een dubbele boekhouding beschouwd als een andere werkingskost en wordt geboekt op rekeningnummer 640 Werkingsbelastingen.
De patrimoniumtaks is verschuldigd op basis van de bezittingen telkens op de eerste januari. De kost van de taks moet opgenomen worden in het boekjaar waarin die eerste januari valt.
Extra informatie vind je: