2-9 juni 2022 – Begrotingscontrole en Programmadecreet: een kort commentaar

Een begrotingscontrole (en het ermee gepaarde gaande ontwerp van Programmadecreet) in het voorjaar van een begrotingsjaar is een klassiek nummer en kan doorgaans, te midden van vele andere parlementaire activiteiten, relatief kort behandeld worden. Zo ook nu. Maar eerst moest er nog een voorstel van resolutie van de Groen-fractie behandeld worden: dat was ingediend de dag voordien in de context van de zeven (!) actuele vragen over het lerarentekort. Nog even een kort woord daarover na de al ellenlange besprekingen eerder:

  • bepaalde parlementsleden bliezen nogal hoog van de toren, maar leken wel te zijn vergeten dat zij nog niet zo verschrikkelijk lang geleden zeven (!) hoorzittingen over de zaak georganiseerd hadden: wat zouden ze denken te horen dat ze nog niet gehoord hadden?;
  • wat wél klopte natuurlijk was dat zij daar toen, aan het eind van die rit, niets maar dan ook niets mee gedaan hadden, maar hoe zou dat toch gekomen zijn…?;
  • na heel wat gepalaver landde de zaak hierop: geen stemming over het voorstel van resolutie, waarop hoofdindiener Johan Danen bewust gestaan had, want men wilde toch nog een hoorzitting, die naar later bleek, op donderdag 14 juli georganiseerd zou worden, wellicht opnieuw met een aantal actoren van die andere zeven edities; ik ben heel benieuwd dus of met die al of niet nieuwe input dan wel iets concreets gedaan zal worden; één ding is alvast zeker: zelf zal ik die festiviteit niet live meemaken wegens op dat moment al op “hoogtestage” in de Oostenrijkse Alpen, een excellente remedie tegen stress en burn-out, intussen bekend als klassieke risico’s van (te) hoge werkdruk…

Maar dus nog de begrotingscontrole-2022 en het dito ontwerp van Programmadecreet. De getallen over de verschuivingen (nwvr: de ramingen bij de initiële begrotingsopmaak worden naderhand op basis van meer reële cijfers bijgesteld, soms in min, soms in plus) staan voor Onderwijs en Vorming netjes opgelijst in de begrotingstoelichting (p.53-58). Het ging om een aantal wijzigingen in de loonkredieten, toewijzingen vanuit de provisie bij Begroting naar de begroting van Onderwijs, de ‘besparing’ door de versnelde vaste benoeming, wijzigingen in de werkingsmiddelen en vooral ook een aantal zaken voor het hoger onderwijs (cf. Onderwijscao VI). Het totale plaatje zag er zo uit: van 12,071 miljard euro bij de begrotingsopmaak 2019 naar 13,787 miljard euro nu bij de begrotingsaanpassing 2022 (een stijging dus met 1,716 miljard euro), exclusief relance- en coronamiddelen.

Minister Weyts ging op 9 juni op een aantal onduidelijkheden nog wat dieper in, maar grotendeels stonden die zaken ook goed te lezen in de memorie van toelichting bij het ontwerp van Programmadecreet (p.5-11). Daarbij werd nogal wat aandacht besteed aan de totale stijging van het aantal personeelsleden (groter dan de groei van het aantal leerlingen) en de stijging van de niet-ingevulde vervangingen (cf. lerarentekort).

De indicatieve stemming over het ontwerp van begrotingsdecreet en de stemming over het ontwerp van Programmadecreet leverden telkens hetzelfde beeld op: de meerderheid stemde vóór, de oppositie stemde tegen.

Je kunt uiteraard ook al de video bekijken van de integrale vergaderingen (deel 2 juni namiddag [vanaf 16.35 u.] (toelichting minister en reeks vragen leden) en deel 9 juni ochtend [vanaf 10.32 u.] (antwoorden minister op vragen van 2 juni, bijkomende vragen en stemmingen)).

Reageren op dit commentaar kan bij Wilfried Van Rompaey

Verwante artikels

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio