Karolien Grosemans was eerst met haar vraag om uitleg en haar insteek betrof een aantal specifieke (technische) aandachtspunten bij het DBFM-programma ‘Scholen van Vlaanderen’, perceel 1, met name vooral de risicoverdeling tussen de DBFM-vennootschap en de aannemers (nwvr: voor de ruimere context, cf. AGION), terwijl Brecht Warnez in eerste instantie vroeg naar een vergelijking van de totale kostprijs van nieuwbouw tussen bouwen via DBFM en bouwen met een klassieke AGION-subsidiëring en vervolgens algemener voortborduurde op de zgn. wachtlijstproblematiek (met als criterium de indieningsdatum van een subsidieaanvraag).
Minister Demir kon melden dat met de bedoelde aandachtspunten vanuit de sector rekening gehouden was en beschreef de actuele gang van zaken bij het eerste perceel van ‘Scholen van Vlaanderen’ (N.B. 29 projecten). Daarna trok de minister het thema, conform de vragen van vragensteller Warnez, breder open met haar voornemen om de reguliere subsidieprocedures te vereenvoudigen. Ze ging in op de vergelijking tussen DBFM en de reguliere financiering: bij het eerste DBFM-programma ‘Scholen van Morgen’ was al een vergelijking gemaakt met de reguliere financiering. In de voorbereiding van het derde en laatste perceel van de ‘Scholen van Vlaanderen’ bereidde AGION een globale evaluatie van het gebruik van de DBFM-programma’s voor.
De minister herhaalde nog dat ze naar een (vereenvoudigd) subsidiesysteem met als criterium “dringendheid” wilde gaan. AGION was daaraan aan het werken.
Lees de bespreking van de “Vraag om uitleg over de uitvoering van het DBFM-programma 'Scholen van Vlaanderen' van Karolien Grosemans en over de dertigjarige factuur van DBFM-scholen en de voorwaarden voor een nieuw programma van Brecht Warnez” aan minister Zuhal Demir.
Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen