12 mei 2022 – Commissie-Brinckman

Jan Laeremans sneed direct na de praktijkcommissievragen nog een ander (verwant) thema aan, namelijk: de commissie Beter Onderwijs, oftewel de commissie-Brinckman, en preciezer nog, het vermeende gebrek aan acties als gevolg van het rapport van die commissie. Op 28 oktober 2021 werd over de commissie al een vraag om uitleg gesteld en op 27 januari 2022 had een gedachtewisseling met die commissie plaatsgevonden, die trouwens nog een vervolg zou moeten krijgen (nwvr: op 2 juni 2022, meende ik te verstaan, maar in het parlementaire verslag staat “2 juli”, maar dat is een zaterdag…). Vragensteller Laeremans informeerde met zijn vragen naar de verdere opvolging intussen van het rapport, maar liet zich daarbij nogal leiden (vond ik) door de publieke kritiek van de Gentse professoren Dirk Van Damme en Wouter Duyck.

Minister Weyts ging opnieuw in op zijn “consensus/draagvlakredenering”, die hij eerder ook al hanteerde bij dat belendende dossier van de Vlaamse toetsen. Op zich geen onverstandige attitude, maar men leze dit stukje ook verder, beste lezer… De commissie-Brinckman zelf speelde met de gedachte van een event dit najaar. Wat de aanbevelingen in het commissierapport ten aanzien van het overheidsbeleid betrof, illustreerde de minister met heel wat intussen bekende maatregelen dat er “wel wat congruentie” was tussen zijn beleid en het rapport. Hij weidde nog wat meer uit over het zgn. “kenniscentrum” inzake effectieve pedagogische methodes en vertelde daarbij over de recente uitstap naar de Londense Education Endowment Foundation (EEF). Dat werk was nu, ook in dialoog met Nederland, bezig.

Vragensteller Laeremans vond dat een oplijsting (voor de Onderwijscommissie) van wat intussen wel of (nog) niet gedaan was met de aanbevelingen van de commissie-Brinckman een goed idee zou zijn. Bij de verwijzing van interveniënt Koen Daniëls naar de aanwezigheid van wekelijkse “columnschrijvers”, die voor hun volgende schrijfsel dankbaar gebruik zouden kunnen maken van het feit dat dit thema opnieuw hier op de agenda stond, voelde ik me expliciet aangesproken. Dat het rapport in kwestie zeer zeker een nuttig instrument zou zijn voor concreet gebruik (van welke aard ook) op school, vind ook ík… inderdaad, maar… dan wel graag mét de mitsen en maren die ik al eerder beschreef. Dát zou pas vrijheid zijn, voilà! Bij die ene anekdotische toevoeging in het betoog van interveniënt Daniëls over het geruisloze inschuiven van het rapport in een pedagogische studiedag van school x wist ik niet goed wat precies bedoeld was met “om geen opmerkingen te krijgen van bovenaf (nwvr: mijn cursivering)”, als verklaring voor die geruisloze aanpak. Maar een erg moedige aanpak leek het mij alvast niet…

Voorts waren er nog vragen naar en opmerkingen over een mogelijke prioritering in de vele aanbevelingen (Johan Danen), het belang van de lokale autonomie van schoolbesturen (samen met leerlingen, leraren, ouders en directies) en het wie, wat en wanneer van het kenniscentrum (Loes Vandromme).

Voor een soort dashboard als opvolgingstrument wilde minister Weyts (laten) zorgen, zelfs met vermelding van aanbevelingen die hij niet wilde uitvoeren, en wel ná 2 juni. Dan kon ook de verdere ontwikkeling rond het kenniscentrum aan bod komen. Vragensteller Laeremans was tevreden.

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

Verwante artikels

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio