Flexi-jobs voor contractueel pesoneel
Samengevat
Sinds 1 juli 2026 kunnen onderwijsinstellingen die contractueel personeel inzetten binnen het toepassingsgebied van de paritaire subcomités 152.01 en 225.01 principieel gebruikmaken van flexi-jobs voor contractuele functies zoals poetspersoneel, klusjespersoneel, toezichters en busbegeleiders. De mogelijkheid vloeit voort uit de federale uitbreiding van flexi-jobs naar vrijwel alle privésectoren (met uitzondering van sectoren die voor een opt-out kiezen). Bij de toepassing moeten de specifieke voorwaarden worden nageleefd, respectievelijk voor beroepsactieven en gepensioneerden en gelden er administratieve en loontechnische aandachtspunten.
Sinds 1 juli 2026 zijn flexi-jobs in principe mogelijk voor contractuele functies binnen onderwijs. Zie in dit verband ook onze nieuwsberichten van 25 juni en 3 september. Daarmee wordt een belangrijke uitbreiding gerealiseerd van een regeling die voordien enkel in een beperkt aantal sectoren of situaties kon worden toegepast.
De uitbreiding geldt specifiek voor contractuele personeelsleden die onder de arbeidsreglementering van de privésector vallen, zoals poets- en onderhoudspersoneel, klusjespersoneel, busbegeleiders, toezichters en andere werknemers die tewerkgesteld worden binnen de paritaire subcomités 152.01 en 225.01 voor arbeiders en bedienden. Voor gesubsidieerd (statutair) personeel waarop de rechtspositieregeling van toepassing is, geldt een aparte regeling.
Een flexi-job is een vorm van bijkomende tewerkstelling waarmee werknemers en gepensioneerden tegen gunstige fiscale en sociale voorwaarden extra kunnen werken en bijverdienen. Het gaat om een aanvullende activiteit naast een bestaande tewerkstelling of een pensioen.
Voor flexi-jobbers gelden onder meer volgende voordelen:
Een flexi-job is dus geen volwaardige vervanging van een gewone arbeidsovereenkomst, maar een aanvullende vorm van tewerkstelling, eventueel in combinatie met een pensioen.
Tot 1 juli 2026 gold een zogenaamd opt-in-systeem. Sectoren moesten actief kiezen om flexi-jobs toe te laten via een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst (cao).
Binnen de onderwijssectoren die onder de paritaire subcomités 152.01 en 225.01 vallen, werd hierover geen sectorakkoord bereikt. Daardoor konden flexi-jobs voor contractuele functies niet worden ingezet.
De federale overheid heeft het systeem recent omgekeerd. Sinds 1 juli 2026 geldt een algemene toelating voor alle privésectoren, tenzij een sector zich geheel of gedeeltelijk laat uitsluiten (opt-out).
Aangezien binnen de onderwijssector momenteel geen vraag tot uitsluiting voorligt, kunnen onderwijsinstellingen vanaf 1 juli 2026 principieel gebruikmaken van flexi-jobs voor contractuele functies.
Binnen onderwijs bestaan al sinds 1 april 2024 mogelijkheden om flexi-jobbers in te zetten in functies die normaal binnen de rechtspositieregeling vallen, klassiek gesubsidieerde ambten zoals leraar, opvoeder of onderwijzer.
Voor die functies geldt een apart federaal kader en een specifieke regeling via koninklijk besluit. Die regeling wijzigt vandaag met de uitbreiding van de flexi-jobs naar alle privésectoren evenwel niet.
Bovendien blijft de inzet van flexi-jobs voor profielen binnen de rechtspositieregeling momenteel uitgesloten in:
De uitbreiding van 1 juli 2026 brengt geen wijziging met zich mee aan die bestaande beperkingen.
Een beroepsactieve werknemer kan een flexi-job opnemen wanneer hij of zij in het derde kwartaal voorafgaand aan de flexi-job (kwartaal T-3) minstens 4/5 werkt bij één of meerdere andere werkgevers.
Daarnaast gelden enkele belangrijke beperkingen:
Voorbeeld
Een leraar kan geen flexi-job opnemen als busbegeleider bij hetzelfde schoolbestuur waar hij al werkzaam is. Een flexi-job bij een andere werkgever blijft wel mogelijk als aan de overige voorwaarden voldaan is. Ook in dat geval geldt een wachtperiode bij een overstap van een voltijdse naar een 4/5-tewerkstelling.
Voor gepensioneerden gelden soepelere voorwaarden.
Een gepensioneerde kan een flexi-job opnemen vanaf het kwartaal waarin hij of zij als gepensioneerde geregistreerd staat in het pensioenkadaster.
Wanneer iemand tijdens een lopend kwartaal met pensioen gaat, kan die persoon bijgevolg onmiddellijk als flexi-jobber starten. Bij de voormalige werkgever geldt evenwel een uitzondering: daar kan een flexi-job pas worden uitgeoefend vanaf het kwartaal dat volgt op de pensionering.
Opgelet: voor gepensioneerden die een flexijob wensen op te nemen, geldt het grensbedrag van 18.440 euro (2026) niet. Wie de wettelijke pensioenleeftijd nog niet heeft bereikt, of geen loopbaan van 45 jaar kan bewijzen, mag evenwel niet onbeperkt bijverdienen. Een gepensioneerde gaat best na hoeveel hij/zij mag bijverdienen in het licht van de eigen persoonlijke situatie. Voor meer info, zie: Bijverdienen tijdens mijn pensioen | Federale Pensioendienst.
Voor contractuele personeelsleden die onder de algemene regeling van de privésector vallen, geldt dat het flexi-loon minstens gelijk moet zijn aan:
Daarnaast geldt een bovengrens van 150% van het toepasselijke minimale basisloon of van het GGMMI.
Bepaalde toeslagen en voordelen die voortvloeien uit wetgeving of cao’s vallen buiten deze begrenzing. Let wel: momenteel is nog niet uitgeklaard of en welke sectorale voordelen precies van toepassing zijn bij flexijobtewerkstelling. Van zodra meer duidelijkheid bestaat op dit punt, volgt hier een update.
Voor de tewerkstelling van flexi-jobbers moeten verschillende formaliteiten worden vervuld, waaronder:
De federale wet vereist ook een aanwezigheidsregistratie, waarbij voor iedere flexijobber het tijdstip van het begin en einde van de arbeidsprestatie wordt bijgehouden. Sinds 1 juli 2026 moet deze registratie verplicht op elektronische wijze gebeuren. De nadere vereisten voor het registratiesysteem en de bewaringstermijn van de gegevens moeten echter nog bij koninklijk besluit worden uitgewerkt. In afwachting daarvan volstaat een dagelijkse Dimona-aangifte.
Omwille van de specificiteit en correcte administratieve opvolging, is het aangewezen om voor modellen, aangiftes en loonberekening contact op te nemen met het sociaal secretariaat, zoals dat ook het geval is voor andere contractuele medewerkers.
Onderwijsinstellingen die een dossier inzake vrijstelling van arbeidsprestaties (VAP) hebben lopen bij het sectoraal Tewerkstellingsfonds, besteden best bijzondere aandacht aan de impact van flexi-jobs op hun subsidiedossier.
De betrokken subsidies kunnen immers alleen worden behouden wanneer het tewerkstellingsvolume van de vaste contractuele medewerkers minstens behouden blijft. De inzet van flexi-jobbers wordt daarom best mee afgewogen in het licht van een lopend VAP-dossier. Als je vragen hierover hebt, kan je contact opnemen met de vzw Sociale Fondsen Vrij Onderwijs Vlaanderen (sf-vov) via contact@sf-vov.be.