Elektrische installaties houden altijd potentiële risico’s in voor werknemers en leerlingen die ermee in aanraking komen. Niet onterecht legt de regelgever hiervoor dan ook zware veiligheidseisen op. Zo zijn elektrische installaties onderworpen aan een strikte en strenge reglementering en controle. Daarnaast blijft het degelijk informeren en opleiden van het personeel en de leerlingen uitermate belangrijk.

Bevoegdheid

sla link op in klembord

Kopieer

Opgelet: personeelsleden/leerlingen die bepaalde handelingen willen uitvoeren (bijvoorbeeld het inschakelen van een uitgeschakelde zekering) moeten hiervoor wel de bevoegdheid krijgen. Die bevoegdheid zit in de aanstelling van een zogenaamde BA4 (gewaarschuwd persoon).

Heb je personeel (bijvoorbeeld een klusjesman, leerkrachten elektriciteit, leerlingen die praktijk doen …) dat niet enkel handelingen doet, maar ook effectief werken uitvoert (bijvoorbeeld een stopcontact bijplaatsen)?  Dan hebben zij hiervoor de bevoegdheid BA5 (vakbekwaam persoon) nodig.

Naast een BA4/BA5 is er ook een werkverantwoordelijke en een installatieverantwoordelijke.

De algemeen directeur stelt de bevoegdheden BA4, BA5, werkverantwoordelijke en installatieverantwoordelijke aan. Als er geen installatieverantwoordelijke is aangesteld, dan ligt die verantwoordelijkheid automatisch bij de directeur.

Extra aandacht

sla link op in klembord

Kopieer

Besteed extra aandacht aan volgende zaken:

  • De signalisatie van de elektrische installatie moet conform de wetgeving zijn, zoals: 
    • vermelding van de spanning
    • een pictogram ‘gevaar voor elektriciteit’
    • soms de vermelding “Enkel toegang BA4/BA5”
    • de benaming op het bord zetten
  • Het ter beschikking gesteld elektrisch materiaal moet veilig zijn.
  • Er worden, waar nodig, maatregelen genomen tot preventie van statische elektriciteit.
  • Ongevallen met elektrocutie moet je altijd ernstig nemen en onmiddellijk melden aan FOD Economie Directie Elektrische energie.

Op de website van de FOD WASO vind je een uitgebreide toelichting over de elektrische installaties.

Opladen van batterijen

sla link op in klembord

Kopieer

De toenemende elektrificatie in het kader van duurzame mobiliteit en de digitalisering leiden tot een steeds groter gebruik van batterijen op school. Denk maar aan elektrische fietsen en steps, maar ook aan smartphones, laptops en tablets. Dit leidt tot het verspreid en ongecontroleerd opladen van batterijen in het volledige schoolgebouw. De meest voorkomende batterijen zijn die van het type Lithium-ion (Li-ion) die een belangrijk brandrisico inhouden.

Daarom worden best volgende preventietips gevolgd voor het veilig opladen van batterijen:

  • Voer een extra brandrisicoanalyse uit op alle locaties waar batterijen, batterijladers, elektrische fietsen of steps staan.
  • Lees zorgvuldig de handleiding/instructies van de fabrikant.
  • Laad enkel op met unieke en originele opladers, zonder verlengkabel.
  • 'Overlaad’ batterijen niet en haal ze onmiddellijk uit het stopcontact wanneer ze zijn opgeladen of voorzie stopcontacten van een timer zodat bijvoorbeeld de stroom na twee uur uitvalt.
  • Gebruik batterijen of opladers niet meer als ze beschadigd zijn, lekken, bol staan, een sterke geur afgeven of oververhitten.
  • Laad batterijen nooit op in evacuatiewegen, trappenhuizen, gangen ...
  • Laad enkel op in een lokaal onder visueel toezicht en/of met branddetectie.
  • Zorg voor voldoende personen die opgeleid zijn in het gebruik van kleine blusmiddelen en die correct het meest geschikte blusmiddel aanwenden.
  • Laad enkel op op een onbrandbare en stabiele ondergrond.
  • Bewaar of laad batterijen niet op in direct zonlicht (vermijd oververhitting).
  • Contacteer bij een noodsituatie met een Li-ion batterij de noodcentrale via 112.  
  • Probeer de oplader (stroomtoevoer) te stoppen. Opgelet: enkel het ontkoppelen van de oplader stopt de noodsituatie niet.
  • Let op voor zeer giftige gassen en de kans tot explosie van de batterij.  Breng jezelf en anderen meteen in veiligheid.
  • Blus niet met water (lithium in combinatie met water produceert een zeer explosief gas).
  • Verplaats indien mogelijk de batterij naar buiten. Kleine batterijen kan je volledig onderdompelen in een vuurbestendige bak met zand.
  • Indien mogelijk kan een blusdeken of zand helpen om zuurstof af te snijden. Blijf hierbij uit de rook.

Voorstel van aanpak op schoolterreinen:

  • Voorzie een specifieke, gesignaleerde plaats op school waar alle batterijen centraal kunnen opladen.
  • Voer een extra brandrisicoanalyse uit op de oplaadlocaties.  Doe dit ook voor locaties waar elektrische fietsen of steps gestald worden en neem de gepaste preventiemaatregelen.
  • Stopcontacten kunnen voorzien worden van een timer zodat de stroom na een zelf ingestelde tijd automatisch uitvalt.
  • Een brandveiligheidskast kan een alternatief zijn voor een gecompartimenteerde ruimte.

Wetgeving

sla link op in klembord

Kopieer

Hieronder vind je belangrijke wetgeving, richtlijnen en normen indien van toepassing.

De wettelijke basis rond arbeidsmiddelen vind je in het AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties) – Boeken 1, 2 en 3

Op de website van het FOD WASO vind je ook regelgeving in de Codex – Boek III – Titel 2 – Elektrische installaties.

Instrumenten

sla link op in klembord

Kopieer

De risicoanalyse van de elektrische installatie moet ter beschikking zijn en up-to-date worden gehouden (minstens jaarlijks te herzien). Om de risicoanalyse op te maken kan je een beroep doen op een externe partner. Als de expertise op je school aanwezig is, kun je ze ook zelf maken.

Het conformiteitsverslag is een verslag van de eerste keuring van de installatie. Bij oude installaties kan het conformiteitsverslag ook op een latere datum worden uitgevoerd maar het moet er wel zijn.

Ook het laatste en voorlaatste periodiek keuringsverslag moet beschikbaar zijn.

De documenten die je voor een niet-huishoudelijke elektrische installatie minstens moet voorleggen, zijn:

  • de ééndraads- of stroombaanschema's
  • de situatieplannen
  • de situatieplannen van de aardverbindingen
  • de documenten met de uitwendige invloeden

Voor de in Boek 3 bedoelde installaties en de elektrische installaties die vóór 1 juni 2020 werden uitgevoerd volstaan een principeplan of een beschrijving van de elektrische installaties.

Indien van toepassing worden bepaalde documenten aangevuld.

Voor installaties in zones met explosiegevaar (zie ook Arbeidsplaatsen):

  • de zoneringsplannen
  • de zoneringsverslagen

Voor veiligheidsinstallaties en kritische installaties:

  • de plannen van de veiligheidsinstallaties en kritische installaties
  • de lijsten van de veiligheidsinstallaties en kritische installaties

Voor installaties in ruimten waarvan hun evacuatie door de vorming van rook bij brand kan worden beïnvloed:

  • de lijst van de evacuatiewegen en de moeilijk evacueerbare ruimten

Het dossier van de elektrische installatie bevat ook:

  • de eventuele berekeningsnota's
  • de risicoanalyses
  • de gelijkvormigheidsverklaringen van het elektrisch materieel
  • de lijst van de wijzigingen die aan de elektrische installatie werden aangebracht ...

Hulpmiddelen

sla link op in klembord

Kopieer

Om de risicoanalyse op te maken kan je een beroep doen op een externe partner. Als de expertise op je school aanwezig is, kan je ook dit instrument gebruiken:

Contact

Inge Van Durme
medewerker 
welzijn op het werk
      Franky Wauters
      medewerker
      welzijn op het werk
          ×
          Kijkt als...
          Niveau
          Regio
          Kan ik je helpen?