De aangekondigde besparingen in het secundair onderwijs treffen de scholengemeenschappen rechtstreeks. Zonder bijkomende maatregelen dreigt op korte termijn een ernstige verstoring van hun werking. Vooral het wegvallen van de forfaitaire punten zet deze samenwerkingsverbanden op korte termijn sterk onder druk.
Volgend schooljaar start een nieuwe zesjarige periode voor de scholengemeenschappen. Net in deze cruciale fase dreigt de noodzakelijke bovenschoolse omkadering grotendeels weg te vallen. Die omkadering is essentieel om toegewezen bevoegdheden kwaliteitsvol op te nemen en samenwerking tussen schoolbesturen verder te versterken. De komende zes jaar zijn de scholengemeenschappen een belangrijke partner in het realiseren van sterke schoolbesturen.
Scholengemeenschappen bieden vandaag een kader waarin samenwerking kan groeien en besturen hun slagkracht kunnen versterken. Het wegvallen van ondersteuning kan die ontwikkeling hypothekeren, net op het moment dat verdere stappen nodig zijn.
De vermindering van punten voor bovenschoolse werking heeft onmiddellijk voelbare gevolgen. Zonder voldoende middelen dreigen scholengemeenschappen terecht te komen in een overgangsfase zonder duidelijk perspectief, met risico’s voor continuïteit en kwaliteit.
De afschaffing van de forfaitaire punten dwingt scholen om expliciet middelen over te dragen naar het niveau van de scholengemeenschap. Dat gebeurt op een moment waarop scholen en besturen net minder uren en punten ter beschikking hebben. Hierdoor komt de noodzakelijke bovenschoolse organisatie onder druk.
We dreigen terecht te komen in een vacuüm, met reële risico’s zoals:
Dit is geen vereenvoudiging, maar een verplaatsing van complexiteit. Niet alle besturen beschikken over de schaal, expertise of slagkracht om deze taken op korte termijn zelf op te nemen.
Scholengemeenschappen vormen de komende zes jaar een belangrijke schakel in ons onderwijslandschap. Ze verdienen de voorwaarden om hun rol te kunnen blijven opnemen. Wat hier op het spel staat, is meer dan organisatieontwikkeling. Het gaat over hoe we, als katholiek onderwijs, vormgeven aan solidariteit in een complexe samenleving. Over hoe we verantwoordelijkheid delen zonder ze te verdunnen. Over hoe we, in verbondenheid, het verschil blijven maken voor elke directeur, elke leraar en elke leerling. Dat is de ambitie van een echte netwerkorganisatie. En het is een ambitie die we alleen samen kunnen waarmaken.