Het leerplandoel “Een oplossing ontwerpen voor een probleem of uitdaging door wetenschappen, technologie of wiskunde geïntegreerd aan te wenden” komt zowel in de 1ste, 2de als 3de graad aan bod. In dit inspirerend voorbeeld vind je een situatieschets waarin we het doel hebben uitgewerkt.
Om vanuit dit voorbeeld met LPD 41 aan de slag te gaan, wordt er verondersteld dat leerlingen in de loop van het schooljaar onderstaande leerinhouden verworven hebben:
Leerlingen krijgen de opdracht om met kinderen van het eerste leerjaar een bewegingsparcours gebaseerd op Multimove-ideeën uit te werken in verschillende stations. Gedurende één lesuur worden in elk station verschillende bewegingsvaardigheden aangeboden. Via een doorschuifsysteem komen alle kinderen bij elk station terecht. Je kan je leerlingen hiervoor de activiteitenfiches van Multimove aanreiken.
Elke groep van je leerlingen krijgt een andere vorm en/of grootte van zaal toegewezen, waarin ze die verschillende stations uitwerken. Ze beschikken ook over een toestellen- en materiaallijst om de stations uit te werken.
Elke groep van je leerlingen ontwerpt een plattegrond van de zaal op schaal. Ze schatten ook de grootte van de toestellen in, in bovenaanzicht. Daarna meten ze de toestellen in ware grootte op. Ze tekenen de toestellen op schaal in bovenaanzicht en knippen de toestellen uit.
Je leerlingen ontwerpen vervolgens verschillende stations en plaatsen de toestellen in de zaal overeenkomend met aangereikte pedagogisch-didactische principes. Ze houden daarbij rekening met veiligheid, wachtrijen en looplijnen.
De volgende leerplandoelen komen nadrukkelijk aan bod. Ze staan centraal bij de didactische evaluatie van de opdracht.
De volgende leerplandoelen beschrijven kennis en vaardigheden die relevant kunnen zijn om de ontwerpopdracht uit te voeren. Een gerichte selectie uit deze doelen kan geheel of gedeeltelijk, vooraf of gelijktijdig aan bod komen bij de realisatie van de opdracht in de klaspraktijk.
Het is belangrijk dat de probleemstelling aansluiting kan vinden bij de beginsituatie van de leerlingen. Als leraar zal je dus moeten inschatten wat de beginsituatie van de leerlingen is en bepaalde leerplandoelen nog eens moeten toelichten zodat je tot een kwaliteitsvol ontwerp komt.
In functie van het aanwenden van wiskunde:
In functie van het Gemeenschappelijk funderend leerplan:
De kans is groot dat leerlingen snel en oplossingsgericht aan de slag gaan. Dat is niet verkeerd, maar kan ertoe leiden dat bepaalde oplossingen onvoldoende toereikend of zelfs helemaal niet passend zijn. Je stimuleert leerlingen om gegevens te verzamelen via observatie of gerichte vraagstelling. Je kan hen zelf op zoek laten gaan naar info of je kan hen bepaalde bronnen aanreiken. Volgende vragen kunnen inspireren:
Je kan leerlingen in groepjes criteria voor de bovenstaande uitdagingen laten bepalen en deze vervolgens klassikaal samenbrengen.
Je laat leerlingen in groepjes brainstormen over de aanpak voor de organisatie (planning en aanbod) van het bewegingsparcours rekening houdend met de criteria.
Uitgaande van de geformuleerde probleemstelling kan wiskunde in de oplossing worden geïntegreerd.
In deze casus integreer je elementen van wiskunde: grootheden inschatten, meetinstrumenten gebruiken, berekenen van oppervlakte, schaalberekening, schetsen, groepsindeling en verdeling van activiteiten over de beschikbare infrastructuur, duur van activiteiten aanpassen aan de lesplanning.
In deze casus kan je als mogelijke uitbreiding elementen van technologie integreren: ICT gebruiken bij het ontwerpen van poster of kijkwijzer per postje om activiteit te duiden, AI gebruiken om kijkwijzer te ontwerpen …
Je kan verschillende werkvormen hanteren door leerlingen individueel dan wel in groepjes te laten reflecteren over de gestelde vragen. De groepen kunnen vertrekken vanuit dezelfde startopdracht, maar tijdens het proces verschillende contexten aangeboden krijgen. Op die wijze kan je, rekening houdend met de groepssamenstelling, differentiëren en een aantal leerlingen extra gaan uitdagen. Vanuit deze casus zou je leerlingen in groepjes kunnen laten brainstormen over de aanpak voor de organisatie (planning en aanbod) van het bewegingsparcours. Vervolgens ontwerpen ze een bewegingsparcours waarbij ze oplossingen zoeken voor de verschillende uitdagingen.
Je kan opvolgen op welke wijze de leerlingen de verschillende stappen door het proces inventariseren of illustreren op een plattegrond op schaalgrootte of een andere vorm van visualisatie … Je kan de leerlingen hun uitwerking laten voorstellen aan de andere groepjes leerlingen van de klas: houdt het uitgewerkte bewegingsparcours rekening met de verschillende uitdagingen? Hebben de andere groepjes suggesties om de uitwerking kwaliteitsvoller te maken? Je kan hen daarbij laten nadenken over de gehanteerde kwaliteitscriteria.