Een ovezicht van misconcepties die leerlingen kunnen hebben bij het leren programmeren.
Gekoppelde leerplannen
Als leraar doe je ontzettend je best om je leerlingen uit te leggen wat de concepten van programmeren zijn en hoe ze goede programma’s kunnen schrijven. Toch merk je tijdens het maken van oefeningen dat leerlingen soms de bal volledig misslaan doordat ze bepaalde begrippen niet begrijpen of bepaalde concepten verkeerd begrepen hebben. Hieronder volgt een niet-limitatieve opsomming van veel voorkomende misvattingen bij leerlingen.
- Het maakt niet uit of de expressie links of rechts van de toewijzingsoperator staat.
- Een variabele behoudt een historiek van voorgaande waarden. Als ik een nieuwe waarde in een variabele steek, kan ik toch nog de voorgaande waarde opvragen.
- C = A + B stockeert de niet uitgewerkte uitdrukking A + B in C. Als A verderop in de sequentie wijzigt, dan wijzigt ook C.
- De naam van een variabele beschrijft impliciet de functie van de variabele. 'cycli' turft automatisch.
- Het programmablok in de selectie wordt uitgevoerd zodra de voorwaarde voldaan wordt.
- Het tegengestelde van < is > en van > is <
- Het programmablok horende bij de while lus wordt tijdens het uitvoeren van het blok onmiddellijk verlaten wanneer <voorwaarde> niet langer voldaan is.
- Het programmablok wordt minstens één keer doorlopen
- Leerlingen vergeten in de lus de variabele in de voorwaarde aan te passen en belanden in een eindeloze lus.
- De lus wordt een keer te veel of te weinig uitgevoerd.
- Elke regel in het codeblok wordt individueel x keer herhaald alvorens de volgende regels uitgevoerd worden,
- De teller variabele heeft bij elke iteratie dezelfde waarde, elke afzonderlijke iteratie heeft exact dezelfde resultaten.