Lessuggestie 'Te laat? Maak er een sterk verhaal van' (schrijven, tekstbegrip)

Schrijven leren je leerlingen door te … schrijven. Dit klinkt heel vanzelfsprekend, niettemin toont internationaal onderzoek aan dat schrijven niet altijd hoog op de (school)agenda staat. Wil je evenwel dat je leerlingen hierin sterker worden, dan voorzie je er best voldoende tijd en ruimte voor. Zo kan je functionele schrijftaken, zoals het schrijven van een sms’je, afwisselen met schrijven voor het plezier, wat in deze suggestie beknopt uitgewerkt wordt.

In deze lessuggestie staan schrijven voor het plezier en functioneel schrijven centraal. Bovendien koppelen we het schrijven aan lezen, want beide vaardigheden kunnen elkaar versterken.

Instap

sla link op in klembord

Kopieer

Doel? Motivatie stimuleren, voorspellingen uitschrijven in een verhaal

Als instap vertrek je van een kortverhaal, zoals ‘De man die nooit te laat kwam’ van Paul Maar, waaruit je impression-woorden haalt. Dit zijn kernwoorden en begrippen die het verhaal vooruit stuwen, zoals eigennamen, plaatsen, sterke werkwoorden, gebeurtenissen of andere begrippen die aangeven waarover het verhaal gaat. Een vijftiental woorden zouden voldoende moeten zijn, zoals … 

Impression words

Wilfried Kalk – altijd – op tijd – school – werk – chef – voorbeeld – feest – alcohol – slapen – wekker – te laat – station – spoor - vallen 

Die woorden toon je aan de leerlingen waarna ze zelf een kort verhaal mogen schrijven waarin deze begrippen voorkomen. Ze letten erop dat ze de woorden niet door elkaar halen, want de bovenstaande volgorde moeten ze behouden.  
 
Je kan hen ook meegeven dat hun verhaal best bestaat uit een korte inleiding, waarin een personage voorgesteld wordt, een midden, waarbij een probleem opduikt, en uiteraard mag een verrassend, spannend of grappig einde niet ontbreken. Geef de leerlingen voldoende tijd om hieraan te werken en laat hen aansluitend ook hun eigen verhaal voorlezen. 

Nood aan differentiatie?

Hebben je leerlingen nood aan ondersteuning, dan kan je ...

  • als leraar modelleren. De leerlingen discussiëren over de volgorde van de woorden, proberen mondeling een verhaal te bedenken. Je noteert, aangestuurd door de leerlingen, de zinnen aan het bord.  Op die manier ontstaat een geschreven tekst op basis van de suggesties van de groep. Je modelleert zo goed schrijven en toont welke beslissingen een schrijver tijdens het schrijfproces neemt. De leerlingen zien 'live' hoe hun gesproken woorden in geschreven tekst worden omgezet;
  • je leerlingen enkele zinstarters geven, zoals ‘Er was eens …’, ‘Dit is het verhaal van ...’, ‘Hij ging naar …’, ‘Op een dag …’, ‘Plots ...’, ‘Eindelijk ...’;  
  • hen in complementaire duo’s laten werken.

Middenfase

sla link op in klembord

Kopieer

Doel? In interactie gaan over een verhaal

In een volgende fase lees je het oorspronkelijke kortverhaal luidop. De leerlingen luisteren heel aandachtig, want na het verhaal krijgen ze acht afbeeldingen uit het verhaal.  Per twee proberen ze die in de juiste volgorde te leggen, waarbij ze ook nadrukkelijk benoemen waarom ze hiervookiezen. 

Hierna mogen de leerlingen hun verhaal erbij nemen. Aan hun buur vertellen ze wat in hun voorstel hetzelfde of anders iswelk verhaal ze het beste vinden en waarom. 

Nood aan differentiatie?

Je kan er ook voor kiezen om je leerlingen zelf de tekst te laten lezen. Blijkt dit te moeilijk, dan kan je hen de vereenvoudigde versie geven.
 
Bij sterkere leerlingen kan je de afbeeldingen vervangen door stroken met zinnen of fragmenten zodat de leesvaardigheid verder ingeoefend wordt.

Origineel verhaal 'De man die nooit te laat kwam'
 
Ik wil vertellen over een man die altijd heel stipt was. Hij heette Wilfried Kalk en was in zijn hele leven nog nooit te laat gekomen. Nooit te laat op de kleuterschool, nooit te laat op school, nooit te laat op het werk, nooit te laat voor de trein. De man was daar erg trots op. 
Al als kind werd Wilfried steevast een half uur vóór de wekker wakker. Wanneer zijn moeder binnenkwam om hem te wekken, zat hij al aangekleed in zijn kamer en zei: “Goedemorgen, mama. We moeten opschieten.” 
Elke werkdag, wanneer de directeur ’s morgens geeuwend over het schoolplein liep om het grote hek open te doen, stond Wilfried er al voor. Andere kinderen speelden na school voetbal en keken onderweg naar huis in etalages. Dat deed Wilfried nooit. Hij rende meteen naar huis om niet te laat te komen voor het eten. 
Later werkte Wilfried op een groot kantoor in de stad. Hij moest met de trein naar zijn werk. Toch kwam hij nooit te laat. Hij nam de vroegste trein en stond altijd twintig minuten voor vertrek op het juiste perron. Geen enkele collega kon zich herinneren dat hij ooit op kantoor was gekomen zonder dat Wilfried al achter zijn bureau zat. 
De chef stelde hem graag als voorbeeld. “De stiptheid van meneer Kalk, die bevalt me,” zei hij. “Daar kunnen sommigen hier nog wat van leren.” 
Daarom zeiden de collega’s vaak tegen Wilfried: “Kun je niet eens één keer te laat komen? Slechts één keer!” 
Maar Wilfried schudde zijn hoofd en zei: “Ik zie niet in welk voordeel het heeft om te laat te komen. Ik ben mijn hele leven stipt geweest.” 
Wilfried sprak nooit met anderen af en ging nooit naar feestjes. “Dat zijn allemaal gelegenheden waarbij je te laat zou kunnen komen,” legde hij uit. “En gevaren moet je vermijden.” 
Op een keer dacht een collega dat hij Wilfried op een onstiptheid had betrapt. Hij zat in de bioscoop bij de voorstelling van zeven uur. Toen kwam Wilfried tijdens de film binnen en tastte in het donker door de rij. 
“Hé, Wilfried! Je bent te laat,” zei de collega verbaasd. 
Maar Wilfried schudde onwillig zijn hoofd en zei: “Onzin! Ik ben alleen wat eerder gekomen om op tijd te zijn voor de voorstelling van negen uur.” 
Naar de bioscoop ging Wilfried sowieso zelden. Hij zat liever thuis in zijn stoel en bestudeerde de uren van de trein. Hij kende niet alleen alle aankomst- en vertrektijden uit zijn hoofd, maar ook de treinnummers en de juiste perrons. 
Toen Wilfried 25 jaar lang nooit te laat op het werk was gekomen, organiseerde de chef na werktijd een feest ter ere van hem. Hij opende een fles champagne en overhandigde Wilfried een oorkonde. Het was de eerste keer dat Wilfried alcohol dronk. 
Na één glas begon hij al te zingen. Na het tweede glas begon hij te wankelen, en toen de chef hem een derde glas inschonk, moesten twee collega’s de volledig dronken Wilfried naar huis brengen en in bed leggen. 
De volgende ochtend werd hij niet zoals gewoonlijk een half uur vóór de wekker wakker. Toen de wekker al lang had geluid, sliep hij nog steeds diep. Hij werd pas wakker toen de zon in zijn gezicht scheen. 
Ontzet sprong hij uit bed en haastte zich naar het station. De stationsklok stond op 9 uur 15. Kwart over negen, en hij zat nog niet achter zijn bureau! Wat zouden de collega’s zeggen? En de chef? 
“Meneer Kalk, u komt te laat, nadat u gisteren nog een oorkonde kreeg?” 
In paniek rende hij over het perron. In zijn haast struikelde hij over een koffer, kwam te dicht bij de rand, stapte in het niets en viel op de rails. 
Nog tijdens de val wist hij: alles is voorbij. Dit is perron vier, dus op dit moment rijdt de trein van 9.16 uur binnen, trein nummer 1072, vertrek om 9.21 uur. Ik ben dood! 
Hij wachtte even, maar er gebeurde niets. En omdat hij blijkbaar nog leefde, stond hij verbaasd op, klom terug op het perron en zocht een spoorwegmedewerker. 
Toen hij hem had gevonden, vroeg hij hijgend: “De trein van 9.16 uur! Wat is er met de trein van 9.16 uur?” 
“Die heeft zeven minuten vertraging,” zei de medewerker in het voorbijgaan. 
“Vertraging,” herhaalde Wilfried en knikte begrijpend. 
Die dag ging Wilfried helemaal niet naar kantoor. De volgende ochtend kwam hij pas om tien uur en de dag daarna om half twaalf. 
“Bent u ziek, meneer Kalk?” vroeg de chef verbaasd. 
“Nee,” zei Wilfried. “Ik heb intussen alleen ontdekt dat vertragingen ook voordelen kunnen hebben.” 

Vereenvoudigde versie 'De man die nooit te laat kwam'
 
Wilfried Kalk was een man die altijd op tijd was. Hij was zelfs nooit te laat geweest. Niet op school, niet op het werk en ook niet voor de trein. Daar was hij heel trots op. 
Als kind stond hij altijd vroeg op. Vaak al vóór de wekker ging. 
Wanneer zijn mama hem kwam wekken, zat hij al aangekleed klaar. 
Hij zei dan: “Goedemorgen, mama. We moeten opschieten!” 
Op school was hij altijd als eerste. 
Andere kinderen speelden na school nog wat of keken naar winkels. 
Wilfried niet. Hij liep meteen naar huis, zodat hij zeker niet te laat was om te eten. 
Later werkte hij in een kantoor in een andere stad. 
Hij nam elke dag de trein. 
Hij nam altijd de vroegste trein en stond al lang op voorhand op het perron. 
Op het werk was hij ook altijd op tijd. 
Zijn baas vond hem een goed voorbeeld. 
Hij zei: “Zo stipt als Wilfried zou iedereen moeten zijn.” 
Zijn collega’s maakten soms een grapje: “Kun je niet eens één keer te laat komen?” 
Maar Wilfried legde uit: “Waarom zou ik? Op tijd zijn is beter.” 
Hij sprak bijna nooit met mensen af. 
Hij ging ook niet naar feestjes. 
Hij was bang om te laat te komen. 
Op een dag zat een collega in de bioscoop. 
De film was al begonnen. 
Plots kwam Wilfried binnen. 
“Je bent te laat!” zei de collega. 
Maar Wilfried zei: “Nee hoor. Ik ben vroeg voor de volgende film van negen uur.” 
Wilfried hield van treinen. Hij kende alle tijden uit zijn hoofd. Hij wist precies wanneer elke trein vertrok. 
Na 25 jaar zonder één keer te laat te zijn, gaf zijn baas een feest. 
Wilfried kreeg een oorkonde en dronk voor het eerst alcohol. 
Na één glas begon hij te zingen. Na twee glazen wankelde hij. Na drie glazen was hij dronken. 
Zijn collega’s brachten hem naar huis en legden hem in bed. 
De volgende ochtend liep het mis. 
Wilfried werd niet op tijd wakker, de wekker was al lang afgegaan. 
Hij sprong uit bed en rende naar het station. 
De klok stond op 9.15 uur.
“Help! Ik ben te laat!” dacht hij. 
Hij rende snel over het perron. Plots struikelde hij en viel op de sporen. 
Hij dacht: “Nu ga ik sterven. De trein komt eraan!” 
Maar… er gebeurde niets. 
Hij klom terug op het perron en vroeg aan een man: “Waar is de trein van 9.16 uur?” 
De man antwoordde: "Die heeft vertraging. Zeven minuten.” 
Wilfried fluisterde: “Vertraging…” 
Die dag ging hij niet meer werken. De dag erna kwam hij pas om 10 uur. De dag daarna nog later. 
Zijn baas vroeg: “Ben je ziek?” 
Wilfried zei: “Nee. Ik heb geleerd dat te laat komen soms ook goed kan zijn.” 

Eindfase

sla link op in klembord

Kopieer

Doel? Functioneel schrijven
 
In een volgende fase vertel je aan je leerlingen dat zij getuige waren van Wilfrieds val, zij stonden dus op het perron toen Wilfried Kalk struikelde. Ze zijn zo onder de indruk dat ze even sms’en naar hun beste vriend of vriendin. In een vijftigtal tekens noteren ze heel beknopt wat ze net zagen.  
 
Via Padlet of Mentimeter kunnen ze hun versies ook tonen aan de rest van de klas, waarna je als leraar klassikaal feedback kan geven. Zo kan je samen met je leerlingen de typische kenmerken van een sms’je bespreken, kijken welk berichtje het meest volledig is, …  Op basis van hun voorbeelden mogen de leerlingen als afsluiter vier à vijf gouden regels voor een sms’je noteren, zoals kort, emoties, belangrijke info, ik-boodschap.

Nood aan differentiatie?

Voel je enige aarzeling bij je leerlingen, dan kan je eventueel enkele voorbeelden met hen delen. Samen met je leerlingen bekijk je die: kunnen je leerlingen de sms'jes eruit halen? Zo ja, vraag hen dan ook wat zo typisch aan deze zinnen is.
Omg ik zag net een man vallen op het spoor 😱 echt eng!
Man valt op spoor in station
De trein van 9.16 uur heeft vertraging door een incident op het spoor
Bro er viel een man op het spoor op het station 😨
Net iets engs gezien op het station  😱  man viel op het spoor gelukkig ok

Bronnen en achtergrondinfo

sla link op in klembord

Kopieer

  • Wat werkt in schrijfonderwijs aan laaggeletterde, anderstalige jongeren, Jordi Casteleyn en Marit Trioen
  • Verbeter schrijfvaardigheid door meer te lezen, Jordi Casteleyn 

×
Kijkt als...
Niveau
Regio
Kan ik je helpen?