Inspiratie bij leerplandoel 10

We inspireren om aan de minimale verwachting van het leerplandoel te voldoen, waarbij leerlingen gevraagd worden om socialisatie, stratificatie, mediatisering en andere kenmerken in hedendaagse samenlevingen te analyseren aan de hand van sociaalwetenschappelijke theorieën. Het leerplandoel vraagt om ook 'cultuur, status, rol en macht' verplicht op te nemen.

Minimale verwachting van het leerplandoel

sla link op in klembord

Kopieer

Met betrekking tot de inhoud van het leerplandoel (LPD)

sla link op in klembord

Kopieer

We werken minimaal met socialisatie, stratificatie en mediatisering als kenmerken in de hedendaagse samenleving. Het LPD vraagt bovendien om nog minstens twee andere kenmerken van hedendaagse samenlevingen aan bod te laten komen. Denk aan individualisering, sociale controle, modernisering, transformatie, sociale mobiliteit, arbeidsherverdeling, secularisering, emancipatie, rationalisering, machtsstrijd, diversiteit, ...
Leerlingen gebruiken minstens de sociologische begrippen cultuur, status, rol en macht (alle vier).

Leerlingen zullen minstens twee sociaalwetenschappelijke theorieën betrekken bij het analyseren van de inhouden. Deze theorieën bepaal je waarschijnlijk door het kenmerk uit de samenleving dat je bespreekt. Denk aan:

  • socialisatie en mediatisering: de incultivatietheorie van Gerbner ... ​
  • socialisatie en cultuur: Weber, Durkheim, Merton, Mead, Hofstede ...​
  • stratificatie: Weber, marxistische theorieën, Bourdieu, Goldthorpe ...​
  • mediatisering: framingstheorieën van Entman of Gross ...
  • ...

Met betrekking tot het handelingswerkwoord in relatie tot de inhoud van het LPD

sla link op in klembord

Kopieer

Analyseren wordt in het glossarium omschreven als het zoeken van verbanden tussen gegeven data en een (eigen) besluit trekken. Deze omschrijving van ons handelingswerkwoord moet je steeds bekijken in relatie tot de inhoud van het leerplandoel. Bij LPD 10 verwachten we dus dat leerlingen verbanden zoeken tussen socialisatie, stratificatie, mediatisering en andere kenmerken in hedendaagse samenlevingen aan de hand van sociaalwetenschappelijke theorieën. In de analyse worden sociologische begrippen betrokken; nl. cultuur, rol, status en macht.

Analyseren wordt interessant als je zinvol gebruik maakt van de gemaakte analyse en een besluit formuleert.

Enkele aandachtspunten bij dit analyseren:

Je ontleedt 'iets'Je zet een 'bril' op Je analyseert met een functie


Dat ‘iets’ kan van alles zijn:
  • casus
  • artikel
  • videofragment
  • fragment uit een boek
  • nieuwsfeit
  • observatie
  • bezoek
  • getuigenis
  • ...

Bij LPD 10 gaat dat iets over een kenmerk uit de hedendaagse samenleving.
 
Dat ‘iets’ heeft een zekere complexiteit (met relevante, minder relevante en niet-relevante aspecten), zodat het niet volstaat om louter op begripsniveau te werken
Bij het ontleden kunnen er al verbanden worden vastgesteld. 
 
 


Degene die analyseert doet dat altijd met een bepaalde ‘bril’​. We zetten de bril vanuit waaruit we de ontleding zullen doen. Die 'bril' kan van alles zijn:
  • een theorie
  • een model
  • een kader
  • inzichten 
  • ...
 
Bij LPD 10 is de bril een sociaalwetenschappelijke theorie. We gaan vanuit de bril van een sociaalwetenschappelijke theorie kijken naar een kenmerk in de hedendaagse samenleving.
 
 
 
 
 
 
  

 
We analyseren niet zomaar, het heeft een functie
We werken ter inspiratie met 2 functies:

1) Een beargumenteerde inschatting maken (ALERT)​
= iets vaststellen, een verklaring formuleren, iets signaleren, een vergelijking maken, iets voorspellen, ...
Bij LPD 10 maak je een inschatting vanuit een sociaalwetenschappelijke theorie.

2) Een beargumenteerd advies geven (ADVICE)​
= tips aanreiken, aanbevelingen doen …​
Bij LPD 10 geef je een advies anuit een sociaalwetenschappelijke theorie.  

Inspiratie bij didactiek en evaluatie

sla link op in klembord

Kopieer

Inspirerende oefen- en evaluatievragen

sla link op in klembord

Kopieer

Deze inspirerende vragen zijn uitgewerkt in het document dat je onderaan deze pagina kan downloaden.

Tip: bepaal aan de hand van volgende items of de vraag aansluit bij de verwachtingen van het LPD: 

  • Analyseren met een doel? De voorbeelden zijn zowel alert als advice (dit hoeft niet zo te zijn).
  • Gaat het over een kenmerk uit de hedendaagse samenleving? De voorbeelden hebben de focus mediatisering
  • Moet de leerling de verplichte sociologische begrippen gebruiken (cultuur, status, rol en macht?). Indien dat niet zo is, heb je dan nog andere oefen- en voorbeeldvragen die dit wel vragen? In opdracht 1 en 2 zou je zeker de verwachting kunnen hebben dat leerlingen 'macht' (van de media) als begrip gebruiken.
  • Gebruik je een sociaalwetenschappelijke theorie in de analyse? In de voorbeelden worden verschillende sociaalwetenschappelijke theorieën gebruikt. 

Inspiratie bij het bepalen van een leerlijn

sla link op in klembord

Kopieer

We kunnen niet verwachten dat leerlingen in de derde graad zomaar de stap naar analyseren zetten. We zullen hen echt moeten aanleren wat er verwacht wordt bij de analyse en het formuleren van de conclusie van een analysevraag. Bouw dit op met de leerlingen aan de hand van een leerlijn. Het leerplandoel geeft je de keuze in de mate van complexiteit en ondersteuning.

Let er ook op dat er voldoende oefenkansen zijn tijdens de les alvorens dit te evalueren via bijvoorbeeld een toets of examen. Oefen ook op dezelfde complexiteit, soort vraagstelling ...

Van eenvoudig naar complex

  • lengte van de casus: een langer artikel, een meer uitgeschreven situatie, ... kan de complexiteit verhogen
  • gekende theorie (model, kader, ...) - niet gekende theorie (model, kader, ...): in de opbouw van de leerlijn kun je erover nadenken om leerlingen eerst te laten oefenen met gekende begrippen en eventueel theorieën. Leerlingen hebben voor dit doel al een bepaalde voorkennis uit de 2de graad. Wat heeft men daar al over kenmerken uit de hedendaagse samenleving, sociologische begrippen en theorieën gezien? 
  • het al dan niet vermelden van de te gebruiken 'bril' (theorie, kader, model, ...): je kan de complexiteit verhogen door het pedagogisch model niet te vermelden in de vraagstelling. 
  • het aantal 'brillen' die leerlingen moeten gebruiken: je kan de moeilijkheidsgraad laten variëren door één of meerdere theorieën te betrekken in de opdracht. 
  • het aantal bronnen dat je betrekt bij de vraag: je kan leerlingen vragen om hun antwoorden te baseren op informatie uit één enkele bron (bv. de gekregen casus) of uit verschillende bronnen (bv. de casus en een bijkomende tekst). Didactische tip: je zou mogelijke bijkomende bronnen (bv. krantenartikels) kunnen meegeven voor een toets/examen. 
  • alert en/of advice: we verwachten dat de leerlingen komen tot analyseren waarbij ze een verband of verbanden leggen en een besluit formuleren volgens de verwachting van het leerplandoel. Alert en advice kunnen inspiratie bieden om leerlingen te leren iets zinvols te doen met de analyse die ze maken. Het is niet zo dat beide soorten vragen aan bod moeten komen. 
  • verschillende combinaties: je kan spelen met verschillende combinaties van de zaken hierboven. Bijvoorbeeld; je kan een eenvoudige casus vanuit verschillende theorieën laten bekijken of juist één complexe situatie vanuit slechts één theorie laten analyseren ... 
  • ...

Van veel tot weinig ondersteuning

  • formulering van de vraag:  Je hebt eenvoudigere en moeilijkere formuleringen van een vraag (bv. als de theorie die leerlingen moeten gebruiken al dan niet in de vraag zelf staat). Je kan de keuze maken om met de leerlingen heel duidelijk vast te leggen welke soort vraag of vragen je zal stellen op bijvoorbeeld toetsen of examens. Stel dat je dit minder duidelijk wil vastleggen, dan zal je in je didactiek goed moeten oefenen op verschillende soorten vraagstellingen zodat de leerlingen goed voorbereid worden op een variatie aan vraagstellingen. 
  • aantal zelfstandige stappen in het analyseproces:  in opbouw kun je leerlingen zelfstandig laten oefenen op een deel van het analyseproces. Je kan bijvoorbeeld leerlingen zelfstandig laten oefenen op het ontleden en klassikaal bekijken om de conclusie te formuleren. Leerlingen kunnen ook in groepjes nadenken over een deel van de analyse, ...
  • hints om de casus te ontleden en een conclusie te vormen: je kan (bijvoorbeeld in het begin) opstapvragen voorzien om zo de leerling te helpen om stap voor stap de casus te ontleden.  
    • Bijvoorbeeld voor opdracht 1:
      1) Leg de kern van de theorie die je in de analyse zal gebruiken, uit.
      2) Zoek verbanden tussen de theorie aan de casus
      • Welk gedrag/uitspraken vind je terug die te maken hebben dit frame?
      • Leg uit waarom dit gedrag/deze uitspraken een voorbeeld zijn van het gevonden frame
      3) Schrijf je conclusie
  • visuele ondersteuning bij het beantwoorden van de vraag: je kan het antwoord al dan niet voorstructureren zodat leerlingen goed weten wat van hen wordt verwacht in het antwoord.
    • Dit zou kunnen via opstapvragen die genoteerd staan bij ‘hints om de casus te ontleden en de conclusie te vormen’.
    • Je kunt een schrijfkader voorzien (bv. 2 vakjes, 1 met analyse en 1 met conclusie), zodat de leerlingen duidelijk kunnen zien dat ze ruimte hebben om een analyse te maken en een conclusie te voorzien. 
    • Graphic organizers kunnen ook een manier zijn om deze visuele ondersteuning te bieden. ​

Enkele uitgewerkte casussen ter inspiratie

sla link op in klembord

Kopieer

Hou er rekening mee dat de antwoorden bij deze casussen maar een mogelijk antwoord zijn. De verwachtingen,  wat je verwacht in de analyse en de conclusie, bepaal je uiteraard zelf als leraar.

Enkele casussen ter inspiratie

sla link op in klembord

Kopieer

Hou er rekening mee dat de antwoorden bij deze casussen maar een mogelijk antwoord zijn. De verwachtingen,  wat je verwacht in de analyse en de conclusie, bepaal je uiteraard zelf als leraar.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio