Het leerplandoel LPD 10 (voor de 1ste en 2de graad) of LPD 9 (voor de 3de graad) stelt dat leerlingen geografische hulpbronnen, met inbegrip van GIS-viewers, functioneel moeten inzetten. Dit is een cruciaal doel om onze leerlingen voor te bereiden op de hedendaagse samenleving en in het bijzonder op de arbeidsfinaliteit. Hieronder vind je een toelichting over de relevantie en de functionaliteit van deze middelen voor je leerlingen.
Onder geografische hulpbronnen verstaan we een kaart, atlas, bestemmingsplan, satellietbeeld, luchtfoto, weerbericht, online routeplanner, statisch bronnenmateriaal, maar ook een GIS-viewer.
De atlas is opgenomen in de leerplannen als handig geografische hulpbron om de leerplandoelen de realiseren. Maar welke atlas kies je? Ga je voor de gedrukte versie of de digitale versie?
De gedrukte atlas heeft volgende sterke punten:
De atlas mag ook gebruikt worden bij de evaluatie, en dat betekent dat de leerling ook voldoende met de atlas moet geoefend hebben.
Het digitale verhaal rond het inzetten van atlassen is in volle evolutie, en naar de toekomst toe zul je moeten afwegen of het nog nodig is om de leerlingen verplicht een gedrukte atlas te laten aankopen en/of huren – wel met dien verstande dat er sowieso gedrukte atlassen in de klas aanwezig zijn om de oefenkansen te garanderen.
Er zijn nu al digitale atlassen beschikbaar:
Geografische informatiesystemen (GIS) komen in alle leerplannen aan bod en worden daarom best gradueel ingevoerd in iedere graad. Het bespreken van een leerlijn is daarom cruciaal voor een sterke vakwerking.
In tegenstelling tot traditionele atlaskaarten zijn GIS-kaarten dynamisch en interactief. Ze bestaan uit verschillende kaartlagen die je zelf kunt toevoegen of aanpassen. Zo ontstaat een kaartomgeving die uitnodigt tot onderzoekend leren en actief geografisch denken.
Het functioneel inzetten van deze hulpbronnen gaat verder dan het louter aflezen van een kaart. Het ontwikkelt essentiële competenties die onmisbaar zijn op de arbeidsmarkt en in het dagelijks leven.
Integreer in thema's: Gebruik GIS-viewers niet als losstaande oefening, maar integreer ze in bestaande thema's van Maatschappelijke Vorming.
Laagdrempelig beginnen: Start in de eerste graad met zeer eenvoudige toepassingen in tools als Google Earth of Street View (bv. het herkennen en aanduiden van landelijke, stedelijke, industriële omgevingen).
Gradueel opbouwen: Verhoog de complexiteit per graad, maak hiervoor afspraken in de vakgroep. Van het enkel bekijken en lokaliseren van lagen in de eerste graad, naar het verklaren van ruimtelijke relaties in de tweede graad, tot het analyseren en oplossen van ruimtelijke problemen in de derde graad.