Parlementaire activiteiten

7 januari 2021 – GOK-ondersteuningsbeleid
  • (bu)so
  • (bu)bao

Op 8 december 2020 had een heel interessante studiedag plaatsgevonden. Toen stelde het Steunpunt Beleidsgericht Onderwijsonderzoek (SONO) zijn belangrijkste onderzoeksbevindingen over het GOK-beleid voor en werd er gekeken naar gelijkaardige systemen in omringende landen en de Franse Gemeenschap. Vragensteller Meuleman zette als introductie enkele conclusies (positief en negatief) op een rij. Ze vond ook de resultaten van de consensusbevraging van een hele reeks experten die zouden kunnen leiden tot een versterking van het GOK-beleid bijzonder relevant. Een hele reeks vragen volgde, over elk van de belangrijkste beleidsvoorstellen van het expertenpanel. Meuleman sloot haar reeks vragen af met te herinneren aan de afsluiting van het SONO-programma en de vraag naar de middelen om de gedegen onderzoekstraditie over het GOK-beleid voort te zetten. Heel wat discussiestof dus, over een al veel ouder én erg complex maar ook belangrijk onderwijsthema. Accurater gezegd: meerdere belangrijke onderwijsthema’s die allemaal met elkaar verbonden waren.

Minister Weyts begon met de integratie van de aparte GOK-controle in het gewone doorlichtingssysteem van de Onderwijsinspectie op basis van het zgn. (R)OK en het gebruik van de GOK-middelen voor het GOK-beleid door de scholen. Voorts verwachtte hij niet onverwacht inzake de vraag over het watervalsysteem veel heil van de modernisering secundair onderwijs. Afwachten toch maar, was mijn standpunt daarover al in de jaren 2002-2003 (cf. het verhaal van Accent op Talent, weet je nog, beste lezer?) en nu nog altijd, maar dat gewoon terzijde. De centrale toetsen passeerden ook hier de revue (cf. de vragen om uitleg daarover in deze vergadering). Een nieuw element t.o.v. die jaren 2002-2003 was nu wel het grote accent dat deze N-VA-onderwijsminister legt op netoverschrijdende samenwerking, met name van de pedagogische begeleidingsdiensten (PBD’s). Het nieuwe Kwaliteitsdecreet dus, met het te voeren kerntakendebat m.b.t. die PBD’s, waarvan ik hoorde waaien in de wandelgangen, hoewel je die laatste in coronatijden wel héél metaforisch moet verstaan, dat het kabinet van de minister na Nieuwjaar 2021 met zijn standpunt zou komen. Nu vermeldde de minister alvast de versterking van de datageletterdheid in de scholen als een van die (nieuwe) kerntaken.

In tegenstelling tot het genoemde expertenpanel zag minister Weyts de sense of urgency in dit hele verhaal wel heel duidelijk en hij verwees daarvoor naar diverse andere beleidsmaatregelen en -plannen. Wat Meulemans vraag over het onderwijsonderzoek betrof, kon de minister herhalen wat hij al bij de laatste begrotingsbesprekingen (en eerdere parlementaire vragen) gezegd had. Er was een heroriëntatie geweest van middelen voor onderwijsonderzoek naar het nieuwe kader van Onderwijskundig Beleids- en Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoek (OBPWO). Elk thema binnen het OBPWO (hij somde ze op) zou bijdragen aan de versterking van het gelijkeonderwijskansenbeleid.

In haar repliek herhaalde vragensteller Meuleman veel van wat de minister gezegd had. De slechte geluidskwaliteit bijwijlen maakte het moeilijk om te volgen. Nog een reden om te hopen op opnieuw ‘fysieke’ commissievergaderingen … Dit najaar of toch vroeger? Ook daar, afwachten maar. Meuleman stelde geen bijkomende vraag, maar verwees nog naar haar collega Hannelore Goeman over commercialisering en het betalen voor bijlessen in De Morgen (voor abonnees) die dag en hoopte dat de minister het vermelde onderzoek heel erg ter harte zou nemen en vanuit de praktijk zou willen vertrekken om goede voorbeelden inzake gelijke onderwijskansen te verankeren.

Drie interveniënten namen vervolgens het woord. Hannelore Goeman sloot zich aan bij de zorgen van vragensteller Meuleman, waarbij de tekortkomingen in de huidige GOK-situatie de meeste aandacht kregen. Ze vroeg bijkomend aandacht voor de SES-problematiek in het verhaal van de centrale toetsen en wilde weten wat de minister ervan vond om de “sterkste” (nwvr: mijn aanhalingstekens) leraren in de scholen met de grootste uitdagingen te krijgen. Haar laatste vraag betrof de verbinding tussen corona, leerachterstand, dure bijlessen, zomerscholen en ongelijkheid.

Interveniënt Koen Daniëls liet enerzijds zien dat hij zijn onderwijs(beleids)geschiedenis goed kende door zijn verwijzing naar een GOK-rapport van het Rekenhof (N.B. In het parlementaire verslag stond 2015, maar het betrof 2017; overigens was er nog een ander GOK-rapport van het Rekenhof in 2008), maar maakte anderzijds toch onvoldoende onderscheid tussen (ik parafraseer) de geschiedenis van de Vlaamse onderwijsdemocratisering, zeg maar, vanaf de jaren ’50, ’60 van de vorige eeuw (de arbeiderskinderen naar het hoger onderwijs, weet je wel), en de huidige, onnoemelijk veel complexere situatie van het Vlaamse onderwijs in een superdiversiteitscontext. Hoe belangrijk, toegegeven, ambitieus en sterk onderwijs in dezen ook is. Interveniënt Loes Vandromme bracht nog de commissievergadering van 7 november 2019 in herinnering en vroeg minister Weyts of hij de uitgestoken hand van de Vlor wilde aannemen, zoals verwoord in diens verkiezingsmemorandum van 2019.

Uitgestoken handen had minister Weyts nog nooit geweigerd, zo repliceerde hij. Vervolgens ging hij stevig door op de corona-actualiteit (incl. de structurele ontwikkelingen rond de zomerscholen), die, zoals uit het voorgaande gesprek bleek, ook veel te maken had met het voorliggende GOK-thema. Maar we kennen die actualiteit en de houding van de minister intussen voldoende, dacht ik. Hij had het nog over de eindtermen, zonder de term te noemen, en maakte dankbaar gebruik van de verwijzing van zijn partijgenoot Daniëls naar het Rekenhof.

In haar slotwoord beaamde vragensteller Meuleman de uitgestoken-hand-oproep van Loes Vandromme tot een grondig debat met de onderwijsactoren en de Vlor.

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio