In deze lessenreeks zie je aan de hand van een voorbeeld hoe de overheid communiceert met haar burgers en in het bijzonder, de jongeren. Zo ontvingen alle 17-jarigen een brief van het ministerie van Defensie rond een vrijwillig Militair Dienstjaar. Deze brief bleek bij sommige ontvangers kwaad bloed te zetten, waardoor je leerlingen zullen inzien hoe communicatie soms onder vuur komt te liggen.
Men zegt weleens dat in extreme situaties het goede van de mens naar boven komt. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat in de berichtenstroom over een aanslag op het Australische Bondi Beach of over een dodelijke brand in het Zwitserse Crans-Montana artikels verschijnen over doodgewone mensen die hun leven riskeerden om dat van anderen te redden. Zo is er de held van Bondi, de held van Crans-Montana ...
Als instap zou je aan je leerlingen kunnen vragen of ook zij misschien tot heldendaden bereid zijn. Hieronder werden materiële, morele en sociale redenen opgesomd. Die mogen de leerlingen aanvullen en ordenen: wat zou hen kunnen overtuigen om voor iemand anders letterlijk of figuurlijk door het vuur te gaan?
angst - gratis openbaar vervoer - erkenning door anderen - maaltijdcheques - medaille - premie van 1000 euro - vaderlandsliefde - ...
De vorige argumenten verrasten misschien een weinig. Niettemin kan je als leraar benadrukken dat sommige redenen uit het leven gegrepen zijn. In november 2025 vonden namelijk alle Belgische 17-jarigen, in totaal 130.000 jongeren, een opvallende brief in hun bus.
Laat je leerlingen die bekijken en stel enkele verkennende vragen, zoals …
Ongetwijfeld zullen de leerlingen opgemerkt hebben dat deze communicatie kadert in een plan of project van het ministerie van Defensie, waarvan Theo Francken aan het hoofd staat. Zoals in elke communicatie herkennen we ook hier verschillende componenten.
Per twee of drie mogen de leerlingen de brief meer in detail doornemen en analyseren waarna ze bij elke component de bijbehorende vraag mogen aanvullen.
Gelukt? Dan licht van elk groepje een vertegenwoordiger één of meerdere componenten klassikaal toe. Uiteraard is er ruimte voor inbreng van andere groepen en de hele klas probeert hierbij tot een consensus te komen.
Vervolgens kan je de leerlingen ook uitdagen voor een kritischere blik. Zo kan je hen vragen of alle componenten, denk maar aan de tone of voice, het kanaal, goed gekozen zijn en wat eventueel voor verbetering vatbaar is.
Misschien zullen ze hier verwijzen naar de brief an sich, die gezien de doelgroep van zeventienjarigen toch wel een opvallend, vrij uitzonderlijk medium is. Je kan de klas in twee groepen verdelen waarbij de ene helft zich buigt over argumenten voor en de andere over redenen tegen de brief.
Een brief in de brievenbus zal beslist als formeel bestempeld worden, waardoor de inhoud ernstig genomen moet worden. Gelet hierop kan je terugkeren naar één van de eerste vragen. Blijven de leerlingen erbij dat de brief pure informatie, reclame, een PR-campagne of propaganda is? Om hen te helpen een definitieve keuze te maken kan je hen enkele kenmerkende aspecten van deze communicatievormen tonen.
Hoogstwaarschijnlijk zullen de leerlingen door deze oefening inzien dat de brief eerder aanleunt bij een PR-campagne. Laat hen hun antwoord ook duiden door gerichte vragen te stellen.
Ongetwijfeld zal bij de laatste vraag verwezen worden naar de boeiende, avontuurlijke werkomgeving, de waardevolle vaardigheden, het nettoloon, de pensioenrechten, de maaltijdcheques, de terugbetaling van medische kosten, het gratis openbaar vervoer van en naar het werk.
Nemen we deze zaken onder de loep, dan valt ons al snel meer op. De brief bevat enkel positieve elementen, is dan ook positief geframed. Hierover kan je de leerlingen laten reflecteren waarbij de volgende vragen kunnen helpen ...
Aan dit heel positieve beeld dat geschetst wordt, ergerden zich velen, onder andere Dirk Tuypens, een vader die een antwoordbrief deelde. Laat je leerlingen die lezen. In tegenstelling tot minister Francken staat Tuypens wel uitvoerig stil bij de gevaren en risico's van een legerdienst. Die mogen de leerlingen dan ook onderstrepen.
Beste meneer Francken,
vrijdag viel hij dan in de bus, uw brief aan mijn zeventienjarige zoon met de uitnodiging om vrijwillig een jaar legerdienst te vervullen. U had de komst ervan met veel klaroengeschal en tromgeroffel aangekondigd, een verrassing was het dus niet. Verbijsterend om te lezen was uw brief dan weer des te meer. ...
Het moet gezegd, u heeft een prima gevoel voor timing. De zeventienjarigen ontvangen uw schrijven in de novembermaand, enkele dagen nadat in heel het land het einde van de Eerste Wereldoorlog werd herdacht. Bij herdenkingsmonumenten overal te lande brachten hoogwaardigheidsbekleders zoals uzelf met rechte rug en ernstig gestemde gezichten hulde aan de gesneuvelden van de Groote Oorlog. En zoals altijd gaat dat gepaard met grote woorden over ‘zij die hun leven schonken voor de vrede, de vrijheid, de democratie, …’ Want dat heet altijd de inzet van oorlog, tenminste in de grootspraak van zij die over oorlog beslissen.
De Franse soldaat Louis Barthas, die in 1914 onder de wapens moest, schreef daar in zijn oorlogsdagboeken iets treffends over: ‘In de dorpen willen ze al monumenten oprichten ter ere van de slachtoffers van deze immense slachting. ... Alsof de ongelukkigen de keuze hadden om iets anders te doen… Ach! Als de doden van deze oorlog uit hun graf konden opstaan. Ze zouden die hypocriete monumenten in stukken slaan, want degenen die ze oprichtten hebben hen zonder medelijden geofferd.’
Dat is de bittere werkelijkheid, meneer Francken. In geen enkele oorlog worden levens vrijwillig geschonken, levens worden er brutaal geroofd. Elk leven dat in de drek van het slagveld aan flarden wordt geschoten, is een leven dat moedwillig wordt vergooid. En de oorlog is geen verschrikking die plots uit het niets opdoemt. Het is een verschrikking waartoe door mensen wordt beslist. Niet door de zeventienjarigen die uw brief krijgen, niet door hun ouders, familie en vrienden. Wel door de hoge piefen. En alle hoogdravende retoriek over vrijheid en democratie kan nooit de eenvoudige waarheid verhullen dat oorlog altijd gaat om macht, geld en economische belangen. Dat is waarvoor al die levens geofferd worden.
En altijd opnieuw zijn het de levens van jonge mensen die de hongerige muil van het oorlogsmonster worden ingejaagd. Jonge mensen die ook altijd opnieuw met dezelfde leugenachtige en misdadige retoriek worden geronseld en klaargestoomd om voor vlag en vaderland hun dood tegemoet te rennen en in een bodybag naar huis te worden gebracht.
Daarom is uw brief zo verbijsterend. Hij verbloemt elke realiteit en presenteert zich als een alledaagse vacature voor een doodnormale betrekking. Al in de tweede alinea spiegelt u de jongeren, in het vet gedrukt, ‘een aantrekkelijk loon’ voor. U weet natuurlijk verdomd goed hoe groot de verleidingskracht van 2000 euro per maand voor een zeventienjarige is. Verder slaat u de jongeren rond de oren met fletse frasen over ‘actief bijdragen aan de toekomst van het land’, ‘een unieke kans om je persoonlijk en professioneel te ontwikkelen’, ‘vrienden maken voor het leven’, ‘een boeiende en avontuurlijke werkomgeving’. Het is allemaal ondraaglijk lichtzinnig. ...
Voor wie neemt u ons eigenlijk? En voor wie neemt u onze jongeren? Denkt u werkelijk dat zij niet begrijpen wat al die omfloerst geformuleerde, in het weeïg odeur van ‘vaderlandse plicht’ en ‘burgerschap’ gedrenkte oproepen tot paraatheid in werkelijkheid betekenen? Kom, meneer Francken, wie probeert u een rad voor ogen te draaien? Wees op zijn minst eerlijk. Stop met dat voortdurend warm en koud blazen. U wil, samen met Europa, dat we over vijf jaar klaar zijn voor de oorlog. U wil dat we ons tot de tanden bewapenen, dat we schuilkelders bouwen, dat we onze kamers volstouwen met overlevingspakketten, en nu ook dat onze jongeren paraat staan. En dan moeten we geloven dat u hen niet daadwerkelijk zou willen inzetten voor de gewapende strijd? ...
In het VTM-journaal kreeg u de vraag of u al reservist was. U antwoordde dat u daar nog geen tijd voor heeft gehad. Wel, meneer Francken, mijn zoon heeft daar ook geen tijd voor. Hij heeft zijn handen vol met leven, jong zijn, tijd doorbrengen met zijn vrienden en zijn eerste lief, naar school gaan, ervaring opdoen als jobstudent, plannen maken voor het leven dat voor hem ligt, … Hij droomt niet van een heroïsche dood als jeugdige rekruut, waarna hij door hoogwaardigheidsbekleders zoals uzelf geëerd wordt voor het ‘schenken’ van zijn leven.
Ik kan u melden, misschien tot uw ontgoocheling maar in ieder geval tot mijn grote opluchting, dat mijn zoon vriendelijk bedankt voor uw uitnodiging. Het sterkt mij in de hoop dat Simon Gronowski gelijk heeft als hij in zijn pas verschenen boekje ‘Pleidooi voor de vrede’ schrijft: ‘De jongeren beschikken over een gevoel voor rechtvaardigheid, waarheid en solidariteit.’
Met vredelievende groeten,
Dirk Tuypens
Bron: De Morgen, 18 november 2025
Via de onderstaande tabel mogen de leerlingen verder de diverse componenten van deze lezersbrief ontleden waardoor de verschillen met de brief van Defensie meteen zichtbaar zullen worden. Blijkt de toon moeilijk te achterhalen, dan kan je alvast enkele suggesties geven.
Als afsluiter kan je de leerlingen een alternatieve brief laten schrijven die neutrale info bevat, die m.a.w. een middenweg zoekt tussen het positieve nieuws van Defensie en het negatieve bericht van de bezorgde vader. Per twee mogen ze dus de originele brief redigeren.





