Onderzoekscompetentie - voorbeeld: Lawaaihinder op de werkplek!
  • Onderzoekscompetentie - voorbeeld: Lawaaihinder op de werkplek!

Dit is een uitgewerkt voorbeeld waarbij de leerplandoelstellingen rond de "Onderzoekscompetentie" concreet gemaakt worden. 
Je kunt dit als inspiratie gebruiken om eigen thema's uit te werken.

Aandachtspunten bij het uitwerken van onderzoeksopdrachten:

  • Het proces is belangrijker dan het product.
  • Onderzoeksopdrachten kunnen beperkt in tijd zijn. Ook kleinere onderzoeksopdrachten gespreid over de twee leerjaren van de derde graad zijn mogelijk. Het is belangrijk om maat te houden in de grootte van de opdracht, zeker voor studierichtingen in de D/A-finaliteit.
  • Het kan voor leerlingen boeiend zijn om, in het kader van de realisatie van de onderzoekscompetentie, kennis te maken met andere onderzoeksmethoden.
  • Het is vooral belangrijk dat leerlingen begrijpen wat onderzoek inhoudt, eventueel verschillende manieren van wetenschappelijk onderzoek (verschillende onderzoeksmethoden of -technieken) leren kennen en over de waarde van onderzoek nadenken. De leerlingen zetten (al dan niet reeds verworven) kennis en vaardigheden in een onderzoekscontext in en reflecteren over het belang ervan.
  • Daarnaast doen leerlingen ervaring op in het onderzoeken en in de mogelijkheden ervan. Ze hoeven dus niet volledig zelfstandig aan wetenschappelijk onderzoek te doen.
  • De leerlingen doorlopen minstens éénmaal een volledige onderzoekscyclus: focusbepaling, bronnenselectie en -beoordeling, selectie van een onderzoeksmethode, interpretatie van het resultaat in relatie tot de focus, formulering van een conclusie
  • Focus: ontwikkeling van een onderzoekende houding (kritisch willen zijn, willen begrijpen, nauwkeurigheid, objectief waarnemen, planmatig werken) ...
  • Fasen in een onderzoekscyclus kunnen zijn: oriëntatie, probleem(stelling) of onderzoeksvraag, onderzoeksmethode, gegevensverzameling, analyse, conclusie, rapportering.

Samenhang met specifieke inhouden van het leerplan: de leerlingen bepalen de uitwijking, de amplitude, de periode en de frequentie van harmonische trillingen op basis van de grafische voorstelling. Specifieke inhoud: trillingen en golven.

  • In dit voorbeeld wordt de koppeling gemaakt met enkele leerplandoelen:
    • De leerlingen leggen verbanden tussen frequentie, periode, golflengte en golfsnelheid.
    • De leerlingen analyseren eigenschappen van materialen en constructies in functie van akoestische isolatie en van akoestisch comfort.
    • De leerlingen analyseren eigenschappen van materialen en constructies in functie van akoestische isolatieproblemen en van akoestisch comfort.
    • De leerlingen bepalen de uitwijking, de amplitude, de periode en de frequentie van harmonische trillingen op basis van de grafische voorstelling.
    • De leerlingen voeren onderzoek aan de hand van een wetenschappelijke methode om kennis te ontwikkelen en vragen te beantwoorden.            

Motivatie: Omgevingslawaai of geluidsbelasting direct aan of in een gebouw bepalen mee de leefomgevingskwaliteit in onze woon- , school- en werkomgeving. Geluid kan hinderlijk zijn maar kan ook de belevingswaarde van een plek verhogen, de sociale interactie verbeteren en een gezonde leefomgeving stimuleren.
De leerlingen optimaliseren voor een gegeven ruimte de akoestische interieurbeleving voor de beoogde gebruikers.
Je kunt onderstaande suggesties ook betrekken bij een onderzoeksopdracht voor het thermisch optimaliseren van een ruimte.

Oriëntatie
Je kunt met de leerlingen:

  • Het samenspel benadrukken tussen wensen van de eigenaar, wensen van de gebruiker en de financiële, technische en wettelijke beperkingen.
  • De bestaande en de gewenste beleving van de ruimte voor gebruikers onderzoeken door kwalitatieve methoden (interview, focusgesprek …).
  • Via bronnenonderzoek beperkingen op vlak van regelgeving onderzoeken.
  • Een ruimtelijke en bouwtechnische analyse van de ruimte laten uitvoeren aan de hand van bronnen: ontwerpplannen, technische data van aanwezige materialen, ontbrekende gegevens aanvullen door onderzoek en meting. Deze fase omvat ook een bronnenselectie en -beoordeling.
  • De focus van het onderzoek laten concretiseren in een eisenprogramma met omschrijving van gebruikersbehoeften, waar mogelijk vertaald in ruimtelijke en technische eisen, en dit aftoetsen bij de belanghebbenden.

Onderzoeksmethode 

  • Je kunt leerlingen verschillende relevante onderzoeksmethodes bij dit thema verkennen.
  • Je kunt met leerlingen nadenken over de te onderzoeken deelaspecten en aangewezen methodes om tot een gedegen oplossing te komen.
  • Je kunt als leraar ook rekening houden met beperkingen op vlak van beschikbare tijd.
  • Je kunt het ontwerponderzoek opsplitsen in meerdere deelopdrachten en toewijzen aan leerlingenteams.
  • Om ontwerpkeuzes te staven kunnen leerlingen deelonderzoekjes uitvoeren en mogelijke deeloplossingen testen. Je kunt ook hier werken met leerlingenteams die opdrachten autonoom verdelen.
  • Je kunt het verloop van het ontwerponderzoek concreet maken door tussentijds deeloplossingen te presenteren en te bediscussiëren.
  • Je kunt oplossingen tussentijds aftoetsen door middel van een kosten-batenanalyse.
  • Je kunt het eindresultaat laten concretiseren aan de hand van tekeningen, simulaties, richtlijnen voor uitvoering (lastenboek)
  • Ook bij uitvoering van het ontwerponderzoek kun je het samenspel met de belanghebbenden benadrukken.
  • Je kunt een onderzoeksplan opstellen.

Gegevensverzameling en analyse
Je kunt samenwerken met een externe partner. (bedrijfspartner, Externe labo,  Buildwise, Constructiv, ... )
Je kunt aandacht hebben voor het betrouwbaare verzamelen van gegevens:

  • aandacht voor selectie van bronnen.
  • het gestructureerd verzamelen van gegevens.
  • meettoestellen in relatie tot meetnauwkeurigheid.
  • reflecteren op de verzamelde gegevens en de bronnen kritisch beoordelen.
    • Hierbij kunnen volgende hulpvragen gebruikt worden: waarom werd dit antwoord gegeven bij het interview, wat is de reden waarom er gekozen wordt voor..., waarom adviseert de fabricant deze toepassing, plaatsingsvoorschiften,...?
    • Hoe verhouden die bronnen zich tot elkaar en tot de onderzoeksvraag?
Je kunt met de leerlingen de verzamelde gegevens analyseren:
  • meetgegevens verwerken.
  • bevindingen en argumenten formuleren.
Je kunt de leerlinen de resultaten tussentijds aan elkaar laten voorstellen

Conclusie en rapportering

  • Je kunt de leerlingen laten samen vatten, selecteren of prioriteren de belangrijkste argumenten.
  • Je kunt de leerlingen een antwoord, conclusie laten formuleren op de probleemstelling of onderzoeksvraag.
  • Je kunt de leerlingen het eindresultaat laten toetsen aan het eisenprogramma. Men kan het resultaat ook aftoetsen vanuit een bevraging van de belanghebbenden en zo nodig bijsturingen voorstellen.
  • Je kunt de leerlingen stimuleren te bekijken hoe de geraadpleegde bronnen zich tegenover elkaar verhouden en identificeren eventuele patronen, thema’s, conflicten en hiaten.
  • Je kunt leerlingen laten reflecteren over de meerwaarde van de gebruikte onderzoeksmethoden bij de realisatie van de oplossing.

Voorbeeld van een proces om te komen tot de onderzoeksvraag.

  • Fase 1:  oriëntatie en probleemstelling.
    • Probleemstelling: Op de werkplek is er te veel lawaai.
      • Omgevingslawaai of geluidsbelasting direct aan of in een gebouw bepalen mee de leefomgevingskwaliteit in onze woon- , school- en werkomgeving. Geluid kan hinderlijk zijn maar kan ook de belevingswaarde van een plek verhogen, de sociale interactie verbeteren en een gezonde leefomgeving stimuleren.
  • Fase 2: Het onderzoek voeren.
    • Onderzoeksmethode:
      • Onderzoeksdoelen: Bij het bepalen van de onderzoeksdoelen kan je kiezen voor: fundamenteel of toegepast, verkennend of verklaren, indicatief of deductief.
      • In dit voorbeeld werd gekozen voor fundamenteel onderzoeken en is gericht op de ontwikkeling van kennis, theorieën en voorspellingen.
        • We willen het wetenschappelijk inzicht vergroten EN een praktisch probleem oplossen.
        • Fundamenteel onderzoek kan starten op de locatie om kennis te verzamelen van het probleem en te observeren. Je kunt technische voorschriften raadplegen in het kader constructie-opbouw, materialenkeuze …
    • Gegevensverzameling:
      • Onderzoeksdata: Welk soort data wil je verzamelen?
        • Je kunt gebruik maken van verschillende methodieken zoals:
          • Kwalitatieve onderzoeksmethoden, richten zich meer op woorden.
          • Kwantitatieve onderzoeksmethoden, richten zich op cijfers en statistieken.
          • Primaire data, worden direct door de onderzoeker verzameld (e.g., via interviews of experimenten)
          • Secundaire data, zijn al door iemand anders verzameld (e.g., via overheidsenquêtes of wetenschappelijke publicaties).
          • Descriptief (beschrijvend) onderzoek hier verzamel je data zonder variabelen te controleren.
          • experimenteel onderzoek hier manipuleer en controleer je variabelen om oorzaak en gevolg vast te stellen.
    • Soorten steekproefmethoden, tijdschema en setting:
      • Hoe ga je proefpersonen selecteren? Wanneer en hoe vaak de data verzamelen? Waar zal het onderzoek plaatsvinden? (soort onderzoek: aselecte – selecte steekproef, cross-sectioneel – longitudinaal,veldonderzoek – laboratoriumonderzoek, fixed – flexibel)
        In dit voorbeeld werd gekozen voor een longitudinaal en veldonderzoek (op de locatie van de probleemstelling)
        • Bij longitudinaal onderzoek verzamel je data op verschillende tijdstippen.
        • Veldonderzoek vindt plaats in een natuurlijke of reële setting.
        • Je kunt op verschillende tijdstippen veldonderzoek uitvoeren door geluidsmetingen uit te voeren, te observeren hoeveel personen op verschillende momenten op een werkplek aanwezig zijn en hoe verschillend externe geluidsbronnen zijn.
    • Onderzoeksmethode bepalen:
      • Op basis van de steekproeven kun je kan je beslissingen nemen over je onderzoeksmethoden (experiment, enquête, interview, observatie, literatuurstudie, case study).
        In dit voorbeeld werd gekozen voor observatie, literatuurstudie en case study.
      • Observatie verloopt samen met het veldonderzoek.
        Als literatuurstudie kan hier gebruik gemaakt worden van technische voorlichting door Buildwize.
  • Fase 3: de onderzoeksvraag.
    • Afhankelijk van de complexiteit kan er gekozen worden om de onderzoeksvraag te verfijnen of op te splitsen in meerdere  deelvragen:
      • De hoofdvraag: 
        • Welke elementen zorgen voor een verbetering van het akoestisch comfort en hoe haalbaar zijn ze in deze ruimte?
      • De deelvragen:
        • DV 1. Welke elementen dragen bij tot de verspreiding van het lawaai op de werkplek?
        • DV 2. Welke elementen dragen bij tot het absorberen van het lawaai op de werkplek?
        • DV 3. Welke ingrepen zijn haalbaar?
      • Hypothese:  (een voorlopige stelling)
        • Ik denk dat het probleem al voor de helft is opgelost als er gordijnen opgehangen worden.
      • Contexten:
        • Materiaaleigenschappen, veiligheid, werkcomfort of wooncomfort.
  • Fase 4: Conclusie en rapportering:
    • De leerlingen interpreteren het resultaat in relatie tot de probleemstelling of de onderzoeksvraag en formuleren conclusies.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio