Parlementaire activiteiten

3 december 2020 – Heroriëntering in secundair onderwijs
  • (bu)so

Door omstandigheden moest ik deze keer me nog eens met “in uitgesteld relais” behelpen. Minder fijn dan “live”, want je mist soms wel wat. Het zij zo. De eerste twee vragen om uitleg van de vergadering gingen over de verwachtingen (de vrees voor) van een grotere heroriënteringsgraad na de komende kerstexamens, door corona en ook in combinatie met voor sommige leerlingen sowieso moeilijkheden voor bepaalde schoolvakken. Koen Daniëls citeerde daarbij enkele cijfers over de attestering aan het eind van vorig schooljaar, die hij bij minister Weyts opgevraagd had (N.B. We hebben intussen kunnen vaststellen dat er inderdaad een niet onaanzienlijk aantal schriftelijke vragen gesteld wordt aan de minister: als daar dan nadien iets mee gedaan wordt, tant mieux, maar indien niet, tja … dan … je vult maar voort in, beste lezer.). Vragensteller Daniëls kon daarbij ook verwijzen naar de actuele vragen van de dag voordien. Kreeg minister Weyts al signalen over die mogelijke heroriëntering, hetzij van de koepelorganisaties, hetzij van de vakorganisaties? En zag hij eventueel nog andere initiatieven om leerlingen bij te sturen die momenteel een studierichting volgden die niet aansloot bij hun capaciteiten?

Jan Laeremans deed het verhaal nog eens omstandig over en putte daarbij ook uit zijn persoonlijke ervaring van leraar. Hij had daarnaast veel oog voor de organisatorische, materiële en pedagogische gevolgen van aanzienlijke “leerlingenverschuivingen” binnen en tussen scholen. Hij legde ook de link naar de CLB’s die extra onder druk zouden komen te staan. Hoe ging minister Weyts dat alles aanpakken?

De minister schetste goed de bevoegdheden van de diverse soorten klassenraden, leek mij een wijze houding aan te nemen over die mogelijke heroriënteringen en deelde en passant nog even een tik uit naar Tom De Meester, die volgens de minister de dag voordien in de plenaire vergadering aan stemmingmakerij gedaan had. De minister ging nog voort met de regelgeving en bevoegdheden inzake leerlingenbegeleiding, zowel van de scholen en scholengemeenschappen als van de CLB’s. Het kwam allemaal heel bekend voor. En hij herinnerde aan de relevantie van de coronanooddecreten en van de regelgeving inzake de modernisering secundair onderwijs voor de hangende evaluatie nu en het vervolg ervan. Wat de financiering/subsidiëring van scholen betrof, zou de minister de bestaande regelgeving toepassen. Ook dat leek mij een wijze houding.

Vragensteller Daniëls riep op tot tijdige heroriëntering, áls die nodig zou blijken, maar ook tot voldoende tijd om na te gaan of remediëring nog haalbaar zou zijn. Vragensteller Laeremans herhaalde vooral het vele waarmee hij het eens was, bleef toch spreken van een noodpotje want vreesde toch uitzonderlijke omstandigheden.

Vier interveniënten volgden. Het zal wel aan mij liggen, maar die veelheid (in meerdere opzichten trouwens en cf. ook later in de vergadering) blijft mij verbazen. Het woord dus aan Jo Brouns, Elisabeth Meuleman, Loes Vandromme en Hannelore Goeman. Brouns was beducht voor een te snelle heroriëntering en wilde alle maatregelen (cf. plenaire vergadering van de dag voordien) volop laten spelen. Meuleman was het met Brouns heel erg eens en wilde weten wat de stand van zaken was bij de CLB’s. Vandromme vroeg of de minister de vragen over de onderwijsloopbaan van leerlingen bij de CLB’s bleef monitoren en hoe de CLB's ondersteund konden worden om de meest kwetsbare kinderen de juiste verslagen en begeleiding te bieden. Goeman ten slotte sprak, zoals de minister, een groot geloof uit in de klassenraden, maar in welke mate zouden de CLB’s ruimte krijgen om de klassenraden te ondersteunen?

Minister Weyts had er vertrouwen in dat de klassenraden goed rekening zouden houden met de eigen lokale omstandigheden. In een normaal schooljaar waren er bovendien sowieso vier á vijf procent heroriënteringen. Van de CLB’s had hij nog geen heel grote structurele problemen opgevangen. Met hen zat hij nu vooral te sleutelen aan hun nieuwe extra taak: de organisatie van het testen en het opzetten van pilootprojecten. Ook een complexe zaak, en al zeker door de federale dimensie daarvan. De slotwoorden van de vragenstellers brachten niets nieuws.

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

Verwante artikels

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio