In dit unplugged arrangement maken de leerlingen reeksen van handbewegingen. Ze splitsen reeksen van bewegingen op in delen en oefenen op die manier decompositie. Leerlingen koppelen deze gedachte aan het maken van computerprogramma’s of spellen.
Je laat een reeks handbewegingen zien, zoals een reeks handgeklap of een reeks handdans. De reeks moet zodanig complex of lang zijn dat de leerlingen het moeilijk vinden om de onderdelen van de reeks te herinneren zonder dat het in stukjes wordt opgedeeld.
Hier vind je enkele voorbeelden:
https://www.youtube.com/watch?v=tXEhm3qVHCc
https://www.youtube.com/watch?v=axpDFvUz8Eo&feature=youtu.be
De leerlingen doen de reeks na zonder het nog een keer te laten zien of de onderdelen uit te leggen. Dat gaat moeilijk omdat de reeks erg complex is.
Je leidt een gesprek over hoe je de reeks handbewegingen beter kan aanleren, met als doel het idee de reeks in stukjes op te delen.
Je toont hoe de reeks opgedeeld kan worden in delen. Je tekent de verschillende delen.
De leerlingen werken per twee. Ze nemen tijd om hun reeks van bewegingen uit te werken en hun decompositie op te schrijven. Leerlingen moeten goed samenwerken als ze bewegingen overleggen, elk onderdeel opschrijven, uittesten en debuggen.
Wanneer de leerlingen bezig zijn, controleer je ze:
Je vraagt een aantal tweetallen om hun reeks aan de klas te leren, door middel van het opsplitsen van hun reeks. Laat zo mogelijk tegelijkertijd hun ontwerp zien.
Hielp het opsplitsen van de reeks in delen bij het ontwerpproces en het delen van de reeks?
Het proces van een probleem in kleinere, beter te bevatten onderdelen opsplitsen noemen we decompositie. Decompositie helpt bij het oplossen van complexe problemen en om grote projecten te overzien.
In deze activiteit debuggen leerlingen hun algoritme als er een fout optreedt.