25 februari 2021 – Studentenmobiliteit na brexit

Deze hogeronderwijsvraag van Annabel Tavernier was niet coronagerelateerd (of toch niet direct), maar nu was het een ander probleem dat over de jaren 2020-2021 later zeker in de geschiedenisboeken zou komen: de brexit en de impact daarvan op de studentenmobiliteit tussen Vlaanderen en het Verenigd Koninkrijk (VK). Exit uit de EU betekende namelijk ook exit uit het Erasmus+-programma en de komst van het zgn. Turing programme (cf. ook de vraag om uitleg van Brecht Warnez op 7 januari 2021). Een opvolgingsvraag nu dus. Ondertussen had de overheid van het VK een uitgebreide website gelanceerd van het zgn. Turing Scheme, met heel wat details over de financierings- en ontvankelijkheidscriteria, zo wist vragensteller Tavernier. België en Vlaanderen waren blijkbaar nog geen prioritaire kandidaten voor een bilateraal akkoord met het Verenigd Koninkrijk, waar overigens ook niet elk land op dezelfde golflengte zat, aldus Tavernier, die ook nog de interessante opiniebijdrage van KU Leuven-rector Luc Sels in De Tijd van 16 februari 2021 gelezen had. Wat dacht minister Weyts over dat alles en hoe zou hij de zaken aanpakken?

Hij lichtte toe dat voor studentenmobiliteit naar het VK voortaan, zoals voor andere niet-Erasmus+-landen, het zgn. generieke beurzenstelsel gold (lees: Vlaanderen betaalt). De minister gaf ook enkele cijfers over de huidige wederzijdse studentenmobiliteit tussen Vlaanderen en het VK om een zicht te geven op de omvang van de zaak. Het algemeen principe voor kredietmobiliteit, met andere woorden korte uitwisselingen waarbij de vrijstelling van inschrijvingsgeld in de gastinstelling gold, kon nog altijd toegepast worden met de partnerinstellingen in het VK, indien de Vlaamse instellingen dat regelden binnen hun interuniversitaire akkoorden. Wat diplomamobiliteit betrof, lagen de zaken iets gecompliceerder en was het trouwens ook nog even afwachten hoe de spelregels voor inschrijvingsgelden afgesproken zouden worden. Het Verenigd Koninkrijk bleef wel deelnemen aan Horizon Europe, het Europese onderzoeksprogramma, wat goed nieuws was voor de Vlaamse doctorandi. Minister Weyts rapporteerde van het recente overleg tussen de Vlaamse minister-president en de Britse ambassadeur: de prioriteitenlijst van landen waarover rector Sels en vragensteller Tavernier het hadden, zou niet bestaan en de ambassadeur had ook toelichting gegeven over het Turing-programma. De ambassadeur en minister Weyts wilden daarbij faciliterend optreden. De werkgroep internationalisering, die onder leiding van Weyts’ kabinet een nieuwe internationaliseringsstrategie voor het Vlaamse hoger onderwijs uitwerkte, was van start gegaan.

Waarom dat precies is, weet ik niet, maar ook nu weer meende vragensteller Tavernier eerst het antwoord van de minister te moeten herhalen (N.B. Zij is zeker niet de enige die zulks pleegt te doen.), vooraleer ze nog een kleine bijvraag stelde: had de minister al zicht op de concrete mogelijkheden voor de studentenmobiliteit tussen Vlaanderen en het VK in het academiejaar 2021-2022?

Minister Weyts stoffeerde het gesprek eerst nog met enkele cijfers over het verleden. Er was zeker geen totaal scheefgetrokken verhouding tussen Vlaanderen en het VK in de twee richtingen, wat studentenmobiliteit betrof. Voor de bijvraag van Tavernier weidde de minister kort uit over de federale situatie in het VK, waarbij hij nogal rekende op de goede contacten met Schotland maar in zijn uitleg de term “Brits” enigszins verwarde met de term “Engels”, leek mij, maar dat is een detail. Hij zou sowieso ook faciliterend optreden met het oog op nieuwe akkoorden tussen universiteiten in Vlaanderen en die in het VK. Vragensteller Tavernier was tevreden.

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio