Inspiratie voor cultuurreflectie als uitdieping van lectuur

wo 26 februari 2025

In de vierde rubriek van het leerplan Basisoptie klassieke talen eerste graad, met name cultuurreflectie als uitdieping van lectuur ‘reflecteren’ de leerlingen over de culturele aspecten van de Romeinse oudheid en vergelijken ze die met onze eigen cultuur.

Als leraar en/of vakgroep gebruik je de Latijnse teksten als basis om aan cultuurreflectie te doen. De geïntegreerde aanpak is in het eerste jaar niet zo evident, omdat het niveau van de teksten sterk is aangepast aan de progressieve kennis van de leerlingen doorheen dat eerste jaar. Soms zijn de aangepaste teksten wel gebaseerd op authentieke teksten, zoals bijvoorbeeld van Titus Livius. De teksten verwijzen soms naar gebeurtenissen (al dan niet historisch), soms naar mythologische verhalen.

Om leerlingen te motiveren worden er in het eerste jaar vele aspecten van de Romeinse cultuur behandeld, o.a. familie, onderwijs, kinderen, wonen, theater, godsdienst (voortekens, voorspellingen, goden), thermen, gladiatoren, Forum Romanum, enzovoort. Maar de geziene cultuur wordt niet altijd vanuit de teksten benaderd.

Hoe kan je ervoor zorgen dat de cultuurreflectie meer vanuit de teksten gebeurt? We geven een aantal voorbeelden van hoe de leerlingen de leerplandoelen van deze rubriek kunnen bereiken.

LPD 25 De leerlingen situeren een tekstinhoud binnen de cultuur-historische context.

sla link op in klembord

Kopieer

Voor dit leerplandoel zou het handig zijn om zicht te krijgen op wat er in de geschiedenislessen gebeurt. De leerlingen leren in het eerste jaar zeven historische periodes kennen en ze leren werken met een historisch referentiekader, waarbij ze gebeurtenissen, historische fenomenen en bronnen leren situeren in tijd, ruimte en maatschappelijke domeinen. Dit kader vormt de basis voor de geschiedenislessen van de daaropvolgende schooljaren.

Van de zeven historische periodes komen in de eerste graad prehistorie, oude nabije oosten en klassieke oudheid aan bod, waarbij de klassieke oudheid meestal in het tweede jaar wordt behandeld.

De periodes worden afgebakend door ankerpunten, die door de leraar en/of vakgroep worden vastgelegd. Zo kan je als leraar klassieke talen verwijzen naar dezelfde ankerpunten (bijvoorbeeld begin en einde van de klassieke oudheid) en het historisch referentiekader gebruiken als kapstok, zeker als je dezelfde visuele presentatie zou hanteren.

Voorbeelden leerplandoel 25

sla link op in klembord

Kopieer

In het werkboek Veni (Universa) zijn er een aantal teksten die leiden tot de start van de Romeinse geschiedenis (Een onverwachte ontmoeting, Grote jongens, Een snood plan, Geen goed begin).

Mogelijke vragen:

  1. Situeer de verhalen in het historisch referentiekader (tijd en ruimte, eventueel maatschappelijke domeinen). Waar zou je de inhoud van de tekst plaatsen op een tijdlijn of een historische kaart?

Op de leerplanpagina geschiedenis eerste graad kan je de link vinden naar blinde kaarten.
  1. Zijn de personages die in de tekst genoemd worden historische personages? Dit is eerder een onderzoeksvraag. De leerlingen hebben contextinformatie nodig om de vraag te kunnen beantwoorden.
  2. Situeer de auteur in tijd en ruimte. Wat weten we van de auteur? Wat weten we over de periode en de samenleving waarin hij schreef?

De gelezen teksten zijn niet authentiek, maar verwijzen wel naar de Ab Urbe Condita van Titus Livius. Je kan de oorspronkelijke teksten (eventueel met vertaling) tonen, de auteur en de tijd waarin hij leefde laten situeren in tijd en ruimte.
  1. Is de tekst betrouwbaar om de vroegste geschiedenis van Rome te kennen?

De term betrouwbaarheid komt ook aan bod in de geschiedenisles.
  1. Wat kunnen we uit de teksten afleiden over baby’s bij de Romeinen?

Hoe kan je de voorbeelden uit de tekst koppelen aan de info die we in de cultuurles hebben gezien?
  1. Wat kunnen we uit de teksten afleiden over voortekens bij de Romeinen?

Welke elementen uit de tekst bevestigen wat we weten over voortekens bij de Romeinen?  

In het werkboek Pegasus Novus 1 (Pelckmans) zijn er twee teksten over Kreta, koning Minos, het labyrint en de Minotaurus (Minotaurus in labyrintho) en over Ariadne en Theseus (Ariadnae filium).

Mogelijke vragen:

  1. Zijn de personages die in de tekst genoemd worden historische personages? Dit is eerder een onderzoeksvraag. De leerlingen hebben contextinformatie nodig om de vraag te kunnen beantwoorden.
  2. De Griekse mythe van koning Minos, de Minotaurus en het labyrint ligt aan de oorsprong van de term ‘Minoïsche’ cultuur. Situeer de Minoïsche cultuur in tijd en ruimte: waar zou je de cultuur plaatsen op een tijdlijn en op een historische kaart?
  3. Welke elementen uit de tekst leren ons iets over de Minoïsche cultuur?
  4. Wat kunnen de teksten ons vertellen over welke rol mythologische verhalen speelden in de (Griekse en) Romeinse samenleving?
  5. Waarvoor gebruikten Grieken en Romeinen mythologische verhalen? Illustreer aan de hand van een voorbeeld uit deze tekst.

LPD 26 De leerlingen beschrijven aspecten van de Romeinse cultuur en vergelijken ze met de eigen cultuur.

sla link op in klembord

Kopieer

Voorbeelden leerplandoel 26

sla link op in klembord

Kopieer

In het werkboek Veni (Universa) wordt er in de tekst Tanaquil en Lucumo het verhaal verteld van de aankomst van de Etrusk Lucius Tarquinius Priscus en zijn vrouw in Rome.

Mogelijke vragen:

  1. Wat kunnen we uit de tekst afleiden over de eerste Romeinse koningen? Hoe kunnen we die info in verband brengen met wat we erover weten?
  2. Wat komen we in de tekst te weten over Lucius Tarquinius Priscus?
  3. Aan de hand van de tekst proberen we te kijken naar de bredere socio-culturele context van migratie in de oudheid. Vergelijk de migratie in de oudheid met de migratie vandaag. Geef twee gelijkenissen en twee verschillen. Hier kan je een actuele tekst(en) aan de leerlingen geven om de vergelijking te maken.
  4. In welke mate speelt de Romeinse godsdienst een rol in de tekst? Welke rol speelden de Romeinse goden in het dagelijks leven van de Romeinen?

In het werkboek Pegasus Novus 1 (Pelckmans) zijn er drie teksten (Quintus ad novum diem paratus, Imperator Camillus et magister Faleriorum, Quintus et Philetus in ludo) waaruit je elementen van het Romeinse onderwijssysteem zou kunnen halen.

Mogelijke vragen:

  1. Wat komen we in de tekst te weten over het Romeinse onderwijssysteem?
  2. Vergelijk het Romeinse onderwijssysteem met ons onderwijssysteem.
  3. Zijn er elementen in het Romeinse onderwijssysteem, die vandaag nog belangrijk zijn? Benoem één element en geef aan waarom het nog steeds relevant is.
  4. Geef minstens één aspect van het Romeinse onderwijssysteem dat je positief vindt en één waar je kritisch naar kijkt.

LPD 27 De leerlingen verwerken aspecten van de klassieke oudheid op een creatieve manier.

sla link op in klembord

Kopieer

Voorbeelden leerplandoel 27

sla link op in klembord

Kopieer

Betrek de leerlingen bij het bedenken van creatieve manieren om bepaalde aspecten van de klassieke oudheid, die in de gelezen teksten aan bod komen, te verwerken. Laat leerlingen helemaal out-of-the-box brainstormen over mogelijke opdrachten. Het betrekken van de leerlingen geeft kansen tot differentiëren en motiveren.

De uitwerking van dit leerplandoel kan ook gekoppeld worden aan het vorige leerplandoel 26, waarin de leerlingen een vergelijking maken met de eigen cultuur en/of de nawerking van klassieke teksten integreren.

Als bron van inspiratie zou je ook artificiële intelligentie kunnen inzetten. Zie bijvoorbeeld de website AIvoordocenten waarin je in de promptbibliotheek je vraag kan stellen tot out-of-the-box brainstormen. Niet alle resultaten zullen bruikbaar zijn, maar de antwoorden kunnen dienen tot inspiratie of aanzet tot andere creatieve opdrachten.

Een kleine greep uit de voorstellen van ChatGPT:
- Speel een rollenspel waarin Romeinen discussiëren over een actueel thema. Bijvoorbeeld: moeten vrouwen politieke macht krijgen?
- Creëer een stop-motion of korte video over een dag in het leven van een Romein. Gebruik kleifiguurtjes, tekeningen of andere creatieve middelen. Zorg dat minstens drie historische elementen correct worden weergegeven.
- Stel je voor dat je een Romeins museum inricht. Kies vijf voorwerpen die je zou tentoonstellen en leg uit waarom deze belangrijk zijn om de klassieke oudheid beter te begrijpen. Dit kan via een presentatie, een collage of een digitale tentoonstelling.
- Ontwerp een moderne versie van een Romeinse mythe. Schrijf een kort verhaal, strip of filmscript waarin een bekende mythe zich afspeelt in de 21e eeuw. Hoe zou de mythe van Theseus en de Minotaurus eruitzien in een futuristische stad of in een videogame?
- Maak een originele Romeinse propagandacampagne. Stel je voor dat je een Romeinse politicus, generaal of keizer bent. Ontwerp een poster, toespraak of social media-campagne (denk aan een video of memes) om het volk voor je te winnen. Gebruik authentieke Romeinse stijl en argumenten.
- Maak een alternatieve geschiedenis van Rome. Wat als Hannibal Rome had veroverd? Wat als de Romeinen computers hadden uitgevonden? Schrijf een verhaal of maak een infographic over hoe de wereld er dan zou uitzien.
- Bedenk een Romeins bordspel of videogame. Ontwikkel een spel waarin spelers een Romeinse uitdaging moeten aangaan, zoals het leiden van een legioen, het besturen van een stad, of het ontsnappen uit Pompeï. Ontwerp de spelregels, personages en doelstellingen.
- Componeer een Romeins lied of rap. Schrijf en voer een lied of rap op waarin je het leven in Rome beschrijft. Gebruik oude Latijnse woorden en moderne muziekstijlen om een unieke mix te maken.
- Schrijf een brief van een Romein aan een persoon uit de moderne tijd. Wat zou een Romeinse keizer, slaaf, soldaat of dichter schrijven aan iemand van nu? Laat ze hun cultuur, problemen en visie op de toekomst uitleggen.

Recent verwant nieuws

×
Kijkt als...
Niveau
Regio