Parlementaire activiteiten

4 februari 2021 – Opleiding voor directeurs
  • (bu)so
  • (bu)bao

Deze belangrijke vragen om uitleg van Steve Vandenberghe en Jo Brouns gingen over een projectoproep van minister Weyts, die hij deed op de Vlaamse regering van 15 januari 2021. De professionaliseringstrajecten met het oog op het versterken van schoolleiderschap behoorden tot het onderdeel ‘kwetsbare leerlingen en studenten en wendbare scholen’ van het relanceplan Vlaamse Veerkracht. De projecten zouden starten op 1 september 2021 en zouden lopen in de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 om de nefaste gevolgen van de coronacrisis zo snel mogelijk aan te pakken. Het budget bedroeg drie miljoen euro. Inhoudelijk viel daar nog wel meer dan één woord over te zeggen (zie infra), maar vooraf al dit. Het valt mij op dat er deze legislatuur met de regelmaat van de klok projectoproepen gelanceerd worden, waarbij het niet altijd eenvoudig is om je weg erin te vinden. Soms voegt de minister, wanneer hij het in een antwoord over project x heeft, ook nog eens een ander toekomstig project y toe. Hij deed dat i.v.m. schoolleiderschap in deze commissievergadering, wat dan weer een herhaling was van wat hij de week voordien ook al cryptisch aangekondigd had. Regelmatig komt de overheid met zulke projecten, zoals die van de drie miljoen euro, niet alleen in het vaarwater van bestaande organisaties (zoals daar zijn, wellicht niet toevallig, de pedagogische begeleidingsdiensten), maar neemt ze ook nog eens inhoudelijk de lead. Wie sprak er ook alweer van een terugtredende overheid? Bovendien belandden we met deze vragen om uitleg opnieuw (zie ook 28 januari 2021) bij het … lerarenloopbaandebat/pact, mét nu een belofte van commissievoorzitter Karolien Grosemans (zie infra).

Schooldirecteurs hadden vele taken en hun administratieve werklast bleef heel zwaar, waarvoor meerdere actoren verantwoordelijk waren, zo begon Steve Vandenberghe. De bovenvermelde projectoproep vond hij wel positief, maar hij had ook enkele pertinente vragen: waarom dit project en geen structurele ondersteuning voor schooldirecteurs? Quid met de vermindering van hun planlast? Maar de laatste vraag ging dan weer een kant uit, die ik veel minder genegen ben: “Welke concrete stappen plant u inzake het versterken van de directeursopleiding over alle koepels heen?” Alsof dat een taak voor de opdracht zou zijn…

Jo Brouns’ vragen waren even pertinent en grotendeels anders van invalshoek: zou minister Weyts bij het vermelde project samenwerken met de erkende onderwijsverstrekkers? Ook de vraag naar de structurele verankering. En: hoe paste de procedure waarbij private experten en groepen zich zouden inschrijven via een open oproep binnen het beleidsdoel om middelen maximaal aan de scholen zelf te geven?

Minister Weyts stelde dat het hier om een en-enverhaal ging. Samen met de onderwijspartners zouden binnenkort gesprekken starten voor de ontwikkeling van een competentieprofiel “directeur”. En tegen de achtergrond van de coronacrisis was er daarnaast het bovenvermelde project, gefinancierd met de zgn. relancemiddelen. De resultaten daarvan konden eventueel later structureel verankerd worden. Over de planlastterugdringing en de rol daarbij van de Onderwijsinspectie (met de zogenaamde planlastcalculator en planlastradar) hadden we al vaker gehoord in eerdere commissievergaderingen. In tegenstelling tot de toelichting van de minister over zijn visienota “Digisprong” die ochtend situeerde hij het project rond schoolleiderschap nu wel als complementair aan de decretale opdracht van de pedagogische begeleiding, die daardoor zelfs versterkt kon worden. Een duurzame, langdurige implementatie was een van de beoordelingscriteria en die duurzaamheid zou ook worden gerealiseerd door een overkoepelende wetenschappelijke opvolging. Versnippering van de middelen was daarbij niet aangewezen. Vandaar dat ze in dit geval niet rechtstreeks aan de scholen gegeven werden, zo ging de minister verder. Ten slotte herhaalde hij nogmaals nog een andere tijdelijke maatregel inzake schoolleiderschap waaraan hij werkte: ook die had als doel de versterking en een betere ondersteuning van de directies alsook een betere toeleiding naar een directiefunctie (zie ook zijinstromers vanuit de privésector).

Het belangrijkste punt van Vandenberghes repliek was opnieuw het verband met het ruimere dossier van het lerarenloopbaandebat/pact én de parlementaire inbreng daarin (als vervolg op de zeven hoorzittingen in kwestie). Vragensteller Vandenberghe richtte zich tot commissievoorzitter Grosemans om daar expliciet aandacht voor te hebben bij de zgn. regeling van de werkzaamheden van de Onderwijscommissie. Maar de ten minste (politiek) even gevoelige vraag was voor minister Weyts: zag ook hij die parlementaire inbreng zitten in toch een van de belangrijkere onderwijsbeleidsdossiers van deze legislatuur?

Vragensteller Jo Brouns begreep ook het betoog van Vandenberghe, maar ging vooral in op diverse concrete vragen over het schoolleiderschapsproject en het competentieprofiel van directeur. Interveniënt Karolien Grosemans prees de minister voor zijn planlastinspanningen en benadrukte het belang van het vermelde competentieprofiel voor de directeursopleidingen en voor hun begeleiding.

Over de structurele ondersteuning van directeurs wist minister Weyts nog te melden dat de gesprekken met de sociale partners zouden starten. Steve Vandenberghe herhaalde nogmaals zijn oproep aan voorzitter Grosemans (N.B. De minister had niet geantwoord op Vandenberghes gevoelige vraag.), die beloofde de zaak te zullen bekijken. Jo Brouns had duidelijk aandacht voor de bestaande professionaliseringsinitiatieven voor directeurs bij de onderwijsverstrekkers en vond dat we (lees: de overheid) ons ervoor moesten hoeden daarin niet te sturend te zijn. Inderdaad, óók een gevoelig punt …

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

Verwante artikels

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio