Verenigingswerk

Verenigingswerk, ook wel bijklussen genoemd, maakt het mogelijk om tot 6.000,00 euro onbelast bij te verdienen. Dit statuut houdt het midden tussen een echte arbeidsovereenkomst en vrijwilligerswerk. Binnen je onderwijscontext kun je gebruik maken van verenigingswerk.

Opgelet: deze regeling geldt maar tot 31 december 2020

sla link op in klembord

Het Grondwettelijk Hof heeft op 23 april 2020 de wetgeving over het bijklussen vernietigd. Vanaf 1 januari 2021 kunnen besturen niet langer gebruik maken van dit systeem. 

Momenteel ligt wel een nieuw wetsvoorstel klaar in de Kamer van volksvertegenwoordigers om een doorstart te kunnen maken op 1 januari 2021. Dit voorstel is inmiddels echter beperkt tot de sportsector. Zoals het ontwerp nu (18 december 2020) voorligt, zal het niet langer van toepassing zijn in het onderwijs. Het nieuwe voorstel voorziet bijkomende regels om te voldoen aan het arrest van het Grondwettelijke Hof:

  • beperking van het aantal uren per maand tot gemiddeld 50;
  • recht op pauze bij zes opeenvolgende uren prestaties;
  • maximaal drie overeenkomsten per jaar met dezelfde verenigingwerker;
  • opzegtermijn, opzeggingsvergoeding en uurrooster moeten in de schriftelijke overeenkomst;
  • beëindiging om dringende reden wordt mogelijk;
  • combinatie verenigingswerk en vrijwilligerswerk wordt verstrengd;
  • de werkgever moet een solidariteitsbijdrage van 10% betalen aan de sociale zekerheid.

Zodra de nieuwe regeling definitief is, zullen we die opnemen op de pagina.

Huidige wetgeving (tot 31 december 2020)

sla link op in klembord

De wetgeving voorziet twee systemen:

  • het verenigingswerk;
  • de occasionele diensten tussen burgers.

Voor beide systemen is een limitatieve lijst van activiteiten die in aanmerking komen opgemaakt.

Voor jou als bestuurder of directeur is vooral het verenigingswerk van belang. Ter info krijg je ook informatie over enkele occasionele diensten die tussen burgers geleverd kunnen worden.

Verenigingswerk voor schoolbesturen

sla link op in klembord

De wet laat besturen toe verenigingswerk te organiseren voor onderstaande activiteiten (limitatief te begrijpen):

  • de begeleiding in de opvang voor, tijdens en na de schooluren;
  • de begeleiding in de opvang op school tijdens de schoolvakanties;
  • de begeleiding bij het vervoer van en naar school;
  • de begeleiding van schooluitstappen, activiteiten op school, activiteiten van het oudercomité/ouderraad;
  • occasionele en kleinschalige verfraaiingswerken aan de school of de speelplaats;
  • occasionele en kleinschalige hulp en ondersteuning op vlak van administratief beheer, bestuur, ordenen van archieven of de praktische organisatie van activiteiten van het schoolbestuur;
  • occasionele en kleinschalige hulp voor een schoolbestuur bij het opstellen van nieuwsbrieven en andere publicaties en websites met het oog op het informeren, sensibiliseren of regelmatige educatie van een groot publiek.

Occasionele diensten tussen burgers

sla link op in klembord

Occasionele diensten tussen burgers zijn prestaties die niet via een organisatie worden geleverd maar rechtstreeks tussen burgers onderling.

Binnen dit systeem zijn volgende onderwijsgerelateerde activiteiten opgenomen:

  • kinderopvang thuis, buitenschoolse kinderopvang en vakantie-opvang al dan niet in een privéwoning;
  • bijlessen, muziek-, teken-, knutsel- of techniekles in de privéwoning van de lesgever of in de woning van de opdrachtgever.

Wie kan verenigingswerk uitoefenen?

sla link op in klembord

  • personen die een hoofdactiviteit met een tewerkstellingsvolume hebben van tenminste 4/5;
  • personen met een statuut van zelfstandige in hoofdberoep;
  • gepensioneerden;
  • werklozen waarbij de overeenkomst voor verenigingswerk al voor de werkloosheid is ingegaan.

Voor het 4/5 tewerkstellingsvolume houd je rekening met een referteperiode. Dit betekent dat de verenigingswerker mag bijklussen als die in de periode tussen 12 en 9 maanden voorafgaand aan de startdatum van de klus voor ten minste 4/5 werkte.

Verenigingswerk is niet toegelaten bij de eigen werkgever. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk dat je een onderwijzer kinderopvang laat doen onder de vorm van verenigingswerk bij het eigen schoolbestuur.

Voorbeelden

sla link op in klembord

  • Een ouder wil tijdens de middagpauze op school meehelpen. Op 1 september 2019 werkt de papa 4/5 in een bedrijf in de buurt. Om te zien of hij in aanmerking komt om aan verenigingswerk te doen op school is het niet de 4/5 opdracht vandaag die telt. We kijken naar de referteperiode die ligt tussen de 9 en 12 maanden voorafgaand aan de start van het verenigingswerk. Die periode situeert zich tussen 1 september 2018 en 1 december 2018. Tijdens die volledige periode werkte de papa voltijds. Hij mag dus verenigingswerk starten.
  • Een mama engageert zich om mee te gaan op schooluitstappen in april 2020. De school overweegt om haar als verenigingswerker in te schakelen. Momenteel werkt ze deeltijds in het gemeentehuis. De referteperiode voor deze mama situeert zich in de periode tussen 1 januari 2019 en 1 april 2019. Op dat moment neemt deze dame een loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof voor 1/2. Bijgevolg komt zij niet in aanmerking voor verenigingswerk op datum van 1 april 2020.
  • Een leraar neemt in schooljaar 2019-2020 een VVP (verlof verminderde prestaties) voor 1/5. Hij blijft verder 4/5 lesgeven. Het schoolbestuur wil de leraar aanstellen als verenigingswerker om occasionele en kleinschalige hulp en ondersteuning op vlak van administratief beheer te leveren op het secretariaat van de school. Dit kan echter niet aangezien verenigingswerk bij de eigen werkgever niet mogelijk is.

Vergoeding

sla link op in klembord

Een verenigingswerker kan tot 6 000 euro (niet-geïndexeerd) op jaarbasis en tot 500 euro per maand vergoed worden. De totale inkomsten uit het systeem van verenigingswerk, occasionele diensten tussen burgers en diensten in de deeleconomie mogen de 6 000 euro per jaar niet overschrijden. Diensten in de deeleconomie zijn diensten die tussen burgers geleverd worden via een erkend platform.

Voor 2020 gelden de geïndexeerde maximumbedragen van 6 340 euro per jaar en 528,33 euro per maand. De hoogte van de vergoeding is niet in de wet bepaald en kan dus vrij onderhandeld worden tussen het schoolbestuur en de verenigingswerker. Het bestuur kan ook een verplaatsingsvergoeding toekennen. Maar die is ook in het maximaal toegelaten bedrag opgenomen.

Dit bedrag is het totale bedrag voor de inkomsten uit verenigingswerk, uit diensten van burger aan burger en uit werk in de deeleconomie. Je wijst er je verenigingswerker best op dat dit grensbedrag gerespecteerd moet worden als hij of zij de verschillende systemen combineert.

Fiscale fiche

sla link op in klembord

Voor de verenigingswerker op je school moet je geen fiscale fiche invullen.

(Model)overeenkomst

sla link op in klembord

Ten laatste op het moment dat de verenigingswerker start, stel je een schriftelijke overeenkomst op. De overeenkomst is er één van bepaalde duur en maximaal voor 1 jaar, weliswaar telkens hernieuwbaar. De overheid publiceerde een modelovereenkomst.

Deze overeenkomst bevat minstens volgende bepalingen:

  • de identiteit van de verenigingswerker en de betrokken organisatie;
  • het opschrift ‘overeenkomst inzake verenigingswerk’;
  • de vergoeding;
  • de omschrijving van de activiteiten;
  • de plaats en omvang van het verenigingswerk;
  • de afgesloten verzekeringen;
  • de bepaalde duur van de overeenkomst (maximaal 1 jaar);
  • de eventuele beëindigingsmodaliteiten.

Verzekering

sla link op in klembord

Als schoolbestuur sluit je verplicht een verzekering af voor burgerlijke aansprakelijkheid voor de schade die de verenigingswerker veroorzaakt.

Je sluit ook een verzekeringscontract af dat de lichamelijke schade dekt die de verenigingswerkers lijden:

  • tijdens de uitvoering van het verenigingswerk;
  • op weg van en naar de activiteit;
  • door ziekten opgelopen als gevolg van het verenigingswerk.

Welzijn

sla link op in klembord

Je neemt als schoolbestuur de nodige maatregelen ter bevordering van het welzijn van de verenigingswerkers. In grote lijnen zijn dit dezelfde maatregelen die je neemt voor de andere personeelsleden.

Voorwaarden voor cumulatie

sla link op in klembord

Met rustpensioen

sla link op in klembord

De vergoeding in het kader van verenigingswerk wordt aanzien als beroepsinkomen binnen de pensioenregelgeving. Dit betekent dat je de maximale grenzen uit de pensioenregelgeving moet respecteren.

Boven de 65 jaar

sla link op in klembord

Gepensioneerden boven de 65 jaar kunnen deze inkomsten onbegrensd cumuleren.

Onder de 65 jaar

sla link op in klembord

Voor gepensioneerden onder de 65 jaar is dit bedrag beperkt tot 8 022,00 euro per kalenderjaar (12 033,00 euro indien kinderlast). Ook die bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. Voor het kalenderjaar 2019 gelden deze bedragen: 8 172,00 euro (12 558,00 indien kinderlast).

Voor het kalenderjaar 2019 gelden deze bedragen: 8 172,00 euro (12 558,00 indien kinderlast).

Met vrijwilligerswerk

sla link op in klembord

Een vergoeding voor verenigingswerk kun je niet cumuleren met een kostenvergoeding voor vrijwilligerswerk binnen dezelfde organisatie.

Met dienstonderbrekingen

sla link op in klembord

Zorgkrediet

sla link op in klembord

Verenigingswerk wordt niet als een nevenactiviteit beschouwd voor zorgkrediet. Het wordt op dezelfde manier behandeld als vrijwilligerswerk. Verenigingswerk kun je dus uitoefenen of opstarten tijdens het Vlaams Zorgkrediet. Je moet wel rekening houden met de referteperiode zoals eerder omschreven.

VVP/AVP

sla link op in klembord

Een bestaande vergoeding voor verenigingswerk vormt geen probleem voor de latere toekenning van een verlof voor verminderde prestaties (VVP) of afwezigheid voor verminderde prestaties (AVP). Ook wanneer je al een VVP/AVP hebt, mag je een vergoeding cumuleren als het verenigingswerk begint. Je moet wel rekening houden met de referteperiode zoals eerder omschreven.

Contact

Nieuws

MEER

×
Kijkt als...
Niveau
Regio