Zelfverwonding

Scholen worden in toenemende mate geconfronteerd met leerlingen die zichzelf beschadigen. ‘Krassen’ is een begrip dat alle jongeren kennen. Het is zowat een verzamelnaam voor allerlei vormen van zelfverwonding.

Wat?

sla link op in klembord

Kopieer

Automutilatie of zelfverwonding kan zich op allerlei wijzen voordoen. In de school heeft men meestal te maken met jongeren die zichzelf krassen of snijden met een scherp voorwerp, zichzelf verbranden, bijten, de haren uitrukken of ergens tegen slaan.

Risicojongeren

sla link op in klembord

Kopieer

Risicojongeren zijn jongeren die pijnlijke of schokkende gebeurtenissen hebben meegemaakt zoals geweld, misbruik, vernedering, pesten of verlies. Deze gebeurtenissen hebben hevige emoties als woede, schuld, pijn of angst opgeroepen. Ze werden vergezeld door het gevoel daarmee nergens terecht te kunnen en niet begrepen te worden.

Daarnaast zijn er jongeren die meestal minder pijnlijke gebeurtenissen combineren met een sterk experimenteergedrag. De afwezigheid van beschermende factoren in de leefomgeving en het hevige temperament van de jongere zelf kunnen eveneens een rol spelen.

Waarom zichzelf verwonden?

sla link op in klembord

Kopieer

Vaak blijven niet verwerkte gevoelens achter waardoor eerder banale gebeurtenissen (te) sterke emoties oproepen. Deze worden soms gekanaliseerd in zelfverwonding. Automutilatie wordt intern en extern gemotiveerd.

Interne motivatie

sla link op in klembord

Kopieer

  • innerlijke spanningen ontladen;
  • gevoelens uiten: boosheid tegenover een ander die niet naar buiten mag/kan worden gebracht;
  • zichzelf bestraffen: ontevredenheid, het eigen lichaam als vijand beschouwen, zeer negatieve kijk op zichzelf, boete, schaamte;
  • suïcidegedachten op de achtergrond houden;
  • omgaan met intense psychische of emotionele pijn: omdat het lichaam pijn doet wordt de innerlijke pijn minder gevoeld;
  • een innerlijke leegte opvullen en/of gevoelens van eenzaamheid verdrijven;
  • ontsnappen aan gevoelens van vervreemding tegenover de eigen persoon of het eigen lichaam (depersonalisatie) en/of de omgeving (derealisatie), of omgekeerd zichzelf in een soort verdoving of trance brengen;
  • iets bewijzen: men kan de pijn doorstaan en heeft daardoor het gevoel toch iets waard te zijn of het eigen lichaam onder controle te hebben.

Externe motivatie

sla link op in klembord

Kopieer

  • hulp of aandacht vragen en laten zien dat er iets ernstigs aan de hand is;
  • “Houdt er wel iemand van mij?” of testen hoe graag de omgeving hen ziet.

Signalen detecteren

sla link op in klembord

Kopieer

Zelfverwondend gedrag blijft vaak verborgen. Daarom is het goed te letten op de volgende signalen:

  • plots dragen van bedekkende kledij
  • terloops huid laten zien die beschadigd is
  • een verdrietige grondtoon
  • verdwijnen van scherpe voorwerpen
  • zich opsluiten op het toilet
  • het feit zelf dat de gedachte of het vermoeden “zou hij/zij misschien automutileren?’ opkomt.

Begeleiden van leerlingen die zichzelf verwonden

sla link op in klembord

Kopieer

Een leraar merkt tijdens de les op dat de polsen van een leerling littekens en wonden vertonen. Een leerling neemt de klasleraar in vertrouwen en vertelt dat haar vriendin zichzelf beschadigt. Wanneer je bij leerlingen zelfverwondend gedrag ontdekt, is het belangrijk dat men de kalmte bewaart en geen alarm slaat. In vele gevallen is het krassen of snijden een poging tot communiceren, een vraag om hulp. De leerlingenbegeleiding kan op die vraag ingaan. Erover praten is dus belangrijk.

Vertrouwen winnen

sla link op in klembord

Kopieer

  • stel vragen als: “Wat doe je als je je slecht voelt?” “Sommige jongeren doen zichzelf pijn, wat doe jij?”
  • vraag er open naar;
  • uit je bezorgdheid, beschuldig of veroordeel niet;
  • beloof vertrouwelijkheid maar geen geheimhouding: ‘Wie mag ik inschakelen als ik het zelf niet meer aankan?;
  • zeg dat je een luisterend oor wil bieden en mee een weg bewandelen;
  • maak een onderscheid tussen de leerling als persoon en het (problematisch) gedrag;
  • neem de signalen ernstig, minimaliseer niet.

Een juist beeld

sla link op in klembord

Kopieer

De begeleider probeert in samenspraak met de leerling een beeld te vormen van de achterliggende problematiek:

  • de begeleidende klassenraad kan hierbij helpen: mogelijk hebben (andere) leraren nuttige informatie die licht werpt op de moeilijkheden waarmee de leerling worstelt;
  • eventueel zijn er relevante gegevens te vinden in het pedagogisch dossier van de leerling die wijzen op signalen en onderliggende problematiek: slechte resultaten, moeilijke schoolloopbaan, spijbelproblematiek, complexe gezinssituatie, conflicten met medeleerlingen, pestgedrag of andere psychosociale gegevens;
  • een gesprek met de ouders of een medeleerling (het zijn vaak medeleerlingen die de verwondingen hebben opgemerkt) kan helpen om de ernst in te schatten en zicht te krijgen op de hulpverlening die mogelijk reeds opgestart is.

Wat doet automutilatie met jou als begeleider?

sla link op in klembord

Kopieer

Krassen en ander zelfbeschadigend gedrag kan ingrijpend en shockerend zijn.

    De volgende risico’s bestaan:

    • te veel afstand nemen: er gebeurt niets, de zaken worden genegeerd;
    • te weinig afstand nemen;
    • boos worden;
    • altijd beschikbaar zijn willen zijn;
    • ‘redden’;
    • tussen ouders en de jongere gaan staan.

    Tip
    Houd het hoofd koel en het hart warm. De begeleider kan erover spreken met de zorgwerkgroep, het directieteam en over zelfverwondend gedrag lezen. Een zekere afstand nemen is hier altijd aangewezen.

    Zelfonderzoek begeleiden en alternatief gedrag aanreiken

    sla link op in klembord

    Kopieer

    Vaak weten leerlingen zelf niet waarom ze zich verwonden. Om dit verder uit te zoeken en de jongere te laten verwoorden welke oorzaken aan dit gedrag ten grondslag liggen, kunnen volgende vragen helpen:

    • Waar en in welke omstandigheden ben je tot zelfverwonding overgegaan?
    • Welke gevoelens had je daarbij? Welk effect had de zelfverwonding achteraf?
    • Heb je daarover verteld aan vrienden/vriendinnen? Wat vond je van de reactie daarop? Was dat een juiste reactie? Waarom niet?
    • Waarom mag niemand weten dat je dat doet?
    • Doe je dat op aanraden van een medeleerling, vriend of vriendin?
    • Hoe denk je over jezelf? Hoe zou je jezelf omschrijven?
    • Wil je eventueel notities bijhouden over de momenten waarop je jezelf verwondt en de gevoelens die je daarbij hebt?

    Geef aan dat automutilatie niet de beste manier is om met problemen om te gaan en dat je samen met de jongere wil zoeken naar alternatieven. Indien nodig moet erop gewezen worden dat het beter is niet met het gedrag te koop te lopen. Het kan niet de bedoeling zijn andere leerlingen te choqueren, noch andere leerlingen tot zelfverwondend gedrag aan te zetten. Anderzijds is het voor de betrokken leerling belangrijk dat zij/hij niet geïsoleerd geraakt en dus alle lessen en activiteiten, ook turnlessen en praktijkvakken, volgt.

    Mogelijke alternatieven zijn:

    • de gevoelens die ze ervaren naar buiten laten komen door erover te praten, met een leraar, een CLB-medewerker, een telefonische hulplijn, een jongerenadviescentrum;
    • als praten moeilijk is samen met de jongere op zoek gaan naar andere creatieve manieren om de gevoelens te uiten: schilderen, tekenen, een gedicht, een dagboek, een brief schrijven (bijvoorbeeld aan de leerlingbegeleider);
    • een (niet-verstuurde) brief schrijven aan de personen waarop ze boos zijn en waarin ze woede uiten;
    • spanningen ontladen door verschillende korte lichamelijke inspanningen: lopen, fietsen, sporten;
    • luisteren naar muziek (soms keihard);
    • werken met de handen: huishoudelijke karweitjes, tuinieren, boetseren, tekenen …

    Houd regelmatig contact met de jongere. Informeer bij een volgend gesprek naar zijn welbevinden. De oorzaken die mogelijk aan de grondslag liggen, worden bekeken (is daarin een evolutie merkbaar?). Als het kan worden de aantekeningen die de leerling heeft gemaakt, samen gelezen. Daarin kunnen aanknopingen gevonden worden om het probleemoplossend denken van deze individuele leerling te versterken. Verwondt de leerling zichzelf nog? Vragen om de verwondingen te laten zien heeft weinig zin. Soms gaan ze dan krassen of snijden op minder zichtbare plaatsen van het lichaam.

    Doorverwijzen

    sla link op in klembord

    Kopieer

    Automutilatief gedrag kan stoppen na enkele weken en een aantal gesprekken. Langdurig en heftig zelfverwondend gedrag kan wijzen op psychotische opstoot of persoonlijkheidsstoornissen. De school zal hier de vraag richten aan de CLB-medewerker om individuele begeleiding op te zetten of door te verwijzen naar gespecialiseerde hulp.

    De ervaring leert dat de jongere enkel doorverwijzen weinig effectief is. De drempel is vaak te hoog. Het is aan te raden om samen met de jongere contact op te nemen met de gespecialiseerde dienst. Een CLB-begeleider kan eventueel een eerste keer mee op bezoek gaan.

    Melden aan de ouders

    sla link op in klembord

    Kopieer

    Dat ouders bij de problematiek van automutilatie moeten betrokken worden, is een logisch uitgangspunt, zeker als het om jongere kinderen gaat. Toch kun je situaties bedenken waar het informeren van de ouders niet in het belang van het kind is. Soms is het de uitdrukkelijke vraag van de jongere zelf die de school ervan zal weerhouden contact op te nemen.

    Telkens opnieuw zal de school in elke concrete feitelijke situatie, in het belang van de leerling moeten afwegen en oordelen of het raadzaam is de ouders te informeren. De beslissing over het al dan niet doorspelen van informatie aan de ouders zal afhangen van de leeftijd van de jongere, zijn maturiteit, de concrete gezinssituatie en samenstelling, de voorgeschiedenis enz. Als principe gaan we er van uit dat er zo weinig mogelijk over het hoofd en achter de rug van de leerling gebeurt.

    Het betrekken van gezinsleden of vertrouwenspersonen is normalerwijze een goede keuze. Hoe meer personen erbij betrokken worden, hoe uitgebreider het netwerk. Om te vermijden dat je naast elkaar werkt, is overleg en taakverdeling met alle betrokkenen aangewezen.

    Checklist van zorgvuldigheidscriteria

    sla link op in klembord

    Kopieer

    Volgende checklist van zorgvuldigheidscriteria kan de begeleider (zorgwerkgroep) helpen om een verantwoorde beslissing te nemen bij het doorgeven van informatie aan de ouders, andere leraren, de begeleidende klassenraad.

    Waarom wil ik de vertrouwelijkheid doorbreken? (Bedachtzaamheid)

    sla link op in klembord

    Kopieer

    • Schat ik de gevaren van automutilatie juist in?
    • Schat ik de gevolgen van het doorgeven van de informatie juist in?
    • Houd ik voldoende rekening met de mogelijke schade?
    • Is er een andere weg dan het doorbreken van de vertrouwelijkheid? (Als ik het onderliggende probleem kan verhelpen, verdwijnt mogelijk het automutilatief gedrag.)
    • Waarom wil ik dat deze jongere ophoudt met zelfbeschadiging? (Is het informeren van de ouders gericht op de zorg voor de jongere? Indekken?)

    Wie breng ik op de hoogte? (Onderscheidingsvermogen en empathie)

    sla link op in klembord

    Kopieer

    • Is de informatieontvanger voldoende betrokken?
    • Hoe groot is de draagkracht van de informatieontvanger? Kan hij de informatie verwerken?
    • Hoe fel is de druk van buitenaf op de leerling?
    • Wie is de meest geschikte informatieontvanger?

    Welke informatie geef ik door? (Onderscheidingsvermogen)

    sla link op in klembord

    Kopieer

    • Is mijn informatie betrouwbaar? (bijvoorbeeld: Wat is de betekenis van de signalen van zelfverwonding? Wat is het risico?)
    • Is de informatie relevant met het oog op kwalitatieve zorgverlening?
    • Wat zijn hoofd- en bijzaken?
    • Is de hoeveelheid informatie gepast?

    Hoe geef ik informatie door? (Bedachtzaamheid en empathie)

    sla link op in klembord

    Kopieer

    Deel ik de informatie op een vertrouwelijke manier mee?

    • Wat zijn de meest gunstige omstandigheden?
    • Hoe zal de jongere zich voelen bij het doorgeven van de informatie?

    Aandachtspunten voor een preventief schoolbeleid

    sla link op in klembord

    Kopieer

    • De begeleiding van leerlingen die zichzelf verwonden (evenals leerlingen met depressie, suïcidaal gedrag …) maakt deel uit van het bredere zorgbeleid, ingebed in de eigen schoolcultuur.
    • Een goed uitgebouwde zorgwerkgroep die zelf de nodige vorming heeft gekregen kan leraren ondersteunen in hun omgaan met leerlingen die zichzelf verwonden.
    • Planmatig te werk gaan, verhoogt de effectiviteit van het zorgbeleid.

    Contact

    Katrien Bressers
    pedagogisch begeleider
        02 507 07 25
        +32486897733
        Jan Coppieters
        pedagogisch begeleider
            02 507 07 87
            Annemie Jennes
            stafmedewerker
                02 507 06 25
                ×
                Kijkt als...
                Niveau
                Regio