2 februari 2022 – Grensoverschrijdend gedrag in hoger onderwijs

Mijn eerste indruk, toen ik dit thema voor een actuele onderwijsvraag las, was: is dit wel een vraag voor de onderwijsminister? De voorbije dagen had ik wel enkele stukken in “mijn” krant (voor abonnees) gelezen over de concrete casus die aanleiding was voor deze parlementaire vragen. En zelfs op de dag zelf van de plenaire vergadering vond ik het stuk van filosofe Griet Vandermassen (voor abonnees) in diezelfde krant boeiend. Tot… ik ook de opiniebijdrage van professor Peter Adriaenssens (voor abonnees) las en beter begreep, op basis van een ruimere blik op de problematiek, dat we hier toch te maken hadden met een thema waarbij de spanning tussen de autonomie van (al of niet private) organisaties en een direct of indirect overheidsoptreden een van de relevante invalshoeken (naast andere, zoals die van Griet Vandermassen bijvoorbeeld) was voor de casus in kwestie. Zoals dat trouwens zo vaak geldt bij allerlei onderwijsbeleidsthema’s: hoever gaat de autonomie van een instelling bij een bepaald thema of is er een duidelijke taak voor de overheid weggelegd die die autonomie inperkt in mindere of meerdere mate?

Maar de concrete vragen van Katrien Schryvers en Johan Danen toonden dat er nog een specifieke, concrete voorgeschiedenis relevant was voor het thema. Vragensteller Schryvers verwees naar het omstandige werk vorige legislatuur rond grensoverschrijdend gedrag (met een resolutie en twee voorstellen van decreet). Daaruit was voor het hoger onderwijs ook een charter voortgekomen. Hoe zat het met dat charter in de praktijk? Vragensteller Danen verwees naar een doctoraatsonderzoek ter zake, waaruit bleek dat het probleem in het academische milieu een endemische situatie was. De organisatie van meldpunten was niet adequaat. Wat ging minister Weyts doen om de slachtoffers beter te ondersteunen bij hun klachten?

Minister Weyts wees ook op het bestaan van het hogeronderwijscharter (met VLIR en VLHORA) en had vorig jaar al een stand van zaken daarrond gevraagd. Een toen opgerichte werkgroep (met ook studenten) zou over enkele maanden een evaluatierapport opleveren. Over de concrete casus van de ontslagen VUB-professor had hij de informatie gekregen dat de bestaande procedures daarvoor wel gewerkt zouden hebben. Hij herhaalde dat later nogmaals: hij waarschuwde voor jumping to conclusions, wat die casus betrof. Hij was bereid open te discussiëren (bv. één of meerdere meldpunten?), maar dan wel op basis van dat aangekondigde evaluatierapport.

Eerder had vragensteller Schryvers inderdaad de optie van één overkoepelend meldpunt verdedigd en nog gevraagd naar een manier om informatie ter zake beter te laten doorstromen. Geïnspireerd door de bovenvermelde opinietekst van professor Adriaenssens had ook vragensteller Danen de minister gevraagd om de optie van een centraal meldpunt te onderzoeken. De ene al wat omstandiger c.q. kritischer dan de andere, maar alle interveniënten (vier in aantal) sloten zich aan bij die bijkomende vragen van de vragenstellers. Hat was dus wachten op dat evaluatierapport.

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

Verwante artikels

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio