Nieuwsoverzicht

Het Grondwettelijk Hof vernietigt de eindtermen tweede en derde graad secundair onderwijs

do 16 juni 2022

  • ant

Vandaag sprak het Grondwettelijk Hof zich uit over de vraag tot vernietiging van de eindtermen tweede en derde graad secundair onderwijs. Die vraag werd door Katholiek Onderwijs Vlaanderen samen met 113 schoolbesturen en ouders en leerlingen ingediend. Het Hof volgt de argumentatie van Katholiek Onderwijs Vlaanderen over de hele lijn en besliste de eindtermen te vernietigen. Dit is een historisch arrest, het Grondwettelijk Hof bevestigt met het hoogste gezag dat de vrijheid van onderwijs een van de steunpilaren is van de Belgische democratische rechtstaat. Hier vind je het arrest van het Hof, hier het korte persbericht.

In zijn argumentatie maakt het Grondwettelijk Hof duidelijk dat de overheid nooit of te nimmer een volledig onderwijsprogramma mag opleggen en dus voldoende ruimte moet laten voor eigen doelen van onderwijsverstrekkers, scholen en leraren.

Katholiek Onderwijs Vlaanderen zal in de komende dagen het arrest van het Grondwettelijk Hof grondig bestuderen, en vervolgens uitgebreider communiceren naar haar leden via inforondes en nieuwsbrieven.

In een eerste reactie zegt Mgr. Johan Bonny, voorzitter van de raad van bestuur van Katholiek Onderwijs Vlaanderen: “We zijn verheugd dat de checks and balances van onze rechtstaat goed werken. Ondertussen krijgen we heel veel opgeluchte reacties uit ons netwerk van besturen, directies en leraren. Dit laat ons toe om vanuit vrijheid aan de kwaliteit van onderwijs verder te werken, overtuigd van de professionaliteit van leraren en schoolleiders.”

“We zijn heel tevreden dat het Grondwettelijk Hof onze verzuchtingen erkent. Daardoor krijgen scholen en leraren opnieuw de ruimte die ze nodig hebben om onze leerlingen vanuit het eigen pedagogisch project kwaliteitsvol onderwijs te bieden” zegt Lieven Boeve, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen. “Toch blijven we het jammer vinden dat we deze procedure hebben moeten voeren. Al in 2020 hebben we vanuit Katholiek Onderwijs Vlaanderen aangeboden om samen met de overheid die set eindtermen grondig te versoberen. Vandaag herhalen we het aanbod om aan nieuwe eindtermen te werken. Ondertussen zullen we, onder meer via onze nieuwe leerplannen, onze scholen zo goed mogelijk bijstaan in de overgangsperiode die nu aanbreekt.”

Hier staat ingevoegde content uit een social media netwerk dat cookies wil schrijven of uitlezen. Je hebt hiervoor geen toestemming gegeven. Klik hier om dit alsnog toe te laten.

Wat betekent dit concreet?

Dit arrest heeft geen onmiddellijke gevolgen voor het volgende schooljaar. Het Grondwettelijk Hof bepaalde immers dat de vernietigde eindtermen van kracht blijven tot er nieuwe eindtermen zijn. Op basis van onze leerplannen kunnen leraren aan de slag in de klas. Tegelijk roepen we op basis van de uitspraak van het Grondwettelijk Hof de onderwijspartners wel op om zo snel mogelijk in gesprek te gaan over nieuwe eindtermen. Zo kan de overgangsperiode waarin we nu terechtgekomen zijn, zo kort mogelijk gehouden worden.

Ondertussen hebben we ook nieuws over onze leerplannen van de eerste en de tweede graad. Die waren oorspronkelijk slechts goedgekeurd tot 1 september 2022. Daarom hebben we dit jaar die leerplannen opnieuw bij de onderwijsinspectie ingediend. Ook die zijn ondertussen weer voorlopig goedgekeurd.

De raad van bestuur van Katholiek Onderwijs Vlaanderen heeft daarbij expliciet en voluit gekozen voor de kwaliteit van onderwijs en dus voor ruimte voor het inhoudelijk en pedagogisch-didactisch meesterschap van de leraar en het pedagogisch project van de school. Bij de herindiening werden in de leerplannen daarom een aantal wijzigingen doorgevoerd die leraren en lerarenteams toelaten om meer dan voorheen een aantal eigen pedagogisch-didactische keuzes te maken. Meer daarover en over de concrete impact van het arrest in een extra infosessie en een extra nieuwsbrief volgende week.

Wat waren onze bezwaren tegen de vernietigde eindtermen? Een samenvatting in vier stellingen.  

  1. De eindtermen bedreigden de vrijheid én de kwaliteit van onderwijs. 
  2. Leraren dreigden louter uitvoerder te worden van wat de overheid vraagt. 
  3. De lessentabellen lieten onvoldoende ruimte voor eigen keuzes. 
  4. De studierichtingen en finaliteiten verloren hun karakter en waren niet langer afgestemd op hun doelgroep. 

De eindtermen bedreigden de vrijheid én de kwaliteit van onderwijs 

De eindtermen waren een bedreiging voor zowel de vrijheid als de kwaliteit van het Vlaams onderwijs. Zij zouden een basislat moeten zijn, sober geformuleerd, zoals door het Parlement vastgelegd in een decreet. In de plaats daarvan koos de Vlaamse overheid onder het mom van “ambitieuze eindtermen” voor te veel en te gedetailleerde eindtermen, wat tot het omgekeerde effect leidt. Vanuit Katholiek Onderwijs Vlaanderen zijn we uiteraard niet tegen ambitieuze eindtermen, maar nu ontbrak de nodige tijd om kwaliteit en diepgang te verzekeren, en was er ook geen ruimte meer voor eigen accenten van de school en de leraar. Bovendien zouden leerlingen over heel veel iets leren, maar niets meer grondig. Kwaliteit werd met kwantiteit verward. 

De eindtermen waren onmogelijk nog minimumdoelen te noemen, hoewel ze dat wettelijk wel horen te zijn. Vrijheid garandeert de ruimte voor scholen en leraren om eigen keuzes te maken. Vanuit Katholiek Onderwijs Vlaanderen engageerden we ons om ook in onze leerplannen voldoende ruimte te laten voor scholen en lerarenteams om vanuit hun pedagogisch project eigen keuzes te maken die inspelen op doelgroepen. Nu slagen we daar helemaal niet in, want deze set eindtermen overlaadt de kar door zo goed als alle onderwijstijd vast te betonneren. Eindtermen zouden daarom nooit meer dan 70 procent van de onderwijstijd mogen innemen. 

Leraren dreigden louter uitvoerder te worden van wat de overheid vraagt 

Scholen, lerarenteams en leraren hadden geen ruimte of tijd om eigen keuzes te maken in wat aan bod komt en in hoe ze het willen aanpakken. De eindtermen schreven zelfs voor binnen welke context en volgens welke methodiek leraren leerinhouden in de klas moeten aanbrengen. Alle onderwijsdoelen afhaspelen, leidt tot oppervlakkigheid. De leraar wordt gedegradeerd tot afvinker van lijstjes. De leraar die lesgeeft uit passie en expertise, wordt louter uitvoerder van wat de overheid vraagt.  

De lessentabellen lieten onvoldoende ruimte voor eigen keuzes 

Het aantal vrij in te vullen uren door scholen kwam ernstig in het gedrang. De overheid beweerde dat de nieuwe eindtermen tweede en derde graad vrije ruimte garanderen, maar uit de feiten bleek dat het niet klopt. De kunstleraren trokken aan de alarmbel omdat we artistieke vorming in geen enkele studierichting een volwaardige plaats kunnen geven in de modellessentabellen.  

Leerlingen in domeingebonden doorstroomrichtingen (tso vandaag) als Technologische wetenschappen, Biotechnologische wetenschappen of Bedrijfswetenschappen krijgen zes uur minder specifieke vorming (bv. wiskunde en toegepaste fysica) dan voordien. Humane wetenschappen in de derde graad houdt van tien vrije uren er slechts twee over. 

In Latijn-wiskunde en Grieks-wiskunde blijft slechts één vrij uur per jaar zodat scholen noodgedwongen een keuze moeten maken uit een uur extra wiskunde, esthetica, Duits of seminarie … en zo kunnen we nog wel even doorgaan. 

De studierichtingen en finaliteiten verloren hun karakter en waren niet langer afgestemd op hun doelgroep 

De eindtermen voor vakken als wiskunde, natuurwetenschappen, Nederlands, Engels en Frans zijn volledig identiek voor de domeingebonden (tso/kso) en domeinoverschrijdende (aso) studierichtingen, maar geschreven op aso-niveau. Het resultaat is dat de studierichtingen en onderwijsvormen hun eigenheid verliezen. 

Een leerling Maatschappij- en welzijnswetenschappen moest hetzelfde wiskundeniveau behalen als een leerling in Technologische wetenschappen. Als leerlingen Technologische wetenschappen moderne vreemde talen op aso-niveau moeten beheersen en leerlingen Bedrijfswetenschappen of Audiovisuele vorming natuurwetenschappen en wiskunde op aso-niveau moeten halen, dan zouden heel wat leerlingen die vanuit hun profiel in de doorstroomrichtingen zitten, noodgedwongen moeten kiezen voor dubbele finaliteitsrichtingen (doorstroom-arbeidsmarkt, tso/kso). 

Ook in arbeidsmarktgerichte studierichtingen (bso) gaat veel onderwijstijd naar de 16 verschillende sleutelcompetenties en resten er onvoldoende lesuren specifieke vorming. De Vlaamse Regering klopte zich op de borst met de versoepeling dat “een leerling-vloerder oppervlaktematen voortaan ook in de praktijkvakken kan aangeleerd krijgen in plaats van enkel in de wiskundeles”. Helaas geen versoepeling: dat is al 40 jaar de onderwijspraktijk. 

De nieuwe eindtermen hadden onvoldoende aandacht voor de grote verscheidenheid bij leerlingen, die kiezen voor specifieke studierichtingen op basis van hun capaciteiten en interesses. Dat demotiveert leerlingen en leraren en leidt tot meer jongeren zonder diploma. En daar wint niemand bij. 

Hoe is het zo ver kunnen komen? 

Hoe werden de eindtermen ontwikkeld? 

Eindtermen vertolken de verwachtingen van de samenleving naar het onderwijs. De vorige eindtermen dateren van de jaren 1990, hoog tijd voor een update dus. Omdat er steeds meer naar het onderwijs wordt gekeken om maatschappelijke problemen op te lossen, waarschuwen we sinds 2017 voor de druk die zo op het onderwijscurriculum ontstaat. Om dat te vermijden, stelden we voor een methodiek af te spreken om de impact op de onderwijstijd in het oog te houden en de verhouding van de sleutelcompetenties tot elkaar. Een overkoepelende commissie zou soelaas kunnen bieden. Ons voorstel werd meermaals afgewezen. 

De eindtermen werden per sleutelcompetentie besproken in aparte ontwikkelcommissies, die van start gingen op 19 november 2018. Die ontwikkelcommissies waren samengesteld uit leraren, vakexperts en vertegenwoordigers van de onderwijsverstrekkers. De ontwikkelcommissies vertrokken niet van een wit blad, maar van eindtermen die werden ontwikkeld door de administratie van de overheid (AHOVOKS), dus niet door mensen met voldoende voeling met leerlingen in de verschillende onderwijsvormen en studierichtingen. 

Het geheel werd strikt gestuurd door de administratie en heel wat onderwerpen, zoals het ambitieniveau van de eindtermen en de veelheid aan eindtermen, bleven onbespreekbaar. Onze opmerkingen over de haalbaarheid werden weggezet als “niet willen streven naar onderwijskwaliteit”. De administratie liet ook niet toe dat er in de ontwikkelcommissie verwezen werd naar het werk in andere ontwikkelcommissies. Er werden geen verslagen gemaakt, noch was er een expliciet consensusmechanisme afgesproken. De ontwikkelcommissies werkten noodgedwongen naast elkaar, alsof ze elk een hoofdstuk uit een boek schreven zonder eindredactie. 

Onze netwerkorganisatie roerde zich 

Bij de scholen borrelde de ongerustheid. De technische en beroepsscholen roerden zich, omdat zij de ruimte voor technische en praktische vormen zagen verdwijnen. Voor de zomer van 2020 werken de onderwijsverstrekkers een voorstel tot versobering uit, dat meteen werd teruggedraaid. In oktober en november tekende de raad van bestuur van Katholiek Onderwijs Vlaanderen formeel verzet aan en stelde ze tot twee keer toe een versobering in overleg voor. Als reactie voegt de Vlaamse Regering prompt 27 eindtermen toe. 

Een kritisch advies van de Raad van State 

In november 2020 publiceerde de Raad van State zijn advies over de eindtermen. Hij besloot dat die set eindtermen omwille van hun omvang en mate van detail een bedreiging voor de vrijheid en kwaliteit van het onderwijs vormt. Vrijheid van onderwijs en kwaliteit zijn immers onlosmakelijk met elkaar verbonden.  

Maar de Raad van State zei nog meer. Eindtermen moeten altijd de vrijheid van onderwijs garanderen. Een onderwijsverstrekker kan gelijkwaardige onderwijsdoelen indienen, maar dat geeft de overheid geen vrijgeleide om met de eindtermen de onderwijsvrijheid te beknotten. Als de vrijheid enkel kan worden uitgeoefend door het indienen van gelijkwaardige eindtermen, stelde de Raad van State, dan zijn de eindtermen in strijd met de grondwet. 

De Raad van State bevestigde dat de omvang en het gedetailleerde karakter van de eindtermen de onderwijsvrijheid schaden. Minimumdoelen horen voldoende ruimte te laten voor eigen keuzes over de brede vorming van de leerling, de professionele inbreng van de leraar en de pedagogisch-didactische aanpak van de school. Dat dreigt nu niet het geval te zijn, stelde de Raad van State. 

De Raad van State bevestigde zo ook wat de Vlaamse Onderwijsraad in augustus 2020 aankaartte, namelijk dat de nieuwe eindtermen die ruimte onvoldoende waarborgen. Eindtermen die onderwijsverstrekkers onvoldoende ruimte geven om zelf doelen toe te voegen, zijn geen minimumdoelen, maar vormen een volledig onderwijsprogramma. 

Ondertussen in het Vlaams Parlement 

Daarnaast klonk ook bezorgdheid in het Vlaams Parlement over de haalbaarheid van de eindtermen. De onderwijsverstrekkers maakten op een hoorzitting hun bezwaren kenbaar. Een praktijkcommissie van leraren en directeurs moest daarop een antwoord bieden. Dat voorstel was voor ons niet voldoende en bevestigt ons punt dat er zich een probleem van haalbaarheid stelt. Het Vlaams Parlement keurde de eindtermen goed op 10 februari 2021. De raad van bestuur van Katholiek Onderwijs Vlaanderen besliste op 11 februari over te gaan tot een procedure bij het Grondwettelijk Hof

Geen schorsing van de eindtermen 

Op 22 juli besliste het Grondwettelijk Hof de eindtermen niet te schorsen omdat het Hof daartoe geen hoogdringende redenen ziet. De invoering op 1 september betreft immers alleen het derde jaar. Daardoor had het Hof meer tijd voor een uitspraak ten gronde over de vernietiging van de eindtermen. 

De praktijkcommissie maakte haar belofte niet waar 

Het langverwachte rapport (maart 2022) van de praktijkcommissie die de haalbaarheid van de nieuwe eindtermen moet opvolgen bleek een maat voor niets. De commissie pleit voor een verlenging van haar opdracht en maakte haar opdracht niet waar: een evaluatie na één schooljaar, zodat de nodige bijsturingen aan de eindtermen kunnen gebeuren voor de derde graad ermee aan de slag gaat.  

Daarnaast had het rapport bijna exclusief oog voor het implementatieproces van de eindtermen en nauwelijks voor de haalbaarheid ervan voor schoolteams en leerlingen. Terwijl dat laatste precies de reden is waarom de praktijkcommissie in het leven geroepen is. Bovendien ontwikkelde de praktijkcommissie nog steeds geen methodiek om de reële impact van de nieuwe eindtermen op de onderwijstijd te meten, wat haar kernopdracht diende te zijn.  

Op de laatste zitting van het Grondwettelijk Hof, kort daarvoor, bleek overigens dat de praktijkcommissie door minister Weyts werd meegezogen in het juridisch-politieke dispuut over de eindtermen. 

Het Grondwettelijk Hof vernietigt de eindtermen

Op 16 juni 2022 oordeelt het Grondwettelijk Hof dat de eindtermen voor de tweede en derde graad van het secundair onderwijs in strijd zijn met de grondwet. 

×
Kijkt als...
Niveau
Regio