Visie

De opvatting over kwalitatief en doelmatig onderwijs en de plaats die ICT daarbij inneemt. De visie omvat de overkoepelende ambities en bevat de randvoorwaarden om die te verwezenlijken.

In onderstaande tekst kan 'school' vervangen worden door 'scholengroep/scholengemeenschap'.

Visieontwikkeling in fasen

sla link op in klembord

Om van het digitaliseren van onderwijs een succesverhaal te maken in je school, vertrek je best van een schooleigen visie op leren en onderwijzen - geënt op de schoolcultuur en het pedagogisch project - en ga je na op welke manier digitale middelen ter ondersteuning van die visie kunnen ingezet worden.

Visieontwikkeling met betrekking tot het inzetten van digitale middelen is een dynamisch proces en omvat zowel een visie op leren en onderwijzen als een visie op de manier waarop digitalisering geïmplementeerd kan worden.

In een eerste fase is het belangrijk uit te gaan van de bestaande visie op leren en onderwijzen die binnen de schoolcultuur leeft en je de vraag te stellen hoe het inzetten van digitale middelen die visie kan faciliteren of ondersteunen. De consequenties op de representatie van de leerinhouden, de materiële vereisten voor de school, de leraar en de leerling, en de infrastructurele gevolgen, vormen de perspectieven op korte termijn.

In een volgende fase kun je vanuit de maatschappelijke context en de visie op vorming kritisch reflecteren op de bestaande visie op leren en onderwijzen zodat die zich verder kan ontwikkelen. De bestudering van visieteksten en de analyse van leerplandoelen kunnen een zinvolle eerste stap zijn. Bij een geëvolueerde visie moet je telkens nagaan of en hoe het inzetten van digitale middelen een pedagogisch-didactische meerwaarde kan bieden. Essentieel is dat de leraar inziet dat het inzetten van digitale middelen bijdraagt tot het efficiënt realiseren van de leerplandoelen.

Het inzetten van digitale middelen vraagt een heldere kijk van de school op:

  • hoe worden leraren ondesteund;
  • hoe worden ouders ondersteund;
  • hoe worden de leerinhouden aangebracht;
  • wat zijn de materiële vereisten voor de school, het schoolteam en de leerlingen;
  • wat zijn de bijhorende infrastructurele gevolgen.

Het ontwikkelen van een visie op aankoopbeleid, verzekering, depannage, implementatiestrategie, kostenbeheersing voor de leerlingen … telkens aangestuurd door de visie op leren en onderwijzen maakt deel uit van de bouwsteen visie. Samen met het nadenken over de houding tegenover ouders die niet willen/kunnen meestappen in de vernieuwing en het formuleren van antwoorden op mogelijke vragen over ergonomie en gezondheid voor de leerlingen.

We onderscheiden drie grote doelen voor de digitalisering van scholen:

  1. ondersteunen bij het werken aan goed onderwijs;
  2. leerlingen digitaal competent en mediawijs maken;
  3. de school ontwikkelen als efficiënte en professionele leergemeenschap.

Doel 1: Digitalisering om te werken aan goed onderwijs

sla link op in klembord

Als school kun je digitale leermiddelen inzetten om je onderwijs te verbeteren. Om je onderwijs effectiever te maken. Om leerlingen beter te doen leren. Maar hoe leren leerlingen? Daarvoor is een duidelijke visie op onderwijs nodig. Wat vind je belangrijk? Wat werkt? Waar wil je voor gaan?

Mogelijke bronnen die je hierbij kunnen ondersteunen zijn: Op de schouders van reuzen (Paul Kirschner), Wat echt werkt (David Mitchell), Leren zichtbaar maken (John Hattie), Wat werkt in de klasWat werkt op school (Robert J. Marzano) …

Bekijk de verschillende onderdelen van je visie op onderwijs. Hoe kan digitalisering dit ondersteunen?

Reflectievragen

sla link op in klembord

  • Welke visie heeft de school op onderwijs? Hoe kunnen digitale leermiddelen hierbij ondersteunen?
    • Wat is de visie op het gebruiken van digitale leer en -hulpmiddelen om het leren te ondersteunen?
    • Wat is de visie op het inzetten van digitale leermiddelen om tegemoet te komen aan de uiteenlopende leernoden van leerlingen?
    • Wat is de visie op het inzetten van digitale leermiddelen voor differentiatie?
    • Wat is de visie van de school op digitaal evalueren, op het gebruik van digitale middelen in het proces van formatief, summatief evalueren en effectieve, tijdige feedback? ​​​​​​
  • Welke digitale leeromgeving (Smartschool/Scoodle/Bingel/Questi/Broeckx/Office 365/Google Workspace for Education/Canvas/Toledo/Moodle /andere) past bij de schoolvisie?

Doel 2: Digitalisering om leerlingen digitaal competent en mediawijs te maken

sla link op in klembord

De leerlingen groeien op in een digitale wereld. Daarom zijn er eindtermen die vertaald worden in onze leerplannen. Digitalisering is dus ook een middel om daaraan te werken.

Via het curriculum

sla link op in klembord

Tijdens alle activiteiten zijn er kansen om te werken aan de mediakundige ontwikkeling in het basisonderwijs en de digitale competenties en mediawijsheid in het secundair onderwijs van leerlingen.

Reflectievragen

sla link op in klembord

  • Welke visie heeft de school op het aanleren van digitale competenties en mediawijsheid bij leerlingen? 
  • Hoe werkt de school aan de leerplandoelen rond de mediakundige ontwikkeling en digitale competenties en mediawijsheid?
  • Wat is de visie van de school op het binnenbrengen van de digitale context waarin de leerlingen vandaag leven in hun leren?
  • Leerlingen groeien op in een digitale wereld waarin ze veelvuldig digitaal consumeren en produceren. Worden deze ervaringen gebruikt om op verder te bouwen of wordt enkel ingegaan op schoolse vaardigheden? 
  • Willen de leerlingen graag dat hun digitale wereld geïntegreerd wordt in de school?

Voor het basisonderwijs vind je inspiratie op de PRO.-site Inzetten van media. Daarnaast bieden we daarvoor ook nascholingen aan.

Voor het secundair onderwijs kun je voor meer duiding en pedagogische ondersteuning terecht op de leerplannenpagina’s van het Gemeenschappelijk leerplan ICT 1ste graad en het Gemeenschappelijk leerplan ICT 2de graad.
Uiteraard vind je ook ondersteuning hierontrent bij de pedagogische begeleiding.

Via het schoolbeleid

sla link op in klembord

Naast de aandacht in het curriculum, hebben maatregelen en beslissingen op schoolniveau ook invloed. Op school wil je een veilig digitaal klimaat creëren voor het schoolteam en voor de leerlingen. Welke visie heb je hierop als school? In welke mate vind je dat het schoolteam hier een voorbeeldfunctie in te vervullen heeft?

Reflectievragen

sla link op in klembord

Welke visie heeft de school …

  • op het professionaliseren van het schoolteam omtrent kennis en vaardigheden digitale didactiek, digitale competenties en mediawijsheid? Wat moet het schoolteam kennen en kunnen?

  • op veilig digitaal schoolklimaat (bv. openheid en gebruik van internet, wachtwoordmisbruik, cyberpesten…)
    • Kies je ervoor om af te schermen zodat de risico’s beperkt worden? Of kies je eerder voor het ontwikkelen van het verantwoordelijkheidsgevoel?
    • Vind je dat leerlingen beschermd moeten worden op internet of leg je de nadruk op weerbaarheid? Wat betekent dat voor de mate waarin je leerlingen creatief met digitale media laat zijn?
    • Wat doe je met leerlingen die leraren online belasteren?
    • Wat doe je bij wachtwoordmisbruik?
    • Wat doe je bij cyberpesten?

  • op het gebruik van eigen digitale middelen in en buiten de les (bv. smartphone);

  • op het ontwikkelen van een gezonde levensstijl op school (schermtijd, ergonomie, straling, socio-emotionele gezondheid …);

  • voor het secundair onderwijs: op het aanleren van digitale competenties en mediawijsheid:
    • In welke vakken wordt ICT/media geïntegreerd?
    • Wie spreekt de leerlingen aan op mediawijs handelen?
    • In welke mate wordt verwacht dat leerlingen efficiënt gebruik maken van digitale infrastructuur?
    • Zijn er afspraken op schoolniveau ivm het gebruik van ICT en het mediawijs handelen.
    • ...

Doel 3: Digitalisering als middel bij de ontwikkeling van de professionele leergemeenschap

sla link op in klembord

Daarnaast kan digitalisering ook ondersteunen om een professionele leergemeenschap te ontwikkelen. Zo kan de digitalisering helpen bij:

  • de samenwerking en communicatie tussen collega’s om beter onderwijs te voorzien
  • de communicatie met leerlingen en ouders
  • het opvolgen van de kwaliteit van je onderwijs bv. verzamelen en analyse van outputgegevens, bevragingen van ouders en leerlingen …
  • het efficiënter maken van administratie bv. gegevens van afwezigheden - rekeningen aanmaken – eetbeurten …

Reflectievragen

sla link op in klembord

  • Wat is de rol van de leidinggevende in het kader van professionalisering:
    • faciliterend, de leidinggevende voorziet in een aanbod, de leden van het schoolteam zijn vrij om er op in te gaan;
    • sturend, de leidinggevende voorziet in een aanbod, de leden van het schoolteam zijn verplicht om op één of meerdere onderdelen van het aanbod in te gaan;
    • of beide?

  • Houden we rekening met de maatschappelijke context van het gebruik van data:
    • Beschermen we de data van de leerlingen en de leraren?
    • Is er een visie omtrent het gebruik van sociale media voor het delen van foto’s, info … ivm het schoolgebeuren?
    • Welke inspanningen doet de school om leraren en leerlingen bewust te maken van de gevaren van het gebruik van sociale media?

  • Neemt de school maatregelen om e-stress te vermijden. Zijn er afspraken over online communicatie:
    • Wanneer is het schoolteam online bereikbaar?
    • Wanneer worden leerlingen verwacht online bereikbaar te zijn? Verwachten we dat leerlingen online bereikbaar zijn?
    • Hoe snel moet een online communicatie gelezen worden?
    • Hoeveel tijd moet er minimaal zitten tussen het doorgeven van een online opdracht en het indienen 

  • Voor SO: Hoe betrek je de ouders bij het digitaal competent en mediawijs maken van leerlingen? Moeten ouders hierbij betrokken worden? Vanuit welke visie neem je dat op?

  • Welke visie heeft de school op het meegaan met innovaties? Hoe flexibel wil de school inspelen op nieuwe digitale ontwikkelingen en vernieuwingen?
    • Hoe worden eventuele vernieuwingen ingevoerd? Welke argumenten heeft de school om die keuze te verrechtvaardigen?
    • Progressief? Vanuit 1ste leerjaar of vanuit de 1ste graad?
    • Over de graden heen?
    • Per studierichting of voor de hele school?

Belangrijke voorwaarden

sla link op in klembord

Om deze visie te realiseren heb je nood aan een degelijke infrastructuur en de juiste leermiddelen en beschikken de leraren over de nodige competenties. Je denkt na over hoe je alle leerlingen aan boord houdt en hoe je conform de GDPR-regels werkt. Op deze voorwaarden gaan we op de andere tegels dieper in.

Visie op e-inclusie of digitale inclusie

sla link op in klembord

Het aspect gelijke onderwijskansen kan uiteraard niet ontbreken bij een allesomvattende visie op de digitalisering en het digitaal beleid van je school. Dat betekent dat de persoonlijke en sociale kenmerken zoals talent of beperking, gender, geslacht, sociale-economische status, etniciteit en culturele identiteit geen drempels mogen zijn voor de volwaardige ontwikkeling van de leerlingen en bij het behalen van de leerplandoelen. (OECD 2012). De zogenaamde “e-inclusie” heeft de maximale participatie van alle leerlingen op het oog door het ontwerpen van een leeromgeving die aangepast is aan de specifieke (onderwijs-) noden en context van de leerling.

Je brengt met je school verschillende hefbomen voor e-inclusie in rekening om je beleid af te stemmen op de noden van je leerlingenpubliek. Daarbij is breed kijken naar de onderwijsbehoefte van je leerlingen (niveau 1) én oog hebben voor de ontwikkelingsomgeving (niveau 2) zoals de thuis- en klascontext van de leerling van cruciaal belang. Daarnaast is een zelfonderzoek naar het beleid (niveau 3) en de organisatie van je school met de gelijke kansenbril op zeer zinvol. Het vademecum zorgbreed en kansenrijk onderwijs kan je hierbij inspireren

Webinar

sla link op in klembord

Hier vind je de opname van de webinar "Hefbomen voor e-inclusie".

Reflectievragen

sla link op in klembord

  • De onderwijsbehoeften van de leerling:
    • Wat is de digitale geletterdheid van de leerling?
    • Welke toegang heeft de leerling tot digitale leermiddelen?
    • Welke specifieke noden heeft de leerling, met inbegrip van hij of zij die extra uitdaging nodig heeft en anderstalige nieuwkomers?
    • Welke aanpassingen heeft de leerling nodig om ook digitaal te kunnen participeren. (voorbeeld aanpassingen voor een blinde leerling die via SOL worden voorzien)
    • Hoe is het zelfvertrouwen en het welbevinden van de leerling? Draagt de digitale omgeving bij tot verbinding met de klasgenoten en de leraren?

  • De ontwikkelingsomgeving van de leerling:
    • Welke toegang tot digitale technologieën heeft de leerling thuis en wat zijn de technische mogelijkheden?
      Gezinnen met een laag inkomen hebben geen of weinig toegang tot voor onderwijs geschikte digitale middelen, of moeten ze delen met hun huisgenoten. Het financieren van digitale leermiddelen en een performante internetverbinding vraagt voor deze gezinnen een bijzondere vaak onmogelijke opdracht. De school houdt hiermee rekening en ontwikkelt oplossingen zonder deze groep te stigmatiseren.
    • Welke ruimte heeft de leerling voor thuiswerk? 
    • Wat is de digitale geletterdheid van de ouders?
      Kwetsbare ouders zijn niet altijd voldoende digitaal geletterd, waardoor ze hun kinderen ook niet voldoende kunnen ondersteunen bij thuisopdrachten in een digitale vorm. Daarnaast, kunnen zij niet altijd met de school communiceren via de online platformen die daarvoor gehanteerd worden enzovoort. Zo kan ook het invullen van digitale formulieren, het gebruiken van steeds nieuwe applicaties en platformen een drempel zijn. Het volwassenenonderwijs en de basiseducatie spelen een belangrijke rol bij het aanleren van digitale vaardigheden aan (kwetsbare) volwassenen, maar dan moeten ze wel de weg ernaartoe vinden. De school moet hierbij een ondersteunende of minstens faciliterende rol kunnen spelen.
    • Kunnen de gezinnen van onze leerlingen een beroep doen op digitale ondersteuning en vorming? Welke bijkomende of ondersteunende instructie hebben ze nodig?
      Deze maatschappelijk kwetsbare groep maakt weinig tot geen gebruik van essentiële diensten zoals online aankopen, online banking en vult geen online formulieren in. Ze zijn dus afhankelijk van derden voor deze diensten. Door het ontbreken van een ondersteunend sociaal netwerk kunnen ze vaak nergens terecht met hun digitale vragen. Daarnaast zien we ook een groot wantrouwen bij deze gezinnen om een beroep te doen op anderen voor digitale ondersteuning.
    • Hoe ondersteunend is de socio-emotionele omgeving van de leerling?
    • Groeit de leerling op in een problematische opvoedingssituatie en/of verblijft de leerling in een residentiële setting (zowel onderwijs als welzijn)?

  • Het schoolbeleid:
    • Welke organisaties eventueel partners uit het sociale netwerk van de school (netwerkkaart) kun je inzetten bij de ondersteuning van de thuissituatie?
    • Welke beleid voer je rond de kosten van de digitale leermiddelen?
      • Welke strategische keuzes voor minimale kosten van de digitale leermiddelen voor school en ouders maak je?
      • Hoe garandeert de school de dialoog tussen school en ouders in deze?
      • Hoe bewaakt de school het evenwicht tussen maatschappelijke verantwoordelijkheid en de financiële gezondheid van de school?
      • Hoe transparant communiceert de school over de kosten die de digitalisering met zich meebrengt?
    • Welk gelijkgericht beleid naar digitale leermaterialen en platforms verwachten we van onze vakgroepen?

Bronnen

sla link op in klembord

Download reflectievragen

sla link op in klembord

Contact

Peter Bracaval
pedagogisch begeleider
02 507 06 34
Gino De Meester
stafmedewerker
02 507 08 12
Barbara Defreyne
pedagogisch begeleider
02 507 06 09
0476 69 62 46
Greet Vanderbiesen
pedagogisch begeleider
0498 45 28 47
Marcel Vanlommel
pedagogisch begeleider
02 507 07 45
Dirk Vanstappen
directeur
0497 42 43 58
×
Kijkt als...
Niveau
Regio