Eindtermen in een notendop

Er is heel wat te doen rond de nieuwe eindtermen voor de 2de en 3de graad secundair onderwijs. Ze zijn te omvangrijk en te gedetailleerd en bedreigen zo de onderwijskwaliteit en de onderwijsvrijheid. Als je je al hebt verdiept in de ontwerpleerplannen voor de 2de graad, dan zie je dat je daardoor veelal onvoldoende lestijd hebt om alle doelen te behalen, laat staan om eigen accenten te leggen.

De voorbije maanden informeerden we je via de eindtermenkranten over de nieuwe eindtermen voor de 2de en 3de graad in het secundair onderwijs:

  • In de eerste eindtermenkrant waarschuwen we voor de negatieve impact van de voorgestelde eindtermen op de onderwijskwaliteit.
  • In de tweede eindtermenkrant lichten we de drastische beperking van de onderwijsvrijheid toe.
  • In de derde eindtermenkrant geven we duiding bij de uitspraak van de Raad van State, die onze bezorgdheden kracht bijzette. Ook betreuren we dat de minister niet samen met ons naar een oplossing wou zoeken.

Vlak voor de kerstvakantie keurde de Vlaamse Regering de eindtermen toch goed. Nu is het woord aan het Vlaams Parlement. Over de set eindtermen wordt daar op 10 februari gestemd. Deze editie zet daarom de voornaamste elementen op een rijtje. Meer dan ooit een exemplaar om te verspreiden!

Wat zijn eindtermen?

sla link op in klembord

Als leraar bepaal je zelf niet alles wat in de klas aan bod komt. Een groot deel van wat je brengt, wordt door de overheid vastgelegd. Dat doet ze via eindtermen: het minimum van wat leerlingen moeten kennen en kunnen. Eindtermen maken duidelijk wat de samenleving van onderwijs verwacht.

Leerplannen garanderen dat die minimumdoelen aan bod komen in de klas, een taak die schoolbesturen meestal uitbesteden aan hun netwerkorganisatie. Leerplannen vertrekken daarbij van de visie op vorming vanwaaruit de school onderwijs verstrekt, het eigen pedagogisch project. Ze worden gekoppeld aan vakken en bevatten meer dan wat de eindtermen vragen. Ze nemen extra doelen en inhouden op die scholen belangrijk vinden in de vorming van leerlingen. Ze komen zo ook tegemoet aan leerlingen die extra uitdaging kunnen gebruiken bovenop de minimumdoelen.

De grondwettelijke vrijheid van onderwijs houdt in dat de overheid niet alle onderwijstijd mag bezetten: er moet voldoende ruimte blijven voor scholen en leraren om eigen accenten te leggen. Met de nieuwe eindtermen is het evenwicht tussen wat de overheid vraagt en scholen zelf kunnen doen, helemaal zoek.

De nieuwe generatie leerplannen van Katholiek Onderwijs Vlaanderen wordt sinds 2019 geïmplementeerd voor de eerste graad van het secundair onderwijs. Het zijn dynamische leerplannen die besturen en hun scholen in staat stellen zelf keuzes te maken. Via een digitale leerplantool kunnen leraren op een overzichtelijke manier tewerk gaan en toegankelijker dan ooit in team werken.

Waarom zijn de eindtermen voor de 2de en 3de graad niet goed?

sla link op in klembord

Leraren worden louter uitvoerder van wat de overheid vraagt

sla link op in klembord

Scholen, lerarenteams en leraren hebben geen ruimte of tijd om eigen keuzes te maken in wat aan bod komt en in hoe ze het willen aanpakken. De eindtermen schrijven zelfs voor volgens welke methodiek leraren leerinhouden in de klas moeten aanbrengen. Alle onderwijsdoelen afhaspelen, leidt tot oppervlakkigheid. De leraar die lesgeeft uit passie en expertise, wordt gedegradeerd tot louter uitvoerder van wat de overheid vraagt.

De lessentabellen zijn overladen

sla link op in klembord

Vandaag kunnen scholen een aantal vrije uren zelf invullen. Dat aantal komt ernstig in het gedrang. De overheid beweert dat de nieuwe eindtermen 2de en 3de graad vrije ruimte garanderen, maar onze berekeningen in de vorige eindtermenkranten bewijzen dat dit niet klopt.

Voorbeeld vak natuurwetenschappen 2de graad doorstroom

Om alle eindtermen natuurwetenschappen, STEM en ‘onderzoeken’ te bereiken zijn circa 180 lestijden nodig in de 2de graad doorstroom. Dat betekent 3,6 uur/leerjaar. In de doorstroomrichtingen zal slechts 3 uur per leerjaar beschikbaar zijn, zoals vandaag ook het geval is in aso.

De kunstleraren trekken aan de alarmbel omdat we artistieke vorming in geen enkele studierichting een volwaardige plaats kunnen geven in de modellessentabellen, hoewel we dat wel beoogden. 

Leerlingen in domeingebonden doorstroomrichtingen (tso vandaag) als Technologische wetenschappen, Biotechnische wetenschappen of Bedrijfswetenschappen zullen zes uur minder specifieke vorming (bv. wiskunde en toegepaste fysica) krijgen dan vandaag. Humane wetenschappen in de derde graad houdt van tien vrije uren er slechts twee over.

Een richting Grieks-Latijn zal voor de cognitief sterkste leerlingen geen mogelijkheid meer hebben om zes uur wiskunde aan te bieden. In Latijn-wiskunde blijft slechts één vrij uur per jaar voor extra wiskunde, esthetica, Duits … en zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Het aso, tso en kso verliezen hun karakter

sla link op in klembord

De eindtermen in een aantal grotere vakken als wiskunde, natuurwetenschappen, Nederlands, Engels en Frans zijn geschreven op aso-niveau en volledig identiek voor de domeingebonden (tso/kso) en domeinoverschrijdende (aso) studierichtingen. Het resultaat is dat de studierichtingen en onderwijsvormen hun eigenheid verliezen.

Ook in arbeidsmarktgerichte studierichtingen (bso) resten er onvoldoende lesuren specifieke vorming. De Vlaamse Regering klopt zich op de borst met de versoepeling dat “een leerling-vloerder oppervlaktematen voortaan ook in de praktijkvakken kan aangeleerd krijgen in plaats van enkel in de wiskundeles”. Helaas geen versoepeling: dat is al 40 jaar de onderwijspraktijk.

Een leerling Maatschappij- en welzijnswetenschappen moet hetzelfde wiskundeniveau behalen als een leerling in Technologische wetenschappen. Als leerlingen Industriële wetenschappen in de toekomst moderne talen op aso-niveau moeten beheersen en leerlingen Handel of Audiovisuele vorming natuurwetenschappen en wiskunde op aso-niveau moeten halen, dan zullen heel wat leerlingen die vanuit hun profiel in de doorstroomrichtingen zouden zitten, noodge-dwongen moeten kiezen voor dubbele finaliteitsrichtingen (doorstroom-arbeidsmarkt, tso/kso).

De nieuwe eindtermen hebben onvoldoende aandacht voor de grote verscheidenheid bij leerlingen, die kiezen voor specifieke studierichtingen op basis van hun capaciteiten en interesses. Dat demotiveert leerlingen en leraren en leidt tot meer jongeren zonder diploma. En daar wint niemand bij.

De eindtermen bedreigen de vrijheid én de kwaliteit van onderwijs

sla link op in klembord

De eindtermen zijn een bedreiging voor zowel de vrijheid als de kwaliteit van het Vlaams onderwijs. Zij zouden een basislat moeten zijn, sober geformuleerd, zoals door het Parlement vastgelegd in een decreet. In de plaats daarvan kiest de Vlaamse overheid onder het mom van “ambitieuze eindtermen” voor te veel en te gedetailleerde eindtermen, wat tot het omgekeerde effect leidt. Niemand is tegen ambitieuze eindtermen, maar nu ontbreekt de nodige tijd om kwaliteit en diepgang te verzekeren, en is er ook geen ruimte meer voor eigen accenten van de school en de leraar. Ze degraderen leraren tot louter afvinker van lijstjes.

De eindtermen zijn onmogelijk nog minimumdoelen te noemen, hoewel ze dat wettelijk wel horen te zijn. Vrijheid garandeert de ruimte voor scholen en leraren om eigen keuzes te maken. Vanuit Katholiek Onderwijs Vlaanderen engageren we ons om onze leerplannen te ontvetten zodat scholen en lerarenteams ruimte hebben om vanuit hun pedagogisch project een mooi studieaanbod te doen voor hun doelgroepen. Nu slagen we daar helemaal niet in, want deze set eindtermen overlaadt de kar door zo goed als alle onderwijstijd vast te betonneren.

Kwaliteit wordt met kwantiteit verward: het is niet omdat je heel veel leerinhouden oppervlakkig aan bod brengt, dat je daarmee kwaliteit garandeert. Omdat de eindtermen zo uitgebreid zijn, zullen leerlingen over heel veel iets leren, maar niets meer grondig. Dàt bedreigt de kwaliteit van ons onderwijs. Onderwijs is zoals sport. Het is niet omdat je de lat hoger legt, dat er zomaar meer mensen over geraken. Dat kan enkel met voldoende oefentijd en goede begeleiding.

Met deze eindtermen verliezen alle leerlingen. Er is geen ruimte meer om leerlingen te ondersteunen die meer tijd nodig hebben om de eindtermen te behalen, om het aanbod te verbreden voor leerlingen die interesses willen verruimen, of om leerlingen die meer aankunnen, uit te dagen en te laten uitblinken. Daarvoor heb je onderwijstijd nodig.

De raad van state bevestigt onze bezwaren

De Raad van State bevestigt dat de omvang en het gedetailleerde karakter van de eindtermen de onderwijsvrijheid schaden. Minimumdoelen moeten voldoende ruimte laten voor eigen keuzes over de brede vorming voor de leerling, de professionele inbreng van de leraar en de pedagogisch-didactische aanpak van de school. De Raad van State verwijst ook naar het Vlor-advies, waarin alle onderwijspartners aanklagen dat de nieuwe eindtermen die ruimte niet waarborgen. Eindtermen die onderwijsverstrekkers onvoldoende ruimte geven om zelf doelen toe te voegen, zijn geen minimumdoelen, maar vormen een volledig onderwijsprogramma. Staatspedagogie dus.
 
Dat een onderwijsverstrekker gelijkwaardige onderwijsdoelen kan indienen, geeft de overheid geen vrijgeleide om met de eigen eindtermen de onderwijsvrijheid te beknotten, zegt de Raad van State nog. De Raad van State verwijst ook naar het Grondwettelijk Hof, dat in 1996 en 2001 oordeelde dat de toenmalige eindtermen, die veel beperkter en minder gedetailleerd waren dan wat nu voorligt, al een bedreiging vormden voor de onderwijsvrijheid.
 
De nieuwe eindtermen grijpen sterk in op wat er in de klas gebeurt. Dat de eindtermen verandering in attitudes en gedrag van leerlingen niet louter nastreven, maar ze ook afdwingbaar maken, is voor de Raad van State een aanwijzing dat de eindtermen pedagogisch-didactisch te sturend zijn.
 
Op basis van het advies van de Raad van State bezorgden we de minister een voorstel om aan de bezwaren tegemoet te komen. De minister ging er niet op in en koos voor enkele symbolische aanpassingen die het probleem op geen enkele manier verhelpen. Ook de bijkomende amendementen die de commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement op 28 januari goedkeurde, pakken het probleem niet ten gronde aan.

Welk traject doorliepen de eindtermen tot nu toe? Waar staan we nu?

sla link op in klembord

Hoe werden de eindtermen ontwikkeld?

sla link op in klembord

Eindtermen vertolken de verwachtingen van de samenleving naar het onderwijs. De vorige eindtermen dateren van de jaren 1990, hoog tijd voor een update dus. Omdat er steeds meer naar het onderwijs wordt gekeken om maatschappelijke problemen op te lossen, waarschuwen we sinds 2017 voor de druk die zo op het onderwijscurriculum ontstaat. Om dat te vermijden, stelden we voor een methodiek af te spreken om de impact op de onderwijstijd in het oog te houden en de verhouding van de sleutelcompetenties tot elkaar. Een overkoepelende commissie zou soelaas kunnen bieden. Ons voorstel werd meermaals afgewezen.

De eindtermen werden per sleutelcompetentie besproken in aparte ontwikkelcommissies, die van start gingen op 19 november 2018. Die ontwikkelcommissies waren samengesteld uit leraren, vakexperts en vertegenwoordigers van de onderwijsverstrekkers. De ontwikkelcommissies vertrokken niet van een wit blad, maar van eindtermen die werden ontwikkeld door de administratie van de overheid (AHOVOKS), dus niet door mensen met voldoende voeling met leerlingen in de verschillende onderwijsvormen en studierichtingen.

Het geheel werd strikt gestuurd door de administratie en heel wat onderwerpen, zoals het ambitieniveau van de eindtermen en de veelheid aan eindtermen, bleven onbespreekbaar. Onze opmerkingen over de haalbaarheid werden weggezet als “niet willen streven naar onderwijskwaliteit”. De administratie liet ook niet toe dat er in de ontwikkelcommissie verwezen werd naar het werk in andere ontwikkelcommissies. Er werden geen verslagen gemaakt, noch was er een expliciet consensusmechanisme afgesproken. De ontwikkelcommissies werkten noodgedwongen naast elkaar, alsof ze elk een hoofdstuk uit een boek schreven zonder eindredactie.

Ondertussen in het Vlaams Parlement

sla link op in klembord

Naast het kritisch advies van de Raad van State klinkt ook bezorgdheid in het Vlaams Parlement over de haalbaarheid van de eindtermen. Een praktijkcommissie van leraren en directeurs moet daarop een antwoord bieden. Dat voorstel tot bijsturing achteraf is voor ons niet voldoende en bevestigt ons punt dat er zich een probleem van haalbaarheid stelt. Het Vlaams Parlement spreekt zich definitief uit op 10 februari. Als hij de eindtermen goedkeurt, beslist de Raad van bestuur van Katholiek Onderwijs Vlaanderen op 11 februari of een procedure bij het Grondwettelijk Hof volgt.

Het vrij onderwijs in actie

De steinerscholen, die sterk inzetten op de vrijheid van onderwijs, trekken mee aan de kar. Zo stelt Werner Govaerts: “Er bestaat geen enkel wetenschappelijk onderzoek dat bevestigt dat eindtermen een goed instrument voor onderwijskwaliteit zouden zijn. Merkwaardig is trouwens dat het begin van de achteruitgang van Vlaanderen in de internationale onderzoeken samenvalt met het invoeren van steeds gedetailleerdere eindtermen. Welke indicatie hebben we dat die eindtermen daar een goed instrument voor zijn?” Het volledige interview met Werner Govaerts van de Federatie Steinerscholen kun je ook lezen in de 2de eindtermenkrant.
 
Ook scholen en leraren ondernemen actie. Ze sturen brieven naar beleidsmakers, zoeken de media op en mobiliseren ambassadeurs. Zo zetten de leerlingen en leraren van Heilig Graf Turnhout, met een traditie in kunst, het H/art-project op poten, en vertellen de Antwerpse vrije STEM-scholen voor de camera over het belang van een goede opleiding voor hun leerlingen. Directies Vrij Onderwijs (Divo) haalt met een petitie handtekeningen op en John Vervoort, leraar Nederlands, probeert zich in De Standaard een weg te banen door de nieuwe eindtermen voor zijn vak. De Centra voor Leren en Werken maken zich zorgen om de meest kwetsbare leerlingen en starten ook een petitie. Leraren artistieke vakken bedelven minister Ben Weyts en directeur-generaal Lieven Boeve onder symbolische sollicitatiebrieven.

En de leraar in dit verhaal?

sla link op in klembord

Je bent, samen met je school en je collega’s, volop bezig om de start van de modernisering in de 2de graad voor te bereiden. Geen gemakkelijke klus, zeker niet in tijden van afstandsleren, mondmaskers en hoogrisicocontacten.

Daarom publiceerden we onze ontwerpleerplannen gebaseerd op de eindtermen zoals ze op 18 december werden goedgekeurd. Die ontwerpleerplannen werden gemaakt in leerplancommissies door zo’n 500 leraren, experten hoger onderwijs en pedagogisch begeleiders. Zo kun jij nagaan wat de nieuwe eindtermen voor jou betekenen en kun jij met je collega’s verder aan de slag.

Die ontwerpleerplannen beantwoorden niet aan het ideaal dat we vanuit Katholiek Onderwijs Vlaanderen vooropstellen. Je zult vaststellen dat je met die ontwerpleerplannen nauwelijks ruimte hebt om de onderwijsdoelen met voldoende diepgang te halen, laat staan daar bovenop eigen accenten te leggen.

Wanneer er alsnog een grondige versobering van de eindtermen komt, zullen we de ontwerpleerplannen aanpassen door leerplandoelen te laten wegvallen of optioneel te maken. Scholen en leraren krijgen dan opnieuw meer ruimte voor een eigen aanpak.

In elk geval, ook de komende periode kun je blijven rekenen op de pedagogische begeleiding.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio