Basisonderwijs

Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om een personeelslid te vervangen. Op deze pagina vind je waar je precies rekening mee moet houden en welke stappen je moet zetten.

Het basisonderwijs kent drie principes om een vervanger aan te stellen en te laten subsidiëren:

Reglementaire vervanging

sla link op in klembord

Dit zijn vervangingen waarvoor de regelgeving het toelaat om een gesubsidieerde vervanger aan te stellen, zonder dat de school een beroep moet doen op vervangingseenheden. Belangrijk om te weten is dat onderstaande principes, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het secundair onderwijs, ook in juni en september gelden.

Subsidieerbaarheid van de vervanging

sla link op in klembord

Indien voldaan wordt aan een aantal voorwaarden inzake de betrekking en de afwezigheid, kan een vervanger worden aangesteld en bezoldigd door de overheid, zonder dat hiervoor toelagen of andere middelen worden aangerekend aan het schoolbestuur.

Voorwaarden inzake de betrekking

sla link op in klembord

Een vervanger kun je enkel laten subsidiëren door de overheid wanneer die is aangesteld in een gesubsidieerde betrekking. Hieronder verstaan we een betrekking die is opgericht op basis van omkaderingsmiddelen (punten, uren, …): zowel in de betrekkingen waarin een benoeming mogelijk is, als in die waarin geen benoeming mogelijk is (bv. betrekkingen opgericht met stimuluspunten van de scholengemeenschap). Ook een personeelslid dat is aangesteld in het lerarenplatform kan worden vervangen.

Je kunt een interimaris daarentegen niet laten subsidiëren in de volgende betrekkingen:

  • niet-organieke betrekkingen (code 165) die de Vlaamse reaffectatiecommissie heeft toegewezen aan terbeschikkinggestelde personeelsleden voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling in een organieke betrekking mogelijk is, of die de Vlaamse reaffectatiecommissie heeft toegewezen aan personeelsleden die uiterlijk op 1 augustus 2012 ter beschikking waren gesteld wegens ontstentenis van betrekking na uitspraak van de Pensioencommissie van Medex of in het kader van re-integratie;
  • de betrekkingen die niet zijn opgericht met omkaderingsmiddelen (lestijden, uren, punten, betrekking van directeur), maar met het eigen werkingsbudget, de zgn. personeelsleden ten laste van het werkingsbudget (PWB, code 16). Bij afwezigheid van zo’n personeelslid kan een vervanger enkel worden bezoldigd via hetzelfde principe, dus ook ten laste van het werkingsbudget.
  • de functie van adjunct-directeur die onder bepaalde voorwaarden kan worden toegekend aan een directeur die ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking na vrijwillige fusie.

Voorwaarden inzake de afwezigheid

sla link op in klembord

Indien een gesubsidieerd personeelslid een dienstonderbreking geniet, wordt ook de vervanger gesubsidieerd op voorwaarde dat de afwezigheid van het te vervangen personeelslid een ononderbroken periode van ten minste 10 werkdagen omvat.

Onder "werkdag" verstaan we:

  • alle weekdagen (maandag t.e.m. vrijdag) van het schooljaar, behalve de dagen die voor heel het basisonderwijs als schoolvakantie gelden zoals de wettelijke feestdagen, herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie enz. Deze schoolvakanties vind je terug op onderwijs.vlaanderen.be/schoolvakanties,
  • de dagen waarop de lessen geschorst worden zoals de pedagogische studiedag en de sportdag,
  • de schooldagen waarop het te vervangen personeelslid geen opdracht heeft,
  • de twee facultatieve vakantiedagen (of vier halve dagen) die de school elk schooljaar zelf mag vastleggen.

De reden van de afwezigheid hoeft niet gedurende de hele periode dezelfde te zijn, voor zover het maar gaat om een periode van aaneensluitende afwezigheden die niet wordt onderbroken door tussenliggende kalenderdagen, zelfs niet door weekend- of vakantiedagen.

Voorbeelden

Een personeelslid geniet op maandag en dinsdag een volledige dienstonderbreking van 2 werkdagen en aansluitend vanaf woensdag een ziekteverlof van 8 opeenvolgende werkdagen. Van zodra dit ziekteverlof door een arts geattesteerd is, heeft men de zekerheid dat de ononderbroken afwezigheidsperiode 10 opeenvolgende werkdagen beslaat en kan het personeelslid worden vervangen.

Een personeelslid krijgt van de behandelende geneesheer een eerste week ziekteverlof voorgeschreven van maandag tot en met vrijdag en de volgende week opnieuw van maandag tot en met vrijdag. Omdat de periode van afwezigheid wordt onderbroken door een tussenliggend weekend, kan geen vervanger worden gesubsidieerd, ook al is de titularis gedurende tweemaal vijf werkdagen afwezig. Indien de tweede ziekteperiode echter was gestart op zaterdag, d.w.z. onmiddellijk aansluitend op de eerste ziekteperiode, hadden we wel een afwezigheid van 10 werkdagen zonder onderbreking en was vervanging wel mogelijk.

Een personeelslid is afwezig wegens ziekte van maandag 22 april 2019 t.e.m. vrijdag 3 mei. Aangezien 22 april (paasmaandag) en 1 mei geen werkdagen zijn, beslaat deze afwezigheidsperiode slechts 8 werkdagen en kan geen vervanger worden gesubsidieerd.

Indien de afwezigheid van je personeelslid aanvankelijk minder dan 10 werkdagen duurt, maar nadien aansluitend wordt verlengd (met dezelfde of met een andere soort dienstonderbreking) en dus de vereiste duur van 10 werkdagen bereikt, is ook aan deze vervangingsvoorwaarde voldaan.

Voorbeeld

Een personeelslid geniet ziekteverlof van 1 tot 5 september. Onmiddellijk daarop aansluitend geniet hij een verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte van 6 september tot 5 oktober; in deze periode dient hij nog slechts halftijdse prestaties te verrichten. Zodra de VVP/ziekte is goedgekeurd door het controleorganisme, staat zijn dienstonderbreking vast voor een ononderbroken periode van meer dan 10 werkdagen, zij het niet voor een voltijdse betrekking, maar slechts voor een halftijdse. Vanaf dat moment kan het personeelslid halftijds vervangen worden.

Opgelet: De periode van 10 werkdagen wordt per schooljaar bekeken. Indien bv. een bevallingsverlof loopt van juni tot in september, dan kan je in september enkel een vervanger laten subsidiëren indien je personeelslid vanaf 1 september nog minstens 10 werkdagen afwezig is. De afwezigheidsdagen vóór 1 september worden immers niet meegerekend.

Een uitzondering hierop vormt echter het bevallingsverlof dat vóór 1 september was ingegaan, maar enkel op voorwaarde dat de titularis vastbenoemd is of dat ze vanaf 1 september aangesteld blijft in exact dezelfde betrekking (instellingsnummer, ambt, onderwijsniveau) waarin ze voor doorlopende duur was aangesteld op 31 augustus.

Voorbeeld

Een personeelslid is met bevallingsverlof van 28 mei tot en met 9 september (105 dagen). Ze kan dus ook van 1 tot en met 9 september vervangen worden in de volgende gevallen:

  • als ze vastbenoemd is,
  • of als ze op 1 september nog steeds is aangesteld in dezelfde betrekking waarin ze tot 31 augustus was aangesteld voor doorlopende duur,

maar niet:

  • als ze tot 31 augustus voor bepaalde duur was aangesteld;
  • of als ze op 1 september een andere betrekking heeft gekregen als TADD’er (bv. ter vervanging van een andere titularis, of in een vacante betrekking i.p.v. een interimbetrekking).

Indien de afwezigheid wegens ziekte van je personeelslid door de arts geattesteerd is voor een niet-onderbroken periode van minimaal 10 werkdagen, maar uiteindelijk minder dan 10 werkdagen duurt doordat de betrokkene vervroegd terug in dienst treedt (op eigen initiatief of op beslissing van de controlearts), dan blijft de vervanger gesubsidieerd tot op de laatste dag van het ingekorte ziekteverlof, zelfs indien het te vervangen personeelslid uiteindelijk minder dan 10 dagen afwezig is geweest. De subsidieerbaarheid van de vervanger komt m.a.w. niet in het gedrang door de vervroegde stopzetting van een ziekteverlof.

Voorbeeld

Een ICT-coördinator geniet ziekteverlof van maandag 4 januari tot en met vrijdag 15 januari 2021. Deze afwezigheid beslaat 10 opeenvolgende werkdagen en laat dus de aanstelling van een gesubsidieerd vervanger toe. Zelfs als de titularis uit eigen beweging vervroegd het werk hervat, bv. op maandag 11 januari, blijft de vervanger subsidieerbaar t.e.m. 10 januari.

Bij de vervroegde stopzetting van elke andere dienstonderbreking daarentegen brengt de inkorting van de afwezigheid tot minder dan 10 opeenvolgende werkdagen met zich mee dat de vervanger vanaf de eerste dag niet meer gesubsidieerd wordt.

Voorbeeld

Een onderwijzer krijgt op zijn verzoek een verlof voor verminderde prestaties toegestaan van 7 tot en met 30 november; er kan dus een gesubsidieerde vervanger worden aangesteld. Indien de titularis echter zou vragen om de VVP reeds na 9 werkdagen stop te zetten en het schoolbestuur op dat verzoek zou ingaan, zou dat met zich meebrengen dat de bezoldiging van de vervanger vanaf de eerste dag wordt teruggevorderd. Het is dus aangewezen om de bezoldiging van de vervanger niet in het gedrang te laten komen door een vroegtijdige stopzetting van een verlofstelsel (andere dan ziekteverlof).

Uitzonderingen

sla link op in klembord

In enkele gevallen moet de voorwaarde van een ononderbroken periode van 10 kalenderdagen echter niet vervuld zijn:

  • indien het te vervangen personeelslid een omstandigheidsverlof geniet naar aanleiding van de bevalling van de echtgenote of samenwonende partner.

Voorbeeld

N.a.v. de bevalling van de echtgenote neemt een zorgcoördinator omstandigheidsverlof van maandag 7 juni t.e.m. vrijdag 11 juni 2021; de resterende tien dagen neemt je personeelslid versnipperd in de loop van juni en september. Op al die dagen in juni en september kan een vervanger worden gesubsidieerd.

  • indien het te vervangen personeelslid een "verlofweek postnatale rust" opneemt.

Voorbeeld

Een personeelslid heeft 9 weken ononderbroken postnataal bevallingsverlof tot aan de vooravond van de paasvakantie en heeft binnen de 8 weken nadien nog recht op twee verlofweken postnatale rust. Die neemt ze op in twee afzonderlijke weken na de paasvakantie, telkens voor 7 kalenderdagen. In elk van die verlofweken postnatale rust kan een vervanger worden gesubsidieerd.

  • indien in een school of een vestigingsplaats van een school minder dan drie voltijdse betrekkingen gesubsidieerd worden:
    • in het gewoon basisonderwijs is dat een vestigingsplaats waarin in het kleuter-of het lager onderwijs minder dan 72 lestijden ingericht worden in het ambt van kleuteronderwijzer of onderwijzer;
    • in het buitengewoon basisonderwijs is dat een vestigingsplaats waar in het kleuter- of lager onderwijs minder dan 66 lestijden ingericht worden in het ambt van kleuteronderwijzer ASV of onderwijzer ASV;
  • indien het gaat om de vervanging van een personeelslid dat is aangesteld in het ambt van directeur. In dit ambt kan een vervanger worden aangesteld bij elke dag dienstonderbreking, ook als die slechts 1 dag duurt. Opgelet: een directeur die (na vrijwillige fusie) ter beschikking is gesteld en de functie van adjunct-directeur toegekend kreeg, kan in geen geval vervangen worden, ook niet bij een ononderbroken afwezigheid van 10 werkdagen.

Voorbeeld

Een directeur is afwezig wegens ziekte van 28 juni tot 10 juli. Hij kan de volledige periode worden vervangen door een gesubsidieerd interimaris: in dit ambt is het immers niet vereist dat de afwezigheid 10 werkdagen duurt.

In een school waar na een vrijwillige fusie het ambt van adjunct-directeur wordt ingericht is de directeur vier dagen afwezig wegens omstandigheidsverlof. De adjunct-directeur wordt verplicht gereaffecteerd in de vervanging van de directeur, en kan zelf niet vervangen worden.

  • indien een ziekteverlof vroegtijdig beëindigd wordt.

Een reglementaire vervanging tijdens de zomervakantie is daarentegen niet mogelijk, behalve in twee gevallen:

  • Een personeelslid dat is aangesteld in het ambt van directeur kan bij elke dag dienstonderbreking worden vervangen, ook als de dienstonderbreking slechts 1 dag duurt.
  • De administratief medewerker kan tijdens de zomervakantie vervangen worden op voorwaarde dat zijn afwezigheid minstens 10 werkdagen beslaat en is ingegaan vóór 1 juli.

Voorbeelden

Een administratief medewerker is afwezig van maandag 22 augustus tot en met vrijdag 9 september. Het aanstellen van een gesubsidieerde vervanger is niet mogelijk, al duurt de afwezigheid meer dan 10 werkdagen want:

  1. Een vervanging in augustus is niet mogelijk omdat de afwezigheid niet is ingegaan voor 1 juli.
  2. Voor de vervanging in september moeten we kijken vanaf de start van het nieuwe schooljaar. Van donderdag 1 tot en met vrijdag 9 september zijn er geen 10 werkdagen.

Een administratief medewerker gaat in bevallingsverlof op 27 juni. Zij kan gedurende het volledige bevallingsverlof vervangen worden, ook in juli en augustus.

Vervanging van een interimaris

sla link op in klembord

Indien een interimaris is aangesteld en op zijn beurt afwezig is, dan kan ook die worden vervangen indien de afwezigheid van de interimaris voldoet aan de voorwaarden die gelden voor elke vervanging.

Voorbeeld

Personeelslid A neemt een zorgkrediet van 2 september tot 1 juli en wordt vervangen door interimaris B. B wordt zelf ziek op maandag 3 oktober. B kan op haar beurt pas vervangen worden als haar afwezigheid minstens 10 werkdagen duurt.

Indien de vervanger daarentegen geen dienstonderbreking geniet, maar ontslag heeft gegeven of gekregen, hebben we niet te maken met "de vervanging van een vervanger", maar met "de aanstelling van een nieuwe vervanger". Voor de rest van de periode van afwezigheid van de titularis kan zonder twijfel een nieuwe vervanger aangesteld worden, vermits er reeds voldaan was aan de voorwaarden in hoofde van de titularis.

Voorbeeld

Personeelslid A is gedurende heel het derde trimester met bevallingsverlof en wordt vervangen door personeelslid B. Als interimaris B op 25 juni ontslag geeft, kan er zelfs op die datum nog een nieuwe vervanger worden aangesteld om de betrekking over te nemen. Hier is het immers opnieuw A die wordt vervangen; de aanvangsdatum en de duur van diens afwezigheid waren reeds geverifieerd en laten ook nu nog steeds toe om een nieuwe vervanger (C) in dienst te nemen. Eenmaal C is aangesteld als vervanger van A, kan B niet meer terugkeren naar deze interimbetrekking.

Ambt, puntenwaarde en omvang van de vervanging

sla link op in klembord

Het ambt waarin de vervanger wordt aangesteld

sla link op in klembord

Een interimaris stel je steeds aan in een betrekking van hetzelfde ambt als dat van de titularis.

Voorbeeld

Personeelslid X heeft een bekwaamheidsbewijs van bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs -lichamelijke opvoeding, en heeft recht op tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding. In de scholengemeenschap is een kleuteronderwijzer die voor 8/24 lessen bewegingsopvoeding geeft. Op een bepaald moment neemt die kleuteronderwijzer een maand ziekteverlof. Daardoor is er een interimbetrekking in het ambt van kleuteronderwijzer, ook al gaat het om lessen bewegingsopvoeding.

Aangezien X TADD-recht heeft voor het ambt van leermeester l.o. maar niet voor dat van kleuteronderwijzer, heeft hij geen voorrangsrecht voor deze interimbetrekking, en kan hij daarin slechts als tijdelijke van bepaalde duur worden aangesteld, mits de voorrang van andere personeelsleden gerespecteerd is. Als X geen vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs heeft voor het ambt van kleuteronderwijzer maar slechts een “ander” bekwaamheidsbewijs, zal hij voor deze interimbetrekking niet worden bezoldigd aan barema 148 maar aan het lagere barema 121.

In het buitengewoon basisonderwijs is het daarentegen wel toegelaten om een lid van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel te vervangen door een interimaris in een ander ambt van de genoemde personeelscategorieën. Dit maakt het mogelijk om tegemoet te kunnen komen aan de wisselende noden van de leerlingen van het buitengewoon onderwijs. Alvorens een interimaris aan te stellen in een ander ambt, moet het schoolbestuur wel de rechten respecteren die personeelsleden kunnen laten gelden in het ambt van de afwezige titularis: het recht op reaffectatie van de TBS/OB’ers en het voorrangsrecht van de TADD’ers.

Als schoolbestuur beslis je vrij over de vervanging van een bepaalde discipline door een andere, uiteraard in toepassing van de reglementering inzake medezeggenschap, overleg en onderhandeling.

Bij vervanging in een ander ambt wordt de interimaris aangesteld voor hetzelfde aantal uren als de titularis (de teller van de opdrachtbreuk is m.a.w. dezelfde), maar de noemer is de administratieve noemer van het ambt waarin de interimaris wordt aangesteld (30, 32 of 40). De noemer kan voor de interimaris dus anders zijn dan voor de titularis. Meer informatie hierover vind je in punt 5 van de Ministeriele omzendbrief PERS/2002/09: Maatregelen en wijzigingen in het buitengewoon basisonderwijs.

Voorbeeld

Een kinesitherapeut is aangesteld als titularis van een betrekking van 20/32 en moet worden vervangen.

  • Indien er door het schoolbestuur of in de scholengemeenschap een andere kinesitherapeut TBS/OB is gesteld die enkel een reaffectatie in een niet-organieke betrekking heeft, moet de TBS/OB’er verplicht worden gereaffecteerd in de interimbetrekking van kinesitherapeut en wordt de niet-organieke betrekking verplicht opgeschort.
  • Indien er geen TBS/OB’er is maar er wel een kinesitherapeut die TADD-recht kan laten gelden bij het schoolbestuur of in de scholengemeenschap, moet het schoolbestuur hem de interimbetrekking in dat ambt aanbieden.
  • Indien er geen reaffectatieverplichtingen zijn en de TADD’ers de aangeboden betrekking hebben geweigerd, mag het schoolbestuur de kinesitherapeut (20/32) vervangen door een interimaris die wordt aangesteld in een ander ambt van het paramedisch, medisch, orthopedagogisch, psychologisch en sociaal personeel. Afhankelijk van de prestatieregeling van het gekozen ambt wordt de interimaris aangesteld voor 20/30 of 20/32 of 20/40.

De puntenwaarde van de betrekking bij vervanging van beleids- en ondersteunend personeel in het basisonderwijs

sla link op in klembord

Bij de vervanging in een betrekking die is opgericht op basis van punten wordt de tijdelijke interimaris bezoldigd overeenkomstig zijn hoogste diplomaniveau. Toch blijft de puntenwaarde van de betrekking steeds bepaald door de titularis: er komen m.a.w. geen punten vrij als de interimaris een lager diplomaniveau heeft, en evenmin moet de puntenwaarde worden opgetrokken als de interimaris een hoger diplomaniveau heeft.

Voorbeelden

Een vastbenoemd administratief medewerker met bekwaamheidsbewijs "ten minste HSO" (63 punten) wordt vervangen door een tijdelijk personeelslid met bekwaamheidsbewijs “ten minste master”. De interimaris wordt bezoldigd aan barema 542, maar de betrekking blijft slechts 63 punten kosten.

Een zorgcoördinator met bekwaamheidsbewijs “ten minste master” (126 punten) wordt vervangen door een tijdelijk personeelslid met "ten minste bachelor". De betrekking blijft 126 punten kosten; er komen m.a.w. geen punten vrij. De bezoldiging van de interimaris blijft echter beperkt tot barema 148.

Een ter beschikking gesteld personeelslid dat bij wijze van reaffectatie is aangesteld als vervanger in het beleids- en ondersteunend personeel, zal echter steeds worden bezoldigd aan het barema waaraan hij/zij vastbenoemd is. Ook voor hem/haar hoeft de puntenwaarde niet te worden aangepast.

Voorbeeld

Een ICT-coördinator met diploma “ten minste bachelor” is vastbenoemd aan 63 punten (dus onder zijn diplomaniveau). Hij is ter beschikking gesteld, en wordt gereaffecteerd in een interimbetrekking van 82 punten. Hij blijft bezoldigd aan barema 202.

Voorrangsrechten

sla link op in klembord

Wanneer een vervanger wordt aangesteld, moet het schoolbestuur de reaffectatieverplichtingen naleven en de voorrangsrechten respecteren die de personeelsleden van de hele scholengemeenschap kunnen doen gelden.

Voor welke betrekkingen gelden de voorrangsregels niet?

sla link op in klembord

Betrekkingen met een duur van minder dan 10 werkdagen moeten niet worden aangeboden aan terbeschikkinggestelde personeelsleden, zelfs niet indien ze achteraf worden verlengd.

Lestijden en uren die worden ingericht binnen het ondersteuningsnetwerk (buitengewoon onderwijs) moeten niet worden aangeboden aan personeelsleden die ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking of die recht hebben op tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur. Reaffectatie of wedertewerkstelling, resp. TADD zijn daarin wel mogelijk, maar niet verplicht.

Een interimbetrekking in het ambt van directeur van 10 werkdagen of méér moet enkel worden aangeboden:

  • in elk geval aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld in het ambt van directeur in een instelling die behoort tot het eigen schoolbestuur (maar wel binnen dezelfde scholengemeenschap);
  • en aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld in het ambt van directeur in een instelling die behoort tot een ander schoolbestuur en deel uitmaakt(e) van dezelfde scholengemeenschap. Aan deze TBS/OB’er moet de interim van directeur echter enkel worden aangeboden indien het schoolbestuur waar de interim zich voordoet, geen eigen personeelslid als vervanger aanstelt.

Als een lid van het lerarenplatform op zijn beurt moet worden vervangen, moet die betrekking wel worden aangeboden aan de TADD’ers van de scholengemeenschap, maar mag ze niet worden ingenomen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling.

Einde aanstelling van de vervanger

sla link op in klembord

Een interimaris is aangesteld als tijdelijke van bepaalde duur. Meer informatie over het beëindigen van een dergelijke aanstelling, vind je op onze pagina "Einde aanstelling en ontslag".

Bezoldiging van de vervanger

sla link op in klembord

Alle informatie over de bezoldiging van tijdelijke personeelsleden kun je terugvinden op onze pagina’s over salaris en vergoedingen.

Administratieve aandachtspunten

sla link op in klembord

Geen vermelding van einddatum op de arbeidsovereenkomst

sla link op in klembord

Bepaalde softwarepakketten stellen standaard een einddatum voor in de arbeidsovereenkomst van tijdelijke personeelsleden. Het is ten stelligste aan te raden deze einddatum te verwijderen uit het contract. Bij een interimopdracht is het immers nooit uit te sluiten dat de titularis opnieuw in dienst treedt op een latere of zelfs op een vroegere datum dan voorzien. En indien men een aanstelling in vacante uren zou laten eindigen op 30 juni, kan geen vakantieprestatie worden geëist, aangezien de betrokkene op dat moment geen personeelslid meer is. De beëindiging van de aanstelling volgt steeds uit de bepalingen van het decreet Rechtspositie, dat één geheel uitmaakt met de arbeidsovereenkomst volgens de modellen die Katholiek Onderwijs Vlaanderen daarvoor aanreikt.

Bij de elektronische opdrachtmelding RL-1 moet de einddatum wel worden vermeld, maar dat gebeurt enkel in functie van de bezoldiging van het personeelslid. Het stopzetten van de salarisuitbetaling valt echter niet steeds samen met het einde van de juridische band tussen schoolbestuur en personeelslid. Met andere woorden: wie aangesteld is tot het einde van het schooljaar is aangesteld tot en met 31 augustus, vermits het nieuwe schooljaar pas start op 1 september.

Uitdienstmelding van de vervanger

sla link op in klembord

Vergeet niet om de vervanger met een RL-4 uit dienst te melden als de einddatum van de vervanging nog niet eerder was meegedeeld aan het werkstation. Indien het einde van de aanstelling van de vervanger niet wordt meegedeeld, zou de administratie kunnen concluderen dat er een aantal uren of lestijden te veel zijn ingericht en zal ze de salaristoelagen daarvoor terugvorderen.

Vervanging van korte afwezigheden (VKA)

sla link op in klembord

Dit is de vervanging van korte afwezigheden van personeelsleden die aangesteld zijn in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs (kleuteronderwijzer, onderwijzer ASV, leermeester lichamelijke opvoeding… ) waarvoor geen vervanger kan worden gesubsidieerd volgens de gangbare reglementering.

Deze regeling geldt dus niet voor personeelsleden aangesteld in andere personeelscategorieën zoals: administratief medewerker, zorgcoördinator, kinderverzorger, kinesitherapeut…

Voorbeelden van vervanging van korte afwezigheden zijn:

  • een ziekteverlof van minder dan 10 aaneensluitende werkdagen;
  • nascholing;
  • omstandigheidsverlof naar aanleiding van een overlijden;
  • een verlof voor verminderde prestaties voor minder dan 10 dagen.

Een vervanging van korte afwezigheid wordt opgevangen met vervangingseenheden. Hier zijn echter twee voorwaarden aan verbonden:

  1. De vervangingseenheden moeten samengelegd zijn in een samenwerkingsplatform.
  2. Er moet een convenant afgesloten zijn.

Vervangingseenheden

sla link op in klembord

Vervangingseenheden zijn een andere vorm van omkadering dan lestijden, uren of punten. Lestijden, uren en punten worden toegekend voor elke week van het schooljaar (of vanaf een instapdatum tot het einde van het schooljaar). Bij vervangingseenheden voor korte afwezigheden (VKA) is dat niet het geval: elke aanstelling in VKA kost een bepaald aantal vervangingseenheden.

Er moeten geen vervangingseenheden gebruikt worden voor de reglementaire vervangingen.

Ook als de vervanging van een korte afwezigheid wordt gepresteerd bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, bijvoorbeeld door een personeelslid dat gereaffecteerd is in een niet-organieke betrekking, moeten er geen vervangingseenheden gebruikt worden.

Meer informatie over het berekenen van het contingent vervangingseenheden per school vind je onder punt 6, omzendbrief PERS/2005/23, Vervangingen van korte afwezigheden in het basisonderwijs.

Het samenwerkingsplatform

sla link op in klembord

Elke basisschool genereert een aantal vervangingseenheden, maar die vervangingseenheden moeten worden samengelegd en beheerd binnen een samenwerkingsverband:

  • meestal zal dat samenwerkingsplatform een scholengemeenschap zijn;
  • scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren kunnen een samenwerkingsplatform vormen met andere scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren, maar ook met een of meer scholengemeenschappen;
  • een samenwerkingsplatform kan ook bestaan uit verschillende scholengemeenschappen.

De vervangingseenheden die een school genereert, worden niet noodzakelijk ook door die school gebruikt, maar kunnen worden verdeeld binnen het geheel van het samenwerkingsplatform. Daarover moet het samenwerkingsplatform afspraken maken en vastleggen in een convenant.

Het convenant

sla link op in klembord

De schoolbesturen van de scholen van het samenwerkingsplatform zijn verplicht om een convenant af te sluiten om de vervangingseenheden te kunnen gebruiken. Zo’n convenant kan pas afgesloten worden na bespreking met alle vakbonden die op niveau van het samenwerkingsplatform in de bevoegde onderhandelingscomités vertegenwoordigd zijn. Een voorbeeld van convenant dat door de vakorganisaties is goedgekeurd vind je hier (link leggen).

Door zo’n convenant leggen de ondertekenaars een aantal afspraken vast. Die kunnen nooit ingaan tegen de regelgeving en er kan niet eenzijdig worden afgeweken van de afspraken.

Een convenant omvat minimaal:

  • de aanleiding voor het afsluiten van het convenant;
  • de doelstellingen;
  • de wijze waarop vervangingen in korte afwezigheden zullen gebeuren;
  • afspraken over de opvolging van de aanwending van de vervangingseenheden;
  • de gegevens van de participanten;
  • de duur van het convenant; (Zorg dus dat het convenant zo nodig verlengd wordt!)
  • de datum van inwerkingtreding.

Wil je een personeelslid voor maximaal één schooljaar aanstellen met vervangingseenheden om vervangingen te doen, dan moet dit ook worden vastgelegd in het convenant.

Reguliere vervanging

sla link op in klembord

Onderwijsdecreet XXVIII heeft de term reguliere vervangingen ingevoerd in functie van het lerarenplatform. De term reguliere vervanging is enger dan een reglementaire vervanging:

  • slaat enkel op wervingsambten van het onderwijzend personeel
  • het personeelslid is minder dan een schooljaar afwezig

Meer informatie over reguliere vervangingen vind je op onze pagina over het lerarenplatform.

Contact

Els Goeminne
stafmedewerker
02 507 08 60
Suzy Sterck
stafmedewerker
02 507 08 63
×
Kijkt als...
Niveau
Regio