Volwassenenonderwijs

Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om een personeelslid te vervangen. Op deze pagina vind je waar je precies rekening mee moet houden en welke stappen je moet zetten.

Subsidieerbaarheid van de vervanging

sla link op in klembord

Voorwaarden inzake de betrekking

sla link op in klembord

Een vervanger kan je enkel laten subsidiëren door de overheid indien het personeelslid is aangesteld in een gesubsidieerde betrekking, d.w.z. in een betrekking die is opgericht op basis van omkaderingsmiddelen (punten, leraarsuren, …): zowel in de betrekkingen waarin een benoeming mogelijk is, als in die waarin geen benoeming mogelijk is (betrekkingen ter ondersteuning van het gecombineerd onderwijs).

Het is niet mogelijk een interimaris te laten subsidiëren in de volgende betrekkingen:

  • niet-organieke betrekkingen ter administratieve ondersteuning (code 165) die de Vlaamse reaffectatiecommissie heeft toegewezen aan terbeschikkinggestelde personeelsleden voor wie geen reaffectatie of wedertewerkstelling in een organieke betrekking mogelijk is, of die de Vlaamse reaffectatiecommissie heeft toegewezen aan personeelsleden die uiterlijk op 1 augustus 2012 ter beschikking waren gesteld wegens ontstentenis van betrekking na uitspraak van de Pensioencommissie van Medex of in het kader van re-integratie (https://data-onderwijs.vlaanderen.be/edulex/document.aspx?docid=13406#12-4);
  • de betrekkingen die niet zijn opgericht met omkaderingsmiddelen (leraarsuren, punten, betrek­king van directeur), maar met het eigen werkingsbudget, voor de zgn. personeelsleden ten laste van het werkingsbudget (PWB). Bij afwezigheid van dergelijk personeelslid kan een eventuele vervanger enkel worden bezoldigd via hetzelfde principe, dus evenzeer ten laste van het werkingsbudget.
  • de betrekking van adjunct-directeur waarvoor het centrum punten heeft bijgekregen omdat een vastbenoemd directeur na een fusieoperatie niet opnieuw als directeur kon worden aangesteld: art. 100 § 3 en 4 van het Decreet Volwassenenonderwijs. Die toevoeging van punten is immers persoonsgebonden en valt weg zodra het betrokken personeelslid het ambt van adjunct-directeur niet meer uitoefent.

Voorwaarden inzake de afwezigheid

sla link op in klembord

Indien een gesubsidieerd personeelslid een dienstonderbreking geniet, wordt ook de vervanger gesubsidieerd op voorwaarde dat de afwezigheid van het te vervangen personeelslid voldoet aan elk van deze drie voorwaarden:

De afwezigheid vangt aan vóór 1 juni

sla link op in klembord

Een vervanger kan enkel worden gesubsidieerd indien de afwezigheid van het te vervangen personeelslid aanvangt vóór 1 juni. Het gaat hierbij om de aanvang van de globale afwezigheidsperiode van de titularis die moet worden vervangen, niet om het type dienstonderbreking.

Dit betekent echter niet dat ook de aanstelling van de vervanger voor 1 juni zou moeten plaatsvinden. Indien de afwezigheid van de titularis voor 1 juni is ingegaan, mag de vervanger ook nog op latere datum worden aangesteld. Uiteraard kan een vervanger enkel in dienst worden genomen indien hij op dat tijdstip van het schooljaar nog aanspraak kan maken op een salaristoelage .

Uitzondering: de voorwaarde dat de afwezigheid moet aanvangen vóór 1 juni geldt niet als het gaat om het ambt van directeur of TAC, of om een omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling van de echtgenote of samenwonende partner, of om verlofweken postnatale rust.

Voorbeelden

Een personeelslid is met ziekteverlof vanaf 28 mei tot 30 juni, maar het centrumbestuur vindt pas op 8 juni een vervanger. Deze interimaris kan vanaf 8 juni worden aangesteld.

Een personeelslid gaat met bevallingsverlof van 1 juni t.e.m. 13 september. Omdat de afwezigheid niet is aangevangen vóór 1 juni, mag er in dat schooljaar geen vervanger meer worden aangesteld. Ook in september is vervanging misschien niet mogelijk.

Ononderbroken periode van 10 werkdagen afwezigheid

sla link op in klembord

De afwezigheid moet een ononderbroken periode van 10 werkdagen omvatten. Onder "werkdagen" worden verstaan:

  • niet de wettelijke feestdagen en de schoolvakanties, met uitzondering van de zomervakantie (VWO/2011/02 - punt 3.1.3)
  • maar verder alle dagen van het schooljaar, met name:
    • van maandag t.e.m. vrijdag: indien er in het centrum geen lesactiviteiten zijn op zaterdag,
    • ofwel van maandag tot en met zaterdag: indien er in het centrum wel lesactiviteiten zijn op zaterdag (te bekijken voor het geheel van het centrum, niet per personeelslid).
  • de dagen waarop geen onderwijsactiviteiten plaatsvonden zoals de pedagogische studiedag, vrijstellingstesten, trajectbegeleiding, algemene vergaderingen e.d.
  • de schooldagen waarop het te vervangen personeelslid geen opdracht heeft, worden als werkdagen mee in rekening gebracht.

Voorbeeld

Een personeelslid is afwezig wegens ziekte van maandag 4 november t.e.m. vrijdag 15 novem­ber 2019; maandag 11 november is geen werkdag. Deze afwezigheidsperiode beslaat:

• 9 werkdagen in een centrum dat ’s zaterdags geen lesactiviteiten organiseert. Hier kan dus geen vervanger worden gesubsidieerd.

• 10 werkdagen in een centrum dat ’s zaterdags wel lesactiviteiten organiseert. In dat geval kan er wel een vervanger worden gesubsidieerd.

De reden van de afwezigheid hoeft niet gedurende de hele periode dezelfde te zijn, voor zover het maar gaat om een periode van aaneensluitende afwezigheden die niet wordt onderbroken door tussenliggende kalenderdagen, zelfs niet door weekend- of vakantiedagen.

Voorbeelden

Een personeelslid geniet op maandag en dinsdag een volledige dienstonderbreking van 2 werkdagen, en aansluitend vanaf woensdag een ziekteverlof van 8 opeenvolgende werkdagen. Van zodra dit ziekteverlof door een arts geattesteerd is, heeft men de zekerheid dat de ononderbroken afwezigheidsperiode 10 opeenvolgende werkdagen beslaat, en kan het personeelslid worden vervangen.

Een personeelslid krijgt van de behandelende geneesheer een eerste week ziekteverlof voorgeschreven van maandag tot en met zaterdag, en de volgende week opnieuw van maandag tot en met zaterdag. Omdat de periode van afwezigheid wordt onderbroken door de tussenliggende zondag, kan geen vervanger worden gesubsidieerd. Indien de tweede ziekteperiode echter was gestart op zondag, d.w.z. onmiddellijk aansluitend op de eerste ziekteperiode, hadden we wel een afwezigheid van 10 werkdagen zonder onderbreking, en was vervanging wel mogelijk.

Ook tijdens een omstandigheidsverlof (andere dan n.a.v. de bevalling van de echtgenote of samenwonende partner) kan een vervanger aangesteld blijven, op voorwaarde dat dit omstandigheidsverlof ononderbroken aansluit op een andere dienstonderbreking, en de titularis aldus in totaal minstens 10 werkdagen afwezig is.

Van zodra de vereiste duur van de afwezigheidsperiode vaststaat, is voldaan aan de voorwaarde “10 werkdagen afwezigheid”. Indien de afwezigheid van een personeelslid aanvankelijk minder dan 10 werkdagen duurt, maar nadien aansluitend wordt verlengd (desgevallend met een andere soort dienstonderbreking) en aldus de vereiste duur van 10 werkdagen bereikt, is aan deze vervangingsvoorwaarde voldaan.

Voorbeelden

Een personeelslid is afwezig wegens ziekte van woensdag 27 mei t.e.m. vrijdag 5 juni 2019 (d.w.z. 8 werkdagen). Op donderdag 4 juni bezorgt hij een medisch attest dat hem ziekteverlof toekent van zaterdag 6 juni t.e.m. vrijdag 12 juni. Vanaf dan bereiken we een ononderbroken afwezig­heidsperiode van 10 werkdagen die is begonnen vóór 1 juni; het centrumbestuur kan dus een vervanger aanstellen vanaf 5 juni. Indien de tweede periode van ziekteverlof pas was voorgeschreven vanaf maandag 8 juni, was vervanging niet mogelijk omdat de afwezigheidsperiode dan onderbroken was.

Een personeelslid geniet ziekteverlof van 1 tot 5 september. Onmiddellijk daarop aansluitend geniet hij een verlof voor verminderde prestaties wegens ziekte van 6 september tot 5 oktober; in deze periode dient hij nog slechts halftijdse prestaties te verrichten. Zodra de VVP/ziekte is goedgekeurd door het controleorganisme, staat zijn dienstonderbreking vast voor een ononderbroken periode van meer dan 10 werkdagen, zij het niet voor een voltijdse betrekking, maar slechts voor een halftijdse. Vanaf dat moment kan het personeelslid halftijds vervangen worden.

De periode van 10 werkdagen wordt per schooljaar bekeken. Indien bv. een bevallingsverlof loopt van juni tot in september, dan kan in september enkel een vervanger worden gesubsidieerd indien de titularis vanaf 1 september nog minstens 10 werkdagen afwezig is. De afwezigheidsdagen vóór 1 september worden niet meegerekend.

Een uitzondering hierop vormt het bevallingsverlof dat reeds voor 1 september was ingegaan, maar enkel op voorwaarde dat de titularis vastbenoemd is of dat ze vanaf 1 september aangesteld blijft in exact dezelfde betrekking (opleiding, module) waarin ze voor doorlopende duur was aangesteld op 31 augustus.

Voorbeeld

Een personeelslid is met bevallingsverlof van 28 mei 2019 tot en met 9 september 2020 (105 dagen). Ze kan dus ook van 1 september tot en met 9 september vervangen worden in de volgende gevallen:

  • als ze vastbenoemd is;
  • of als ze op 1 september nog steeds is aangesteld in dezelfde betrekking (opleiding, module) waarin ze tot 31 augustus was aangesteld voor doorlopende duur.

Maar niet:

  • als ze tot 31 augustus voor bepaalde duur was aangesteld;
  • of als ze op 1 september een andere betrekking heeft gekregen als TADD’er.

Uitzondering: de voorwaarde dat de afwezigheid een onafgebroken periode van 10 werkdagen moet beslaan, geldt niet voor het omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling van de echtgenote of samenwonende partner, noch voor de verlof­weken postnatale rust noch voor de ambten ambt van directeur en technisch adviseur-coördinator.

Specifieke situatie: vroegtijdige beëindiging van een ziekteverlof

Indien de afwezigheid wegens ziekte van een personeelslid door de arts geattesteerd is voor een niet-onderbroken periode van minimaal 10 werkdagen, maar uiteindelijk minder dan 10 werkdagen duurt doordat de betrokkene vervroegd terug in dienst treedt (op eigen initiatief of op beslissing van de controlearts), dan blijft de vervanger gesubsidieerd tot op de laatste dag van het ingekorte ziekteverlof, zelfs indien het te vervangen personeelslid uiteindelijk minder dan 10 dagen afwezig is geweest. De subsidieerbaarheid van de vervanger komt m.a.w. niet in het gedrang door de vervroegde stopzetting van een ziekteverlof.

Bij de vervoegde stopzetting van elke andere dienstonderbreking daarentegen brengt de inkorting van de afwe­zigheid tot minder dan 10 opeenvolgende werkdagen mee dat de vervanger vanaf de eerste dag niet meer gesubsidieerd wordt.

Voorbeelden

Een personeelslid geniet ziekteverlof van maandag 6 januari tot en met vrijdag 17 januari 2019. Deze afwezigheid van 10 opeenvolgende werkdagen die méér dan 14 kalenderdagen voor de krokusvakantie aanvangt, laat de aanstelling van een gesubsidieerd vervanger toe. Zelfs als de titularis uit eigen beweging vervroegd het werk hervat op bv. dinsdag 14 januari, blijft de vervanger subsidieerbaar t.e.m. 13 januari.

Een personeelslid krijgt op zijn verzoek een verlof voor verminderde prestaties toegestaan van 7 tot en met 30 november; er kan dus een gesubsidieerde vervanger worden aangesteld. Indien de titularis echter zou vragen om de VVP reeds na 9 werkdagen stop te zetten en het centrumbestuur op dat verzoek zou ingaan, zou dat meebrengen dat de bezoldiging van de vervanger vanaf de eerste dag wordt teruggevorderd. Het is dus aangewezen om de bezoldiging van de vervanger niet in het gedrang te laten brengen door een vroegtijdige stopzetting van een verlofstelsel (andere dan ziekteverlof).

Beperking van de vervangingsmogelijkheid als de afwezigheid begint in de periode van 14 kalenderdagen voor (of tijdens) een korte vakantieperiode

sla link op in klembord

Deze beperking geldt voor het volwassenenonderwijs behalve:

  • indien het gaat om de vervanging van een directeur
  • indien de interimbetrekking bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling (dus niet via een verlof voor tijdelijk andere opdracht) wordt opgenomen door een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking.

Indien de afwezigheid van een gesubsidieerd personeelslid (ander ambt dan directeur) aanvangt in een periode van 14 kalenderdagen vóór, of tijdens de herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie, kan een vervanger pas aangesteld en gesubsidieerd worden vanaf de eerste dag na deze vakantieperiode. Deze beperking komt bovenop de gebruikelijke voorwaarden dat afwezigheid van de titularis moet beginnen vóór 1 juni en minstens 10 werkdagen moet duren. Deze beperking geldt evenzeer voor langdurige afwezigheden (bv. 15 weken bevallingsverlof, 4 maanden zorgkrediet) die aanvangen in de periode van 14 kalenderdagen voor de genoemde vakantieperiodes.

Voorbeelden

Een personeelslid neemt een dienstonderbreking vanaf maandag 14 oktober t.e.m. woensdag 13 november 2019. Zijn afwezigheid duurt wel meer dan 10 werkdagen, maar omdat ze aanvangt in de periode van 14 kalenderdagen voor de herfstvakantie, kan een vervanger pas aangesteld en bezoldigd worden vanaf de eerste dag na die vakantie. Deze vervanger wordt dus gesubsidieerd vanaf maandag 4 november t.e.m. 13 november, ook al duurt de afwezigheid van de titularis nog maar 7 werkdagen na de herfstvakantie (de feestdag van 11 november wordt immers niet meegerekend).

Een personeelslid is met bevallingsverlof vanaf zondag 13 oktober 2019 t.e.m. zaterdag 25 januari 2020. Omdat haar afwezigheid méér dan 14 kalenderdagen voor de herfstvakantie aanvangt, kan een vervanger worden aangesteld en gesubsidieerd vanaf zondag 13 oktober. Indien de afwezigheidsperiode pas op maandag 14 oktober zou beginnen, dan kon de vervanger pas worden aange­steld vanaf de eerste dag na de herfstvakantie.

Een personeelslid neemt een dienstonderbreking vanaf 1 januari tot en met 31 augustus 2020. Omdat zijn afwezigheid aanvangt tijdens de kerstvakantie, kan een interimaris pas aangesteld en bezoldigd worden vanaf de eerste dag na de kerstvakantie, d.w.z. vanaf maandag 6 januari.

Een directeur is met ziekteverlof vanaf 21 oktober t.e.m. 31 december 2019. Aangezien het gaat om het ambt van directeur, kan hij onmiddellijk worden vervangen. Maar indien bv. de vastbenoemde adjunct-directeur via een verlof voor TAO wordt aangesteld als interimaris van de directeur, dan kan de adjunct-directeur op zijn beurt nog niet onmiddellijk worden vervangen, aangezien diens dienstonderbreking (verlof TAO) begint in de periode van 14 kalenderdagen vóór de herfstvakantie. De adjunct-directeur kan dus pas worden vervangen vanaf de eerste dag na de herfstvakantie.

Van belang is hier de datum waarop de afwezigheidsperiode aanvangt. Indien een personeelslid een eerste dienstonderbreking neemt die méér dan 14 kalenderdagen voor het begin van de genoemde vakantieperiodes aanvangt en nadien aansluitend een andere dienstonderbreking neemt, loopt zijn afwezigheid door en kan een gesubsidieerde vervanger aangesteld worden of blijven.

Voorbeeld

Een personeelslid is met ziekteverlof van 1 september tot en met vrijdag 18 oktober 2019; vanaf zaterdag 19 oktober neemt hij een andere dienstonderbreking. De interimaris die reeds was aangesteld tijdens het ziekteverlof, blijft aangesteld en gesubsidieerd tijdens de aanslui­tende dienstonder­breking: de afwezigheid van deze titularis is immers niet begonnen op 19 oktober, maar reeds op 1 september.

Wettelijk gezien lopen de genoemde vakantieperiodes steeds van een maandag tot en met een zondag. Een overzicht van de vakantieperiodes is terug te vinden op de website van Onderwijs Vlaanderen.

Uitzondering: vanaf het schooljaar 2018-2019 staat de minister uitzonderlijk toe dat de vervanging VTAO toch kon bezoldigd worden vanaf 1 januari. Merk wel op dat deze uitzondering enkel geldt als het nieuw vastbenoemde personeelslid een verlof voor TAO neemt, niet als hij een ander verlofstelsel opneemt.

Voorbeeld

Een leraar svwo is in centrum A voor 17/20 vastbenoemd en voor 3/20 tijdelijk aangesteld voor doorlopende duur in een niet-vacante betrekking. Een tijdelijke aanstelling voor doorlo­pende duur in een vacante betrekking van 3/20 was aangeboden in centrum B van hetzelfde centrumbestuur, maar dat aanbod had hij geweigerd omdat hij verkoos voltijds te fungeren in centrum A. Op 1 januari wordt hij wel in centrum B bijkomend vast benoemd in die vacante betrekking van 3/20.

Indien het personeelslid én het centrumbestuur ermee akkoord gaan dat de betrokkene voltijds blijft presteren in centrum A, dan kan dit bij wijze van tijdelijk andere opdracht.

In de interimbetrekking die daardoor vrij komt in centrum B kan pas vanaf 1 januari vervanger worden gesubsidieerd. Ondanks het feit dat deze vervanging ingaat in de periode tussen 14 dagen voor een vakantie en de laatste dag van die vakantie.

Indien de interimbetrekking echter bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling (dus niet via een verlof voor tijdelijk andere opdracht) wordt opgenomen door een personeelslid dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking, dan zal deze TBS/OB’er wél worden bezoldigd, ook indien de dienstonderbreking van de titularis aanvangt in een periode van 14 kalenderdagen voor de genoemde vakantieperiodes.

Voorbeeld

Een leraar secundair vwo neemt een dienstonderbreking vanaf woensdag 16 oktober t.e.m. zaterdag 26 oktober 2019. Als de zaterdag voor het betrokken centrum een werkdag is, gaat het hier om een periode van 10 werkdagen en is reaffectatie hierin verplicht.

    • Indien een leraar svwo van het centrumbestuur ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking maar nog niet is gereaffecteerd of wedertewerkgesteld, moet de TBS/OB’er verplicht worden gereaffecteerd indien de interimbetrekking voor hem “hetzelfde ambt” is;
    • indien een ander personeelslid van het centrumbestuur TBS/OB is gesteld, mag hij/zij erin worden wedertewerkgesteld indien hij er een vereist of een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor heeft.

Het gereaffecteerde / wedertewerkgestelde personeelslid zal uiteraard worden bezoldigd, ook al start de afwezigheid van de titularis minder dan 14 kalenderdagen voor het begin van de herfstvakantie.

Uitzonderingen

sla link op in klembord

In enkele gevallen moeten de drie hoger genoemde voorwaarden niet allemaal vervuld zijn, namelijk:

  • indien het te vervangen personeelslid een omstandigheidsverlof geniet naar aanleiding van de bevalling van zijn echtgenote of samenwonende partner: de afwezigheidsperiode hoeft geen 10 werkdagen te duren en hoeft niet vóór 1 juni te beginnen, maar indien de afwezigheid pas aanvangt in de periode van 14 kalenderdagen voor (of tijdens) de herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie, wordt de vervanger pas bezoldigd vanaf de eerste dag na die vakantie.

Voorbeeld

N.a.v. de bevalling van zijn echtgenote neemt een personeelslid omstandigheidsverlof van maan­dag 7 juni t.e.m. vrijdag 11 juni 2021; de resterende tien dagen neemt hij versnipperd in de loop van juni en september. Op al die dagen kan een vervanger worden gesubsidieerd.

  • indien het te vervangen personeelslid een "verlofweek postnatale rust" opneemt: de afwezigheidsperiode hoeft geen 10 werkdagen te duren en hoeft niet vóór 1 juni te beginnen, maar indien de afwezigheid pas aanvangt in de periode van 14 kalenderdagen voor (of tijdens) de herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie, wordt de vervanger pas bezoldigd vanaf de eerste dag na die vakantie.

Voorbeeld

Een personeelslid neemt 9 weken ononderbroken postnataal bevallingsverlof tot aan de vooravond van de paasvakantie, en heeft binnen de 8 weken nadien nog recht op twee verlofweken postnatale rust. Die neemt ze op in twee afzonderlijke weken na de paasvakantie, telkens voor 7 kalenderdagen. In elk van die verlofweken postnatale rust kan een vervanger worden gesubsidieerd.

  • indien het gaat om de vervanging van een personeelslid dat is aangesteld in het bevorderingsambt van directeur. In dit ambt kan een vervanger worden aangesteld bij elke dag dienstonderbreking, ook als die slechts 1 dag duurt of pas begint na 31 mei, en zelfs als de afwezigheidsperiode begint in de periode van 14 kalenderdagen voor (of tijdens) de herfst, kerst-, krokus- of paasvakantie.

Voorbeeld

Een directeur is afwezig wegens ziekte van 28 juni tot 10 juli. Hij kan de volledige periode worden vervangen door een gesubsidieerd interimaris: in dit ambt is het immers niet vereist dat de afwezigheid start vóór 1 juni of 10 werkdagen duurt.

  • indien het gaat om de vervanging van een personeelslid dat is aangesteld in het bevorderingsambt van technisch adviseur-coördinator (TAC). In dit ambt kan een vervanger worden aangesteld bij elke dag dienstonderbreking, ook als die slechts 1 dag duurt of pas begint na 31 mei, maar niet als de afwezigheidsperiode begint in de periode van 14 kalenderdagen voor (of tijdens) de herfst-, kerst-, krokus- of paasvakantie.

Voorbeeld

Een personeelslid neemt in oktober of november omstandigheidsverlof n.a.v. de bevalling van zijn echtgenote; in zijn centrum is zaterdag geen werkdag. De herfstvakantie begint op maandag 1 november 2021; de periode van 14 kalen­derdagen voordien begint dus op maandag 18 oktober.

  1. Hij neemt een deel van dit omstandigheidsverlof vanaf maandag 18 oktober t.e.m. vrijdag 29 oktober: er kan geen vervan­ger worden aangesteld, omdat de afwezigheid pas begint in de periode van 14 kalenderdagen voor de herfstvakantie.
  2. Hij neemt dit deel van zijn omstandigheidsverlof vanaf vrijdag 16 t.e.m. donderdag 28 oktober: hij kan gedurende heel deze periode worden vervangen door een gesubsidieerde interimaris. Dit wordt immers beschouwd als een doorlopende afwezigheidsperiode (weekends inbegrepen), ook al worden er slechts 10 dagen omstandigheidsverlof aangerekend.
  3. Hij neemt 6 dagen omstandigheidsverlof vanaf vrijdag 8 oktober t.e.m. vrijdag 15 oktober; omdat hij op maandag geen opdracht heeft, neemt hij de resterende 9 dagen pas op vanaf dins­dag 19 oktober t.e.m. vrijdag 29 oktober. De vervanger wordt enkel bezoldigd van 8 t.e.m. 15 oktober. De eerste afwezigheidsperiode vangt immers méér dan 14 kalenderdagen voor het begin van de herfstvakantie aan, maar de tweede periode niet.
  4. Hij neemt 5 dagen omstandigheidsverlof vanaf maandag 25 oktober t.e.m. vrijdag 29 oktober, en de volgende 5 dagen vanaf maandag 8 november t.e.m. maandag 15 november (11 november is een wettelijke feestdag). Hij kan niet vervangen worden in de week voor de herfstvakantie, maar wel van 8 t.e.m. 15 november.

De vervanging van een interimaris

sla link op in klembord

Indien een interimaris is aangesteld en op zijn beurt afwezig is, kan ook hij worden vervangen indien de afwe­zigheid van de interimaris voldoet aan de voorwaarden die gelden voor elke vervanging. De hierboven genoemde voorwaarden moeten dus opnieuw worden nagegaan: nu niet meer in hoofde van de titu­laris, maar in hoofde van de “eerste interimaris” die moet worden vervangen.

Voorbeelden

1. Personeelslid A neemt een zorgkrediet van 1 september tot en met 30 juni, en wordt vervangen door interimaris B. Tien dagen voor het begin van de herfstvakantie gaat interimaris B met bevallings­verlof (105 dagen). B kan op haar beurt pas vervangen worden vanaf de eerste dag na de herfst­vakantie, aangezien haar afwezigheidsperiode pas is begonnen in de periode van 14 kalenderda­gen voor die vakantie.

2. Personeelslid C neemt een dienstonderbreking vanaf de eerste dag na de paasvakantie, en wordt vervan­gen door interimaris D.

  • Indien D in de loop van dat trimester een ziekteverlof geniet, kan hij op zijn beurt worden vervangen op voorwaarde dat zijn ziekteverlof aanvangt vóór 1 juni en 10 ononderbroken werkdagen duurt. Na het einde van zijn ziekteverlof neemt D de interimopdracht opnieuw op.
  • Indien D een ziekteverlof geniet dat minder bedraagt dan 10 opeenvolgende werkdagen en/of pas na 31 mei aanvangt, kan hij niet worden vervangen.
  • Indien D in de loop van zijn aanstellingsperiode een omstandigheidsverlof geniet omwille van de bevalling van zijn echtgenote of samenwonende partner, kan D in elk geval vervangen worden, zelfs als dit omstan­digheidsverlof pas aanvangt na 31 mei of geen 10 aaneensluitende werkdagen duurt. Na het einde van zijn omstandigheidsverlof neemt D opnieuw de vervanging van C op.

Indien de vervanger daarentegen geen dienstonderbreking geniet, maar ontslag heeft gegeven of gekregen, hebben we niet te maken met "de vervanging van een vervanger", maar met "de aanstelling van een nieuwe vervanger". Voor de rest van de periode van afwezigheid van de titularis kan zonder twijfel een nieuwe vervanger aangesteld worden, vermits er reeds voldaan was aan de voorwaarden in hoofde van de titularis.

Voorbeeld

Personeelslid A is gedurende heel het derde trimester met bevallingsverlof, en wordt vervangen door perso­neelslid B. Als interimaris B op 2 juni ontslag geeft, kan er zelfs op die datum nog een nieuwe vervanger worden aangesteld om de betrekking over te nemen. Hier is het immers opnieuw A die wordt vervangen; de aanvangs­datum en de duur van diens afwezigheid waren reeds geverifieerd, en laten ook nu nog toe om een nieuwe ver­vanger (C) in dienst te nemen. Eenmaal C is aangesteld als vervanger van A, kan B niet meer terugkeren naar deze interimbe­trekking.

Ambt, vak, puntenwaarde en omvang van de betrekking waarin de vervan­ger wordt aangesteld

sla link op in klembord

Vervanging in een ander ambt binnen de puntenenveloppe

sla link op in klembord

In de regel wordt de interimaris aangesteld in een betrekking van hetzelfde ambt als de titularis. Binnen de puntenenveloppe echter kan de vastbenoemde of tijdelijke titularis van een vacante betrekking, die een dienstonderbreking voor een volledig schooljaar neemt (d.w.z. onmiddellijk van 1 september tot 30 juni of tot 31 augustus), eventueel worden vervangen in een ander ambt. Deze regel geldt voor alle ambten (stafmedewerker, adjunct-directeur, TA, TAC, adjunct en administratief medewerker) die opgericht worden met punten. Dit kan in sommige gevallen invloed hebben voor de aanwending van de punten. Op dat ogenblik worden niet de punten van de titularis, maar wel de punten van de vervanger in rekening gebracht. Op het aanwendingsrapport worden dan ook de ATO1-opdrachten weergegeven. Volgende situaties kunnen zich voordoen:

  • Wanneer de vervanger, bij de afwezigheid van een administratief medewerker of stafmedewerker ook aangesteld wordt in het ambt van administratief medewerker of stafmedewerker, dan blijft de puntenwaarde van de titula­ris bepa­lend tenzij de puntenwaarde van de betrekking wordt verhoogd met niet-aangewende punten zodat de vervanger aan een hogere salarisschaal wordt bezoldigd. Als een titularis van een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel bij een dienstonderbreking niet of gedeeltelijk wordt vervangen, kan het centrumbestuur ook de puntenwaarde van de niet-ingevulde opdracht van de titularis gebruiken om aan een vervanger in een betrekking in een ambt van het ondersteunend personeel een hogere salarisschaal toe te kennen (zie ook verder).
  • Bij de vervanging van een adjunct-directeur, TA of TAC door een vervanger die in hetzelfde ambt wordt aangesteld, blijft de puntenwaarde van de titularis bepalend, zelfs indien de vervanger een ander barema geniet. De puntenwaarde kan niet opgetrokken worden.

Opgelet: wanneer de eerste titularis ontslag geeft (bv. wegens pensioen) en het personeelslid dat aanvankelijk als interimaris was aangesteld nu zelf titularis wordt, wordt de puntenwaarde van de betrekking vanaf dan bepaald door deze nieuwe titularis (zie ook verder).

  • Als het gaat om de vervanging van een administratief medewerker, adjunct-directeur, TA, TAC of stafmedewerker, die een dienstonderbreking opneemt voor een heel schooljaar, kan de interimaris worden aangesteld in een ander ambt. In dat geval wordt in het aanwendingsrapport niet de puntenwaarde van de titularis, maar die van de interima­ris in rekening gebracht.

Voorbeelden

Een vastbenoemd technisch adviseur-coördinator neemt een dienstonderbreking van 1 september tot 31 december. Zijn vervanger kan enkel in hetzelfde ambt worden aangesteld, dus als technisch adviseur-coördinator. Dat blijft ook zo indien zijn dienstonderbreking nadien aansluitend verlengd wordt tot het einde van het schooljaar. Indien deze titularis een dienstonderbreking nam die vanaf 1 september onmiddellijk doorliep tot 31 augustus (bv. een langdurige VVP/med of een loopbaanonderbreking 55+), zou zijn vervanger kunnen worden aangesteld in een ander ambt, des­gevallend met een andere puntenwaarde.

Een vastbenoemd technisch adviseur (barema 257, 110 punten) neemt een dienstonderbreking voor een volledig schooljaar, en wordt vervangen door een adjunct-directeur secundair volwassenenonderwijs (barema 502). Hiervoor worden geen 110 maar wel 120 punten in rekening gebracht.

Een stafmedewerker (130 punten) neemt een dienstonderbreking voor een volledig schooljaar. De interimaris wordt aangesteld in een ambt van administratief medewerker (63 punten). Er komen 67 punten vrij waarmee vervolgens opnieuw een voltijdse betrekking van administratief medewerker (63 punten) opgericht kan worden. Indien de titularis vroegtijdig zijn opdracht zou hervatten, vervallen de vervangingen.

Puntenwaarde en salarisschaal bij vervanging van een administratief medewerker en stafmedewerker in hetzelfde ambt.

sla link op in klembord

Bij de vervanging van een administratief medewerker of stafmedewerker blijft de puntenwaarde van de betrekking bepaald door de titularis, ook wanneer die een dienstonderbreking van een volledig schooljaar neemt, en ook wanneer de interimaris een lager diplomaniveau heeft: ook in dat geval komen er dus geen punten vrij, tenzij wanneer de puntenwaarde van de betrekking wordt verhoogd met niet-aangewende punten, d.w.z. met punten die het centrum hiervoor had gereserveerd bij het begin van het schooljaar of punten van een deel van de opdracht van een ander afwezig personeelslid waarin geen vervanger werd aangesteld.

De salarisschaal van de vervanger in het ambt van administratief medewerker en stafmedewerker is onderworpen aan twee beperkingen:

  • het barema van de vervanger kan in geen geval hoger liggen dan het barema dat overeenstemt met zijn diplomaniveau,
  • en het kan in de regel ook niet hoger zijn dan de salarisschaal van de titularis, tenzij wanneer de puntenwaarde van de betrekking wordt verhoogd met niet-aangewende punten, d.w.z. met punten die het centrum hiervoor had gereserveerd bij het begin van het school­jaar, of met punten die in de loop van het schooljaar vrij komen door het ontslag (bv. pensionering) van een titularis.

Een ter beschikking gesteld personeelslid dat bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling is aangesteld in een betrekking van administratief medewerker, zal echter steeds worden bezoldigd aan het barema waaraan het vastbenoemd is, ook als de puntenwaarde van de betrekking niet overeenstemt met zijn diplomaniveau.

Voorbeelden

Een administratief medewerker (82 punten, barema 158) neemt een volledig jaar dienstonder­breking en wordt vervangen door een interimaris met diplomaniveau “ten minste HSO”. Deze vervanger kan in geen geval een hoger barema genieten dan 122. Toch blijft de betrekking 82 punten kosten.

Een administratief medewerker (63 punten, barema 122) wordt vervangen door een interimaris met een bachelordiploma. Deze wordt als volgt bezoldigd:

  • Indien het centrum de puntenwaarde van deze betrekking met 19 punten verhoogt tot 82 punten, wordt de bachelor bezoldigd aan barema 158.
  • Indien de puntenwaarde van de betrekking niet wordt verhoogd, wordt de interimaris niet bezoldigd aan het barema 158 dat overeenstemt met zijn bachelordiploma, maar aan het barema van de titularis, d.w.z. salarisschaal 122.

Een administratief medewerker is vastbenoemd aan barema 158, en werd ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Hij werd in het eigen centrum gereaffecteerd als vervanger van een collega (met hogere dienstanciënniteit) die benoemd is aan barema 122 (63 punten). Het gereaffecteerde personeelslid blijft bezoldigd aan barema 158, zonder dat de puntenwaarde van de betrekking hoeft te worden aangepast.

Puntenwaarde en salarisschaal bij vervanging van een ICT-coördinator in hetzelfde ambt

sla link op in klembord

Bij de vervanging van een ICT-coördinator blijft de puntenwaarde van de betrekking bepaald door de titularis, ook wanneer die een dienstonderbreking van een volledig schooljaar neemt, en ook wanneer de interimaris een lager diplomaniveau heeft: ook in dat geval komen er dus geen punten vrij, tenzij wan­neer de puntenwaarde van de betrekking wordt verhoogd met niet-aangewende punten, d.w.z. met punten die het centrum hiervoor had gereserveerd bij het begin van het school­jaar of punten van een deel van de opdracht van een ander afwezig personeelslid waarin geen vervanger werd aangesteld.

De salarisschaal van de vervanger in het ambt van ICT-coördinator wordt bepaald door zijn bekwaamheidsbewijs, ongeacht de puntenwaarde waarin hij is aangesteld. De beperkingen die gelden voor de vervanging van een administratief medewerker of stafmedewerker gelden hier dus niet.

Vervanging in leraarsuren

sla link op in klembord

Opleiding of module waarin de vervanger wordt aangesteld

sla link op in klembord

Bij de vervanging van een leraar svwo kan de interimaris desgewenst worden aange­steld in een andere opleiding of module dan de titularis. Dit is evenzeer mogelijk in geval van lesopdrachten als bij de vervanging van een titularis die belast is met coördinatieopdrachten (onderwijsopdrachten of niet): ook de coördinatieopdracht kan voor de interimaris worden gelijkgesteld met een andere module of opleiding dan voor de titularis.

Wanneer de vervanger wordt aangesteld in een module of opleiding met een andere prestatie­noemer dan de titularis, zal men er echter goed over waken dat het volume van de opdracht van de titularis (omgerekend naar jaarbasis) niet wordt overschreden.

Volume van de aanstelling in leraarsuren in het modulaire systeem

sla link op in klembord

Bij het aanwendingsrapport van de leraarsuren worden enkel de betrekkingen van de vastbe­noemde titularissen (administratieve toestand 4) en de tijdelijke titularissen (administratieve toestand 2) in aanmerking genomen.

In het modulaire systeem is het wel mogelijk om de vervanger aan te stellen voor een kortere tijd maar voor een groter volume dan de titularis (punt 2.3.1 van de Ministeriële omzendbrief VWO/2015/01). Het is echter uiterst belangrijk dat het volume van aanstelling van de vervanger - omgerekend naar jaarbasis - het volume van aanstelling van de titularis niet overschrijdt. Voor de omrekening naar jaarbasis verwijzen we naar punt 5.1.2 van de Ministeriële omzendbrief VWO/2010/01(pers) “De ambten en hun prestatieregeling in de centra voor volwassenenonder­wijs”. Indien de vervanger daarentegen zou worden aangesteld voor een kleiner volume, kan zijn aanstelling in geen geval doorlopen wanneer de titularis opnieuw in dienst is gekomen.

Voorbeeld

Een leraar svwo neemt gedurende een volledig schooljaar een dienstonderbreking van 4/20. Hij kan worden vervangen door een interimaris met een voltijdse opdracht, maar enkel op voorwaarde dat deze interimbetrekking op jaarbasis niet het volume overschrijdt van de dienstonderbreking van de titularis. De interimaris kan dus een opdracht krijgen van 20/20 op voorwaarde dat die beperkt is tot 4/20 van het schooljaar, d.w.z. tot 8 weken.

Een leraar svwo neemt een dienstonderbreking van 6/ 24 gedurende een volledig schooljaar, maar hij wordt uitsluitend in het tweede semester vervangen. Deze interimaris kan vanaf 1 februari worden aangesteld voor een halftijdse betrekking: daarmee wordt het volume van de dienstonderbreking op jaarbasis niet overschreden.

Verdeling van een interim over meerdere vervangers

sla link op in klembord

Het centrumbestuur is er niet toe verplicht om de volledige betrekking van een afwezige titularis toe te vertrou­wen aan één enkele vervanger, althans voor zover het recht op aanstelling wordt gerespecteerd dat personeelsleden kunnen doen gelden op deze niet-vacante betrekking, te weten het recht op reaffectatie/wedertewerkstelling of op tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur

  • In de ambten van het onderwijzend personeel kan een betrekking per lesuur worden opge­splitst, en in het modulaire systeem zelfs in fracties van een uur (op jaarbasis).
  • In de ambten van administratief medewerker, stafmedewerker en technisch adviseur kunnen desgewenst per uur worden opgesplitst.
  • In de ambten van directeur en technisch adviseur-coördinator kan een voltijdse betrekking enkel worden toegekend aan een voltijds of aan twee halftijdse personeelsleden: dit geldt zowel voor de vacante als voor de interimbetrekkingen (art. 37bis van het Decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs).

Het voornemen om een betrekking van leraar svwo, een administratief medewerker of stafmedewerker of technisch adviseur op te splitsen mag echter geen afbreuk doen aan het voorrangsrecht van personeelsleden met recht op tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur.

Voorbeelden

Een technisch adviseur (TA) neemt een gedeeltelijke loopbaanonderbreking 55+ en blijft nog halftijds werken (18/36). De persoon die het meeste geschikt is om deze interim op te nemen, heeft reeds een aanstelling van 20/24 (8 333 / 10 000) als leraar secundair vwo, en wenst niet méér dan een voltijdse betrekking te presteren. Het centrumbestuur kan deze persoon belasten met een interimbetrekking van TA voor 6/36 (1 667 / 10 000) , en een andere vervanger met de resterende 12/36. Wanneer de betrekking echter vacant wordt (bv. door de pensionering van de titularis), kan de nieuwe titularis enkel voltijds ofwel halftijds worden aangesteld in de betrekking van TA.

Een administratief medewerker neemt gedurende twee weken een verlof voor verminderde prestaties voor 7/32.

  • Indien er een personeelslid is dat recht heeft op tijdelijke aanstelling voor doorlo­pende duur in dit ambt, moet de niet-vacante betrekking van 7/32 in haar geheel worden aangeboden (of kan ze desgevallend verdeeld worden onder de TADD'ers die gelijke voorrangsrechten genieten). Een TADD'er moet de aangeboden betrekking in haar geheel aanvaarden, zo niet verliest hij zijn recht op deze betrekking.
  • Indien er geen personeelsleden met recht op tijdelijke aanstelling van doorlopende duur zijn, kan het centrumbestuur ervoor opteren om de interim-opdracht toe te kennen aan een of meer tijdelijken van bepaalde duur, of om de uren te verdelen onder de personeelsleden die reeds in dienst zijn en bereid zijn om deze uren te presteren in bijbetrekking.

Een leraar secundair vwo moet worden vervangen; hij heeft een opdracht van 12/20, samenge­steld uit twee pakketten van 6 uur per week. Een andere leraar svwo heeft recht op TADD in deze module; hij heeft nog maar een opdracht van 18/20 en wenst niet méér dan een voltijdse opdracht te presteren. Het centrumbestuur is er niet toe verplicht om aan deze voorrangsgerechtigde slechts 2 uur van deze pakketten aan te bieden: het voorrangsrecht van de TADD'ers mag niet leiden tot een pedagogisch onverant­woorde opsplitsing van de opdracht. (zie art. 23 § 12 van het decreet Rechtspositie).

Einde van de aanstelling van de vervanger

sla link op in klembord

Beëindiging van rechtswege

sla link op in klembord

Terugkeer van de titularis

sla link op in klembord

Op het ogenblik dat de titularis opnieuw in dienst treedt, eindigt de aanstelling van de interimaris van rechtswege. Hierbij maakt het geen verschil uit of de terugkeer van de titularis plaatsvindt op een werkdag dan wel op een weekend- of vakantiedag.

Voorbeeld:

Een personeelslid geniet ziekteverlof tot en met 31 december; dit wordt niet aansluitend verlengd. De aanstelling van zijn vervanger blijft dan ook doorlopen tot 31 december, en eindigt niet op bv. de laatste vrijdag van het eerste trimester.

Ook wanneer een dienstonderbreking vroeger eindigt dan voorzien, eindigt de aanstelling van de vervanger op het ogenblik dat de titularis (vervroegd) opnieuw in dienst treedt.

Voorbeeld:

Een vastbenoemde leraar svwo had een verlof voor tijdelijk andere opdracht gekregen om in een andere school een betrekking van adjunct-directeur op te nemen gedurende een volledig schooljaar. Deze tijdelijke aanstelling wordt echter vroegtijdig beëindigd door een ontslag op 20 december. Omdat de tijdelijk andere opdracht eindigt op 20 december, komt er ook een einde aan het ver­lof voor TAO van dit personeelslid, en komt hij onmiddellijk opnieuw als leraar svwo in dienst in de betrekking waarin hij benoemd is. Op dezelfde dag eindigt de aanstelling van zijn vervanger in die betrekking, ook al had die oorspronkelijk vooruitzicht op een aanstelling voor een volledig schooljaar.

Een wijziging van de reden voor de dienstonderbreking daarentegen heeft geen gevolg voor de aanstelling van de vervanger: zo lang de titularis ononderbroken afwezig blijft, blijft de interimaris aangesteld.

Voorbeeld:

Een administratief medewerker is eerst met ziekteverlof, onmiddellijk aansluitend met bevallingsverlof, en onmiddellijk aansluitend neemt ze een onbezoldigd ouderschapsverlof. Ten aanzien van de interimaris geldt dit als één ononderbroken periode van afwezigheid van de titularis; de wijziging van de reden van haar afwezigheid leidt niet tot de beëindiging van rechtswege van de aanstelling van de interimaris.

Indien een personeelslid ziek is op de vooravond van een weekend, feestdag of vakantieperiode (andere dan de zomervakantie) en - althans administratief - opnieuw in dienst treedt in dat weekend, op die feestdag of in die vakantieperiode, dan is daardoor van rechtswege een einde gekomen aan de aanstelling van de vervanger. Dit blijft zelfs zo indien de titularis daags na dat weekend of die feestdag of vakantieperiode opnieuw ziekteverlof geniet: in dat geval worden de tussenliggende schoolvrije dagen voor de titularis wel in mindering gebracht van zijn recht op bezoldigd ziekteverlof, maar dit heeft geen gevolgen voor zijn administratieve toestand (Zie punten 2.1.8 en 2.2.5 van de Ministeriële omzendbrief PERS/2007/07).

Voorbeeld:

Personeelslid A is afwezig wegens ziekte tot op de vooravond van de paasvakantie; daags nadien is hij opnieuw in dienst. Hierdoor komt er van rechtswege een einde aan de aan­stelling van de interimaris. Vanaf de eerste dag na de paasvakantie is A opnieuw afwezig wegens ziekte; hier­door wordt zijn recht op bezoldigde ziektedagen ook verminderd met het aantal dagen van de tussenliggende paasvakantie. Dit doet echter niets af aan het feit dat de aanstelling van de vervanger geëindigd is op de vooravond van de paasvakantie.

Einde van het schooljaar

sla link op in klembord

De einddatum van 30 juni die vaak als einddatum moet worden doorgegeven aan het werk­station, heeft in de regel enkel waarde in functie van de stopzetting van de salaristoelagen vanaf 1 juli en de uitkering van de uitgestelde bezoldiging. Volgens het Decreet Rechtspositie eindigt het schooljaar immers niet op 30 juni, maar pas op 31 augustus.

Voor personeelsleden die tijdelijk zijn aangesteld voor bepaalde duur in een wervingsambt (leraar svwo, administratief medewerker, stafmedewerker), eindigt de aanstelling van rechtswege op het einde van het schooljaar (31 augustus).

Dit is echter niet zo voor de personeelsleden die zijn aangesteld:

  • voor doorlopende duur in een wervingsambt;
  • in een selectie- of bevorderingsambt (technisch adviseur; technisch adviseur-coördinator; adjunct-directeur; directeur);
  • bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling in om het even welk ambt.

Indien een titularis een dienstonderbreking geniet tot en met 31 augustus en aansluitend opnieuw vanaf 1 sep­tember, dan loopt de aanstelling van de vervanger door over de schooljaren heen indien die vervanger was aan­gesteld voor doorlopende duur (wervingsambt) ofwel in een selectie- of bevorderingsambt, ofwel als gereaffecteerde/wedertewerkgestelde (om het even welk ambt).

Voorbeelden

Administratief medewerker A neemt een loopbaanonderbreking tot 31 augustus, en wordt ver­vangen door twee halftijdse interimarissen:

  • interimaris B was aangesteld voor doorlopende duur. Indien A op 1 september opnieuw een dienstonderbreking neemt, blijft B aangesteld in die niet-vacante betrekking;
  • interimaris C was aangesteld voor bepaalde duur. Voor C brengt het einde van het schooljaar (31 augustus) van rechtswege het einde van zijn aanstelling mee. Dit is zelfs het geval indien C vanaf 1 september nadien het recht op tijdelijke aanstelling voor doorlopende duur kan laten gelden. Dit statuut verleent hem voorrang voor aanstelling bij dat centrumbestuur, maar niet noodzakelijk opnieuw als vervanger van A.

Een directeur geniet verschillende schooljaren na elkaar een verlof wegens opdracht (“detachering”). Hij wordt als directeur van zijn school vervangen door een zuiver tijdelijk personeelslid. De aanstelling van deze interimaris loopt door over de schooljaren heen, aangezien het einde van het schooljaar geen einde stelt aan een tijdelijke aan­stelling in een selectie- of bevorderingsambt.

Een administratief medewerker geniet een gedeeltelijke loopbaanonderbreking 55+, en neemt aldus een dienstonderbreking gedurende een aantal schooljaren. Zij wordt vervangen door een ter beschikking gesteld leraar die hierin op vrijwillige basis is wedertewerkgesteld. Deze weder­tewerkstelling loopt door over de schooljaren heen, tenzij de terbeschikkinggestelde een nieuwe toewijzing zou krijgen of een “gelijkwaardige andere betrekking” zou opnemen.( Zie punt 23 van de Reaffectatiemededeling)

Andere redenen voor de beëindiging van rechtswege

sla link op in klembord

Voor de andere redenen die van rechtswege een einde stellen aan de aanstelling van een interi­maris (geen gereaffecteerd / wedertewerkgesteld personeelslid) verwijzen we naar de webpagina “Einde aanstelling en ontslag”. Het gaat met name om de toewijzing van de betrekking aan een ander perso­neelslid bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, of het feit dat de betrekking niet meer kan worden gesubsidieerd, of dat het personeelslid niet meer aan de subsidiëringsvoorwaarden voldoet.

Ontslag uitgaande van het personeelslid of van het centrumbestuur

sla link op in klembord

Aan een reaffectatie of wedertewerkstelling kan geen einde gesteld worden door het personeelslid of door het centrumbestuur, zelfs niet indien het ter beschikking gestelde personeelslid vrijwillig in dienst was genomen.

Voor de andere tijdelijke personeelsleden verwijzen we naar de webpagina “Einde aanstelling en ontslag”.

Bezoldiging van de vervanger

sla link op in klembord

Meer informatie vind je onder het thema "Salaris en vergoedingen".

Administratieve aandachtspunten

sla link op in klembord

Geen vermelding van einddatum op de arbeidsovereenkomst

sla link op in klembord

Bepaalde softwarepakketten stellen standaard een einddatum voor in de arbeidsovereenkomst van tijdelijke personeelsleden. Het is ten stelligste aan te raden deze einddatum te verwijderen uit het contract. Bij een interim-opdracht valt het immers nooit uit te sluiten dat de titularis opnieuw in dienst treedt op een latere of zelfs op een vroegere datum dan voorzien. En indien men een aanstelling in vacante uren zou laten eindigen op 30 juni, kunnen geen vakantieprestaties meer worden geëist, aangezien de betrokkene op dat moment geen personeelslid meer is; bovendien is hij dan ook niet meer verzekerd voor arbeidsongevallen. De beëindiging van de aanstelling volgt steeds uit de bepalingen van het Decreet Rechtspositie, dat één geheel uitmaakt met de arbeidsovereenkomst volgens de modellen die Katholiek Onderwijs Vlaanderen daarvoor aan­reikt.

Bij de elektronische opdrachtmelding RL-1 moet de einddatum wel worden vermeld, doch enkel in functie van de bezoldiging van het personeelslid. Het stopzetten van de salarisuitbetaling valt echter niet steeds samen met het einde van de juridische band tussen centrumbestuur en personeelslid.

Opbouw dienstanciënniteit

sla link op in klembord

Het dóórlopen van de bezoldiging van een tijdelijk personeelslid in een weekend of korte vakantieperiode tussen twee verschillende aanstellingsperiodes betekent niet dat het personeelslid in die tussenliggende dagen dienstanciënniteit opbouwt. Weekends en korte vakantieperiodes worden enkel meegerekend indien zij vallen in de aanstellingsperiode.

Voorbeeld

Een titularis is met ziekteverlof en wordt vervangen van 1 september tot op de vooravond van de kerstvakantie. De titularis is opnieuw afwezig vanaf de eerste werkdag na de kerstvakantie, en dezelfde vervanger wordt opnieuw aangesteld.

Omdat de vervanger in de kerstvakantie niet was aangesteld, bouwt hij die dagen geen dienstanciënniteit op. De administratieve toestand van de interimaris wordt niet beïnvloed door de vraag of hij in de tussenliggende kerstvakantie wordt bezoldigd en of de kerstvakantie voor de zieke titularis wordt aangerekend op zijn recht op ziekteverlof.

Uitdienstmelding van de vervanger

sla link op in klembord

Elke beëindiging van de aanstelling van de vervanger moet expliciet gemeld worden aan het werkstation met een RL-4; de melding dat de titularis opnieuw in actieve dienst treedt, volstaat hiervoor niet. Indien het einde van de aanstelling van de vervanger niet wordt meegedeeld, zou de administratie kunnen concluderen dat er een aantal leraarsuren of punten te veel zijn ingericht, en zal ze de salaristoelagen daarvoor terugvorderen.

Contact

Jan-Baptist De Smet
stafmedewerker
02 529 04 17
×
Kijkt als...
Niveau
Regio