28 januari 2021 – SES-indicatorleerlingen

De ene vragensteller, Annabel Tavernier, zoomde niet onverwacht in op de thuistaalindicator, de andere vragensteller, Jean-Jacques De Gucht, evenmin onverwacht op de diverse indicatoren, maar beiden hadden zich verdiept in hetzelfde, interessante rapport van Statistiek Vlaanderen. De eerste vragensteller had daarbij bijzondere aandacht voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, waar het stijgende aantal leerlingen in het Vlaamse basisonderwijs met een andere thuistaal dan het Nederlands (thuistaal niet-Nederlands: TNN), nog een stuk ernstiger was. Ze sprak van zelfs hallucinante cijfers. Wat vond minister Weyts daarvan en kon hij een tussentijdse stand van zaken geven over de geplande taalscreening in het kleuteronderwijs, zo wilde Tavernier weten. De tweede vragensteller citeerde nog meer cijfers, over de diverse SES-indicatoren, waarbij hij wees op verschillen tussen OKAN/bso en aso. Vandaar legde hij in zijn vragen de link naar het ruimere verhaal van de gelijke onderwijskansen en naar een betere zgn. sociale mix in de verschillende onderwijsvormen van het secundair onderwijs, waarmee we opnieuw volop belandden in het dossier van het nieuwe Inschrijvingsdecreet. Én…we waren vertrokken voor een substantiële vergadertijd.

Minister Weyts nam dankbaar de gelegenheid te baat om zijn beleid inzake kennis van het Nederlands te verdedigen en te pleiten voor nog een versterking daarvan. Zo zou hij aan gelijke onderwijskansen werken. Ongetwijfeld belangrijk, inderdaad (N.B. Ik herinner me nog de tijd van toenmalig onderwijsminister Frank Vandenbroucke), maar wellicht is daarvoor ook nog wel wat meer nodig. De sprong naar het financieringsmechanisme (met de extra’s voor anderstalige nieuwkomers en de Brusselse wegingsfactor) lag in het betoog van minister Weyts evenzeer (en terecht trouwens) voor de hand. Maar er was nog meer: met zijn verwijzing naar het SONO-GOK-onderzoek zaten we deels weer bij de vraag om uitleg van Elisabeth Meuleman op 7 januari 2021. In de zgn. onderwijsuitkomsten was de ongelijkheid een stukje afgenomen (voor zowel leerprestaties, studieoriëntering, vroegtijdig schoolverlaten als doorstroom naar het hoger onderwijs). Waarna de minister de bovenvermelde verdediging van zijn taalbeleid (cf. ook eindtermenbeleid) voortzette, incl. alle, intussen bekende maatregelen. Meer bepaald het taalscreeningsinstrument zou medio 2021 worden opgeleverd om in het najaar voor het eerst breed in het kleuteronderwijs gebruikt te worden. Idem voor het praktijkgericht onderzoek naar effectieve taalintegratietrajecten. Het was wat zoeken in de wirwar van vele oproepen voor wetenschappelijk onderzoek, maar met de voorgaande link (over voorbije oproepen) krijg je toch alvast de informatie in kwestie. Bij de actuele oproepen zag ik daar overigens ook nog een andere, nieuwe oproep die met taal, i.c. leesonderwijs, te maken heeft.

Daarmee was de bespreking nog lang niet ten einde: in mijn handgeschreven notities vulde ik met het vervolg nog eens drie A5-kantjes. De timing kon ik allang niet meer in het oog houden doordat ik driftig moest noteren, maar voorzitter Grosemans had dat beter, zoals later in de vergadering, wél gedaan, maar dat terzijde. Een kleine, selectieve greep dus uit dat vervolg. Vragensteller Tavernier beaamde gelukkig alvast kort en volmondig wat de minister gezegd had, maar vragensteller De Gucht had iets meer woorden nodig om, naast zijn herhaalde pleidooi voor de verdere verlaging van de leerplichtleeftijd, vooral het Brusselse Jan-van-Ruusbroeckollege (N.B. Ja, dat is de juiste spelwijze.) te verketteren, wat de sociale mix betrof, versus het Lyceum Martha Somers. En bij uitbreiding alle jezuïetencolleges in de centrumsteden (en eigenlijk het hele vrij onderwijs) versus scholen van het GO!. Wat ging minister Weyts doen om die segregatie tegen te gaan, zo vroeg De Gucht. Toegegeven, ik ben zelf soms wat in de war, wanneer ik hem op een heel ernstige toon tegen segregatie in het onderwijs en de hele samenleving hoor spreken, want “nefast voor onze toekomst”…

Zes interveniënten volgden. Jan Laeremans had het over het attitudeprobleem bij welbepaalde leerlingen van allochtone afkomst. Taal alleen volstond niet, ook een cultuuromslag bij de betrokkenen was nodig. Loes Vandromme verwees naar de transitie van zorg naar kleuteronderwijs, incl. de taalrijke omgevingen daarbij, naar de ouderbetrokkenheid en de rol van het volwassenenonderwijs daarin. Johan Danen citeerde uit de beleidsnota de passage over de SES-werkingsmiddelen en de controle daarop, waarna hij enigszins overbodig vroeg of minister Weyts nog altijd bereid was om die middelen te oormerken. Maar ook, niet overbodig: hoe hij dat zou controleren. Hannelore Goeman was vragensteller De Gucht dankbaar voor zijn SES-kenmerkenuiteenzetting en verwees uiteraard naar haar eigen vraag om uitleg over de dubbele contingentering een week eerder. Ze had dus een duidelijke oproep klaar voor de partij van De Gucht. Roosmarijn Beckers had dan weer een steek in de andere richting klaar voor De Gucht en richtte zich rechtstreeks tot minister Weyts. Kathleen Krekels wees voor het verschil in leerlingenpopulaties tussen vrij onderwijs en Gemeenschapsonderwijs op het verschillende aanbod van levensbeschouwelijke vakken. Dat zal wel een factor zijn, maar de realiteit in dezen lijkt mij toch nog wat genuanceerder ook.

Minister Weyts overliep nog eens de elementen van hoop, met aandacht voor de PISA-bevinding dat wanneer 15-jarigen van allochtone afkomst thuis ook Nederlands spraken, de prestatiekloof met de autochtone leeftijdsgenoten al meteen met de helft gedicht werd. De verschillen tussen scholen waarop vragensteller De Gucht doelde, zouden nog besproken worden bij de behandeling van het nieuwe Inschrijvingsdecreet. En ten slotte herhaalde de minister nog de geplande controle op de effectieve aanwending van de SES-middelen. Vragensteller Tavernier hield het, zoals het hoorde, heel kort en was tevreden. Vragensteller De Gucht vond het, zonder trouwens dat voorzitter Grosemans ingreep, nodig om nogmaals uitgebreid in herhaling te vallen én op de opmerkingen van Beckers en Laeremans in te gaan. Als dat volgens het Reglement van het Vlaams Parlement voor een “slotwoord” mag doorgaan, ja, dan weet ik het ook niet meer…

Reageren kan bij Wilfried Van Rompaey: wilfried.vanrompaey@katholiekonderwijs.vlaanderen

Verwante artikels

OVER DEZE BLOG

Deze blog is niet bedoeld als formeel standpunt van Katholiek Onderwijs Vlaanderen, evenmin als een puur verslag, maar wel als een niet-neutraal, persoonlijk commentaar op vooral ook politieke aspecten van de parlementaire onderwijsactiviteiten, zowel in de Commissie Onderwijs en de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement als uitzonderlijk ook in een andere vakcommissie die occasioneel relevant kan zijn voor het beleidsdomein Onderwijs.

×
Kijkt als...
Niveau
Regio