Hoe sociale verkiezingen organiseren?

Stap 1: Technische bedrijfseenheden bepalen

sla link op in klembord

Van zodra je op het niveau van de vzw de drempel van gemiddeld vijftig werknemers (CPBW) of gemiddeld honderd werknemers (OR) haalt, moet je minstens op het niveau van de vzw of juridische entiteit sociale verkiezingen organiseren. De berekeningswijze vind je terug in 'Hoe sociale verkiezingen organiseren? -stap 2'.

In het kader van de sociale verkiezingen spreekt men over 'technische bedrijfseenheden' of TBE's. Een vzw, de juridische entiteit, kan op zichzelf één technische bedrijfseenheid vormen, maar ze kan ook uit verschillende technische bedrijfseenheden bestaan. De afbakening is belangrijk, want het is op het niveau van de TBE’s dat de sociale verkiezingen worden georganiseerd.

Wat zijn technische bedrijfseenheden? 

sla link op in klembord

Een technische bedrijfseenheid is een afdeling binnen de juridische entiteit die een zekere economische en sociale autonomie geniet. De wetgeving preciseert dat de technische bedrijfseenheid wordt bepaald op grond van de economische en de sociale criteria.

Welke economische criteria spelen mee?

sla link op in klembord

De economische autonomie van de technische bedrijfseenheid veronderstelt een betrekkelijke onafhankelijkheid ten overstaan van het geheel van de onderneming, het juridisch geheel. Voorbeelden van economische criteria zijn onder andere:

  • afzonderlijke vestigingen hebben;
  • gelijkaardige dan wel verschillende activiteiten ontplooien;
  • dezelfde of net niet dezelfde personen die betrokken zijn bij het beheer van de entiteiten;
  • hetzelfde of een verschillend logo hebben.

Welke sociale criteria spelen mee?

sla link op in klembord

De sociale autonomie kan onder andere blijken uit

  • de afstand tussen of nabijheid van de campussen;
  • het zelfstandig dan wel gecentraliseerd sociaal overleg;
  • gelijke dan wel verschillende arbeidsvoorwaarden en arbeidsreglementen;
  • aparte of gezamenlijke personeelsfeesten;
  • onderlinge personeelsmutaties.

Merk op dat in geval van twijfel de sociale criteria primeren. 

Wie bepaalt de technische bedrijfseenheden? 

sla link op in klembord

Het is de werkgever, dus het (hoge)schoolbestuur, het centrumbestuur of het internaatsbestuur die een voorstel van afbakening in TBE’s uitwerkt en hierover overlegt met het uittredende CPBW en/of OR. Als er geen CPBW of OR zijn, dan overlegt de werkgever met de plaatselijke vakbondsafvaardiging.

De werkgever geeft duidelijk aan op basis van welke economische en/of sociale criteria hij kiest voor de ene of de andere structuur. De werkgever moet de organen raadplegen over deze indeling in TBE’s. Voor deze raadpleging is tijd en ruimte voorzien in de loop van de verkiezingskalender. Wij raden sterk aan om op voorhand hierover te overleggen met het uittredende CPBW en/of de uittredende ondernemingsraad. Zo vergroot je als werkgever de gedragenheid van het voorstel.

In de 'kalender van dag tot dag' vind je terug welke administratieve verplichtingen bij deze consultatieronde horen.

Na de raadpleging van de organen moet de werkgever deze vervolgens officieel schriftelijk in kennis stellen van de beslissing die hij genomen heeft:

  • indeling van de juridische entiteit in technische bedrijfseenheden of niet;
  • het aantal technische bedrijfseenheden waarvoor een CPBW en/of ondernemingsraad moeten worden opgericht;
  • beschrijving en grenzen van de technische bedrijfseenheden.

In de 'kalender van dag tot dag' vind je ook terug welke administratieve verplichtingen bij deze inkennisstelling horen.

De werknemersorganisaties, maar ook individuele werknemers kunnen tegen dit voorstel beroep aantekenen bij de arbeidsrechtbank. Als de werkgevers en werknemers er niet zouden uitgeraken, neemt de rechter de beslissing.

Let er als werkgever wel op dat de indeling in TBE’s niet tot gevolg heeft dat bepaalde personeelsleden niet kunnen deelnemen aan de sociale verkiezingen.

Van zodra je op het niveau van de vzw de drempel van gemiddeld vijftig werknemers (CPBW) of gemiddeld honderd werknemers (OR) haalt, moet je dus in ieder geval minstens op het niveau van de vzw of juridische entiteit sociale verkiezingen organiseren.

De afbakening van de technische bedrijfseenheden hoeft echter niet dezelfde te zijn voor de oprichting van de ondernemingsraden als voor de oprichting van de CPBW’s. De lokale situatie zal hier doorslaggevend zijn.

In de praktijk

sla link op in klembord

Op basis van de economische en sociale criteria kun je als schoolbestuur beslissen om de technische bedrijfseenheden vast te leggen per instellingsnummer. Even goed kun je de beslissing nemen om de technische bedrijfseenheden vast te leggen per campus over meerdere instellingsnummers heen. Indien één of meerdere technische bedrijfseenheden apart de grens van vijftig of honderd werknemers niet halen, moet je ze samenvoegen en op dat samengevoegde niveau de sociale verkiezingen organiseren.

Mogelijke situaties 

sla link op in klembord

  • Een juridische entiteit (JE) heeft slechts één TBE: In dit geval moet de werkgever verkiezingen organiseren indien de drempel gehaald wordt. De JE en TBE vallen hier samen.
  • Een JE heeft meerdere TBE’s die elk apart de drempel niet halen, maar samen wel. Dan organiseert de werkgever verkiezingen op het niveau van de JE. Het is immers niet toegestaan dat een TBE uit de boot zou vallen en niet kan deelnemen aan de sociale verkiezingen.
  • Een JE heeft meerdere TBE’s, waarvan er één of meerdere de drempel halen, en andere niet. Dan organiseert de werkgever verkiezingen voor de TBE’s die de drempel wel halen. De TBE’s die de drempel niet halen, kunnen ofwel worden samengevoegd tot ze de drempel halen ofwel sluiten zij aan bij een TBE die de drempel al haalt.
  • Meerdere juridische entiteiten vormen samen één TBE.

Voorbeeld 1 

sla link op in klembord

Een schoolbestuur BOS bestaat uit verschillende onderwijsinstellingen. Concreet gaat het om twee scholen (so 1 en so 2) voor gewoon secundair onderwijs, één school voor buitengewoon secundair onderwijs, één internaat en één basisschool.

Aantal personeelsleden Gemiddeld aantal personeelsleden
So1 137 125
So2 105 97
Buso 37 35
Internaat 8 6
Basisschool 17 14
Totaal 277

Volgende opdelingen in TBE's zijn o.a. mogelijk:


Mogelijkheid

TBE

Samenstellende delen

Gemiddeld aantal personeelsleden

I

TBE

So1 + so2 + buso + basisschool

277

II

TBE 1

So1

125
 
TBE 2

So2 + buso + internaat + basisschool

152

III

TBE 1

So1 + buso

160
 
TBE 2

So2 + internaat + basisschool

117

IV

TBE 1

So1 + internaat

131
 
TBE 2

So2 + buso + basischool

146

V

TBE 1

So1 + basisschool

139
 
TBE 2

So2 + buso + internaat

138

Voorbeeld 2 

sla link op in klembord

Een schoolbestuur BOS stelt voor om de technische bedrijfseenheden te koppelen aan de campussen.

Het schoolbestuur telt zeven onderwijsinstellingen, verspreid over vier verschillende campussen. Elk van de zeven instellingsnummers heeft een vestigingsplaats op elk van de campussen. Gezien de complexe onderwijs-administratieve situatie is het inderdaad een goede optie om de TBE per campus af te bakenen.

Meerdere juridische entiteiten vormen samen één technische bedrijfseenheid 

sla link op in klembord

Niet alleen kan één juridische entiteit uit meerdere technische bedrijfseenheden bestaan, ook omgekeerd kunnen meerdere juridische entiteiten één enkele technische bedrijfseenheid vormen. Dat betekent concreet dat de verschillende juridische entiteiten (vzw’s-schoolbesturen) samen op het niveau van één overkoepelende technische bedrijfseenheid sociale verkiezingen moeten organiseren.

Voor deze situatie geldt een ‘weerlegbaar wettelijk vermoeden’. Dan worden verschillende juridische entiteiten verondersteld om één technische bedrijfseenheid te vormen tot het tegendeel bewezen wordt. Dit wettelijk vermoeden kan ingeroepen worden door de werknemers of hun organisaties. Dit doet zich bijvoorbeeld voor wanneer werknemers vermoeden dat hun werkgever een zodanige constructie heeft opgezet om sociale verkiezingen te ontlopen.

In welke gevallen geldt dat verschillende juridische entiteiten verondersteld worden één technische bedrijfseenheid te vormen?

  1. Als ofwel deze juridische entiteiten deel uitmaken van eenzelfde economische groep of beheerd worden door eenzelfde persoon of door personen die onderling een economische band hebben, ofwel als deze juridische entiteiten éénzelfde activiteit hebben of activiteiten hebben die op elkaar afgestemd zijn;
  2. En als er bovendien elementen bestaan die wijzen op een sociale samenhang tussen deze juridische entiteiten, bijvoorbeeld een gemeenschap van mensen verzameld in dezelfde gebouwen of in nabije gebouwen, een gemeenschappelijk personeelsbeheer, een gemeenschappelijk personeelsbeleid, een arbeidsreglement of collectieve arbeidsovereenkomsten die gemeenschappelijk zijn of die gelijkaardige bepalingen bevatten.

 

Wanneer het bewijs wordt geleverd van één van de voorwaarden bedoeld in 1. en het bewijs van bepaalde elementen bedoeld in 2., zullen de betrokken juridische entiteiten beschouwd worden als één enkele technische bedrijfseenheid. Alleen wanneer de werkgever kan aantonen dat het personeelsbeheer en -beleid echt volledig gescheiden zijn en niet beantwoorden aan de sociale criteria, zullen de juridische entiteiten niet als één technische bedrijfseenheid beschouwd worden.
 
 

Wat indien een fusie of overdracht de procedure van de sociale verkiezingen doorkruist? 

sla link op in klembord

Het kan gebeuren dat de procedure van de sociale verkiezingen doorkruist wordt door een overgang van de onderneming of technische bedrijfseenheid. Bijvoorbeeld: wanneer twee besturen fuseren of een individuele instelling wordt overgedragen van het ene bestuur naar het andere. In zo’n geval moet je als werkgever, voor wat betreft de afbakening van de TBE’s, in de eerste plaats kijken naar het moment waarop de wijziging plaatsvindt. 

Op een welbepaalde dag in de verkiezingsprocedure laat de werkgever aan de organen weten welke beslissing hij genomen heeft in verband met de afbakening van de technische bedrijfseenheden. Dit is op dag ‘X-35’ uit de verkiezingskalender. Voor de verkiezingen van mei 2020 valt deze dag ‘X-35’ tussen 7 januari en 20 januari 2020.

  • Indien de overgang van onderneming plaatsvindt vóór die dag (X-35), dien je er bij de organisatie van de sociale verkiezingen al rekening mee te houden. Bijvoorbeeld: wanneer twee besturen fuseren op 1 januari 2020, moet je bij de bepaling van de TBE reeds rekening houden met de nieuwe/toekomstige situatie.  
  • Indien de overgang van de onderneming plaatsvindt na die dag, maar vóór de dag van de verkiezingen, dan hou je in de verkiezingsprocedure geen rekening met de wijziging. Op de dag van de verkiezingen kiest iedereen in de TBE zoals die oorspronkelijk waren vastgelegd.

Na de overgang van de onderneming zijn dan twee pistes mogelijk:
(1) de wijziging in de structuur van de juridische entiteit verandert niets aan de bestaande TBE's
In dit geval blijven de TBE's gewoon verder functioneren zoals voor de overgang. De afbakening van de TBE's kan eventueel wel herbekeken worden in aanloop naar de volgende sociale verkiezingen van 2024.

(2) de wijziging in de structuur van de juridische entiteit heeft wel degelijk gevolgen voor de indeling van de TBE's
Hier kunnen we te maken krijgen met twee mogelijke situaties:

  • Indien in geen van de oorspronkelijke ondernemingen een OR en/of CPBW bestond, kan de nieuw gevormde onderneming de eerstvolgende verkiezingen afwachten, ongeacht het aantal werknemers.
  • Zo er in één van de oorspronkelijke ondernemingen een OR en/of CPBW  bestond, moeten deze ook na de overgang verder functioneren. De wetgeving bepaalt daarom dat in afwachting van de volgende verkiezingen in 2024 de OR, respectievelijk het CPBW, wordt samengesteld uit alle in 2020 verkozen leden van de verschillende TBE’s. Deze OR, respectievelijk CBPW, fungeert dan voor het geheel van het personeel van de betrokken ondernemingen in afwachting van de volgende verkiezingen. Je kunt hier wel anders in overeenkomen, indien gewenst.

Technische bedrijfseenheid en interne dienst voor preventie en bescherming op het werk 

sla link op in klembord

Denk er ook aan dat de technische bedrijfseenheden die je vastlegt voor de sociale verkiezingen de afdelingen zullen vormen van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk. Voor iedere afdeling moet je minstens één preventieadviseur aanstellen. Bovendien kan slechts één preventieadviseur de leiding van de centrale dienst op zich nemen samen met de leiding van één afdeling. En éénzelfde preventieadviseur kan niet belast worden met de leiding van twee verschillende afdelingen. Als er maar één preventieadviseur werkzaam is in de afdeling, is deze automatisch belast met de leiding van die dienst. Zie voor meer details ook ‘Organisatorische structuren – Interne dienst voor preventie en bescherming op het werk’. Het is dus erg belangrijk om heel goed na te denken over de indeling van de juridische entiteit in technische bedrijfseenheden.

Stap 2: Gemiddeld aantal werknemers bepalen

sla link op in klembord

Als werkgever moet je de procedure voor de sociale verkiezingen van een CPBW verplicht opstarten in elke technische bedrijfseenheid (TBE) waar gewoonlijk gemiddeld minstens vijftig werknemers tewerkgesteld zijn.

Bovendien moet je in elke TBE waar gewoonlijk gemiddeld honderd werknemers tewerkgesteld zijn, ook verplicht de sociale verkiezingen van een ondernemingsraad (OR) opstarten.

Het is wel essentieel dat je de TBE's zodanig indeelt of samenvoegt dat iedere werknemer kan deelnemen aan de sociale verkiezingen. Hoe bereken je als werkgever je 'gewoonlijk gemiddeld aantal werknemers'?

Het begrip werknemer

sla link op in klembord

Een werknemer is een persoon die met jouw onderneming verbonden is of was door een arbeidsovereenkomst gedurende de referteperiode. Voor de verkiezingen van mei 2020 is dat de periode van 1 oktober 2018 tot en met 30 september 2019. Hieronder vallen dus al zeker:

  • de gesubsidieerde personeelsleden op wie het decreet rechtspositie of het hogeschooldecreet van toepassing is (inclusief het leiddinggevend personeel verbonden door een arbeidsovereenkomst);
  • de werklieden of het meesters-, vak- en dienstpersoneel (MVD);
  • de bedienden bezoldigd op basis van de werkingsmiddelen of de eigen middelen.

Je moet dus het gemiddeld aantal werknemers tellen op basis van het personeelsbestand van de schooljaren 2018-2019 (1 oktober tot en met 31 augustus 2019) en 2019-2020 (1 tot en met 30 september).

Berekening

sla link op in klembord

Gemiddeld aantal werknemers

sla link op in klembord

Je berekent het gemiddeld aantal werknemers per TBE. Dat houdt in dat je voor iedere werknemer het totaal aantal kalenderdagen bepaalt dat hij of zij in de referteperiode tussen 1 oktober 2018 en 30 september 2019 als werknemer in de TBE presteerde.

Werknemers van wie het arbeidsvolume binnen de TBE minder dan drie vierde bedraagt tellen slechts voor de helft van de dagen mee. Van zodra het arbeidsvolume binnen de TBE minstens drie vierde bedraagt, tel je ze mee als een voltijdse werknemer. Ook de dagen waarop de arbeidsovereenkomst geschorst werd (bijvoorbeeld door ziekte, arbeidsongeval, TBS PA, TBS OB ...) tellen mee.

Bij de bepaling van het aantal kalenderdagen kijk je in eerste instantie naar het bestaan van een arbeidsovereenkomst. De in- of uitdiensttreding naar het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) toe, speelt in deze geen rol.

De som van het totaal aantal kalenderdagen van alle werknemers deel je door 365. Het cijfer dat je zo bekomt, is het gemiddeld aantal werknemers.

Tewerkstelling telt, niet de affectatie

sla link op in klembord

Voor het berekenen van de drempel hou je geen rekening met de school van affectatie. Dit is een basisprincipe. Personeelsleden tellen alleen mee in de TBE waar ze effectief tewerkgesteld zijn. Indien een personeelslid in meerdere TBE's effectief tewerkgesteld is, telt hij dan ook in al deze TBE's mee voor het bepalen van de respectievelijke drempels.

Voorbeeld

sla link op in klembord

Een personeelslid is voltijds (20/20) als vastbenoemde geaffecteerd aan een school waarvan de hoofdvestigingsplaats ligt op campus A (TBE A). In de feiten heeft hij van 1/10/2018 tot 30/09/2019 nooit effectief op campus A gewerkt. Hij werkte wel voor 16/20 op campus B (TBE B) en 4/20 op campus C (TBE C). Dit personeelslid telt in TBE A niet mee voor de berekening van de drempelwaarde, gezien hij daar geen effectieve prestaties verrichtte. In TBE B telt hij mee als voltijdse werknemer voor de berekening van de drempel, omdat hij daar minstens 3/4 arbeidsvolume vervulde. In TBE C telt hij mee als halftijds werknemer voor de berekening van de drempel, gezien hij daar minder dan 3/4 arbeidsvolume vervulde.

Uitzondering!

sla link op in klembord

Een uitzondering op dit basisprincipe is de situatie van personeelsleden die wel een arbeidsovereenkomst hebben, maar in de feiten in de referteperiode van 1/10/2018 tot 30/09/2019 in geen enkele van de TBE’s effectief tewerkgesteld zijn geweest (bv. wegens ziekte, voltijdse dienstonderbreking, detachering …) Deze personeelsleden worden wél meegerekend in de TBE van de hoofdvestigingsplaats van hun school, ondanks het feit dat ze er geen effectieve prestaties verrichtten.

Wat als een werknemer meerdere betrekkingen uitoefent?

sla link op in klembord

Stel dat een werknemer een aantal uren les geeft en een aantal uren als opvoeder werkt, dan is de som van beiden zijn totale opdracht. Deze wordt dan uitgedrukt in 10 000sten. Ook hier gaat het om het effectief presteren en niet om de administratieve aanstelling. Drie vierde van een voltijdse opdracht is dus 7 500/10 000sten.

Bij de bepaling van het aantal dagen per personeelslid speelt het volume van de effectief uitgeoefende opdracht een rol, én ook soms het statuut van het personeelslid. Enkele concrete voorbeelden van statuten:

  • Vastbenoemde personeelsleden: als zij minimaal 3/4 van een voltijdse opdracht vervullen, mogen zij 365 dagen in rekening brengen. Als het om minder dan 3/4 van een voltijdse opdracht gaat, brengen zij maar de helft (182,5 dagen) in.
  • Deeltijds vastbenoemde personeelsleden met minder dan 3/4 van een voltijdse betrekking: zij brengen halve kalenderdagen in. Als zij vanaf 1 september 2019 een uitbreiding van opdracht krijgen en op die manier de 3/4 drempel overschrijden, brengen zij vanaf dan volle kalenderdagen in.
  • Tijdelijke van bepaalde duur of TABD: bij een TABD kijk je naar het einde van de arbeidsovereenkomst. Afhankelijk van de persoonlijke arbeidsrechtelijke situatie van een individueel personeelslid, kan dit bijvoorbeeld zijn op 30 juni 2019 (omwille van terugkeer van de eventuele titularis) of op 31 augustus 2019 (omwille van het einde van het schooljaar). Als de arbeidsovereenkomst eindigt op 30 juni 2019, tellen de kalenderdagen van juli en augustus uiteraard niet mee. Je moet dan ook nagaan of de TABD per 1 september 2019 opnieuw aangesteld is en zo ja, voor welk volume: minimaal 3/4 van een voltijdse opdracht of minder. Ook een TABD die pas start op 1 september en nog in dienst is op 30 september, zal, afhankelijk van het volume van zijn opdracht, ofwel 30 ofwel 15 dagen inbrengen.
  • Tijdelijke van doorlopende duur of TADD: een TADD wordt in principe beschouwd als aangesteld over de jaren heen en telt dus in beginsel voor 365 dagen of 182,5 dagen mee. Van dit principe wordt afgeweken in de volgende gevallen:
    • de TADD-er verliest geheel of gedeeltelijk zijn betrekking op 1 september 2019 (bijvoorbeeld ten gevolge van reaffectatie of verlies van opdracht). Gaat de volledige betrekking verloren, dan breng je alleen de dagen in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 31 augustus 2019 in rekening (= 335 of 167,5 kalenderdagen). Als de TADD bij een gedeeltelijk verlies van zijn betrekking onder de 3/4-drempel komt, dan telt hij vanaf 1 september 2019 voor de helft van het aantal kalenderdagen of 15 dagen.
    • de TADD-er krijgt een uitbreiding van opdracht en komt vanaf 1 september 2019 boven de 3/4 drempel. Dan brengt hij voor de maand september 30 kalenderdagen in in plaats van 15.
  • Personeelsleden die onder het decreet rechtspositie vallen met een of andere vorm van deeltijds verlof: zij worden beschouwd als zijnde aangesteld. Het volume van hun prestaties binnen de TBE bepaalt of zij voor 365 dan wel voor 182,5 dagen meetellen.
  • Personeelsleden die onder het decreet rechtspositie vallen, maar die in de feiten geen prestaties uitoefenen in enige TBE: dit kan bijvoorbeeld door een voltijds verlofstelsel, een TBS OB … Zij worden meegeteld in de TBE waar hun school van affectatie haar hoofdvestigingsplaats heeft. Het is daarbij van geen tel of het personeelslid enige arbeidsprestaties buiten het bestuur verricht.
  • Interimarissen tewerkgesteld via het decreet rechtspositie: zij tellen mee voor het aantal dagen dat ze aangesteld zijn of waren. Eventueel te delen door twee als de opdracht de 3/4-drempel niet haalt. In het hogeschoolonderwijs spreekt men van vervangers. Ook deze vervangers brengen het aantal dagen in dat ze aangesteld zijn of waren, eventueel te delen door twee als het om een opdracht gaat die de 3/4 drempel niet haalt. Dit betekent dat in het geval de interimaris of vervanger wordt tewerk gesteld via het decreet rechtspositie de niet-vacante betrekkingen in de feiten dubbel tellen: eenmaal voor de titularis, en eenmaal voor de interimaris.
  • Deeltijds ter beschikking gesteld personeelslid of TBS voorafgaand aan het rustpensioen: dit personeelslid telt volledig mee als het 3/4de van de opdracht blijft uitoefenen. Presteert de betrokkene minder dan 3/4de van de opdracht, telt het slechts voor de helft van de dagen mee.
  • Onderhoudspersoneel en bedienden bezoldigd op basis van werkingsmiddelen of eigen middelen: de dagen die zij presteren, tellen ook mee. Ook voor hen geldt de 3/4- drempel. Merk op dat bij eventuele vervanging van deze personeelsleden de kalenderdagen van de vervanger niet meetellen: een werknemer die een andere werknemer vervangt en die verbonden is door een vervangingsovereenkomst gesloten overeenkomstig de bepalingen van artikel 11 ter van de arbeidsovereenkomstenwet van 3 juli 1978 mag niet worden meegeteld.
  • Personeelsleden die in de loop van de referentieperiode tussen 1 oktober 2018 en 30 september 2019 ontslagen worden of werden, tellen enkel mee voor de dagen dat ze aangesteld waren (voor volle of halve dagen).
  • Uitzendkrachten: voor uitzendkrachten gelden aparte regels. In het geval de uitzendkracht een vaste werknemer vervangt, moeten zij niet worden meegeteld. Indien zij geen vaste werknemer vervangen, moeten zij wel worden meegeteld, maar moet je rekening houden met een andere referteperiode. De referteperiode voor uitzendkrachten loopt van 1 april 2019 tot 30 juni 2019.

Wat in geval van fusie?

sla link op in klembord

Stel dat je met andere vzw’s fuseert tijdens of na de referteperiode. Hoe moet je dan het gewoonlijk gemiddeld aantal werknemers tellen? Op welke referteperiode moet je je baseren?

Als je fuseert tijdens de referteperiode, begint voor de nieuwe fusie-vzw/juridische entiteit de referteperiode te lopen vanaf de dag van de fusie tot 30 september 2019.

Voorbeeld

sla link op in klembord

Drie vzw's fuseren op 1 juni 2019. De referteperiode voor de nieuwe fusie-vzw start op 1 juni 2019 en loopt tot 30 september 2019.

Je bepaalt in dat geval het aantal kalenderdagen dat iedere werknemer in de referteperiode in de TBE gepresteerd heeft. De som van het totaal aantal kalenderdagen van alle werknemers deel je door 122 (dagen juni, juli, augustus en september). Het cijfer dat je dan bekomt is het gemiddeld aantal werknemers.

Als je fuseert na de referteperiode, maar voor dag 'X-35' (voor de verkiezingen van 2020 valt deze dag tussen 7 januari en 20 januari 2020) en je dus al wel rekening moet houden met de nieuwe situatie, dan breng je de volledige referteperiode in rekening.

Je bepaalt in dat geval het aantal kalenderdagen dat iedere werknemer in de referteperiode in de TBE gepresteerd heeft. De som van het totaal aantal kalenderdagen van alle werknemers per TBE, ongeacht de vzw waaronder ze op dat ogenblik ressorteerden, tel je op en deel je door 365. Zo bekom je het gemiddeld aantal werknemers per TBE.

Stap 3: Bepalen van personeelscategorieën en mandaten

sla link op in klembord

Het doel van de sociale verkiezingen is het aanduiden van de personeelsafgevaardigden voor het comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) en de ondernemingsraad (OR).

Om de afvaardiging in die twee organen evenwichtig samen te stellen, deel je het personeel eerst op in verschillende categorieën. Vervolgens verdeel je het aantal mandaten over de verschillende personeelscategorieën.

De personeelscategorieën

sla link op in klembord

Je deelt het personeelsbestand van de technische bedrijfseenheid op in categorieën:

  • maximaal vier voor de verkiezingen van het CPBW: leidinggevenden, arbeiders, bedienden en jeugdig personeel;
  • maximaal vijf voor de verkiezingen van de ondernemingsraad: leidinggevenden, arbeiders, bedienden, jeugdig personeel en kaderleden.

Leidinggevenden 

sla link op in klembord

De categorie ‘leidinggevend personeel’ vinden we enkel terug op de twee hoogste niveaus in het organigram van de technische bedrijfseenheid (TBE) (artikel 4, 4° van de Wet van 4 december 2007 betreffende de sociale verkiezingen, zoals gewijzigd).

  • niveau 1: de personen belast met het dagelijks bestuur van de onderneming (of TBE), die gemachtigd zijn de werkgever te vertegenwoordigen of te verbinden;
  • niveau 2: de personeelsleden die onmiddellijk ondergeschikt zijn aan die personen, wanneer zij eveneens opdrachten van dagelijks bestuur vervullen.

Voor personen op het eerste niveau is er geen arbeidsovereenkomst vereist. Voor personen op het tweede niveau is wel een arbeidsovereenkomst vereist. Binnen de twee niveaus mag er geen hiërarchie zijn tussen de leidinggevenden. Dat betekent dat alle mensen binnen éénzelfde niveau in het organogram op gelijke hoogte moeten staan.

In onderwijs is de vzw-(school)bestuur en meer bepaald het bestuursorgaan van die vzw de werkgever. Het bestuursorgaan vormt met andere woorden het hoogste niveau.

Wij nemen aan dat personeelsleden die onder de noemer van ‘bestuurspersoneel’ vallen onmiddellijk ondergeschikt zijn aan het bestuursorgaan, en dus het tweede niveau van leidinggevend personeel uitmaken. Onder bestuurspersoneel vallen de directeurs, adjunct-directeurs, de technisch-adviseurs, de technisch-adviseurs-coördinatoren en de coördinatoren DBSO.

Het is wel aan te raden om lokaal en per technische bedrijfseenheid goed na te gaan hoe de taken en bevoegdheden concreet verdeeld zijn. Daarvoor kun je de functiebeschrijvingen checken en het organogram nakijken. Bepaalde personeelsleden in selectieambten (bijvoorbeeld adjunct-directeurs of technisch-adviseurs) zullen misschien geen mandaat of verantwoordelijkheid hebben om onafhankelijk en voortdurend beslissingen te nemen tegenover andere personeelsleden of in geval van een probleemsituatie. Alhoewel zij onder de noemer van bestuurspersoneel vallen, worden zij dan niet als leidinggevend personeel beschouwd.

Waarom is het bepalen van deze categorie zo belangrijk?

sla link op in klembord

Alleen de personen die een functie uitoefenen vanop de lijst van het leidinggevend personeel, kunnen later deel uitmaken van de werkgeversafvaardiging in het CPBW of de OR. Het is alleen uit die groep dat de werkgever zijn werkgeversafgevaardigden kan aanduiden. Zij zijn niet verkiesbaar als personeelsafgevaardigde én mogen zelf ook niet stemmen. Zie ook wie mag kiezen en wie is verkiesbaar?

De werkgever moet hierover in overleg gaan met de uittredende organen, of als die er niet zijn met de vakbondsafvaardiging. Tijdens de verkiezingsprocedure is hier ruimte voor voorzien.

Uiterlijk op dag X-60 (zie ook de verkiezingskalender van dag tot dag) deelt de werkgever mee welke functies hij beschouwt als leidinggevend. Hij verduidelijkt ook de inhoud van die functies. Louter indicatief deelt hij ook mee welke personen op dat ogenblik die functies uitoefenen. Voor de verkiezingen van 2020 valt dag X-60 tussen 13 december en 26 december 2019.

Vervolgens overlegt de werkgever met de lokale organen over welke functies al dan niet als leidinggevend beschouwd kunnen worden. Dit gebeurt dan tussen dag X-60 en X-35 van de verkiezingskalender.

Uiterlijk op dag X-35 (zie de verkiezingskalender van dag tot dag ) deelt de werkgever zijn beslissing mee over de functies van het leidinggevend personeel. Hij geeft ook mee welke personen die functies uitoefenen.

En uiterlijk op dag X-28 kunnen de betrokken werknemers en de betrokken representatieve werknemersorganisaties tegen die beslissing van de werkgever klacht indienen bij de arbeidsrechtbank. 

Arbeiders

sla link op in klembord

Een arbeider is een werknemer die in hoofdzaak handenarbeid verricht. Deze definitie vinden we terug in de Arbeidsovereenkomstenwet. Voorbeelden zijn de klusjesman en het onderhoudspersoneel.

Bedienden 

sla link op in klembord

Een bediende is een werknemer die in hoofdzaak hoofdarbeid of intellectuele arbeid verricht. Ook deze definitie vinden we terug in de Arbeidsovereenkomstenwet.

In onderwijs bestaat de categorie bedienden uit al de gesubsidieerde personeelsleden inclusief het bestuurspersoneel én de bedienden bezoldigd met werkingsmiddelen of eigen middelen. 

Jeugdig personeel 

sla link op in klembord

Jeugdig personeel of jeugdige werknemers zijn werknemers die hetzij als arbeider, hetzij als bediende tewerkgesteld zijn en die de leeftijd van 25 jaar niet bereikt hebben op de dag van de verkiezingen. In bepaalde gevallen wordt voor de vertegenwoordiging van deze categorie van werknemers een voorafname gedaan op de in te vullen mandaten.

Om aanspraak te kunnen maken op één of meerdere afzonderlijke mandaten moeten er minstens 25 jeugdige werknemers zijn in de TBE. Je moet de aantallen tellen op dag X, de dag waarop de datum van de verkiezingen bekend gemaakt wordt. Deze valt tussen 11 en 24 februari 2020 (zie de verkiezingskalender van dag tot dag).

Kaderleden 

sla link op in klembord

De categorie 'kaderleden' is alleen belangrijk voor ondernemingen die verkiezingen moeten organiseren voor de oprichting van een ondernemingsraad. Ondernemingen die enkel een CPBW dienen op te richten, kennen deze categorie niet. Daar worden deze werknemers als 'gewone' bedienden beschouwd.

Wie moet je nu als ‘kaderlid’ beschouwen? 

sla link op in klembord

De wetgever heeft de definitie van kaderlid in de wetgeving rond de sociale verkiezingen bewust vaag en algemeen gehouden. Zo krijgen ondernemingen de ruimte om de indeling in personeelscategorieën af te stemmen op hun eigen specifieke werkingscontext.

De wetgever omschrijft kaderleden als 'de bedienden die, met uitsluiting van die welke deel uitmaken van het leidinggevend personeel, in de onderneming een hogere functie uitoefenen die in het algemeen voorbehouden wordt aan de houder van een diploma van een bepaald niveau of aan diegene die een evenwaardige beroepservaring heeft'.

We onderscheiden drie elementen in deze definitie:

  • Een bediende die geen deel uitmaakt van het leidinggevend personeel. Dit betekent dat een arbeider of leidinggevende dus nooit een kaderfunctie kan zijn.
  • De bediende oefent een hogere functie uit – volgens de rechtspraak betekent dit dat hij een zekere macht heeft binnen de onderneming en/of dat zijn werk een intrinsiek hogere kwaliteit heeft. Die ‘zekere macht’ uit zich als het personeelslid initiatiefrecht heeft en gezag kan uitoefenen over andere personeelsleden. Men moet echter geen ondergeschikten te hebben om als kaderlid beschouwd te worden.
  • De bediende is doorgaans houder van een diploma van een bepaald niveau of heeft een evenwaardige beroepservaring. Met een ‘bepaald niveau’ bedoelt men hier ‘hoger onderwijs’. Het woord ‘doorgaans’ wijst er op dat dit geen absolute voorwaarde is.

Voorbeelden van bediendes die als kaderlid beschouwd zouden kunnen worden:

sla link op in klembord

  • bedrijfsjuristen;
  • staffuncties;
  • wetenschappelijk onderzoekers;
  • ...

Kaderleden zijn dus bediendes die geen deel uitmaken van het leidinggevend personeel, maar wel een hogere functie uitoefenen. Zij situeren zich tussen de 'gewone' bedienden en de leidinggevenden.

Om aanspraak te kunnen maken op één of meer extra mandaten in de ondernemingsraad moet de TBE minimum 15 kaderleden tellen op dag X.

Mandaten

sla link op in klembord

In eerste instantie bepaal je het totaal aantal mandaten voor de technische bedrijfseenheid. Vervolgens verdeel je de mandaten over de verschillende personeelscategorieën.

Berekenen van het totaal aantal mandaten

sla link op in klembord

Het totaal aantal mandaten hangt af het totaal aantal werknemers in de technische bedrijfseenheid. Dit aantal moet je tellen op dag X (zie de verkiezingskalender van dat tot dag).

Dag X is de dag waarop het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt, wordt aangeplakt. Het gaat dus om een momentopname. Eventuele evoluties van personeelsbezetting hebben geen enkele impact hebben op het aantal mandaten.

De personeelsafvaardiging in de OR en/of in het CPBW is samengesteld uit:

  • vier gewone leden voor een TBE met minder dan 101 werknemers;
  • zes gewone leden voor een TBE met 101 tot 500 werknemers;
  • acht gewone leden voor een TBE met 501 tot 1 000 werknemers;
  • tien gewone leden voor een TBE met 1001 tot 2000 werknemers.

Naast het aangehaalde aantal gewone leden bestaat de afvaardiging van het personeel bovendien uit een gelijk aantal plaatsvervangers.

Extra mandaten in ondernemingsraad bij minimaal 15 kaderleden

sla link op in klembord

Als er in de onderneming minimaal 15 kaderleden zijn op dag X, kunnen zij aanspraak maken op een aparte vertegenwoordiging in de ondernemingsraad. Het wettelijk aantal mandaten in de ondernemingsraad wordt dan verhoogd met één (tussen 15 en 99 kaderleden) of met twee (100 kaderleden of meer).

Wijziging van het aantal mandaten?

sla link op in klembord

De werkgever en de representatieve werknemersorganisaties kunnen in onderling overleg wel beslissen om het aantal mandaten voor de TBE te verhogen. Verlagen kan echter niet. De leden van het leidinggevend personeel moeten worden opgeteld bij het aantal kaderleden om de drempel van 100 te berekenen

Berekeningswijze personeelsleden

sla link op in klembord

Merk op dat de berekeningswijze om het aantal personeelsleden te tellen voor het bepalen van de mandaten niet dezelfde is als de berekeningswijze om het 'gewoonlijk gemiddeld aantal werknemers' in een TBE te berekenen met het oog op de bepaling van de drempels.

Principieel telt elk personeelslid, ongeacht het volume van zijn effectieve prestaties binnen de TBE, voor één eenheid. Dit geldt zowel voor titularissen als interimarissen, inclusief leidinggevenden en eventuele uitzendkrachten.

Voor de berekening van het aantal mandaten komen wel enkel de leden van het leidinggevend personeel in aanmerking die verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst. De leden van het bestuursorgaan worden dus niet meegeteld.

Voor personeelsleden die op dag X in meerdere TBE’s effectief tewerkgesteld zijn, gelden specifieke regels. Zij mogen maar in één TBE worden meegeteld:

  • Indien het personeelslid het merendeel van zijn prestaties in één bepaalde TBE uitvoert, dan tel je hem enkel daar mee.
  • Indien het personeelslid in geen enkele TBE een uitgesproken merendeel aan prestaties uitvoert, moet hij zelf kiezen in welke van de TBE’s hij wordt meegeteld. Hij kiest dan uit de TBE’s met het grootst gelijke aantal prestaties.

Personeelsleden die ondanks hun arbeidsovereenkomst in geen enkele TBE effectieve prestaties verrichten (bijvoorbeeld omwille van een voltijds verlofstelsel), tellen mee in de TBE waar de hoofdvestigingsplaats van hun school van affectatie zich situeert.

Verdelen van de mandaten over de verschillende categorieën

sla link op in klembord

Nadat je het totaal aantal mandaten per TBE bepaald hebt, verdeel je de mandaten over de verschillende personeelscategorieën. Die verdeling gebeurt op basis van het aantal werknemers in iedere categorie op dag X.

In eerste instantie bereken je het aantal mandaten voor de categorie ‘jeugdig personeel’. Als deze categorie recht heeft op één of meerdere mandaten, worden deze in mindering gebracht van de mandaten voor de andere categorieën.

Mandaten voor de categorie “jeugdige werknemers”

sla link op in klembord

Om aanspraak te kunnen maken op één of meerdere aparte mandaten moeten er minstens 25 jeugdige werknemers zijn in de TBE.


Aantal werknemers in de TBE

Aantal jeugdige werknemers

Aantal aparte mandaten

Kleiner dan 101

Kleiner dan 25

Geen
 
Van 25 tot en met 50

1
 
Meer dan 50

2

Vanaf 101 tot en met 500

Van 25 tot en met 100

1
 
Meer dan 100

2

Meer dan 500

Vanaf 25 tot 150

1
 
Vanaf 151 tot en met 300

2
 
Meer dan 300

3

Mandaten voor de categorieën arbeiders, bedienden en kaderleden

sla link op in klembord

Geen aparte mandaten ‘jeugdige werknemers’ en geen afzonderlijke vertegenwoordiging van kaderleden

sla link op in klembord

Het aantal mandaten voor de categorie arbeiders en de categorie bedienden wordt berekend op basis van de volgende formules:

  • Aantal arbeidersmandaten = (aantal arbeiders x aantal gewone mandaten) / totaal aantal werknemers
  • Aantal bediendemandaten = (aantal bedienden x aantal gewone mandaten) / totaal aantal werknemers

Elke werknemer telt in deze formules voor één eenheid. Dus ook leidinggevenden met een arbeidsovereenkomst, uitzendkrachten en interimarissen. Dit ongeacht het volume van hun effectieve prestaties.

Voor personeelsleden die op dag X in meerdere TBE's effectief tewerkgesteld zijn en voor personeelsleden die in geen enkele TBE effectieve prestaties verrichten, gelden dezelfde regels als bij de berekening van het totaal aantal mandaten.

Indien het totaal van deze twee quotiënten, zonder rekening te houden met de decimalen, een eenheid minder bedraagt dan het totaal aantal te verdelen mandaten, zijn er twee opties:

  • Het overblijvende mandaat wordt toegekend aan de categorie die het kleinst aantal werknemers telt, op voorwaarde dat deze nog niet vertegenwoordigd zou zijn.
  • Het overblijvende mandaat wordt toegekend aan de personeelscategorie met de hoogste decimaal of aan die welke het hoogste aantal werknemers telt, indien beide quotiënten dezelfde decimaal hebben.

Voorbeeld

Een TBE telt 7 arbeiders en 459 bedienden. 21 onder hen zijn jeugdige werknemers.

  • Aantal te vullen mandaten = 6 (TBE met 101 tot 500 werknemers)
  • Aantal afzonderlijke mandaten ‘jeugdige werknemers’ (minder dan 25) = 0
  • Aantal werknemers: 7 arbeiders + 459 bedienden = 466 werknemers
  • Quotiënten:
    • Aantal arbeidersmandaten = (7 arbeiders x 6 gewone mandaten) / 466 werknemers = 0,090129
    • Aantal bediendenmandaten = (459 bedienden x 6 gewone mandaten) / 466 werknemers = 5,909871
    • Totaal der quotiënten (zonder decimalen) = 0 + 5 = 5 (= kleiner dan 6 of het totaal aantal mandaten)

Het overblijvende mandaat wordt in dit voorbeeld toegekend aan de personeelscategorie arbeiders, omdat deze nog geen mandaat heeft en dus nog niet vertegenwoordigd is.

Resultaat:

  • effectief aantal arbeidersmandaten = 1
  • effectief aan bediendenmandaten = 5

Geen aparte mandaten ‘jeugdige werknemers’, maar wel afzonderlijke vertegenwoordiging van kaderleden

sla link op in klembord

Net zoals bij de berekening van de drempel van 100 kaderleden, moeten voor de berekening van het aantal kaderledenmandaten de leden van het leidinggevend personeel mét arbeidsovereenkomst bij de categorie van de kaderleden geteld worden.

Het aantal mandaten voor de categorieën arbeiders, bedienden en kaderleden wordt dus berekend volgens dezelfde formules:

  • aantal arbeidersmandaten = (aantal arbeiders x aantal gewone mandaten) / totaal aantal werknemers;
  • aantal bediendemandaten = (aantal bedienden x aantal gewone mandaten) / totaal aantal werknemers;
  • aantal kaderledenmandaten = ((aantal kaderleden + leidinggevenden) x aantal gewone mandaten / totaal aantal werknemers).

Indien het totaal van de quotiënten, zonder rekening te houden met de decimalen, een eenheid minder bedraagt dan het totaal aantal te verdelen mandaten, wordt het overblijvende mandaat toegekend aan de categorie die nog niet vertegenwoordigd is. Als er twee categorieën nog niet vertegenwoordigd zouden zijn, wordt aan elke categorie een mandaat toegekend. Als er in dit geval een mandaat tekort zou zijn, wordt dit onttrokken aan de categorie die het meest vertegenwoordigd is.
In de andere gevallen, dus wanneer alle categorieën al vertegenwoordigd zijn, worden de overblijvende mandaten toegekend aan de personeelscategorieën met de hoogste decimalen. Bij gelijkheid van decimalen worden ze achtereenvolgens toegekend aan de categorieën met de hoogste tweede decimalen. Bij gelijkheid van de eerste twee decimalen worden zij achtereenvolgens toegekend aan de categorieën die het grootste aantal werknemers tellen.

Wel aparte mandaten ‘jeugdige werknemers” , maar geen afzonderlijke vertegenwoordiging van kaderleden

sla link op in klembord

We gebruiken hier dezelfde formules met dit verschil dat we het aantal mandaten voor jeugdige werknemers in mindering brengen van het totaal aantal mandaten en dat we het aantal 'jeugdige werknemers' in mindering brengen van het totaal aantal werknemers.

Dit geeft de volgende formules:

  • Aantal arbeidersmandaten = (aantal arbeiders van 25 jaar en ouder x M*) / totaal aantal werknemers van 25 jaar en ouder
  • Aantal bediendenmandaten = (aantal bedienden van 25 jaar en ouder x M*) / totaal aantal werknemers van 25 jaar en ouder

* M = het totaal aantal te vullen mandaten verminderd met het aantal aparte mandaten voor jeugdige werknemers.

Ook hier gelden dezelfde regels voor personeelsleden die op dag X in meerdere TBE's effectief tewerkgesteld zijn en voor personeelsleden die in geen enkele TBE effectieve prestaties verrichten.

Ook de regels voor het verdelen van eventuele overblijvende mandaten blijven hier gelden.

Wel aparte mandaten ‘jeugdige werknemers’ en ook afzonderlijke vertegenwoordiging van kaderleden

sla link op in klembord

We gebruiken hier opnieuw dezelfde formules, maar brengen het aantal mandaten voor jeugdige werknemers in mindering van het totaal aantal mandaten en het aantal 'jeugdige werknemers' van het totaal aantal werknemers.

  • aantal arbeidersmandaten = (aantal arbeiders van 25 jaar en ouder x M*) / totaal aantal werknemers van 25 jaar en ouder;
  • aantal bediendenmandaten = (aantal bedienden van 25 jaar en ouder x M*) / totaal aantal werknemers van 25 jaar en ouder;
  • aantal kaderledenmandaten ((aantal kaderleden + leidinggevenden van 25 jaar en ouder) x M*) / totaal aantal werknemers van 25 jaar en ouder.

Ook hier gelden dezelfde regels voor personeelsleden die op dag X in meerdere TBE’s effectief tewerkgesteld zijn en voor personeelsleden die in geen enkele TBE effectieve prestaties verrichten.

Ook de regels voor het verdelen van eventuele overblijvende mandaten blijven hier gelden.

Voorbeeld 1 - geen kaderleden

Een TBE telt 7 arbeiders en 459 bedienden. 37 onder hen zijn jeugdige werknemers, namelijk 2 arbeiders en 35 bedienden. Dit geeft zes aantal in te vullen mandaten. Eén mandaat moet voorafgenomen worden voor de jeugdige werknemers.

Aantal werknemers - we brengen eerst het aantal jeugdige werknemers in mindering van het totaal aantal werknemers:

  • aantal arbeiders van 25 jaar en ouder: 7 - 2 jeugdige werknemers = 5;
  • aantal bedienden van 25 jaar en ouder: 459 - 35 jeugdige werknemers = 424;
  • totaal aantal werknemers van 25 jaar en ouder: 5 + 424 = 429.

Berekening - quotiënten:;

  • aantal arbeidersmandaten = [5 x (6 totaal aantal mandaten – 1 mandaat voorbehouden voor jeugdige werknemers)] / 429 werknemers van 25 jaar en ouder = 0,058275;
  • aantal bediendenmandaten = [424 x (6 totaal aantal mandaten -1 mandaat voorbehouden voor jeugdige werknemers )]) / 429 werknemers van 25 jaar en ouder = 4,9417249;
  • totaal der quotiënten (zonder decimalen) = 0 + 4 = 4 (= kleiner dan 5 of het aantal mandaten dat nog te verdelen was na de voorafname van het mandaat voor jeugdige werknemers).

Het overblijvende mandaat wordt in dit voorbeeld toegekend aan de personeelscategorie arbeiders, omdat deze nog geen mandaat heeft en dus nog niet vertegenwoordigd is.

Resultaat:

  • effectief aantal mandaten jeugdige werknemers = 1;
  • effectief aantal arbeidersmandaten = 1;
  • effectief aantal bediendenmandaten = 4;

Voorbeeld 2 – wel kaderleden

Een TBE stelt 1 500 werknemers tewerk waarvan 50 jeugdige werknemers, 1 150 arbeiders, 200 bedienden, 85 kaderleden en 15 leidinggevend personeel.

Aantal te begeven mandaten 10 (TBE met 1001 tot 2000 werknemers) + 2 (extra mandaten voor 100 kaderleden (85 + 15)) = 12 mandaten in totaal.

Verdeling:

  • Mandaat voor jeugdige werknemers: 1 mandaat.
    Overblijvende mandaten voor arbeiders, bedienden en kaderleden: 11 mandaten
  • Mandaten voor de arbeiders
    1 150 (arbeiders) x 11 (mandaten)/ 1 450 (totaal aantal werknemers zonder jonge werknemers) = 8,72 dat wil zeggen 9 mandaten
  • Mandaten voor de bedienden
    200 (bedienden) x 11 (mandaten)/ / 1 450 (totaal werknemers zonder jonge werknemers)
    = 1,52 dat wil zeggen 1 mandaat
  • Mandaten voor de kaderleden
    100 (kaderleden + leidinggevend personeel) x 11 (mandaten)
    = 0,76 dat wil zeggen 1 mandaat

Stap 4: Wie mag kiezen en wie is verkiesbaar?

sla link op in klembord

Wie kan kiezen?

sla link op in klembord

Voorwaarden voor kiesrecht

sla link op in klembord

Om te mogen kiezen, moet de werknemer aan de volgende drie voorwaarden voldoen:

  • verbonden zijn door een arbeids – of leerovereenkomst;
  • op de datum van de verkiezingen (dag Y) sinds ten minste drie maanden ononderbroken tewerkgesteld zijn in de juridische entiteit. De schorsing van de arbeidsovereenkomst (door bijvoorbeeld ziekte en dergelijke) speelt hierbij geen enkele rol. Bij fusie of splitsing van een onderneming, breng je ook de anciënniteit verworven vóór de fusie of splitsing in rekening.
  • geen deel uitmaken van het leidinggevend personeel.

Alle werknemers van de TBE nemen dus deel aan de verkiezingen. Ook eventuele buitenlandse werknemers en staatlozen zijn kiesgerechtigd.

Kiesrecht uitzendkrachten

sla link op in klembord

Door een recente wetswijziging krijgen nu ook uitzendkrachten stemrecht bij de gebruiker. Ze moeten wel aan twee voorwaarden voldoen:

  • in de periode van 1 augustus tot dag X: ofwel gedurende minstens drie maanden ononderbroken gewerkt hebben ofwel in geval van onderbroken tewerkstellingsperiodes in totaal 65 arbeidsdagen gewerkt hebben;
  • in de periode vanaf dag X tot en met Y – 13 (dit is 13 dagen voor de verkiezingsdatum): minstens 26 arbeidsdagen gewerkt hebben in de juridische entiteit van de gebruiker.

Kiezerslijsten

sla link op in klembord

Kiezerslijsten voor bedienden en arbeiders

sla link op in klembord

Per TBE en per personeelscategorie schrijf je de namen van de personen die op de verkiezingsdag stemgerechtigd zijn in op aparte kiezerslijsten. Er bestaat dus een kiezerslijst voor bedienden en een voor arbeiders.

Bij de opmaak van de kiezerslijsten gelden dezelfde regels als bij de bepaling van het aantal mandaten:

  • Indien de werknemer principieel kiesgerechtigd is en voltijds effectief tewerkgesteld is in één enkele TBE, dan wordt hij daar opgenomen in de kiezerslijst.
  • Indien de werknemer in meerdere TBE’s tewerkgesteld is en het merendeel van zijn prestaties in één bepaalde TBE uitvoert, dan wordt hij daar opgenomen in de kiezerslijst.
  • Indien de werknemer in meerdere TBE’s tewerkgesteld is, maar in geen enkele TBE een uitgesproken merendeel aan prestaties uitvoert, dan moet hij zelf kiezen in welke TBE hij kiesgerechtigd is. De werknemer moet wel dezelfde TBE kiezen als diegene die hij koos voor de bepaling van het aantal mandaten.
  • Indien werknemers wel een arbeidsovereenkomst hebben, maar in de feiten geen arbeidsprestaties leveren in enige TBE (bijvoorbeeld wegens langdurige ziekte, TBS OB, voltijdse loopbaanonderbreking …), worden ze ingeschreven op de kiezerslijsten van de TBE waar de hoofdvestigingsplaats van hun school van affectatie toe behoort. Ook personeelsleden die voltijds afwezig zijn, maar elders aan het werk zijn (bijvoorbeeld via detachering, TAO, reaffectatie …) worden dus opgenomen in de kiezerslijsten.

Kiezerslijsten voor jeugdige werknemers

sla link op in klembord

Indien de TBE op de dag van de verkiezingen tenminste 25 jeugdige werknemers telt, worden deze jeugdige werknemers ook op een afzonderlijke kiezerslijst ingeschreven. Indien er geen 25 jeugdige werknemers zijn, worden ze respectievelijk toegevoegd aan de lijst van de arbeiders of bedienden.

Kiezerslijsten voor kaderleden in geval van verkiezingen ondernemingsraad

sla link op in klembord

Indien de TBE op de dag van de verkiezingen van de ondernemingsraad tenminste 15 kaderleden telt, worden deze kaderleden ook op een afzonderlijke kiezerslijst ingeschreven. Indien er geen 15 kaderleden zijn, worden ze toegevoegd aan de lijst van de bedienden.

Inhoud en bekendmaking

sla link op in klembord

Het uittredende OR of het CPBW of, in het geval er nog geen OR of CPBW is, de werkgever zelf, stelt de kiezerslijsten op in alfabetische volgorde van de namen van de kiezers. Deze bevatten de naam, voornamen en geboortedatum van iedere kiezer, de datum van zijn laatste aanwerving of indiensttreding in de TBE en ook de plaats waar hij in de TBE werkt. Aan elke werknemer op de lijst wordt een nummer toegekend.

Op dag X, de datum van aanplakking van het bericht dat de datum van de verkiezingen aankondigt, moeten de voorlopige kiezerslijsten worden meegedeeld. Je kunt er ook voor kiezen om te melden waar de werknemers de kiezerslijsten kunnen raadplegen. Dit moet in ieder geval op een voor de werknemers toegankelijke plaats in de TBE. Eventueel kun je de kiezerslijsten via elektronische weg ter beschikking stellen, bijvoorbeeld via e-mail of op intranet. Alle werknemers zonder uitzondering moeten hier dan wel toegang tot hebben.

Gelijktijdig moet je aan de werknemers ook een lijst van de leden van het leidinggevend personeel meedelen mét de vermelding van de benaming en de inhoud van hun functie, of zeker de vermelding waar de werknemers dit kunnen raadplegen.

Kiescolleges en stembureaus

sla link op in klembord

Bij het afsluiten van de kiezerslijsten kan ook het aantal kiescolleges worden bepaald. Vanaf dan kunnen ook de stembureaus samengesteld worden. In elk geval moeten de stembureaus samengesteld zijn tegen uiterlijk dag X+40.

Het aantal kiescolleges dat moet worden opgericht, hangt af van het aantal kiezers dat bij het afsluiten van de kiezerslijsten in elke categorie is opgenomen.

Aparte kiescolleges

sla link op in klembord

Er worden aparte kiescolleges opgericht binnen het TBE vanaf:

  • 25 kiesgerechtigde arbeiders;
  • 25 kiesgerechtigde bedienden;
  • 25 kiesgerechtigde jeugdige werknemers;
  • 15 kiesgerechtigde kaderleden.

De personeelsleden kunnen dan alleen stemmen voor de kandidaten van ‘hun’ categorie: arbeiders voor arbeiders en bedienden voor bedienden, jeugdige werknemers voor jeugdige werknemers en kaderleden voor kaderleden.

Gemeenschappelijke kiescolleges

sla link op in klembord

In onderwijs zal het aantal werknemers in de categorie bedienden meestal hoger liggen dan in de categorie arbeiders. Als er minder dan 25 arbeiders werken in de TBE, dan wordt er een gemeenschappelijk kiescollege voor arbeiders en bedienden opgericht. Arbeiders en bedienden kunnen dan voor beide categorieën stemmen. Zij ontvangen bij de stemming twee stembrieven: een om de arbeidersafgevaardigde aan te duiden en een om de bediendenafgevaardigden aan te duiden.

Stembureaus

sla link op in klembord

Aantal stembureaus

sla link op in klembord

Het aantal stembureaus is afhankelijk van het aantal kiescolleges dat wordt opgericht. Als er aparte kiescolleges bestaan, dan stemmen arbeiders, bedienden, jeugdige werknemers (en kaderleden) in afzonderlijke stembureaus. Als er één gemeenschappelijk kiescollege is, stemmen de verschillende personeelscategorieën in één stembureau.

Samenstelling stembureaus

sla link op in klembord

Elk stembureau bestaat uit zes personen:

  • een voorzitter;
  • een secretaris;
  • vier bijzitters.

De volledige bemanning van het stembureau moet aan de slag zijn binnen de technische bedrijfseenheid. Dat betekent concreet dat zij een arbeidsovereenkomst moeten hebben. Verder zijn er nog een aantal beperkingen waar je rekening moet mee houden bij de samenstelling van het stembureau:

  • De voorzitter mag eventueel een leidinggevende zijn. De voorzitter kan geen bestuurder zijn omdat hij geen arbeidsovereenkomst heeft met de onderneming.
  • De secretaris en de bijzitters mogen geen leidinggevenden zijn. Zij moeten op de kiezerslijsten staan én meer bepaald op de kiezerslijst van die werknemerscategorie voor dewelke ze hun functie als secretaris of bijzitter uitoefenen. Met akkoord van de werknemersafgevaardigden, of van de representatieve werknemersorganisaties kun je daarvan afwijken. Op basis van dat akkoord kan bijvoorbeeld een bediende secretaris of bijzitter zijn van een stembureau van het kiescollege arbeiders.

Daarnaast kunnen ook getuigen aanwezig zijn. De organisaties die kandidaten hebben voorgedragen mogen zoveel getuigen en plaatsvervangende getuigen aanstellen als er stembureaus zijn. Zie ook de kalender van dag tot dag.

Dag X + 40 - aanwijzing van de voorzitter en zijn plaatsvervanger

Uiterlijk op dag X + 40 duid je een voorzitter en een plaatsvervanger aan. Dit gebeurt door de OR of het CPBW of, wanneer deze niet bestaan, de werkgever in akkoord met de vakbondsafvaardiging, of wanneer er geen vakbondsafvaardiging is, de werkgever in akkoord met de representatieve werknemersorganisaties.

Dag X + 54 – aanwijzing van de secretaris en de bijzitters

Uiterlijk op dag X + 54 duidt de voorzitter van ieder stembureau een secretaris en een plaatsvervangend secretaris aan. Uiterlijk op diezelfde dag wijst de OR of het CPBW, of wanneer deze niet bestaan, de voorzitter van elk stembureau vier bijzitters aan.

Dag X + 70 – aanwijzing van de getuigen

Uiterlijk tot dag X + 70 hebben de representatieve werknemersorganisaties die kandidaten hebben voorgedragen, de tijd om hun getuigen aan te duiden.

Wie kan zich verkiesbaar stellen?

sla link op in klembord

Verkiesbaarheidsvoorwaarden

sla link op in klembord

Om als afgevaardigde van het personeel verkiesbaar te zijn, moet een werknemer aan de volgende voorwaarden voldoen op dag Y, de dag van de verkiezingen:

  • ten minste 18 jaar oud;
  • ten minste 16 jaar oud zijn en nog geen 25 jaar om je als jeugdige werknemer kandidaat te stellen;
  • jonger dan 65 jaar;
  • geen preventieadviseur zijn van de interne dienst preventie en bescherming op het werk;
  • geen vertrouwenspersoon zijn in de zin van de welzijnswetgeving;
  • geen deel uitmaken van het leidinggevend personeel;
  • op de dag van de verkiezingen sedert ten minste zes maanden ononderbroken tewerkgesteld zijn in de TBE of JE waaronder de TBE ressorteert, of ten minste negen maanden verspreid over het jaar 2019. De schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst (bijvoorbeeld ziekte) is hierbij niet belangrijk.

Alle verkiesbaarheidsvoorwaarden moeten dus vervuld zijn op dag Y, de datum van de verkiezingen.

Meerdere TBE’s

sla link op in klembord

Voor personeelsleden die werkzaam zijn in meerdere TBE’s, gelden opnieuw gelijkaardige regels zoals bij de telling van het aantal mandaten en bij de bepaling van het kiesrecht. Als een personeelslid in meerdere TBE’s tewerkgesteld is, dan mag hij zich kandidaat stellen in de TBE waar hij het merendeel van zijn prestaties effectief uitvoert.

Indien de werknemer in meerdere TBE’s tewerkgesteld is, maar in geen enkele TBE een uitgesproken merendeel aan prestaties uitvoert, dan moet hij zelf kiezen in welke TBE hij zich kandidaat wil stellen. De werknemer moet wel dezelfde TBE kiezen als diegene die hij koos voor de bepaling van het aantal mandaten en het kiesrecht.

Geen prestaties, wel arbeidsovereenkomst

sla link op in klembord

En werknemers die een arbeidsovereenkomst hebben, maar in de feiten geen arbeidsprestaties leveren in een TBE, kunnen zich kandidaat stellen in de TBE waar de hoofdvestigingsplaats van hun school van affectie toebehoort. Personeelsleden die voltijds afwezig zijn, maar elders aan het werk zijn (bijvoorbeeld via detachering, reaffectatie ...) mogen zich dus ook kandidaat stellen.

Wie draagt de kandidaten voor?

sla link op in klembord

Alleen de representatieve vakbonden (ACV, ABVV en ACLVB) mogen kandidaten voordragen voor de sociale verkiezingen. Een personeelsafgevaardigde mag niet verward worden met een zogeheten vakbondsafgevaardigde die (meestal) door de vakbond wordt aangeduid. Het zijn bijgevolg de representatieve vakbonden die beslissen wie ze voordragen.

Op het vakbondsmonopolie zijn twee uitzonderingen:

  • Kaderleden kunnen zelf een kandidatenlijst indienen voor de ondernemingsraad als ze de steun hebben van minstens 10 % van de kaderleden. Telt je onderneming minder dan 50 kaderleden, dan moeten er minstens vijf de lijst steunen.
  • De Nationale Confederatie van Kaderleden (NCK) kan kandidaten kaderleden voordragen voor de ondernemingsraad.

Evenwichtige samenstelling

sla link op in klembord

De vakbonden moeten er voor zorgen dat de kandidatenlijsten evenwichtig zijn samengesteld. Alle geledingen van de organisatie moeten dus vertegenwoordigd zijn op de lijsten. Voor elk mandaat wordt een effectieve werknemersvertegenwoordiger verkozen én een plaatsvervanger. De wet bepaalt ook dat op de lijsten niet meer kandidaten mogen voorkomen dan er gewone en plaatsvervangende mandaten zijn.

Een kandidaat mag slecht op één kandidatenlijst worden voorgedragen. In het geval een werknemer op de lijst staat van verschillende vakorganisaties, wordt zijn kandidatuur op al deze lijsten geschrapt, tenzij de werknemer zijn kandidatuur op de overige lijsten tijdig intrekt.

De kandidaten moeten tot slot behoren tot de categorie waarvoor zij als kandidaat worden voorgedragen. Men kijkt hiervoor naar de kiezerslijst waarop deze werknemers is ingeschreven (arbeider, bediende, kaderlid of jeugdige werknemer).

Ontslagbescherming voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden

sla link op in klembord

Wat betekent ontslagbescherming?

sla link op in klembord

De werknemers die zich kandidaat stellen voor de sociale verkiezingen zijn wettelijk beschermd tegen ontslag. Zij genieten een bijzondere ontslagbescherming. Deze bescherming is wettelijk geregeld door de wet van 19 maart 1991 houdende bijzondere ontslagregeling voor de personeelsafgevaardigden in de ondernemingsraad en in de comités voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen en voor de kandidaat-personeelsafgevaardigden.

De bescherming houdt in dat de werknemer alleen maar ontslagen kan worden om twee redenen:

  • of een dringende reden die op voorhand moet erkend worden door het arbeidsgerecht;
  • of een economische of technische reden die op voorhand erkend moeten worden door het paritair comité waaronder de werkgever valt.

Deze beschermingsregel is van openbare orde. Dat wil zeggen dat hier in geen enkel geval kan van afgeweken worden.

Overtreed je als werkgever de ontslagbescherming, dan moet je een beschermingsvergoeding betalen. Afhankelijk van de anciënniteit bedraagt die twee tot vier jaar loon. Zie verder ook re-integratie.

Voor wie en voor welke periode?

sla link op in klembord

Voor wie geldt deze ontslagbescherming nu juist?

sla link op in klembord

Alle werknemers die zich kandidaat stellen voor de sociale verkiezingen genieten de ontslagbescherming. Het maakt niet uit of ze uiteindelijk effectief verkozen raken. De beschermingsperiode verschilt wel naargelang men verkozen of niet-verkozen wordt.

Voor welke periode geldt de ontslagbescherming?

sla link op in klembord

Occulte periode

sla link op in klembord

De bescherming gaat al in vanaf de dertigste dag voorafgaand aan de aanplakking van het bericht dat de verkiezingsdatum vaststelt (= vanaf dag X-30). Dit betekent voor de verkiezingen van 2020 concreet tussen 12 januari en 25 januari. De kandidatenlijsten zijn echter pas later gekend, namelijk ten vroegste op dag X + 35 en ten laatste op X+76.
Gevolg is dat er in deze periode werknemers in de onderneming aanwezig zijn die beschermd zijn zonder dat de werkgever daar weet van heeft. Die periode van dag X-30 tot dag X+35 wordt de occulte periode genoemd. De ontslagbescherming werkt dus eigenlijk retroactief. Let dus zeker op met ontslag ná 31 december 2019 en gedurende deze gehele occulte periode, aangezien deze mensen zich nog altijd nadien kandidaat kunnen stellen.

Verkozen personeelsafgevaardigden en hun plaatsvervangers

sla link op in klembord

De bescherming van verkozenen en plaatsvervangers loopt tot aan de installatie van hun opvolgers bij de volgende verkiezingen. De installatie vindt in principe plaats bij de eerste vergadering van het overlegorgaan met de nieuw verkozenen. De beschermingsperiode wordt automatisch verlengd als de personeelsafgevaardigden opnieuw als kandidaten worden voorgedragen. Hier begint dan een nieuwe beschermingsperiode.

Niet-verkozen kandidaten

sla link op in klembord

De bescherming van niet-verkozen kandidaten die voldoen aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden, genieten van dezelfde bescherming als de gewone en plaatsvervangende personeelsafgevaardigden. Zij zijn ook beschermd tot aan de volgende verkiezingen. Alleen wanneer zij twee keer na elkaar niet verkozen worden, wordt de duur van hun bescherming na hun tweede kandidatuurstelling beperkt tot twee jaar na de aanplakking van de verkiezingsresultaten

Verlenging beschermingsperiode

sla link op in klembord

Zowel voor de verkozenen als voor de niet-verkozenen na een eerste kandidatuur wordt de bescherming met zes maanden verlengd wanneer de minimumgrens van gemiddeld 50 of 100 werknemers niet meer wordt bereikt en de overlegorganen niet meer moeten worden vernieuwd of wanneer er geen nieuwe verkiezingen worden georganiseerd bij gebrek aan kandidaten.

Ontslag voor aanvang beschermingsperiode

sla link op in klembord

Werknemers die met onmiddellijke ingang worden ontslagen nog vóór X-30 genieten dus niet van de ontslagbescherming. In de meeste gevallen gaat het ontslag echter gepaard met een opzeggingstermijn. De arbeidsovereenkomst kan dan ook op een regelmatige manier beëindigd worden vóór dag X-30, ook al loopt de opzeggingstermijn dan (gedeeltelijk) tijdens de occulte periode. Let wel, wanneer je een werknemer ontslaat, gebeurt dit meestal via een aangetekend schrijven dat pas uitwerking krijgt de derde werkdag na datum van verzending. Deze drie werkdagen moeten ook vallen vóór X-30.

Re-integratie bij ontslag in de occulte periode

sla link op in klembord

Een werknemer die ontslagen wordt in de occulte periode (tussen dag X-30 en dag X+35), en achteraf een beschermde werknemer blijkt te zijn, is eigenlijk onregelmatig ontslagen. Deze werknemer kan binnen de 30 dagen na de datum van de voordracht van de kandidaturen (X+35) zijn re-integratie aanvragen. Dit moet gebeuren via een aangetekend schrijven. De re-integratie mag niet gevraagd worden vóór X+35 en mag ook niet ingediend worden op dezelfde dag waarop de kandidatenlijst wordt ingediend.

Beschermingsvergoeding

sla link op in klembord

De werkgever die weigert de ontslagen werknemer opnieuw in dienst te nemen zal een hoge beschermingsvergoeding moeten betalen. Deze vergoeding bestaat uit twee onderdelen:

  • een vaste vergoeding gelijk aan het lopende loon dat overeenstemt met de duur van:
    • twee jaar als de werknemer minder dan 10 dienstjaren in de onderneming heeft;
    • drie jaar als de werknemer meer dan 10, maar minder dan 20 dienstjaren in de onderneming heeft;
    • vier jaar als de werknemer 20 of meer dienstjaren in de onderneming heeft.
  • een variabele vergoeding die overeenstemt met het loon voor het resterende gedeelte van het mandaat, tot aan de sociale verkiezingen van 2024.

In het slechtste geval loopt dit dus op tot acht jaar loon.

Re-integratie aanvaarden

sla link op in klembord

Als de werkgever de re-integratie aanvaardt, dan vervallen alle vergoedingen en komt de werknemer gewoon terug in dienst.

Contact

×
Kijkt als...
Niveau
Regio