Ondersteunend materiaal

Vakgroepwerking

Het referentiekader voor Onderwijskwaliteit zet verwachtingen voor kwaliteitsvol onderwijs uit. Het kader stimuleert scholen om een eigen (kwaliteits)beleid te maken en een eigen weg uit te tekenen. Binnen dit referentiekader neemt de vakgroep een prominente plaats in.

Een lerende organisatie

sla link op in klembord

De vakgroep draagt hierbij een collectieve verantwoordelijkheid en kan een efficiënte bijdrage leveren tot de realisatie van de kwaliteitsverwachtingen en kwaliteitsbeelden uit het referentiekader voor Onderwijskwaliteit. Een vakgroep evolueert van louter samenwerken naar systematisch samen leren als de groep de eigen werking geregeld analyseert en erover reflecteert met het oog op kwaliteitsverbetering.

De PDCA-cirkel

sla link op in klembord

De vakgroep streeft naar continue verbetering: borgen wat goed is, werk maken van onderwerpen die voor verbetering vatbaar zijn. Een manier om dat te doen, is gebruik maken van de PDCA-cirkel.

  • PLAN: kijk naar de huidige manier van werken en stel een plan (doelstellingen) op om deze te verbeteren. Voor deze verbetering stellen we doelstellingen vast.
  • DO: voer de geplande verbetering op een gecontroleerde manier uit.
  • CHECK: controleer het resultaat: voldoende of niet?
  • ACT/ADJUST: stel de gevonden resultaten bij.

Van de aanpassing kunnen we na enige tijd weer nagaan of die voor verbetering vatbaar is en zo draait de PDCA-cirkel verder.

SMART-doelen

sla link op in klembord

De aanpassingen doe je best via SMART-doelen:

  • Een geformuleerd doel moet specifiek zijn, dat wil zeggen. concreet, niet vaag.
  • De doelstelling moet ook meetbaar zijn: we moeten concreet kunnen waarnemen of een doel al dan niet bereikt is.
  • De doelstelling moet ook acceptabel zijn, dat wil zeggen staan we erachter, is het nodig, sluit het aan bij de leerplannen?
  • Het doel moet ook realistisch zijn, dat wil zeggen haalbaar vanuit onze eigen inschatting.
  • Het doel moet ook tijdsgebonden zijn: we moeten een termijn vastleggen waarbinnen we het effect zullen meten. Er moet dus een deadline zijn.

We geven een concreet voorbeeld.

‘We proberen dit schooljaar enkele lessen met binnenklasdifferentiatie uit’.

Dit is geen SMART-doel want:

  • De doelstelling is vaag geformuleerd (we ‘proberen’) en is dus niet specifiek.
  • Het doel is ook niet echt meetbaar (‘enkele’ lessen).
  • Er is geen deadline geformuleerd. Er is enkel sprake van ‘dit schooljaar’, maar er is niet afgesproken tegen wanneer de leerkrachten binnenklasdifferentiatie zullen uitgeprobeerd hebben zodat de vakgroep nog eens kan samenkomen om de bevindingen te bespreken.

Omgebogen tot een SMART-doel :

‘Tijdens het tweede trimester passen we in elke klas voor twee concrete lessen of lessenreeksen twee facetten van binnenklasdifferentiatie toe. Hierbij baseren we ons op de didactische en pedagogische berichten van de vakbegeleiding aardrijkskunde. Eind april komen we dan met de vakgroep samen om onze uitgewerkte voorbeelden te bespreken, de plus- en minpunten eruit te halen en na te gaan of de leerlingen hiermee leerwinst geboekt hebben.’

Horizontale samenhang

sla link op in klembord

In elk leerjaar streef je naar een evenwicht tussen de verschillende leerinhouden, zowel op het vlak van de besteding van het aantal lesuren als op het vlak van de leerstofverdeling over het schooljaar. Hiervoor baseer je je op het leerplan.

Eveneens is het bijzonder nuttig om voor parallelklassen goede afspraken te maken over de leerinhouden en de manier waarop je ze aanbrengt.

Verticale samenhang

sla link op in klembord

Niet alleen horizontale samenwerking is van belang; verticale samenhang is dat evenzeer. Daarom is geregeld graadoverstijgend overleg noodzakelijk.

Graadoverstijgend overleg is zeker ook niet weg te denken als de vakgroep voor een aantal zaken wil streven naar een geleidelijke evolutie van het eerste tot het zesde leerjaar. Het is inderdaad belangrijk om in het leerproces aandacht te besteden aan leerlijnen die in de leerplannen vermeld staan.

Dagelijks werk

sla link op in klembord

De vakgroep maakt afspraken over de verdeling van de dagelijks werkpunten. Deze kunnen uiteraard graad- en studierichtingafhankelijk zijn.

Enkele voorbeelden:

  • Welk percentage dagelijks werk besteden we aan (grote en kleine) toetsen?
  • Welk percentage dagelijks werk besteden we aan vakgebonden attitudes?

Voorts is het aangewezen om goede afspraken te maken over het persoonlijk werk van de leerlingen.

Uitwisselen van lesideeën

sla link op in klembord

Wie een nascholing heeft bijgewoond deelt het materiaal met de vakgroep. Zo kan de vakgroep overleggen en afspraken maken over hoe ze het nascholingsmateriaal kan inpassen in de lespraktijk

×
Kijkt als...
Niveau
Regio