Aangepaste regelgeving rond zorgberoepen en impact op het curriculum

di 19 maart 2024

De afgelopen maanden verscheen er regelgeving die een impact heeft op het curriculum van opleidingen tot zorgberoepen en opleidingen tot zorgkundige in het bijzonder. Zo hebben de voorwaarden tot registratie als zorgkundige een impact op de organisatie van de stages.

Regelgeving registratie zorgkundige en de impact voor de opleidingen die leiden tot zorgkundige

sla link op in klembord

Kopieer

Op 23 oktober verscheen er een koninklijk besluit dat de registratievoorwaarden tot zorgkundige bepaalt. Die publicatie heeft een impact op een aantal opleidingen en studierichtingen die leiden naar het beroep zorgkundige.

Overgangsmaatregelen

sla link op in klembord

Kopieer

Voor de richtingen uit de oude structuur (niet-gemoderniseerd onderwijslandschap), bv. Thuis- en bejaardenzorg, de duale opleiding Zorgkundige en de opleiding Verzorgende/zorgkundige (Leren en werken), geldt volgende overgangsmaatregel: leerlingen die uiterlijk in het schooljaar 2025-2026 een diploma of getuigschrift zorgkundige behalen en voldoen aan de toelatingsvoorwaarden, in het bezit zijn van een getuigschrift of diploma van een studierichting in de 3de graad personenzorg, kunnen bij wijze van overgang nog geregistreerd worden.

Voor die opleidingen of studierichtingen verandert er vandaag dus niets. Ze houden in de regelgeving rekening met leerlingen die eventueel het schooljaar 2025-2026 overzitten.

Nieuwe regelgeving

sla link op in klembord

Kopieer

Voor de richtingen:

  • in de modernisering secundair onderwijs
  • in het volwassenenonderwijs
  • voor alle duale richtingen (vanaf 2025)

zijn volgende nieuwe regels om geregistreerd te worden van kracht:

  • de leerlingen bezorgen een kopie van een studiebewijs van het secundair onderwijs van de Vlaamse gemeenschap, of een kwalificatiebewijs van het onderwijs voor sociale promotie, een studiebewijs van het volwassenenonderwijs, uitgereikt op het einde van een opleiding die leidt tot het beroep van zorgkundige;
  • dit kwalificatie- of studiebewijs toont aan dat de opleiding die leidt tot het beroep van zorgkundige tenminste 400 contacturen theoretisch en praktisch onderwijs en ten tenminste 300 contacturen klinisch onderwijs omvat.
    • “contacturen” betekent in deze: opleidingsuren die door de onderwijsinstelling worden gegeven en waarbij voorzien wordt in de begeleiding van de leerling/student;
    • het studie- of kwalificatiebewijs bevestigt dat de persoon voor het geheel van de opleiding is geslaagd met inbegrip van de specifieke competenties van zorgkundige zoals bepaald in het competentieprofiel van de zorgkundige;
    • het klinisch onderwijs wordt uitgevoerd aan het bed van de patiënt en tenminste 200 uren worden uitgevoerd in minstens twee van de volgende gebieden: ziekenhuizen, woonzorgcentra, thuiszorg.

Wat betekent dat voor de studierichtingen en opleidingen in de modernisering so en in het volwassenenonderwijs?

sla link op in klembord

Kopieer

Vaststellingen

sla link op in klembord

Kopieer

  • De beroepskwalificatie zorgkundige die gekoppeld is aan de verschillende studierichtingen en opleidingen is gebaseerd op het competentieprofiel van de zorgkundige.
  • Alle studierichtingen en opleidingen voldoen aan de voorwaarde van 400 contacturen theoretisch en praktisch onderwijs.
  • Binnen het stagevolume (klinisch onderwijs) dat is bepaald voor de verschillende studierichtingen en opleidingen is het theoretisch mogelijk om aan het volume van 300 uren te voldoen.
  • De adviezen voor stages in de verschillende studierichtingen van het secundair onderwijs zijn op dit ogenblik ruimer geformuleerd dan wat de regelgever vraagt.
  • Stages in het volwassenenonderwijs:
    • Het aantal uren stage omvat 300 contacturen. Op dit moment is de stagecomponent binnen de opleiding zorgkundige in het volwassenenonderwijs 680 lestijden. Daarmee wordt voldaan aan de voorwaarde.
    • In het huidig opleidingsprofiel (OP) staat beschreven dat de stages in minimum 3 verschillende settings moeten worden gelopen. In het OP staat niet gedefinieerd in welke settings dat moet gebeuren. Binnen het nieuwe KB moet ten minste 200 uur worden uitgevoerd in minstens twee van de volgende drie gebieden: ziekenhuizen, woonzorgcentra, thuiszorg. Binnen het internettenoverleg zorgkundige wordt verder bekeken welke afspraken daarover kunnen worden gemaakt.
  • Vanuit de sector – Raad van bestuur VIVO – werd er een schrijven gericht aan minister Vandenbroucke om de problematiek aan te kaarten. Die problematiek werd door de onderwijsverstrekkers ook aangekaart op Vlaams niveau. Uit de antwoorden blijkt dat aanpassingen aan de regelgeving op dit ogenblik niet aan de orde zijn.

Adviezen voor de organisatie van stage in de richting Gezondheidszorg

sla link op in klembord

Kopieer

  • Hou bij de organisatie van stage vanaf het schooljaar 2024-2025 rekening met het volume van 300 uren. Concreet betekent het dat leerlingen in de studierichting Gezondheidszorg 8 weken stage lopen van 38u/per week.
    Suggestie: een keuze voor het inplannen van 10 weken stage in de derde graad waarbij er wordt gekozen om per week één terugkomdag in te plannen, kan het voor leerlingen minder zwaar maken. Je kunt er ook voor kiezen om stage gradueel op te bouwen, bv. 5 weken stage met terugkomdag in het vijfde jaar en 4 weken stage van 38u/week in het zesde jaar.
  • Hou bij de organisatie van stage vanaf volgend schooljaar rekening met de voorwaarde dat leerlingen 200 uren in twee van de drie gebieden (ziekenhuis, woonzorgcentra, thuiszorg) stage moeten lopen. Dat betekent dat leerlingen uit het huidige vijfde jaar volgend jaar in een andere setting stagelopen dan dit schooljaar.
  • Voorzie voor leerlingen die een aanzienlijk volume van stage-uren missen, bv. omwille van ziekte, mogelijkheden tot inhaalstage.
  • Zorg voor voldoende stageplaatsen voor zowel leerlingen uit het secundair onderwijs als cursisten uit het volwassenenonderwijs.

Adviezen voor werkplekleren in de opleidingen in het volwassenonderwijs

sla link op in klembord

Kopieer

  • Hou bij de organisatie van het werkplekleren rekening met de adviezen over werkplekleren en met de voorwaarde van minstens 200 uren klinisch onderwijs in twee van de drie genoemde gebieden (ziekenhuis, woonzorgcentra, thuiszorg).
  • De impact op duale trajecten of trajecten met een grote component werkplekleren heeft voor de doelgroep ‘werknemers in opleiding’ een grotere impact. Dat wordt verder met de sector bekeken.

Gevolgen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften

sla link op in klembord

Kopieer

De registratievoorwaarden hebben gevolgen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. De mogelijkheden om te zoeken naar haalbare stagecontexten worden door de regelgever beperkt. De voorwaarden m.b.t. het volume van 300 uren klinisch onderwijs, waarvan minimaal 200 uren in minstens twee van de drie gebieden geldt ook voor hen. We wachten op het antwoord van de federale overheid om concrete handvatten aan te reiken voor individuele casussen, bv. kan stage in een centrum voor dagopvang worden gelijkgesteld aan het gebied ‘woonzorgcentra’?

Aanpassing nota adviezen voor stage in de social profit

sla link op in klembord

Kopieer

De onderwijsverstrekkers en de sectoren engageren zich om aan het einde van het schooljaar de organisatie en het stageverloop binnen de verschillende studierichtingen te evalueren en indien nodig de adviezen met betrekking tot stage bij te sturen. We voorzien daarover nog een bevraging.

In overleg met de sector zullen de adviezen over stage worden aangepast.

Regelgeving rond het uitvoeren van activiteiten van het dagelijks leven

sla link op in klembord

Kopieer

Onlangs verscheen er regelgeving die het mogelijk maakt dat niet zorgverleners onder een aantal voorwaarden bepaalde activitieiten van het dagelijks leven kunnen uitvoeren.

We onderzoeken, in overleg met de sector, wat dit betekent voor het curriculum.

Recent verwant nieuws

×
Kijkt als...
Niveau
Regio