Leerplandoel 24

De leerlingen illustreren hoe mythevorming rond historische fenomenen historische beeldvorming beïnvloedt.

Waarom?

sla link op in klembord

Kopieer

Een geschiedenisbeeld kan om allerlei redenen los komen te staan van wat op basis van bronnenanalyse als verantwoorde, beargumenteerde beeldvorming mogelijk is. Mensen gebruiken bijvoorbeeld historische elementen om hun identiteit op te bouwen. Daar komt vaak emotie bij kijken waardoor gebeurtenissen of personen een mythische status kunnen krijgen. Of wetenschappers bouwen nieuwe inzichten uit die echter niet onmiddellijk tot bij het brede publiek bekend geraken, uit onwetendheid of omdat mensen willen vasthouden aan het beeld van het verleden dat zij kennen. Dit doel leert leerlingen oog krijgen voor dergelijke processen en hun impact.

Wat?

sla link op in klembord

Kopieer

Bij mythevorming krijgt een historisch fenomeen (personen, gebeurtenissen of processen) eigenschappen of kwaliteiten toegedicht die niet met historische bronnen onderbouwd kunnen worden of die een heel eenzijdige interpretatie inhouden. Leerlingen moeten voor een gezien voorbeeld dat proces en de effecten in eigen woorden kunnen formuleren.

Aandachtspunten

sla link op in klembord

Kopieer

  • Dit leerplandoel is een eerste stap van een leerlijn rond collectieve herinnering, een thema dat in de hogere graden verder uitgewerkt zal worden.
  • Mythe verwijst hier niet naar het literair genre, wel naar het proces waarbij historische beeldvorming losgekoppeld geraakt van wat op basis van historische bronnen gezegd kan worden en gebeurtenissen of personen een uitzonderlijk of buitengewoon karakter toegedicht krijgen.
  • Het leerplandoel staat op het beheersingsniveau ‘begrijpen’, wat betekent dat leerlingen niet zelf een nieuwe analyse moeten maken. Ze moeten de mythevorming in eigen woorden kunnen omschrijven, wat inhoudt dat het besproken voorbeeld gezien is. Je kunt dit in de les natuurlijk aanbrengen door een begeleide oefening op een hoger beheersingsniveau waarbij leerlingen analyseren.
  • Dit doel hangt nauw samen met de vorige doelstelling (leerplandoel 23), alleen ligt de focus nu op wat er kan fout lopen bij verwijzingen naar het verleden wanneer de bandbreedte die bronnen geven om het verleden te interpreteren, wordt losgelaten.
  • Het is verleidelijk om wetenschappelijke beeldvorming als objectieve of feitelijke tegenhanger van mythische beeldvorming voor te stellen. Dat is echter een stap te ver. Ook bij wetenschappelijke beeldvorming is er een perspectief, maar wetenschappers schenken heel veel aandacht aan argumenten pro en contra en het verwerken van nieuwe brokjes informatie. Ze proberen het verleden ook te bestuderen, onthecht van het verleden en hedendaagse doelstellingen (behalve wetenschappelijke). Ze publiceren hun inzichten waardoor iedereen kan reageren en kritiek geven. Los daarvan zijn geschiedkundigen ook maar mensen en zijn ze niet helemaal immuun voor de kracht van identiteit en emoties. Er durven dus soms, bij sommige historici, ook mythevormende elementen in hun constructies te sluipen.
  • Historici gebruiken niet alleen bronnen om tot een beeldvorming te komen maar stellen ook logisch beredeneerde hypotheses op, bijvoorbeeld door te kijken naar gelijkaardige contexten. Dat mag niet verward worden met mythevorming die neigt naar het ophemelen van gebeurtenissen of personen.
  • Mythevorming is iets van alle tijden. Het kan gaan om beeldvorming die in het verleden ontstaan is en die doorleeft. Evengoed kan een historisch onderwerp later een nieuwe betekenis toegedicht krijgen. Denk aan de manier waarop vanaf 1830 de ‘Oude Belgen’ als voorlopers van het onafhankelijke België voorgesteld werden.
  • Aangezien mythevorming van alle tijden is, kun je werken met voorbeelden uit het Oude Nabije Oosten of de Klassieke Oudheid of voorbeelden van later of vandaag waar verwezen wordt naar bijvoorbeeld de Klassieke Oudheid. Je moet wel oppassen om de historische beeldvorming van toen niet af te meten aan wat wij vandaag weten en het verschil als ‘mythevorming’ te bestempelen. We weten nu veel meer over de prehistorische mens dan 200 jaar geleden maar het zou verkeerd zijn om de vroegere beelden automatisch als ‘dom’ of ‘mythisch’ te bestempelen.
  • Geschiedenisonderwijs heeft vaak meegeholpen om mythes te vormen en in stand te houden. Oudere leerboeken of wandplaten (misschien liggen er nog enkele op de zolder van de school) zijn dankbaar materiaal om dit onderwerp te bespreken.
  • De populaire cultuur gebruikt graag bekende of geruststellende historische beelden en ook dan loert mythevorming snel om de hoek. Films, strips en jeugdboeken zijn een dankbaar onderwerp.
  • Aangezien de bronnen de bandbreedte van constructies bepalen, is het belangrijk om bronnen te gebruiken om dit inzicht bij te brengen.
  • Tegenwoordig kijken we wat meewarig naar het trotse 19de-eeuwse nationalisme en de manier waarop dat het verleden mythologiseerde. Het is veel moeilijker om de eigen mythes te zien. Toch zijn die er. We behandelen Athene als de bakermat van de democratie terwijl sommige onderzoekers ook aanwijzingen zien voor het bestaan van democratieën in prehistorische gemeenschappen, Mesopotamië en India. We spreken over de val van Rome terwijl het keizerrijk in het oosten gewoon bleef verder bestaan.
  • Bij mythevorming wordt geschiedenis vaak door een persoon of groep toegeëigend. Dat zie je aan het taalgebruik, waar sprake is van ‘wij’ of ‘onze’.
  • De laatste jaren zijn er enkele interessante boeken over mythische herinneringen geschreven, ook over de oudste perioden:
    • Anne Morelli (red.). Grote mythen uit de geschiedenis van België, Vlaanderen en Wallonië. Epo, 1996.
    • Jo Tollebeek (red.). België, een parcours van herinnering. Bert Bakker, 2008.

Hoe?

sla link op in klembord

Kopieer

Je kunt dit inzicht aanbrengen door bronnen te vergelijken met beeldvorming.

Voorbeeld

Ambiorix is een fascinerende historische figuur. Caesar noemt hem in de Bello Gallico als leider van de Eburonen. Hij beschrijft hoe Ambiorix een Romeins legioen in de val lokt en verslaat, maar achteraf nemen de Romeinen wraak. Na 1830 komt Ambiorix in beeld als eerste Belg die durfde in opstand komen tegen vreemde overheersers, een klassieke Belgische geschiedenismythe.

Je kunt leerlingen laten inschatten hoe sterk een bepaalde beeldvorming gemythologiseerd is, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de “mythometer”. Leerlingen zetten een pijl vanuit de centrale bol om aan te geven hoe sterk of zwak ze het mythische gehalte van een beeldvorming inschatten. Je kunt dit trouwens ook doen met webtools als Mentimeter.

Over deze databank

In deze databank ondersteunen we je vanuit de pedagogische begeleiding tot op de klasvloer. Je vindt hier didactische tips, praktijkvoorbeelden, leerinhoud ...

×
Kijkt als...
Niveau
Regio